artikel

Heftruckboer’ wordt logistieke partner

Warehousing Premium

Eigen beheer van een moderne, intern transportvloot is exit. Bedrijven leggen de volledige zorg in handen van de intern transportleverancier. Deze levert een beheerconcept op maat wat hem tot een volwaardige logistieke partner maakt.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Transport&Opslag op 1 september 2006.

Wie een hef- of magazijntruck nodig heeft, koopt er een. Zo was het ooit. Tegenwoordig zijn er andere mogelijkheden, zoals rental, leasing, lange termijn huur, of hoe de concepten ook worden genoemd. De populariteit van deze flexibele financieringsvormen vertonen een stijgende tendens.

Er worden steeds meer nieuwe concepten bedacht, die nog beter inspelen op de behoefte van de gebruiker. De tijd dat de leveranciers werden betiteld als ‘heftruckboeren’ behoort definitief tot het verleden. De moderne intern transportleverancier is een echte partner in de logistiek. Met op maat gesneden beheerconcepten werkt hij samen met de gebruiker aan de best passende oplossing.

 

Lange termijn

Het is een trend die enkele jaren geleden is gezet. Zoals zo vaak waren het de grotere bedrijven, met een intern transportvloot van 50 trucks of meer, die de pioniersrol vervulden. De laatste jaren sluiten zich steeds meer middelgrote ondernemers bij hen aan. “Ook bedrijven met 10, 20 of 30 trucks zijn tegenwoordig sneller geneigd te kiezen voor lange termijn huur”, weet Jarno de Waal, rental manager bij BT Nederland. Circa 45 procent van de orders van de leverancier uit Ede betreft lange termijn huur. Bij de grote key-accounts ligt het aantal rental trucks zelfs boven de 50 procent.

MotracLinde laat hetzelfde geluid horen. “Het percentage trucks in de lange termijn huur en leasing ligt rond de 40”, vertelt manager fleet Henk Meeuwenberg. Vijf jaar geleden lag dat aandeel bij MotracLinde met circa 25 procent nog een stuk lager.

Het percentage geleaste trucks bij Crepa, altijd al sterk geweest in de verhuursector, steeg in de voorbije vijf jaar van 50 naar ongeveer 75 en komt daarmee aanmerkelijk hoger uit dan het geschatte marktgemiddelde.

 

Wel of niet op de balans?

De meest voorkomende contractvorm is waarschijnlijk het operational leasecontract. “Hoewel het voor de kleinere bedrijven misschien interessanter kan zijn om een financial lease oplossing te kiezen, omdat ze dan gebruik kunnen maken van een investeringsaftrek”, voegt Meeuwenberg toe. De bekendste reden om te kiezen voor leasing is van financiële aard. Wie least, laat de trucks van de balans en daarmee zijn financiële mogelijkheden onaangetast.

Zelfs dat blijkt tegenwoordig geen zekerheid meer. Door veranderingen in de fiscale wetgeving moeten (beursgenoteerde) bedrijven tegenwoordig aan een aantal voorwaarden voldoen om een leasevloot ook daadwerkelijk van de balans te kunnen houden. Zo moet men bijvoorbeeld onder de 90 procent van de netto contante waarde blijven. Indien er een te lage restwaarde wordt gehanteerd, neigt het naar financial lease en worden de trucks op de balans geplaatst bij de vaste activa. Ook mag niet meer dan 75 procent van de economische levensduur van de truck binnen de termijn van de overeenkomst vallen. “Dat komt er bijvoorbeeld op neer dat de truck, bij een contract van 60 maanden, een economische levensduur dient te hebben van meer dan 80 maanden”, legt Bram van der Hoeven, manager bij Crepa, uit. De exacte regels zijn bij iedere goede accountant bekend.

 

Prestatiecontract

De financiële argumenten zijn volgens het drietal voor de meeste bedrijven echter niet de belangrijkste redenen om te kiezen voor lange termijn huur. Veel belangrijker is de wens om alle niet-kernactiviteiten uit te besteden aan een gespecialiseerde partner.

“Onderhoud, financiering, administratie, vlootbeheer; het kost allemaal geld”, gaat Van der Hoeven verder. “Bedrijven willen af van die rompslomp en leggen het totale beheer in de handen van een expert.” “Het is méér dan een financiële constructie. We zien het eerder als een prestatiecontract”, verwoordt De Waal de tendens. De klant heeft behoefte aan een partner die de hele vloot beheert. Ook de boekhoudkundige en financiële aspecten die te maken hebben met het beheren van een vloot worden uitbesteed.

 

Leveranciers hebben op dat vlak meer kennis en knowhow in huis en zijn dus beter in staat om de vloot te beheren. En dát onderscheidt hen van bijvoorbeeld een leasemaatschappij. Van der Hoeven: “Wij bepalen in overleg met de gebruiker de benodigde typen en aantallen trucks, we maken samen met de klant afspraken over bezettingsgraden, we stellen een schadepreventieplan op. Het is veel eerder een partnership dat je aangaat met de klant. En dat is ook wat de gebruiker wil. Hij wil niet alleen de factuur zien; hij wil weten hoe zijn park draait, waar besparingen mogelijk zijn. Samen met de leverancier bewaakt hij voortdurend de operationele kosten.”

 

Altijd maatwerk

Bij het aangaan van een overeenkomst draait het dan ook vooral om het voorwerk; daarmee wordt de basis gelegd voor latere besparingen. Tijdens dat voortraject inventariseert de leverancier de logistieke operatie en probeert hij de vloot daarop af te stemmen.

De Waal: “Je wilt weten wat de klant wil en hoe zijn operatie eruit ziet. Hoeveel draaiuren maken de trucks? Welke wensen en eisen zijn er? Wil de klant wel of niet een truck stand-by hebben voor noodgevallen?” Ook wordt er gekeken naar de inzetomstandigheden. Die zijn immers van invloed op de servicecomponent van het leasebedrag en op de restwaarde van de truck.

 

“Vervolgens rekenen we met speciale softwareprogramma’s de werkelijke behoefte uit; welke typen en aantallen trucks zijn er nodig om de operatie uit te voeren”, maakt Meeuwenberg de uitleg af. De uiteindelijke uitkomst van de inventarisatie is altijd een maatwerkoplossing, toegesneden op de specifieke inzetwensen en –eisen van de gebruiker. “Wat je veel ziet is een vaste basisvloot met ongeveer 20 procent flexibiliteit door middel van korte termijn huur”, weet Meeuwenberg uit ervaring.

Zo’n inventarisatie kan dus uitwijzen dat dezelfde logistieke operatie ook uitvoerbaar is met minder trucks. De Waal: “Je moest eens weten hoe vaak een klant aangeeft dat hij altijd voldoende trucks heeft. In veel gevallen betekent dat eigenlijk niets anders dan dat hij driekwart van het jaar te veel trucks heeft.”

 

Hij vergelijkt het met de uitzendwereld. “Het is niet meer dan gewoon dat je uitzendkrachten inhuurt om de pieken in je proces op te vangen. Waarom zou je dat bij de intern transportvloot dan niet doen”, vraagt De Waal zich openlijk af. Volgens hem is zo’n inventarisatie dan ook van cruciaal belang. “Alleen dan kom je tot het meest optimale concept. Openheid en eerlijkheid van beide kanten vormen de sleutel tot een succesvolle samenwerking”, is hij overtuigd.

 

Alles meerekenen

Na de inventarisatie en het rekenwerk zal ook blijken of leasing ook daadwerkelijk goedkoper is, of dat het ‘slechts’ het voordeel oplevert van het uitspreiden van de investering over meerdere jaren.

De Waal is er van overtuigd dat in veel gevallen wel degelijk een gunstiger kostenplaatje haalbaar is. “Als je echt álle kosten die te maken hebben met de inzet en het beheer van de vloot meerekent en daarnaast bekijkt hoeveel rendement je kunt halen door de investering te steken in kernactiviteiten zal rental in veel gevallen voordeliger uitpakken”, zegt hij De Waal vol overtuiging. Meeuwenberg onderstreept deze visie. “Het kan goed zo zijn dat je een technische dienst kunt inkrimpen of uren bespaart op de administratie als je een vloot uitbesteedt. Intern transportleveranciers kunnen het totale plaatje geheid goedkoper verzorgen. Een intern transportleverancier heeft de knowhow en de middelen in huis om een vloot optimaal te beheren. Dan praat je niet meer alleen over de trucks, maar over de gehele logistieke operatie en dus ook over totaal andere en grotere besparingen”, vindt hij.

 

Voordeel voor iedereen

Hoe groot het voordeel precies is, zal afhangen van de specifieke situatie. Dat het aanzienlijk kan zijn, blijkt wel bij Seabrex in Rotterdam. Het havenbedrijf besloot eerder dit jaar vrijwel de complete intern transportvloot uit te besteden aan MotracLinde en zegt daardoor 10 tot 15 procent goedkoper uit te zijn.

Duidelijk is dat de maatwerk beheerconcepten voordelen bieden voor iedereen. Het kan altijd beter en dus zitten de leveranciers niet stil. Nieuwe, verdergaande oplossingen komen nóg dichter bij de wensen en eisen van de klant.

Afrekenen op pallethandling is zo’n oplossing. Door de kosten niet meer te koppelen aan het aantal trucks, maar aan de daadwerkelijke productie, lopen kosten en omzet altijd optimaal met elkaar in de pas. Het concept wordt onder andere toegepast bij Seabrex.

Crepa biedt, als onderdeel van de Crepa Control formule. een vergelijkbare oplossing: afrekenen per bedrijfsuur. De formule is ontwikkeld voor bijvoorbeeld seizoenswerk. Als een gebruiker 6.000 draaiuren maakt, wordt hij daarop ook afgerekend. Is het daadwerkelijke aantal draaiuren lager, dan vallen de kosten ook lager uit.

 

Vast staat dat door de groeiende behoefte aan uitbesteden van niet-kernactiviteiten de vraag naar beheerconcepten op maat nog steeds toeneemt. Van de huidige oplossingen profiteren zowel de gebruikers als de leveranciers van het intern transportmaterieel. Die laatste groep ziet namelijk hun kennis en knowhow groeien en is mede daardoor in staat zich uit te groeien tot een heuse partner in de logistiek.

 

Lees ook op Logistiek.nl/ heftrucks het expertartikel van Henk Oudenes (PIT) over fleetmanagement van intern transport materieel.

 

Truck én chauffeur

Intern transportleveranciers gaan steeds verder om een klant het best passende maatwerk te kunnen bieden.

Zo ging BT Nederland begin dit jaar een overeenkomst aan met uitzendorganisatie Tempo Team. De twee introduceerden een voor ons land nieuw concept: het verhuren van trucks inclusief chauffeur.

De dienst geldt voor zowel hef- als reachtrucks en is bedoeld om pieken op te vangen. De chauffeurs die met de trucks worden verhuurd beschikken over een hef- of reachtruckcertificaat en zijn VCA- en BHV-getraind. Bovendien hebben ze ervaring met de trucks en zijn ze dus vrijwel direct inzetbaar.

Naast BT zijn er ook andere leveranciers die brood zien in de aanpak. Zo overweegt MotracLinde dit najaar de start van een pilot in de Rotterdamse haven. Ook AlpasHendrion is bezig met de ontwikkeling van een formule.

Crepa heeft het concept eveneens onderzocht, maar voorziet met name enkele financiële problemen. Het kosten- plaatje zou te hoog uitvallen voor de gebruiker.

 

Veel gestelde vragen

Welke ‘plichten’ hebben klanten die een leasecontract afsluiten?

De klant is noch juridisch, noch economisch eigenaar van de trucks en heeft daarom ook nauwelijks plichten. De enige verplichting die een bedrijf heeft is de betalingsplicht. Wel wordt er daarnaast natuurlijk verwacht dat hij als een goed huisvader op de vloot past, de dagelijkse onderhoudstaken uitvoert en alleen bevoegde chauffeurs op de trucks laat rijden.

Wie financiert de leaseconstructies?

 

In veel gevallen is er een bank of andere geldschieter die de lease financiert. Er zijn echter ook leveranciers die niet met een leasemaatschappij werken (zoals BT), of die de leasemaatschappij buiten het contract houden (bijvoorbeeld MotracLinde en Crepa). Voor de klant heeft dit het voordeel dat hij slechts met één partij heeft te maken. Lees de kleine lettertjes van het contract goed om er zeker van te zijn dat het daadwerkelijk een tweepartijencontract is.

 

Hoe zit het met de verzekeringen?

Dit verschilt per overeenkomst. De ene leverancier heeft standaard zowel WA- als cascoverzekeringen opgenomen in het contract, terwijl de ander volstaat met een WA-verzekering. Ook een Schadeverzekering Voor Inzittenden (SVI) is niet standaard opgenomen in de overeenkomst. Die dient altijd door de ondernemer zelf te zijn afgesloten.

Wil de klant de verzekeringen uit het contract halen, omdat er bijvoorbeeld een goedkopere concernpolis aanwezig is, dan dient de intern transportleverancier als begunstigde te worden opgenomen in die polis.

 

Wat gebeurt er bij schades?

De servicemonteur bepaalt of er schade is (eventueel kan er een schade-expert worden geraadpleegd). De meeste schades zullen onder de verzekering vallen. Mocht de schade echter een gevolg blijken te zijn van onoordeelkundig gebruik, dan zijn de kosten voor de gebruiker. Het eigen risico ligt gemiddeld meestal op _ 500,-.

Is het onderhoudscontract inbegrepen bij het leasecontract?

Dat hoeft niet. Zeker als de lease wordt gefinancierd door een derde partij moet een extra onderhoudscontract vaak apart worden getekend. Minimaal dient dan een periodiek onderhoudscontract te worden afgesloten. Bij een tweepartijencontract is de volledige service meestal inbegrepen. In de meest complete optie valt zelfs ook het onderhoud aan batterij, lader en voorzetapparatuur onder de overeenkomst.

 

Zit de gebruiker tot het einde van de contracttijd vast aan de trucks?

Ook dat verschilt. Bij een driepartijencontract is de kans groter dat het contract volledig moet worden uitgediend. Bij een tweepartijencontract heeft de intern transportleverancier wellicht meer mogelijkheden om de trucks elders in te zetten. De afkoopsom hangt af van de restduur van het contract en de courantheid van de trucks, maar zal over het algemeen altijd lager zijn dan bij kooptrucks. Meestal dient minimaal het verschil tussen boekwaarde en marktwaarde te worden betaald. In sommige gevallen (mits het courante trucks betreft) kan een leverancier de truck nog opnemen in de huurvloot en is de kans groter dat er water bij de wijn wordt gedaan. Het Crepa Control programma biedt zelfs standaard de mogelijkheid om bij gewijzigde omstandigheden per jaar 10 procent van de vloot boetevrij in te leveren.

 

Kun je bij één leverancier ook een complete vloot leasen die bestaat uit meerdere merken?

Alles kan. Alleen zal niet iedereen hier even happig op zijn. Het komt eerder voor dat, indien een leverancier als service provider is uitgekozen, de trucks die niet tot het standaard leveringsprogramma van die leverancier behoren toch in de leasevloot worden opgenomen.

Wat gebeurt er met de trucks als het leasecontract is beëindigd?

Er zijn verschillende opties. Afhankelijk van de staat en inzet van de trucks kunnen zij aan een tweede leasetermijn bij dezelfde klant beginnen, of ze worden door de gebruiker overgenomen. Indien dat niet het geval is, gaan ze terug naar de leverancier die ze ofwel opneemt in de verhuurvloot, de vloot gebruikte trucks, óf ze afstoot.

 

Reageer op dit artikel