artikel

Wildgroei in heftruckopleidingen

Warehousing Premium

Richtlijnen voor het opleiden van heftruckchauffeurs zijn er niet. Werkgevers hebben slechts een instructieplicht en de Arbeidsinspectie controleert het niveau van deze instructie nauwelijks. Ook kan iedereen een opleidingsinstituut opzetten en zichzelf instructeur noemen. Een wildgroei aan heftruckcertificaten is het gevolg. BMWT-Train wordt de nieuwste in de rij.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in LogistiekKrant op 12 mei 2000.

De Arbo-wet vereist dat de werkgever zijn heftruckchauffeurs een gedegen opleiding aanbiedt om onveilige situaties op de werkvloer te voorkomen. Hoe de instructie uitgevoerd wordt, mag de werkgever echter zelf bepalen. Hij hoeft alleen aan te kunnen tonen dat aan de plicht is voldaan. Diverse opleidingsinstituten roken dan ook hun kansen en begonnen een heftruckopleiding. De meest geaccepteerde dipoloma’s zijn het Logex-certificaat (EVO) en het EVL-certificaat.

Gelukkig is de wettelijke instructieplicht niet de enige beweegreden voor bedrijven om chauffeurs op te leiden. De krapte op de arbeidsmarkt, hoge lonen, dure machines en aandacht voor arbeidsomstandigheden maakt dat veel bedrijven bewuster omgaan met hun heftruckchauffeurs. Een keus maken uit de vele aanbieders van opleidingen valt echter niet mee.

      

Niveau niet op maat

“Laten we eens beginnen met het opleiden van de opleiders”, zegt Anton van Loon, directeur van leveranciersvereniging mobiel intern-transportmiddelen BMWT. Deze vereniging start binnenkort met een eigen certificaat: BMWT-Train. Dit certificaat moet structuur brengen in de onduidelijke situatie die volgens Van Loon momenteel heerst rondom het aanbod van heftruckopleidingen. “Er is een enorme wildgroei aan opleidingsinstituten en onze klanten kloppen steeds vaker bij ons aan met de vraag wat ze nu moeten. Hen wordt bijvoorbeeld gezegd dat een certificaat wettelijk verplicht is, zelfs voor de werknemer achter de schoonmaakmachine.”

Volgens Van Loon heeft de bedrijfstak zichzelf de laatste jaren een slechte dienst bewezen door dergelijke zaken en klanten vinden bovendien het niveau niet altijd op maat. “De trainingen worden gegeven in ideale ruimten die onvoldoende aansluiten op de werksituatie van de heftruckchauffeur. Ook zijn docenten vaak freelancers die zo uit het onderwijs komen en een te laag niveau hebben”, vindt Van Loon.

         

BMWT-Train

Een werkgroep van heftruck-leveranciers is onder leiding van de BMWT om de tafel gaan zitten om normen voor het certificaat op te stellen. Zowel op praktisch als theoretisch gebied worden eindtermen opgesteld waarmee opleiders van leveranciers of interne opleiders van bedrijven aan de slag kunnen. Deze instructeurs krijgen eerst een opleiding van een opleidingsinstituut, aangesteld door de BMWT. “We worden geen opleidingsinstituut en het is ook niet de bedoeling om herintredende mensen te gaan opleiden, dat laten we over aan andere organisaties. De leveranciers leveren hun heftrucks af en verzorgen een ‘in company’-training van meestal een dag aan ervaren heftruckchauffeurs”, legt Van Loon uit. De opleider analyseert de werksituatie aan de hand van vragen als: zijn er hellingen, wat moet geladen worden, zijn er gevaarlijke stoffen of hoe hoog zijn de stellingen? Daarna wordt een interne training opgesteld door opgeleide instructeurs aan de hand van de eindtermen.

De BMWT gaat een instantie aanwijzen die controleert of de opleider zich aan de regels houdt en deze geeft vervolgens een certificaat af. TUV Nederland controleert op zijn beurt namens het Rijk of het juiste protocol gevolgd wordt. Op de vakbeurs Logistica is de officiële presentatie van het certificaat.

       

In elkaars vaarwater

Leverancier BT besteedt het opleiden van truckchauffeurs geheel uit aan een opleidingsinstituut en dat zal voorlopig ook zeker zo blijven. Wel heeft het bedrijf zitting in de werkgroep van BMWT. Coördinator Edgard Versteden: “We hebben een goede relatie met deze vereniging en daarom willen we graag meedenken. Maar voorlopig zien we het BMWT-certificaat en onze eigen opleidingen, met Logex- of EVL-certificaat, geheel los van elkaar.” Versteden denkt dat de eindtermen van de BMWT namelijk minder uitgebreid zullen zijn dan de meeste opleidingsinstituten hanteren.

Ook opleider Ton van Kampen van Jungheinrich heeft deelname in de werkgroep. “We willen absoluut niet in het vaarwater zitten van de EVO of de EVL en bieden louter een toegevoegde waarde. Het bedrijf geeft al jaren bedieningstrainingen van één dag bij klanten, aan ervaren chauffeurs. Hierin zit een theorie- en een praktijkdeel. “Voor ons zal er weinig veranderen behalve dat we uiteindelijk een officieel certificaat kunnen aanbieden”, zegt Van Kampen. Het bedrijf heeft eigen trainers die de opleiding van BMWT gaan volgen. Ton van Kampen: “Ons voordeel als leverancier is onze praktijkervaring en kennis van het product. Maar wanneer ongeschoolde chauffeurs bij ons aankloppen, verwijzen we ze door naar opleidingsinstituten.”

       

In company-opleiding

Heftruckleverancier Atlet heeft niet deelgenomen aan de werkgroep voor het BMWT-certificaat. Het bedrijf heeft een eigen commercieel opleidingsinstituut voor alle type heftrucks. Ze hanteren de normen van het Zweedse moederbedrijf, waar wel wettelijke eisen zijn voor heftruckcertificaten. Coördinator Wim Vervooren: “We wachten gewoon even af wat het BMWT-certificaat gaat inhouden. Ik krijg het idee dat het een uitgebreide afleveringsinstructie bij de heftruck wordt. Natuurlijk is een goede instructie en handleiding bij de aflevering van een truck erg belangrijk, maar dat verzorgen leveranciers vaak standaard.”

Vervooren vindt het wel een goede zaak dat hiervoor een gedegen certificaat komt naast de BMWT-keur en zal dat te zijner tijd ook zeker overnemen. “Maar een complete ‘in company’-opleiding met uitgebreide praktijk en theorie is heel wat anders”, vindt Wim Vervooren. Atlet deed in 1998 een bescheiden marktonderzoek waaruit naar voren kwam dat ‘in company’-trainingen het gewildst zijn. Vervooren: “In de instituten rijden nieuwe trucks in ideale bedrijfsomstandigheden. In een bedrijf leert de chauffeur rijden in de eigen bedrijfssituatie, met de aanwezige veiligheidsregels en eigen heftrucks.”

         

Ondergrens

Het BMWT-certficaat komt juist nu de twee grootste examenafnemers, Logex en EVL, om de tafel gaan zitten om hun eindtermen gelijk te stellen om zo eenduidigheid op de markt te krijgen. “Wat voegt het BMWT-certificaat toe?”, vraagt Lex Stibbe van de EVL zich af. Volgens hem zijn er genoeg instituten met goede trainers die hun vak beheersen en didactisch voldoende onderlegd zijn. Al vindt hij ook dat er instituten zijn die onder het juiste niveau zitten. “Dat komt omdat iedereen zich door iedereen mag laten opleiden, er is onvoldoende controle. Maar een goede opleiding kost nu eenmaal tijd en geld.”

Om duidelijkheid op de markt te krijgen, pleit de EVL voor één norm per vakgebied. “Meerdere normen voor hetzelfde beroep creëert verwarring en die proberen we nu juist door het overleg met EVO te voorkomen. Maar goed, op de opleidersmarkt voor heftruckchauffeurs is ruimte voor eigen normen en zolang deze niet onder de ondergrens doorschieten, heb ik er niet echt problemen mee”, vertelt Stibbe.

       

Eenduidige norm

Voor de EVL en de EVO is het juist belangrijk dat een eenduidige norm wordt vastgesteld door een breed college van deskundigen waarin opleiders, bedrijven, importeurs en certificaathouders zitten. Bij de toetsing van de norm is het belangrijk dat elke kandidaat op dezelfde manier wordt getest. Dat kan volgens Stibbe alleen wanneer ook de examenlocaties eenduidig zijn. Omdat de norm openbaar is, weet iedereen precies wat er getoetst is en welke handelingen de chauffeur beheerst. Stibbe: “Ik kan me voorstellen dat ‘in company’-trainingen makkelijk zijn voor bedrijven, maar je hebt nooit de garantie dat een chauffeur aan alle normeisen voldoet, elk bedrijf is weer anders.” Een norm is niet wettelijk verplicht, maar krijgt volgens Stibbe alleen kracht wanneer die door voldoende mensen wordt overgenomen. “Zoals dat is gebeurd bij het EVL-certificaat”, zegt Lex Stibbe.

         

Wiel opnieuw uitvinden

Jan ter Morsche van TMS-opleidingen vindt het vreemd dat nu de EVO en EVL juist tot eenduidige normen lijken te komen, er weer een nieuw certificaat op de markt komt. “Het wiel wordt weer eens opnieuw uitgevonden. De BMWT is zeker een serieuze club maar of die ook trainingen kan geven? Ik had liever gezien dat ze met de twee grootste organisaties op dit gebied om de tafel waren gaan zitten.” Ook zijn volgens hem ‘in company’-trainingen echt geen ongevuld gat in de markt, veel opleiders bieden dat al aanvullend aan voor bedrijfsspecifieke situaties. Wat bedrijven volgens Ter Morsche wel eens over het hoofd zien, is dat een ‘in company’-trainer juist meer kwaliteiten moet hebben dan gemiddeld omdat elke situatie weer anders is. “Bij ons doen dat alleen de trainers die veel scholingservaring en specifieke praktijkkennis hebben in de branche van het bedrijf.” Bovendien heeft TMS de ervaring dat ongelukken altijd plaatsvinden op momenten dat een chauffeur een onverwachte handeling uitvoert. “Daarom is een basisopleiding bij een instituut vaak het best. Hier oefenen we alle mogelijke situaties in diverse simulaties die een chauffeur kan tegenkomen in verschillende bedrijven.”

       

Instituut met lef

“Er zijn rijscholen die vier pionnen in de kofferbak stoppen, naar een bedrijf rijden en denken dat ze een heftruckcursus kunnen geven. Volgens Ter Morsche is een criterium voor een goed opleidingsinstituut dat het chauffeurs voor een Logex- of EVL-certificaat moet kunnen klaarstomen. “De eigen certificaten met minder cursusdagen van het instituut dat ook voor EVL opleidt, heeft dan meestal ook voldoende basis.”

Een eendaagse cursus vindt hij echter zonder meer te weinig om voldoende kennis op te doen, behalve als het om zeer eenvoudig repeterend heftruckwerk gaat. Maar ook de manier van examineren is belangrijk. Welke normen hanteert een instituut? Ter Morsche: “Ik ken het verhaal van een instituut dat tien chauffeurs moest opleiden. Zeven kwamen er opdagen maar het bedrijf kreeg wel tien certificaten mee. Je moet als instituut wel het lef hebben om mensen te laten zakken die onvoldoende presteren, anders zegt zo’n papiertje nog niets.”

Het doel van het opleidingsinstituut is uiteindelijk bepalend. Sommige streven ernaar om zoveel mogelijk bedrijven te voorzien van het begeerde papiertje. De correcte instituten streven de eisen van de Arbeidsinspectie na: veilig rijden op de heftruck en het terugdringen van het aantal ongelukken.

                

Tabel bij artikel:

Overzicht van heftruckopleidingen

Zie complete pdf-pagina: pag. 9

 

Reageer op dit artikel