artikel

Activity based costing: wat is dat?

Warehousing

Volgens drs. Dick van Damme van de TU Eindhoven is activity based costing zeer geschikt om indirecte en algemene kosten te specificeren. In ABC worden deze kosten niet direct aan kostendragers zoals producten, diensten of klanten toegerekend, maar via een tussenschakel: de activiteiten. Door eerst de kosten per activiteit te specificeren en daarna de activiteiten aan de kostendragers toe te wijzen, ontstaat een gedetailleerd en nauwkeurig beeld over de werkelijke kosten van kostendragers.

Activity based costing: wat is dat?

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in LogistiekKrant op 14 april 2000.

Welke kostendragers als uitgangspunt dienen, hangt af van de aard van de werkzaamheden: een productiebedrijf zal voor een product als kostendrager kiezen, terwijl een logistiek dienstverlener met een public warehouse voor de kostendrager klant zal kiezen. De ABC-methode bestaat uit zes stappen:

  1. Inventarisatie van de werkelijke kosten.

    Parallel aan de gebruikte productiemiddelen worden alle gemaakte kosten in een beperkt aantal kostensoorten onderverdeeld. Die productiemiddelen of kostensoorten kunnen machines en transportmiddelen zijn (afschrijving, rente en onderhoud), personeel (salarissen, sociale lasten), grondstoffen (verbruik van materiaal, rente), gebouwen (huur, energie, onderhoud) of diensten (uitbestede activiteiten, ingehuurde diensten, geleaste machines).
  2. Inventarisatie van de activiteiten.

    Hiervoor is een grondige analyse van de bedrijfsprocessen nodig. Een bedrijfsproces als warehousing kan onderverdeeld worden in de activititeiten inslag, opslag en uitslag. Een activiteit als uitslag kan verder uitgesplitst worden in orderverzamelen, verpakken, labellen en laden van een vrachtwagen.
  3. Bepaling van de kostenveroorzakers.

    Dit zijn de rekenfactoren die de kosten van een activiteit bepalen. Het aandeel dat een activiteit heeft in de kostensoort gebouwen kan bijvoorbeeld afgemeten worden aan de ruimte (m3) of het oppervlak (m2) dat die activiteit inneemt. Zo is de kostenveroorzaker van de kostensoorten materieel en personeel tijd, uitgedrukt in uren. En de kostenveroorzaker van grondstoffen is gewicht (kg), volume (m3) of lengte (m), afhankelijk van het materiaal.
  4. Toerekening van de kosten aan de activiteiten middels de kostenveroorzakers.

    Daadwerkelijk nagaan welk deel alle geïnventariseerde activiteiten hebben opgeslokt van de geïnventariseerde kosten. Het resultaat is de kosten per activiteit.
  5. Bepaling van de activiteitenveroorzakers.

    Dit zijn de rekenfactoren die het aantal activiteiten aangeven die voor een kostendrager (product, dienst of klant) uitgevoerd moeten worden. De hoeveelheid in- of uitslag van een product of voor een klant kan bijvoorbeeld worden afgemeten aan het aantal pallets, colli of dozen. De activiteitenveroorzaker van de activiteit opslag kan het aantal palletplaatsen of vierkante meters zijn. Welke activiteitenveroorzaker gekozen wordt, hangt af van de belangrijkste kostenfactor in een bepaalde situatie. Een koerier zal voor de activiteit transport het aantal stops als activiteitenveroorzaker kiezen, terwijl een transporteur die op en neer rijdt naar Zuid-Europa voor het aantal kilometers zal kiezen.
  6. Toerekening van de kosten per activiteit aan de kostendragers middels de activiteitenveroorzakers.

    Per product, dienst of klant kan via de activiteitenveroorzakers nauwkeurig een lijst worden opgesteld met het aantal activiteiten dat voor die kostendrager nodig is. Omdat per activiteit de kosten bekend zijn, volstaat een optelsom om de totale kosten per kostendrager te verkrijgen. Als alle zes stappen doorlopen zijn, levert het ABC-concept een beeld op van de werkelijke kosten die een product, dienst of klant opslokt. Dit levert soms verrassende inzichten op. Een product of klant die veel omzet genereert, kan zoveel kosten met zich meebrengen dat het te overwegen is het product uit het assortiment te halen of de klant te lozen.

Een groot probleem kan de complexiteit zijn. Die heeft degene die het ABC-concept toepast voor een deel zelf in de hand door de mate van detaillering die hij of zij hanteert. Een activiteit als uitslag kan worden onderverdeeld in orderverzamelen en laden, terwijl orderverzamelen weer kan worden opgesplist in handelingen als picklijst ophalen, naar de locatie lopen, enzovoort. De vraag is of een dergelijke detaillering strikt noodzakelijk is. Rustig aan beginnen lijkt het devies. Of zoals Dick van Damme zegt: ‘beter bijna correct dan exact verkeerd’.

Lees hier meer over Activity based costing op Logistiek.nl.

Reageer op dit artikel