artikel

Tax Effective Supply Chain Management

Supply chain

Met een slimmere inrichting van de Supply Chain kunnen bedrijven enorme belastingvoordelen bereiken. Dit heet Tax Effective Supply Chain Management. Vaak moet ook de bedrijfssoftware worden aangepast, want daaruit blijkt hoe de juridische relaties liggen.

Tax Effective Supply Chain Management
tax Effective Supply Chain Management

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in IT Logistiek op 1 augustus 2004.

Populair onder zijn collega’s was hij niet toen Rob van der Meer als vice president finance in 1999 bij Mallinckrodt, een producent van hoogwaardige medische apparatuur, een nieuwe juridische structuur implementeerde. Medewerkers op sleutelposities moesten naar Nederland verhuizen, Franse collega’s zagen hun wettelijke winstdeling wegvallen en verkoopvestigingen zagen opeens niet meer wat hun marges waren. Toch had Van der Meer alle recht van spreken. ‘Als ik een logisticus vertelde dat wat ik aan belastingvoordeel binnenhaalde gelijk stond aan een kostenreductie van 22 procent, dan was deze snel overtuigd.’

            

Besparing twaalf miljoen

Waar Van der Meer zich bij Mallinckrodt mee bezig hield heet Tax Effective Supply Chain Management, door insiders kortweg Tescm genaamd. Het idee is als volgt. Een bedrijf verkoopt een product en moet over de winst belasting betalen. Europese Unie of niet, de douaneregelingen plus de hoogte van de omzet- en vennootschapsbelasting verschillen per land nog enorm. Als een bedrijf uit meerdere internationale vestigingen bestaat, die voor elkaar produceren en aan elkaar leveren, kan het veel geld besparen door zoveel mogelijk toegevoegde waarde in het land met de laagste belastingdruk, bijvoorbeeld Zwitserland, te leggen. Bij Mallinckrodt bedroegen de besparingen in potentie twaalf miljoen dollar per jaar, op een omzet (in Europa) van vijfhonderd miljoen.

         

‘Met name in Zwitserland barst het momenteel van de principaalbedrijfjes’, weet Van der Meer. Dit zijn vestigingen van grote internationale bedrijven die hier zoveel mogelijk van de toegevoegde waarde hebben neergelegd om te profiteren van het gunstige belastingklimaat. ‘Strategiebepaling, logistiek management, productieplanning en marketing voegen meestal veel waarde toe binnen een bedrijf, dat soort functies verhuis je dus als eerste naar Zwitserland.’ Ook moeten bedrijven hun voorraad-, debiteuren- en valutarisico’s zoveel mogelijk naar de principaal verplaatsen, want, zo redeneert de fiscus, hoe hoger het risico hoe groter de waarde waar belasting over betaald moet worden. 

           

Groot grijs gebied

Je mag als bedrijf niet zomaar de juridische structuur van de Supply Chain aanpassen. ‘Je moet een business case hebben’, weet Van der Meer. ‘Er moet een reden zijn om de bedrijfsstructuur aan te passen, anders dan dat je belastingvoordelen wilt behalen.’ Bij Mallinckrodt was die reden er: het had net Nellcor, Puritan & Bennett overgenomen, eveneens een Amerikaans bedrijf. Beide bedrijven hadden vestigingen in Europa, dus was het logisch, ook voor de fiscus, dat er naar synergievoordelen werd gezocht.

           

Het is onduidelijk waar de grenzen van de wet liggen. Als je in de ogen van de fiscus je Supply Chain verlegt, enkel en alleen om minder belasting te betalen, dan kun je op pittige tegenwerking rekenen. Is er echter een andere aanleiding om de Supply Chain anders in te richten, bijvoorbeeld in de logistieke sfeer, dan is er opeens niks aan de hand. ‘Hier ligt een groot grijs gebied’, zegt Van der Meer.

        

Marcel Homan van de belastingdienst bestrijdt het idee dat specialisten van internationale adviesbureaus de belastinginspecteurs te slim af zouden zijn in dit grijze gebied. ‘Op het Ministerie van Financiën zijn ze natuurlijk ook niet gek, en er is veel contact met andere landen. Het komt dan ook zeer regelmatig voor dat we bedrijven bij aangifte van vennootschapbelasting corrigeren, in de vorm van boetes of door ze gewoon hoger aan te slaan.’

            

Eenvoudige regels waar bedrijven zich bij Tescm aan moeten houden zijn volgens woordvoerder Homan niet te geven. ‘De wet op de vennootschapbelasting is heel generiek. Het is ook niet onze taak om bedrijven daarin te adviseren, dat moeten die adviseurs maar doen. Wat wij doen is controleren, en dat doen we op basis van specifieke feiten en omstandigheden.’

          

Enorm veel maatwerk

De juridische herstructurering bij Mallinckrodt leidde tot enorm veel maatwerk op het nieuwe ERP-systeem. Nog een geluk dat het bedrijf had besloten om op één systeem over te gaan, J.D. Edwards (tegenwoordig Peoplesoft), in plaats van alle verschillende ERP-systemen te handhaven. Han Kampman van implementatiepartner Capgemini herinnert het zich nog goed. ‘Met multi-finance en multi-logistiek kan een systeem als dat van J.D. Edwards goed omgaan, dat is het probleem niet. De echte aanpassingen zitten ’m in zaken als interne verrekenprijzen, kostprijsopbouw, maar ook de logo’s op facturen voor de klant.’

            

Als voorbeeld maakt hij een schets waarin blokjes de verkooporganisaties en de principaal voorstellen. Met pijlen tekent hij de verschillende transacties en doet een poging om het uit te leggen. ‘Kijk, hier is de kostprijs puur afhankelijk van de verkoopprijs en dus van allerlei kortingstructuren. Dat leidt in feite tot twee boekingen in je financiële verslaglegging …’ etc. Het wordt te complex om voor een leek te begrijpen. ‘Neem in ieder geval maar van mij aan’, zegt Kampman, ‘je zit echt aan het hart van een ERP-pakket te sleutelen.’ Achteraf bijna een mirakel dat Capgemini het hele project binnen budget (15,8 miljoen dollar) en tijd heeft weten op te leveren.

           

Principaal in Brazilië

De inrichting van de juridische relaties tussen vestigingen leidt vrijwel altijd tot fikse aanpassingen in de software, zegt Tescm-specialist Marinus de Jager van adviesbureau Deloitte. Er zijn weliswaar een aantal grondvormen, maar bedrijven kunnen ook nog uit talloze tussenvormen kiezen. ‘Uit de administratie in het IT-systeem van een bedrijf moet blijken voor welke vorm is gekozen.’

                   

Aan de hand van een voorbeeld illustreert zijn collega John Sloot de complexiteit. ‘Stel een principaal in Brazilië heeft een Nederlandse agent. Voorraden staan misschien fysiek in Nederland maar staan bij de principaal op de balans. Een principaal moet zich in ieder land waar het goederen in voorraad heeft – eventueel via een agent – registreren voor BTW-aangifte. De aangifte zelf verloopt via de agent. Omdat die ook weer voor andere principalen kan werken, moet die dat allemaal apart in zijn ERP-systeem administreren. Nog complexer wordt het als dezelfde principaal ook nog andere agenten in ons land heeft.’

             

De meeste bedrijven leggen hun financiële administratie vast in hun ERP-systeem. ‘Gek genoeg wordt de keuze voor een ERP-pakket vrijwel nooit door juridische factoren bepaald’, zegt De Jager. ‘Terwijl het toch is voorgekomen dat een onderneming de gekozen optimale juridische structuur niet kon implementeren omdat het ERP-systeem hier geen ruimte voor bood.’ Toch zijn de verschillen in de ERP-pakketten volgens hem niet groot, in ieder geval niet zo groot als bijvoorbeeld bij Warehouse Management Systemen (WMS) waarin de meer operationele belastingafhandeling doorgaans wordt geregeld.

          

Tax als bijeffect

‘Tescm is een multidisciplinair vakgebied’, vertelt De Jager. ‘Supply Chain-experts moeten er samenwerken met belastingexperts, IT-experts en advocaten.’ Dit in combinatie met de genoemde complexiteit is de reden waarom er in zijn ogen veel te weinig gebruik van wordt gemaakt. ‘Meestal kijkt een bedrijf in eerste instantie naar het normale Supply Chain Management. Of als al Tescm wordt gedaan, dan wordt weer niet gekeken naar de operationele consequenties. Na twee jaar, als duidelijk wordt hoe de belastingafhandeling uitpakt, is het dan opeens van Holy Moses, hadden we dat maar eerder geweten.’

              

De Jager geeft een voorbeeld. Een bedrijf besloot een paar jaar terug om zijn klanten in Europa vanuit één centrale hub te gaan beleveren en zocht naar een geschikte locatie. Gekozen werd voor Noord-Italië. Dit om zijn centrale ligging en ook omdat dit gunstig was voor de aanvoer vanuit het Midden-Oosten waar het bedrijf veel toeleveranciers had zitten. Toen het gloednieuwe distributiecentrum er eenmaal stond, begonnen de problemen. Door de bureaucratie kreeg het zijn vergunningen niet op tijd rond, maar erger was: de douane-afhandeling van de export verliep tergend traag. ‘De Italiaanse douane komt alles fysiek controleren, het gebruik van IT-systemen is daar veel minder ingeburgerd dan hier.’

              

Een logistiek voordeel hoeft dus niet altijd ook een fiscaal voordeel te zijn. Maar kunnen ze ook tegenstrijdig zijn? Volgens De Jager komt dit niet vaak voor. ‘Ik heb het nog nooit meegemaakt dat er alleen fiscale voordelen aan een oplossing zaten. Vanuit onze filosofie kan er geen sprake zijn van een tax only Supply Chain-oplossing.’

      

Han Kampman van Capgemini is het hier mee eens: ‘De tax-case moet een bijeffect van je Supply Chain-project zijn. Belastingvoordelen mogen nooit tot operationele inefficiency’s leiden.’

           

NASCHRIFT

De nieuwe structuur plus het aangepaste ERP-pakket is bij Mallinckrodt slechts gedeeltelijk geëffectueerd. Toen ongeveer de helft van de landen live was, werd Mallinckrodt overgenomen door concurrent Tyco. Rob van der Meer is inmiddels directeur van Facilityplaza, een dienstverlener waaraan bedrijven hun volledige e-procurement kunnen uitbesteden, tel.: (035) 64 24 801. Ook doet hij advieswerk op het gebied van Tax Effective Supply Chain Management.

Han Kampman van Capgemini is te bereiken op (030) 689 88 53, of han.kampman@capgemini.com

Marinus de Jager van Deloitte is te bereiken op (020) 582 57 77, zijn collega John Sloot op (010) 880 11 55.

           

TAX EFFECTIVE SUPPLY CHAIN MANAGEMENT

Het basisidee van Tax Effective Supply Chain Management (Tescm) is om zoveel mogelijk toegevoegde waarde bij de principaal-vestiging te leggen in een land met een lage belastingdruk. Productievestigingen worden ‘gestript’ tot ofwel een contract manufacturer die op rekening van de principaal grondstoffen koopt en verwerkt tot eindproducten of tot een consigment manufacturer die zelfs de inkoop van grondstoffen aan de principaal overlaat.

             

Voor de verkoopkantoren zijn er drie grondvormen. Dit kan een agent zijn die puur op naam en voor rekening van de principaal handelt en hier commissie voor ontvangt.

Daarnaast is er de commissionair, een vorm waarbij de verkoopvestiging uit eigen naam handelt maar voor rekening en ten gunste van de principaal. Een derde vorm is de Limited Risk Distributor (LRD). Dit is een ‘normale’ verkooporganisatie met dit verschil dat voorraad-, debiteuren- en valutarisico’s aan de principaal kunnen worden toegerekend.

 

Reageer op dit artikel