artikel

Nico Anten: ‘Anderen succes gunnen, daar komt dit resultaat vandaan

Distributie

De Nederlandse Logistiek Prijs gaat dit jaar naar Connekt voor het stimuleringsprogramma Lean and Green, gericht op duurzame logistiek. Dat project loopt af en maakt onmiddellijk een doorstart, want de sector is helemaal om. Nico Anten zag zichzelf al terug in dagblad Trouw en op tv.

Nico Anten: ‘Anderen succes gunnen, daar komt dit resultaat vandaan

Anten begrijpt dat hier en daar de wenkbrauwen omhoog zijn gegaan bij de bekendmaking van Connekt als winnaar van de Nederlandse Logistiek Prijs. Was dat niet vooral bedoeld voor bedrijven die een voorbeeldfunctie vervullen waar het gaat om logistieke verbetering? Het juryrapport noemt Lean and Green juist een inspirerend voorbeeld van een geslaagde samenwerking tussen bedrijven, onderzoeksinstellingen en overheid. Anten kan niet anders dan dit volledig beamen. Vanuit zijn eigen perspectief kijkt hij terug op vijf jaar Lean and Green.

‘Dit programma laat zien, dat er nieuwe vormen van samenwerking mogelijk zijn. Dat er bereidheid in de markt is om inzichten en opbrengsten met elkaar te delen. Deelnemende bedrijven aan het programma redden het niet zonder samenwerking te zoeken met ketenpartners. Gemeenten doen hetzelfde om hun ambitie ten aanzien van stedelijke distributie te realiseren. Met elkaar hebben we dit resultaat opgebouwd: bijna 300 organisaties die de CO2-belasting van logistieke processen met minimaal twintig procent laten afnemen.’

 


Wat is bepalend voor het succes?


‘Vorige maand was ik op uitnodiging in Australië. Daar kennen ze Lean and Green, maar zelf hebben ze moeite om een vergelijkbaar programma rond duurzame logistiek van de grond te krijgen. Waar ligt dat nou aan? Een belangrijke succesfactor is dat de overheid bewust op afstand is gaan staan. Het ministerie heeft het los durven laten. Dat wilden we ook heel graag als Connekt. Want de start in 2008 was best spannend. Zijn we in staat om bedrijven te verleiden om mee te doen? Dat lukt niet als de overheid voortdurend over de schouder mee kijkt. Wel zijn we altijd heel transparant geweest naar de overheid: dit zijn de resultaten tot nu toe, dit is haalbaar en dit is kwetsbaar. Het ministerie was daar tevreden mee en gaf volledige support.

Belangrijk is ook, dat bedrijven elkaar hun vertrouwen geven. Wij hebben de sfeer gecreëerd, waarin dat mogelijk is. Bedrijven durfden over hun eigen schaduw heen te springen. Het levert ze ook iets op. Dat besef drong al snel overal door. Verder hebben we de deelnemers alle kans gegeven om invloed te hebben op het project. Geen ivoren toren politiek. Zij bepaalden de norm van twintig procent reductie. Van hen kwam de wens om internationaal te gaan en een deel van het programma verder uit te diepen naar twee sterren. Dat zorgt voor draagvlak. De les die ik heb geleerd is, dat het netwerk zelf initiatieven moet ontwikkelen om succesvol te zijn. Dan is er ook bereidheid om te investeren.’

 


Hoe is Connekt er in geslaagd om scepsis te overwinnen?


‘Misschien heeft dat wel te maken met de houding, die er op gericht is om anderen het succes te gunnen. Deelnemers doen het zelf en krijgen daar erkenning voor. Dat motiveert mensen, zowel individueel als op het niveau van organisaties. In een vroeg stadium hebben we de samenwerking gezocht met TLN en EVO in de wetenschap, dat zo’n programma in hun achterban soms wat moeilijk ligt. Wat bleek te werken is om te gaan voor een haalbaar doel, in plaats van te reageren op weerstanden in de samenleving. We hebben er veel aan gedaan, dat anderen zich onderdeel voelen van het succes.’

 


Het credo was: vrijwillig, niet vrijblijvend


‘Niemand dwingt je om mee te doen, maar doe je mee als bedrijf dan zijn er ook consequenties. Bijvoorbeeld dat je de award niet haalt of kwijtraakt vanwege het uitblijven van resultaat. Dat kan schade berokkenen. Ik sluit niet uit, dat dit ook gaat gebeuren dit jaar. Voor alle deelnemers is het belangrijk, dat we niet marchanderen met de voorwaarden.’

 


Is de norm wel scherp genoeg? Gaan bedrijven tot het uiterste?


‘Dat is een lastig vraagstuk. De norm is gesteld op twintig procent, los van wat de uitgangspositie is. Als je weinig hebt gedaan tot nu toe, haal je de doelstelling veel sneller dan bedrijven, die al ver zijn op dit punt. We beseffen dat, maar hebben niet teveel complexiteit willen toevoegen in de procedure, om te voorkomen dat veel bedrijven op voorhand al afhaken. Het is niet anders. Vanaf nu kunnen deelnemers wel extra stappen zetten en ze zien dat vervolgens beloond in meer sterren. Daar zit de stimulans voor deel van de awardwinnaars, die het belangrijk vinden om zich te onderscheiden.’

 


Van belang is ook – zegt de jury – de menselijke maat


‘Daar hebben we vol op gestuurd. Als ik destijds met mensen hierover sprak, dan zeiden ze: ik ben de enige die iets doet, het wordt niet gezien, het maakt niet uit. Juist die mensen hebben we bij elkaar gebracht om te laten zien, dat ze niet alleen zijn. Van meet af aan wisten we, dat niets zo overtuigend werkt, dan mensen uit de sector die elkaar aanmoedigen. Vandaar de benoeming van ambassadeurs, die het enthousiasme hebben gevoed. Werken aan duurzaamheid is toch voor een deel een persoonlijke keuze. De ambassadeurs hebben op dat punt heel duidelijk een gezicht laten zien. Zonder hen was het een stuk lastiger geweest om het programma tot een succes te maken.’

 


Wat heeft deelname de bedrijven aan kostenreductie opgeleverd?


‘Bedrijven doen om verschillende motieven mee. Sommigen gaan alleen voor kostenreductie. Dat is prima. De bijvangst is namelijk altijd een verlaging van de CO2-uitstoot. Anderen zien veel meer dan een business case, zij gaan voor een value case in de zin van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarin is Lean and Green vaak een deel van de totale puzzel. Ik kan niet zeggen wat deelname voor individuele bedrijven aan kostenbesparing heeft opgeleverd. Die gegevens delen ze niet met ons. Dus we kunnen daar ook geen totaalcijfer of gemiddelden van geven. Maar ik heb gemerkt, dat de lean component zichzelf verkoopt, meer nog dan de green component. Bedrijven snappen heel goed, dat een betere belading of een vermindering van de rijsnelheid van 90 naar 85 kilometer per uur uiteindelijk geld oplevert.’

 


Kan het programma nu zonder de overheid verder?


‘Van meet af aan was het de bedoeling, dat na vijf jaar dit programma zichzelf moet kunnen bedruipen. We zijn vorig jaar al in gesprek gegaan met de bedrijven over de voortgang. Zij vinden het programma waardevol en zijn bereid er voor te betalen. Vervolgens zijn we gaan rekenen om uit te komen op een bedrag, dat voor de bedrijven acceptabel is en tevens de kosten dekt. We durven het avontuur aan. Net als Connekt zelf moet Lean and Green ook zonder subsidie van de overheid kunnen draaien. Inmiddels hebben de meeste bedrijven aangegeven, dat ze blijven meedoen. Tot nu toe besloot één bedrijf af te haken. Op termijn verliezen afhakers het recht om het logo te voeren. De financiële bijdrage is nodig om de waarde van het programma te beschermen. Met de kern van de huidige deelnemers kunnen we de vaste kosten dekken. Zelf willen we ook lean zijn. Dus als er meer taken en meer deelnemers op ons afkomen gaan we extra capaciteit inhuren.’

 


Welke uitbreiding is nodig om te kunnen groeien?


‘Goed voorbeeld is de toevoeging Personal Mobility Award. Daarbij gaat het om personenvervoer, zoals woon-/werkverkeer. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft als eerste de award ontvangen met de plannen om een CO2-reductie van 28 procent te realiseren in vijf jaar tijd. Daarnaast hebben Douwe Egberts en Otto Workforce dezelfde award gekregen. Ik verwacht voor het einde van dit jaar nog een aantal deelnemers te kunnen inschrijven. Daarnaast denken we na over een Lean and Green Solutions Award. Die is voor aanbieders van services, producten en systemen, waarmee verladers en vervoerders tot reductie van CO2-uitstoot te kunnen komen. Dan moet je denken aan bijvoorbeeld navigatiesystemen.’

 


Hoe ziet het plaatje er uit over vijf jaar?


‘Ik hoop dat de sector dan volop bezig is met innovatie en het slimmer maken van logistieke processen. Dat helpt enorm om de sector overeind te houden en interessant te zijn voor goed opgeleide mensen, die graag in de logistiek werkzaam willen zijn. Voor Connekt zelf hoop ik, dat we dan nog steeds gezien worden als een partij, die een vertrouwde omgeving biedt om met elkaar samen te werken op technologisch gebied, gericht op mobiliteit. Dat hoeft niet per se duurzaamheid te zijn. Misschien zijn we dan al weer met iets anders bezig. Zelf kijken we niet verder dan drie jaar vooruit. We zijn goed in ontwikkelen en iets in gang zetten. Maar we hoeven dit niet zelf te faciliteren. Dat kan ook een andere partij op zich nemen.”

 


Wat doet duurzaamheid met jou als persoon?


‘Vroeger wilde ik machinist worden, daarna piloot. Aan de andere kant was ik op mijn vijftiende al lid van Natuurmomenten. De combinatie van mobiliteit en duurzaamheid loopt als een rode draad door mijn leven. We proberen in ons gezin echt te gaan voor duurzame mobiliteit. Ik ben er zeer van overtuigd, dat we onze welvaart en ons welzijn kunnen verhogen als overheid en bedrijfsleven samenwerken op dit punt. Hoe kun je de tegenstrijdigheden die er zijn met elkaar verzoenen? Dat zie ik als een grote uitdaging. Het was fantastisch – niet alleen voor mij, maar voor het hele team – dat ik door dagblad Trouw op plek elf in De Duurzame Top Honderd ben gezet. De foto met mij op een fiets en met een grote spade in de hand haalde zelfs het tv-programma ‘Dit was het nieuws’. Het commentaar van Raoul Heertje was hilarisch: “Gynaecoloog Barbie wil voor de zekerheid toch nog een uitstrijkje maken”. Het had erger gekund. Wat de waarde is van dit soort lijstjes weet ik niet. Maar het helpt wel.’

 

Juryrapport

Connekt is de 28ste winnaar van De Nederlandse Logistiek Prijs, een initiatief van de VLM (Vereniging Logistiek Management). Over Connekt zegt de jury in haar rapport, dat het programma Lean and Green scoort met een vraaggestuurde aanpak – ontwikkeld door bedrijven voor bedrijven, zonder doelstelling van buitenaf. Het programma is dynamisch en ontwikkelt zich steeds verder. De doelstelling is helder en grensverleggend – letterlijk ook, gezien de belangstelling uit het buitenland.

Lean and Green stuurt op een combinatie van economische en ecologische resultaten, dus kostenbesparing naast CO2-reductie. Dat stimuleert bedrijven en gemeenten om mee te doen. De jury prijst Connekt door in het programma oog te houden voor de menselijke maat. Chauffeurs moeten er in geloven, planners ook. De aanstelling van ambassadeurs onderstreept het mensgerichte karakter.

 

Het project stelt een voorbeeld op het punt van samenwerking – 20 procent besparen op CO2 lukt geen enkel bedrijf individueel. Geslaagde samenwerking is er ook tussen de 3 O’s (Overheid, Onderwijs en Ondernemingen), en Connekt werkt heel goed samen met andere organisaties in de logistiek. Aansprekend is het resultaat, dat 35 procent van de vrachtwagens in Nederland voorzien zijn van een Lean and Green logo.

 


– dit artikel verscheen eerder in Logistiek Magazine – decembernummer 2012 –

Reageer op dit artikel