artikel

Eric Janse de Jonge: ‘Stadsdistributie moet nu écht loskomen

Distributie Premium

Eric Janse de Jonge is begin dit jaar met veel ambitie begonnen in zijn nieuwe rol van Ambassadeur Stedelijke Distributie. Voor hem wacht de komende drie jaar de zware taak om oplossingen op het gebied van stedelijke distributie hoog op de agenda te krijgen bij het bedrijfsleven en decentrale overheden.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 20 maart 2009.

Niet liever de titel van autoriteit gekregen?

Dr. Eric Janse de Jonge (51), is namens het CDA lid van de Eerste Kamer. Van 2002 tot 2007 was hij lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, waarin hij onder andere belast was met verkeer en vervoer. Sinds 1 januari dit jaar is hij voor 0,3 fte Ambassa-deur Stedelijke Distributie. Ook is hij partner bij adviesbureau BMC in Amersfoort

EVO en TLN hadden die titel ook liever gegeven, maar belangrijke koepelorganisaties als Interprovinciaal Overlegorgaan (IPO) en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hadden daar grote bezwaren tegen. Zij vinden het niet passen om naast de verantwoordelijk minister van Verkeer en Waterstaat ook nog eens een autoriteit te zetten. Deze titel is neutraler. Ik heb desalniettemin een zwaarwegende rol mocht er bijvoorbeeld bij een conflict een bemiddelende rol van mij worden gevraagd. Wat mij ook sterkt, is dat ik minister Camiel Eurlings achter mij heb staan, die mij in deze hoedanigheid herkent als autoriteit.”
 

Waarom is de commissie ter ziele?

“Nadat ik Alexander Sakkers was opgevolgd als voorzitter, kwamen we er achter dat het beter was, mede ook gesterkt door de bevindingen van de Commissie Noordzij, om de commissie Stedelijke Distributie over te laten gaan in een ambassadeurschap. Door voor één ambassadeur te kiezen, geef je in je communicatie naar buiten toe het onderwerp stadsdistributie een veel beter smoelwerk.”
 

Het klankbord is dus weggevallen?

“Dat lijkt maar zo. Ik beschik nu over een groep van acht experts die mij adviseren en stimuleren bij het uitdragen van mijn gedachtegoed. Het is een denktank waarin mensen zitten die vanuit hun rol bij decentrale overheden, logistieke bedrijfsleven en belangenorganisaties in logistiek en transport te maken hebben met stadsdistributie. Zij hebben puur een adviserende rol en fungeren voor mij als extra ogen en oren in het veld.”
 

Wat zijn de ambities?

“Ik ben nu bezig met een rondje langs de voorzitters van EVO, TLN en KNV om mijn rol uit te leggen. Ook vraag ik gelijk hoe zij denken over werkbare oplossingen op het gebied van stedelijke distributie en hoe ik die oplos-singen kan stimuleren. Ik ga dus niet zaken zelf regelen of bekostigen, maar opereer puur ondersteunend. Uit de gesprekken en bijeenkomsten waar ik nu ben geweest, blijkt dat er de komende drie jaar veel werk ligt. Daarnaast zal ik mijn functie zo goed mogelijk moeten zien te verkopen via digitale nieuwsbrieven, de website en dáár aanwezig zijn waar interessante stadsdistributieprojecten zijn. Ook komt er een prijsvraag, waarin we kansrijke projecten onder de aandacht willen brengen en daar eventueel ook subsidies voor willen regelen bij de overheid. Een van mijn belangrijkste doelen en uitdagingen is verder dat gemeenten het onderwerp goederenvervoer/stedelijke distributie, naast het spoor van personen, verankeren in hun bestemmingsplannen.”
  

Wat is de rol van de ambassadeur bij milieuzone conflicten?

“Die bestaat vooral uit bemiddelen. Zo is in Eindhoven, waar een langdurig conflict was, uiteindelijk een oplossing gevonden. In Maastricht dreigde de invoering van een milieuzone in twee allee’s uit te draaien op een rechtzaak tussen bedrijfsleven en gemeente. De zaak stond al op de rol toen deze ons ter ore kwam. Ik heb aangeboden te bemiddelen waarop uiteindelijk besloten is om de rechtzaak niet door te laten gaan. Ik denk dat een rechter het ook niet eens zo ver zou laten komen, als hij weet dat er een mediator is die kan bemiddelen bij dit soort conflicten. Ondanks de problematiek eromheen hebben milieuzones er wel voor gezorgd dat het vliegwiel omtrent de stadsdistributie op gang is gekomen. Bedrijfsleven en overheden kijken dankzij de milieuzone veel serieuzer naar alternatieve vormen van stadsdistributie.”
 

Welke kansen hebben Binnenstadservice.nl en Mokum Mariteam?

“Binnenstadservice.nl is een lovenswaardig initiatief, maar is geschikt voor binnensteden als Den Bosch, Utrecht en Haarlem. Voor Den Haag, Rotterdam en Amsterdam heb ik zo mijn vraagtekens. Mokum Mariteam (transport van bouwmaterialen per boot via de Amsterdamse grachten, red.) is een goede oplossing op het gebied van bouwlogistiek. Deze bevoorrading zou ook bij uitstek geschikt zijn in het centrum van Delft waar straks een bevoorradingsprobleem dreigt te ontstaan als de nieuwe spoortunnel wordt aangelegd. Het is jammer dat veel van dit soort initiatieven lokaal georganiseerd zijn, waardoor andere gemeenten er niet van profiteren. Men kijkt te weinig over elkaars schutting. Stadsdistributie moet dan ook nu écht loskomen in Nederland.”

 

Biedt de crisis kansen?’

“De transportsector zal de dip moeten aangrijpen om zich duurzamer te gaan organiseren. Voor truckproducent DAF zal de crisis bijvoorbeeld aanleiding moeten zijn om te investeren in nog schonere motoren. Het kabinet, Rijk en provincies moeten hierin mijns inziens flink stimuleren. Zij moeten bedrijven prikkelen door duurzaamheid als een belangrijk toetskader vast te leggen in hun regelgeving. Daarom is het ook zo belangrijk dat er, in plaats van de huidige versnippering, een helder nationaal beleidskader komt voor stedelijke distributie, waar alle betrokkenen aan gehouden kunnen worden. Dit wordt dus een interessante beleidslijn die wat mij betreft voor zeker tien jaar duidelijkheid verschaft aan alle partijen.”

Reageer op dit artikel