blog

Hoe pak je herstelbegeleiding aan als bedrijf?

Warehousing

Hoe pak je herstelbegeleiding aan als bedrijf?

U heeft een medewerker met een blessure? Doe als een topsporter, start het oefenprogramma op de werkvloer, is het advies van Bert van de Wijdeven. “Een arbeidsgerichte begeleiding is namelijk van groot belang, maar helaas is de reguliere gezondheidszorg hiertoe zelf niet in staat. Je moet het zelf oppakken.”

Iemand die fysiek werk verricht en een blessure krijgt, heeft in feite een dubbel probleem. Het lijkt een beetje op de glazenwasser die hoogtevrees krijgt.  Allerlei vragen dringen zich op en doemscenario’s komen te voorschijn. Is het wel slim om snel terug te keren in het werk? Moet ik mijn gezondheid op het spel zetten voor mijn baas? Komt de blessure door het werk? Vanuit de directe omgeving krijgt de geblesseerde vooral voorzichtige adviezen: zet je gezondheid niet op het spel voor je werk.

Aan de werkgeverskant zijn er ook twijfels: moet ik ander werk aanbieden en zo ja voor hoe lang? Krijg ik dan precedenten? Is het werk misschien de oorzaak? Wordt er wel hard genoeg gewerkt aan een terugkeer? Zelfs als het duidelijk is dat de oorzaak ergens anders ligt, bijvoorbeeld bij een sportblessure, spelen deze vragen en twijfels een rol. De wederzijdse beïnvloeding van de klacht en het herstelproces enerzijds en het werk en de terugkeer hierin anderzijds maakt de situatie bijzonder.

Gezondheidszorg niet gericht op werk

De manier waarop onze gezondheidszorg omgaat met deze problematiek maakt het allemaal nog erger. De reguliere gezondheidszorg is namelijk in het geheel niet gericht op ‘werk’. Dat is geen kritiek op de uitvoerenden, maar een uitvloeisel van het systeem. De doelstelling die wordt gehanteerd is een gezondheidsdoelstelling:  zij maken iemand beter. Daarmee wordt meestal bedoeld dat de patiënt de gewone alledaagse handelingen weer kan uitvoeren zonder pijn of andere problemen. De terugkeer in het werk is een ander werkterrein, daar doet de bedrijfsarts zijn werk of in ruimere bewoording: de bedrijfsgezondheidszorg. Deze twee werelden zijn strikt gescheiden. TNO heeft becijferd dat het feit dat de reguliere gezondheidszorg de aansluiting met ‘arbeid’ mist, jaarlijks miljarden aan extra kosten met zich meebrengt. Daarbij zijn de verliezen inzake de ellende op de werkvloer en de verstoorde arbeidsrelaties niet inbegrepen. In de SER wordt momenteel dan ook hard gewerkt aan een advies voor een verbetering van de (bedrijfs-) gezondheidszorg in relatie met arbeid.

Oefenprogramma kan op de werkvloer

In de topsport is het ondenkbaar dat iemand die herstelt van bijvoorbeeld een knieklacht, eerst een tijd lang bij de therapeut loopt en pas als alles weer een beetje is genormaliseerd, start met de training voor terugkeer in het veld. Herstel van de klacht en terugkeer op het speelveld zijn in die sector volledig met elkaar verweven en dat is de enige werkbare manier. Er is één begeleidingstraject met één begeleider en één doel: verantwoord, maar zo snel als mogelijk terug in het speelveld.

Dit principe is op zich zelf goed te vertalen naar de werkvloer. Ook daar kan het oefenprogramma dat iemand volgt in de herstelfase gericht zijn op het werk dat straks gedaan moet worden. De heftruckchauffeur met schouderklachten kan in de eerste weken van het herstel al beginnen met oefeningen die gericht zijn op het  besturen van de heftruck. In die opzet wordt de dosering van de terugkeer in het werk een integraal onderdeel van het reguliere herstelproces en niet iets dat achteraf gebeurt. Bij veel blessures wordt het herstel immers ernstig belemmerd door een ongegronde angst voor overbelasting. Een goede begeleiding en voorlichting  is daarom essentieel. Bovendien kan de behandelend therapeut als geen ander bepalen welke belasting mogelijk is en alleen hij kan de reactie van het lichaam op de werkbelasting goed beoordelen.

Specifieke expertise

Een dergelijke ‘arbeidsgerichte herstelbegeleiding’ vraagt een specifieke expertise. Behalve de kennis van klachten, het bijbehorende herstelproces en de relevante trainingsprogramma’s heeft de herstelbegeleider ook kennis van de werkprocessen en van de fysieke belasting die dat specifieke werk met zich mee brengt. Onderzoek naar mogelijke oorzaken in het werk, training van de medewerkers in een minder belastende werkwijze, samenwerken met leidinggevenden en advisering over verbeteringen zijn ook belangrijke onderdelen van het vakmanschap van de herstelbegeleider.

Deze discipline bestaat nog niet in de reguliere gezondheidszorg. Wel zijn er steeds meer bedrijven met fysieke arbeid die deze expertise inhuren om hun medewerkers te begeleiden. Zij bieden deze deskundigheid vrijblijvend en in goed overleg met de medewerker aan, vanuit de gedachte dat beide partijen baat hebben bij een goed verlopend herstelproces. Door medewerkers wordt de arbeidsgerichte herstelbegeleiding zeer positief ervaren. Het zou wel eens kunnen zijn dat deze discipline in de toekomst de kloof tussen de gezondheidszorg en arbeid, althans waar het gaat om blessures in de context van fysieke arbeid, gaat overbruggen. Dat het kan, is al op vele plekken bewezen, maar voordat het een breed toepasbare discipline wordt, die ook voor midden- en kleinbedrijf kan worden ingezet, zullen eerst de verzekeraars de voordelen daarvan moeten ontdekken.

‘Werk aan fysiek werk’

Lees ook in deze serie ‘Werk aan fysiek werk’ van Bert van de Wijdeven:

Training van arbeidsmotoriek verhoogt productiviteit

Coaching van fysieke arbeid: een trainingsguide

Zo vermindert een betrokken werknemer de fysieke belasting

Reageer op dit artikel