blog

Is de verankering van uw magazijnstelling veilig?

Warehousing

Is de verankering van uw magazijnstelling veilig?

Voor het inspecteren van de verankering van magazijnstellingen is meer deskundigheid vereist dan op het eerste gezicht lijkt, zegt Clemens Staphorst van de KVVM. Hij geeft hier zijn visie op de belangrijkste parameters voor het beoordelen van de verankering van magazijnstellingen.

Waarom moeten stellingen verankerd worden?

•    Plaatsvastheid;
•    Stabiliteit van de constructie en het waarborgen tegen kantelen door dwarskrachten;
•    Goed contact met de vloer hebben en het zorgen voor plaatsvastheid van vulplaten;
•    Veiligheid in verband met verschuiven en instorten;
•    Het tegen gaan van verschuiven en maatvastheid van gangpaden waarborgen;
•    Een hogere belastbaarheid toestaan vaak in combinatie met kruisverbanden;
•    Het opnemen van dwarskrachten ten gevolge van aanstoten bij vrij toegankelijke stellingen;
•    Verankering kan onderdeel zijn van de totale constructie bij kranenmagazijnen of andere meer gecompliceerde installaties;
•    Andere constructieve redenen.

Laatste stand der techniek
In de huidige tijd waarin stellingen berekend worden met de eindige elementenmethode, waarbij het (zo dun mogelijke) materiaal bijna overal geschroefd is, is ook de methode en noodzaak van het verankeren van groot belang voor een veilige constructie. De fabrikant zal zeker aangeven op tekening of in de specificatiebladen hoe er verankerd moet worden. Bij de inspectie van stellingen is controle van verankering een wezenlijk onderdeel om een goede rapportage over de veiligheid te kunnen maken. Voor het inspecteren van de verankering is daarom meer deskundigheid vereist dan op het eerste gezicht lijkt.

Specificatie van ankers
In het kort zijn de uittrekkracht en de afschuiving de belangrijkste gegevens voor de specificatie. Bij iedere stellingmontage is na te gaan hoe en waarmee er verankerd moet worden; dus het type anker, het aantal, de diepte, de plaats en wat de uittrekkracht minimaal moet zijn.

Wat zijn de belangrijkste parameters voor het beoordelen van de verankering?

  1. Gegevens van fabrikanten en leveranciers
  2. Normen vroeger en nu
  3. Deskundigheid van de bouwer en de beoordelaar
  4. Wijzigingen van de opstelling na eerste montage
  5. Veranderingen in de vloer door veroudering, zetting en buiging
  6. Schade zowel van de stellingonderdelen als van de vloer


1. Gegevens van de fabrikant of leverancier
Het belangrijkste zijn de gegevens van de stellingfabrikant. Hij geeft garantie en is aansprakelijk. Op de montagetekening of in de specificatiebladen staan de wijze van verankeren en de te gebruiken ankers aangegeven. Bij gebruikte stellingen, of oude stellingen, zijn deze gegevens vaak niet meer beschikbaar. De normen kunnen hier een goede leidraad zijn.

2. Normen voor magazijnstellingen waarin verankering genoemd wordt
De NEN-normen op een rijtje:
– NEN 5051 geeft aan naast de diepte /hoogte verhouding, een minimale uittrekkracht van 4,5kN bij verankering;
– NEN 5052 informatie voor de constructeurs van vloer en stellingen en verwijst voor de informatie over voetplaten op diverse soorten vloeren  naar ETAG001;
– NEN-EN 15512 geeft aan voor verankering in een C20/25 betonvloer een minimum van 3kN trekkracht en 5kN schuifkracht;  
– NEN-EN 15629 geeft informatie over verschillende aandachtspunten bij verankering in verschillende soorten vloeren en aanbevelingen wanneer er sprake is van holle vloeren, of situaties met allerlei leidingen en kabels dicht onder het vloeroppervlak. In deze situaties is overleg met de fabrikant of leverancier noodzakelijk;
– NEN-EN 15635 vermeldt dat alle staanders verankerd moeten zijn volgens voorschrift van de fabrikant. De voetplaten moeten volledig contact met de ondervloer maken en vulplaten mogen niet verschoven zijn.

 

Er dient jaarlijks een inspectie te zijn door een deskundige (expert inspection).        

Nieuwste norm NEN5056: 2011
De nieuwste NEN-norm geldt vooral voor nieuwe stellingen die onder “het Bouwbesluit” vallen en waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is (in het algemeen stellingen hoger als 8,5 m en of vloerdragend). De norm geldt niet voor reeds gemonteerde bestaande stellingen van voor 2011. De reden voor deze norm is om een verband te leggen tussen de Europese normen voor stellingmateriaal en de Nederlandse bouwwetgeving, het Bouwbesluit 2012.
Voor kantelgevaar wordt in deze norm een hogere en specifiekere eis gesteld dan de Europese NEN-EN15512 (landelijke afwijkingen, A-deviaties, op Europese normen zijn toegestaan). Uittrekkracht en afschuifkracht moeten minimaal 10kN bedragen (niet gelijktijdig). Per verankering van een staanderprofiel zijn 2 ankers nodig om torsie te voorkomen, tenzij dit op andere wijze wordt tegengegaan. Deze norm is dus aanzienlijk zwaarder als de Europese norm.

NPR-bladen
Naast de normen zijn er NPR-bladen met als doelstelling de normen hanteerbaar en toegankelijker te maken. Verankering wordt genoemd in de NPR 5054 onder andere het beoordelen van aanrijdingschades en de NPR 5055 met checklist voor het beoordelen van het stellingmateriaal  en de magazijnveiligheid in combinatie met magazijntrucks en personenverkeer.

3. Deskundigheid van bouwer en beoordelaar
Voor het bouwen van stellingen is deskundigheid nodig; om het uiteindelijke bouwwerk te laten voldoen aan alle eisen vraagt de nodige kennis en ervaring. Het verankeren alleen al is een belangrijk onderdeel van het werk. Veelgestelde vragen daarbij zijn:
Kan overal op de juiste wijze (diameter en diepte) geboord worden en wat zijn de toleranties?
Hoe te verankeren bij dilatatievoegen, naast gebouwkolommen en bij muren?

Is er sprake van mogelijkheid tot corrosie zoals in magazijnen waar regelmatig de vloer geschrobt wordt of in koel en vriesomstandigheden en of bij opslag van chemische agressieve produkten? Dan zijn meestal specifieke ankers voorgeschreven, soms ook in combinatie met speciale (bijv. kunststof) voetplaten.
Kan overal recht geboord worden en wat te doen als de boor schuin verloopt in de vloer wegens kiezel of bewapening?
Hoe hoog mogen maximaal de vulplaten zijn bij vloerongelijkheden  Kan de uittrekwaarde overal gegarandeerd worden en zijn alle ankers vast na montage. Met name na te gaan als er al verankerd wordt terwijl de vloer nog onvoldoende is uitgehard.
Zijn er plaatsen waar niet of niet diep genoeg geboord mag worden en hoe is dat opgelost om voldoende stabiliteit en veiligheid te waarborgen?

De beoordelaar of inspecteur kan zien of alle ankers aanwezig zijn, het juiste type gebruikt is en of ze ook vast zitten. Ook de aanwezigheid en juiste positie van vulplaten is van belang. Afwijkingen kunnen visueel eenvoudig worden vastgesteld, tenzij deze aan het oog worden onttrokken door de constructie of goederen.
Bijzondere aandacht voor verankering is nodig 1 a 2 jaar na ingebruikname. In het gebruik onder wisselende belastingen, door de dwarskrachten bij het in- en uitstapelen, zal de stelling min of meer bewegen en hierdoor kunnen ankers los raken of afschuiven. Voor ankers die steeds opnieuw losgaan, moet worden nagegaan wat de oorzaak van losraken kan zijn en er dient in een betere verankering te worden voorzien.

4. Wijzigingen in de opstelling na eerste montage
Als eerste is de vraag belangrijk of de wijziging van een magazijnopstelling wel valt binnen de aanwezige bouwvergunning. Bij de installatie van gebruikte stellingen dient men eerst na te gaan of een omgevingsvergunning van de gemeente noodzakelijk is. Wil men aan de huidige veiligheidsregels voldoen dan is voortschrijdend inzicht dat ook de nieuwste normen voor verankering zoveel als mogelijk worden aangehouden. De eigenaar of gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid van het materiaal waarmee en waartussen gewerkt wordt.
Als de fabrikant of leverancier van het materiaal niet meer bestaat, kunnen de huidige normen een goede leidraad zijn voor een veilige verankering of kan een onafhankelijk deskundige uitsluitsel geven.

5. Veranderingen in de vloer
Betonvloeren kunnen gescheurd zijn, verzakt, of er kunnen grote hoogteverschillen zijn ontstaan door ongelijke vloerbelastingen en bij dilatatievoegen. Hier moet de rechtstand op kantelen gecontroleerd worden en zonodig moet daar aanvullend ondervuld en verankerd worden.

Verder komen ook in Nederland soms in bepaalde gebieden lichte aardschokken voor. Hoewel daar niet mee wordt gerekend, is het voortschrijdend inzicht dat metname daar waar kans op aardbeving aanwezig is, zoals in Noord-Limburg en Groningen, extra aandacht aan de verankering van stellingmateriaal wordt gegeven.

6. Schadevoorbeelden van verankering

Waarom raken ankers los of breken deze af?
Behalve door al bovengenoemde oorzaken vanuit de stellingconstructie zelf, zijn in het gebruik de meeste oorzaken:

  • Het met vloerpallets of lading langs het anker schuren. De ankers met losse moer zijn hier het meest gevoelig voor;
  • Het aanstoten met de truckvorken, wielen  of andere soorten aanrijdingschade;
  • Het aanrijden tegen de stelling met de achterzijde of zijkant van de truck waardoor het  staanderprofiel wordt beschadigd en het anker kan worden afgeschoven;
  • Het uitbreken van de vloer onder een staander, veelvuldig  aan beide kanten van een dilatatie.

Men realiseert zich niet altijd dat door de werking van een dilatatie ook de stelling onder spanning komt te staan.

Niet genormaliseerde verankeringen
Verankeringen van geleiderail en aanrijdbeveiligingen zijn niet specifiek in ‘Normen’ genoemd.  Hier is het voorschrift van de fabrikant of truckleverancier maatgevend. Vanwege de hoge aanrijdkrachten, de zijdelingse drukkrachten komt anker en vloerschade veelvuldig voor en is per geval te beoordelen wat de beste verankering is en hoe de meest voorkomende anker en vloer schade is te voorkomen.

Samenvatting verankering van stellingmateriaal

Norm Aantal/staander Uittrekkracht* Afschuifkracht* Opmerking
NEN 5051
(1982)    
0 of 1   4,5kN Afhankelijk van hoogte en diepte verhouding
NEN-EN 15512
(2009)
1 3kN 5kN
NEN-EN 15635
( 2008)
Minimaal 1 Specificatie   fabrikant Specificatie fabrikant   Inspectie jaarlijks
NEN 5056
( 2011) 
2** 10kN 10kN Aanvulling op
NEN-EN 15512

 


*   De aangegeven waarden zijn minimumwaarden. Voorschrift fabrikant is bindend.
** Meest veilige normvoorschrift indien ook de gatenverdeling in de voetplaat hierin voorziet.

De fabrikant kan hiervan echter afwijken (zie ook alinea hieronder).

Norm wettelijk?
Is een Norm wel of niet wettelijk? Dat is een veelgestelde vraag aan magazijninrichters. Een Norm is in beginsel een aanbeveling met de bedoeling dat koper en verkoper beide dezelfde specificaties hanteren. Van een Norm mag worden afgeweken als het resultaat minimaal een aantoonbare en gelijkwaardige veiligheid biedt. De Hoge Raad en de Raad van State hebben er recentelijk uitspraken over gedaan hoe Normen binnen het wettelijk kader moeten worden beschouwd. Zie ook NEN-nieuwsberichten.

Literatuur:
Normverwijzingen van verstelbare palletstelling systemen
NEN5051 Aanschafgegevens, montage en gebruik
NEN5052 Belastingen en imperfecties
NEN5056 Afwijkingen van en aanvullingen op NEN-EN 15512
NEN-EN 15512 Grondslagen voor constructief ontwerp
NEN-EN 15620 Toleranties, vervormingen en veiligheidsafstanden
NEN-EN 15629 Specificatie van magazijnstellingen
NEN-EN 15635 Gebruik en onderhoud van magazijnstellingen
NPR5054 Projectspecificatie in samenhang met de verklaring van toegelaten gebruik
NPR5055 Arboverantwoordelijkheden en controlelijsten voor de periodieke inspectie
ETAG 001 Ontwerpmethoden voor verankering in beton

Meer informatie en volledig artikel  zie www.kvvm.nl

Reageer op dit artikel