blog

Compacte opslagmethodieken: afbreukrisico bij voorraadbeheersing

Warehousing

Door toepassing van compacte opslagmethodieken kan een aantal kosten in belangrijk mate worden beperkt. Maar er zijn valkuilen! Expert Gerben Esmeijer: ‘Voorraadbeheersing leidt niet zomaar tot een vermindering van de gebouwkosten en kosten van opslagmethodieken.’ Esmeijer legt hier uit hoe het werkt.

Compacte opslagmethodieken: afbreukrisico bij voorraadbeheersing
compacte opslagsystemen gerben esmeijer

Binnen de interne logistiek wordt er veel aandacht gegeven aan de voorraadbeheersing en de daarbij toe te passen systeemprincipes. Voorraden veroorzaken namelijk kosten door de waarde die hierbij aan de orde is, zoals geïnvesteerd vermogen en rentelasten.

Ook is er het zogenaamde afbreukrisico van het houden van voorraden zoals, beschadiging, seizoensveroudering etc. Een ander belangrijk aspect van het voorraad houden kan worden gekenmerkt als de fysieke opslagkosten. Dat wil zeggen de omvang en kosten van, de opslagmethodieken, magazijnruimte, trajectafstanden, energiekosten etc.

           

Compacte opslagmethodieken

Onder de compacte opslagmethodieken kan in principe worden verstaan een opslagwijze waarbij meerdere pallets achter elkaar worden geplaatst. Hierbij kan, afhankelijk van het toe te passen opslagsysteem (opslagmethodiek/magazijntruck), sprake zijn van één of twee gangpaden per stellingblok. Zodoende kan er een gunstige verhouding ontstaan tussen het opslaggedeelte en de gangpaden.

       

Zoals bij veel systeemtoepassingen, is er ook bij de toepassing van de compacte opslagmethodieken sprake van een belangrijk toepassingscriterium, namelijk dat de voorraadstructuur dient te bestaan uit meerdere pallets voorraad per artikel.

               

Verder kunnen we hierbij opmerken dat er een aantal compacte opslagmethodieken toepasbaar zijn, met de hieraan gekoppelde  specifieke kenmerken en verwerkingswijze. Hierbij kunnen we onder andere denken aan:

  

  • de inrijstelling;
  • de doorrolstelling;
  • het satellietsysteem;
  • het shuttlesysteem.

           

Twee methodieken beoordelen

Het gaat binnen dit kader te ver om, de specifieke kenmerken en toepassingscriteria, van de hele reeks van voornoemde compacte opslagmethodieken te behandelen. Maar wel is het zinvol om twee opslagmethodieken, die enig gelijkenis vertonen, nader te beoordelen. Hierbij zal dan het accent dienen te liggen op de bezettingsgraden die kunnen ontstaan in bepaalde situaties. Om zodoende aan te geven welke verschillen er kunnen optreden.

      

Inrijstelling

De inrijstelling kan worden gezien als een relatief veel voorkomende opslagmethodiek. Alvorens over te gaan tot een bezettingsberekening bij deze compacte opslagmethodiek is het van belang om de verwerkingswijze te beschrijven.

   

Bij de inrijstelling is er sprake van een opslagkanaal waarbij meerdere pallets in de hoogte en diepterichting van de afzonderlijke kanalen worden geplaatst.

 

De opslag en verwerkingswijze bij deze opslagmethodiek vindt als volgt plaats. Er zal verticaal gezien eerst een pallet van iedere laag weggenomen moeten worden voordat de truck verder het kanaal in kan rijden. En bij het vullen van het kanaal zal dat vanzelfsprekend in de omgekeerde volgorde dienen plaats te vinden. Als er bijvoorbeeld een gedeelte van de grondlaag wordt bezet door pallets, dan is het niet mogelijk om de daar boven liggende lagen te bewerken. Vanuit deze bewerkingspositie kan worden geconcludeerd, dat hierbij dient te worden volstaan met de plaatsing van meerdere pallets per artikel.

     

De afbeelding hier rechts geeft een indruk van de tot dusver beschreven opslag en verwerkingswijze van de inrijstelling.

      

Bezettingsgraad inrijstelling bij fifo-principe

Zoals reeds beschreven, is er bij de inrijstelling sprake van één opslagkanaal in meerdere lagen die een onderling verband hebben. Tevens is de opslagcapaciteit van een kanaal een vast gegeven bij de opslagplanning, dus niet flexibel.

   

Het is een veel voorkomende noodzaak of wens, dat bij de opslag van de goederen het first in first out principe wordt toegepast. Dat wil zeggen dat de goederen die als eerste worden opgeslagen, ook weer als eerste worden uitgeleverd. Hierbij zijn in principe een tweetal vormen van het fifo-principe te onderkennen, namelijk de absolute hantering van het fifo-principe en de batchgewijze hantering van het fifo-principe.

    

We kunnen hierbij opmerken dat de absolute hantering van het fifo-principe bij de toepassing van de inrijstelling niet mogelijk is, omdat achter de eerste ingebrachte pallets weer andere pallets worden geplaatst, om het opslagkanaal te vullen.

   

Bij het batchgewijze fifo-principe wordt een opslagkanaal volledig gevuld met artikelpallets en van daaruit met een zekere regelmaat enkele pallets uitgeleverd. Tussentijds worden er geen aanvullingen gedaan, anders zou het batchgewijze fifo-principe niet uitvoerbaar zijn. Vanuit de praktische waarnemingen is gebleken dat hierdoor een bezettingsgraad ontstaat van 50-60%.

   

Om voornoemde indicatie verder te verklaren kan worden volstaan met een eenvoudige berekeningswijze, dit bij het verloop van het batchgewijze fifo-principe, met toepassing van de inrijstelling.

Hierbij is een opslagcapaciteit aan de orde per opslagkanaal van 18 palletplaatsen en vindt er een uitlevering plaats van 3 pallets bij een gelijk tijdsinterval.

 

Bij zes tijdstippen van registratie kan dan een situatie ontstaan als weergegeven in tabel I:

 

Tabel I:    
Bezetting in pallets  Capaciteit/opslagkanaal    Bezettingsgraad
18 – 0 = 18  18  100,0 %
18 – 3 = 15  18  83,3 %
15 – 3 = 12   18  66,7 %
12 – 3 =   9  18  50,0 %
 9 – 3 =   6   18  33,3 %
 6 – 3 =   3   18  16,7 %
     ————
   Cumulatieve bezetting  350,0 %

     

De gemiddelde bezettingsgraad is in de weergegeven situatie te bepalen op 350/6 ≈ 58,3%.

  

Het mag duidelijk zijn dat er bij de in tabel I weergegeven situatie sprake is van een rekenkundig gemiddelde. Afhankelijk van het verloop van de situatie kan er een enigszins positiever of negatiever beeld ontstaan. Het is evenwel duidelijk dat er vanuit de weergegeven situatie een ondoelmatige planning in relatie tot de voorraad plaatsvindt welke een negatieve invloed heeft op de gebouwkosten(magazijnhal) en de omvang van de opslagmethodiek.

  

Satellietsysteem

De afbeelding links van een satellietsysteem vertoont enige gelijkenis met het reeds behandelde inrijstellingsysteem. Dat wil zeggen dat er een aantal palletlagen met dezelfde artikelen in de hoogte en diepterichting worden geplaatst.

     

Maar er is ook een kenmerkend verschil te onderkennen, namelijk dat de palletlagen bij het satellietsysteem afzonderlijk te bedienen zijn. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat er per palletlaag(etage) een afzonderlijk werkende satelliet kan worden afgezet. Zodoende zal er steeds een bewerking per palletlaag plaatsvinden zonder dat dit van invloed is op de andere palletlagen.

   

Voornoemde wijze van doen kan een belangrijke invloed hebben op de systeemtechnische opslagcapaciteit voor de plaatsing van de voorraad.

       

Bezettingsgraad satellietsysteem bij fifo-principe

Indien we hierbij wederom uitgaan van een opslagkanaal van 6×3=18 palletplaatsen, dan zal bij de vergelijking met de eerder genoemde opslagmethodiek inrijstelling een belangrijk andere bezettingsberekening aan de orde zijn.

   

Zoals reeds eerder aangegeven zijn de opslaglagen bij het satellietsysteem afzonderlijk te bedienen waardoor er geen totale beïnvloeding is op het totale opslagkanaal. Indien we hierbij eveneens het batchgewijze fifo-principe hanteren dan is er een bezettingsberekening te verwachten welke is weergegeven in tabel II.

   

Tabel II: 

   
Etagekanalen     Bezetting   Bezettingsgraad  
Etage 1   Wisselend   50 %
Etage 2  Wisselend  100 %
Etage 3  Wisselend  100 %
     ——–
   Cumulatieve bezetting  250 %

    

Vanuit de weergegeven situatie bezien, kan de wisselende bezettingsgraad van de etagekanalen worden bepaald op 250/3≈ 83,3%. Dit is aanzienlijk hoger dan de reeds eerder aangegeven bezettingsgraad van 58,3% bij de opslagmethodiek inrijstelling. 

       

Met betrekking tot de in tabel II weergegeven berekeningswijze dient nog te worden opgemerkt dat het batchgewijze fifo-principe ook hierbij volledig van toepassing blijft. Met andere woorden als "etage 1" leeg is dan wordt dit direct aangevuld. En vervolgens wordt met het uitleveren van "etage 2" begonnen. En daarop volgend met "etage 3", met vooraf een volledige aanvulling van "etage 2". 

   

De conclusie is, dat voorraadbeheersing niet zomaar tot een vermindering van de gebouwkosten en kosten van opslagmethodieken zal leiden. De keuze en de verwerkingsstructuur van de compacte opslagmethodieken is hiervoor bepalend.

Reageer op dit artikel