blog

Het verband tussen logistiek en magazijnbouw

Warehousing

Het verband tussen logistiek en magazijnbouw
Regressiecurve

Een magazijngebouw is in belangrijke mate bepalend voor de uitvoering van het magazijnsysteem en de logistieke afwikkeling. Gerben Esmeijer, logistiek adviesbureau Esmeijer, verklaart dit nader. Hij legt in dit expertartikel verder uit wat voor invloed licht en klimaat hebben op de arbeidsmotivatie.

Bij het ontwerp van een magazijnsysteem is er altijd een wederzijdse invloed met het magazijngebouw en de bouwkundige uitvoering daarvan. Een magazijngebouw is in belangrijke mate bepalend voor de uitvoering van het magazijnsysteem en de logistieke afwikkeling. En anderzijds, als het magazijnsysteem is vastgesteld, is dit weer bepalend voor de vormgeving en uitvoering van het magazijngebouw. Er is dus een wisselwerking tussen deze twee componenten. Dit kunnen we kenmerken als een functioneel verband.

 

Uitgangspunten

Een belangrijke vraag is hierbij natuurlijk welke onderlinge aspecten hierbij een rol spelen en wat de wederzijdse invloed hiervan is. In veel situaties wordt er een magazijngebouw betrokken of nieuw gebouwd op basis van direct voor de hand liggende uitgangspunten, zoals: hoeveel palletplaatsen heb ik nodig, hoe hoog mag ik bouwen, wat is de hoogte van het bestaande magazijn, wat is het terreinoppervlakte etc. Het bouwen of kopen van een magazijn heeft iets absoluuts. Bij het huren van een magazijn is dat in belangrijk mindere mate het geval, alhoewel de aanpassing ook redelijk inspannend is.

 

Bouwkundige doos

De conclusie is, dat we in principe van binnenuit dienen te ontwerpen en daar een reeks van aspecten in dienen te betrekken. Daarna kunnen we de bouwkundige “doos” er omheen zetten of een gerichte keuze maken voor een bestaande magazijnhal. Daar komt nog bij, dat niet iedere situatie gelijk is. Maar het is wel zo, dat de beste situaties worden bereikt door er over na te denken en informatie in te winnen.

 

Prognose en planning

Het bouwen van een nieuw magazijn met de daarbij behorende uitrusting, of het aanpassen/uitbreiden van bestaande magazijnen, is een activiteit die niet met een zekere regelmaat plaatsvindt. Indien bij de magazijnplanning niet de juiste weg wordt gekozen, kan er gedurende lange tijd, sprake zijn van een inefficiënte situatie. Het is een bekend feit, dat het herstel van een inefficiënte situatie, dit door een verkeerde planning, erg veel inspanning en geld kost en dat het tot een belangrijke verstoring van de bedrijfsvoering kan leiden. Bij de opzet van de magazijnlay-out is het, mede daarom, gewenst om op middellange termijn te denken.

 

Opslagbehoefte
Het vaststellen van de opslagbehoefte geeft een directe relatie met de omvang van de magazijnhal en de hierop betrekking hebbende omvang van het stellingpatroon/ de opslagmethodiek. De bedoeling van de prognoseberekening is het plan een meer permanent karakter te geven. Hierdoor hoeft na verloop van tijd niet te worden overgegaan tot een aanpassing van de lay-out, de installatie, of een dure aanpassing van het gebouw. Een van de technieken waarmee goede resulteren bij de planning van de opslagbehoefte is te behalen, is de zogenoemde correlatie- en regressieberekening. Bij het berekenen van de opslagbehoefte zijn hierbij twee aspecten van belang, namelijk:

– Het vaststellen van een correlatie tussen omzet en voorraad;

– Het vaststellen van de regressie tussen de voorraad- en omzettoename.

 

Correlatie

Bij het vaststellen van de correlatie is het nodig om te bepalen of er sprake is van een betrouwbare uitkomst en rekenwaarde. Binnen het kader van deze publicatie zullen we ons niet bezighouden met deze rekenmethode, maar er vanuit gaan, dat er een betrouwbare correlatie is vastgesteld. Wel is het dan vervolgens van belang om vast te stellen welke regressiecoëfficiënt van toepassing is in een bepaalde situatie.

 

Verhoudingsfactor

Met de regressiecoëfficiënt wordt hierbij bedoeld een verhoudingsfactor welke het achterblijven van de voorraadgroei in relatie tot de omzetstijging aangeeft. In het algemeen, kan een planningsperiode van vijf jaar als realistisch worden beschouwd omdat dit is te overzien. Bij een bepaald project is de prognose gemaakt, dat er een cumulatieve omzetstijging over een planningsperiode van vijf jaar wordt verwacht van > 40 procent. Uit eerdere onderzoeken bij handelsmagazijnen, met een gelijksoortig uitlever en opslagpatroon, zijn overeenkomstige regressiecoëfficiënten vastgesteld. Het verloop van de gemiddelde regressiecoëfficiënten is weergegeven op figuur één.

Figuur 1: Regressiecurve bij omzettoename

 

Formule

Vanuit de op afbeelding 1 weergegeven grafiek kan met betrekking tot de geprognotiseerde omzet stijging van 40 % een regressiecoëfficiënt worden vastgesteld van < 0.37. Voor het berekenen van de planningsbehoefte is hierbij de navolgende berekeningsfactor samen te stellen: 100 + 40 x 0,37 (x %) = 1,148

Als er in een bepaalde situatie bijvoorbeeld sprake is van een geïnventariseerde opslagbehoefte van 4800 palletplaatsen, met de daarbij behorende maatvoering, dan is de planningsbehoefte te bepalen op 4800 x 1,148 ≈ 5510 palletplaatsequivalenten. Mede afhankelijk van de te kiezen opslagmethodieken en bedieningsapparatuur, kan dit de basis zijn voor de bouwkundige realisatie of keuze van een passend magazijngebouw.

 

Optimalisering bouwkundige lay-out

Een magazijngebouw heeft, of kan een technisch/economische levensduur hebben van 25 tot 30 jaar. Dus na de planningstermijn van vijf jaar is er nog een lange periode waarbij een optimaal gebruik gemaakt zou moeten worden van het magazijngebouw. Nadat is gekozen voor een bepaalde toepassing van het magazijnsysteem, is het vaak lastig om te veranderen van systeemtoepassing. Dit heeft allereerst te maken met de niet flexibele indeelbaarheid van het magazijn door de plaatsing van de kolommen. In de meeste gevallen zal het plaatsen van een aantal kolommenrijen geaccepteerd dienen te worden om de hogere gebouwkosten, die ontstaan bij een vrije of grote overspanning, zoveel mogelijk te beperken.

 

Geen harmonie

Een belangrijke vraag is hierbij hoe er toch een vorm van optimalisering gevonden kan worden tussen de bouwkundige stramienmaat in de indeelbaarheid van magazijnsystemen. Bij een eventuele herindeling van een magazijnsituatie zoals voornoemd, blijkt er vaak geen harmonisering te kunnen plaatsvinden met betrekking tot de systeemcomponenten. Eenvoudig gezegd hoe er een indeling kan plaatsvinden binnen de weergegeven kolommenrijen in veelvouden van gangpadsecties. Hierbij dienen we steeds te rekenen in gangpadsecties; dat wil zeggen een gangpad met links en rechts een stellingrij.

 

Berekenen

Indien we uitgaan van een tweetal veelvoorkomende alternatieven, dan zijn de navolgende berekeningselementen aan de orde:

  • Een gangpadsectie voor het alternatief reachtruck/palletstelling is 125 cm (opslagdiepte) + 280 cm (gangpadbreedte) + 125 cm (opslagdiepte) = 530 cm.
  • Een gangpadsectie voor het alternatief hoogstapeltruck/palletstelling is 125 cm + 175 cm + 125 cm = 425 cm.

De harmonisering wordt dan gevonden bij de navolgende verdelingsvorm:

Reachtruck/palletstelling : 4 gangpadsecties x 530 cm = 2120 cm.

Hoogstapeltruck/palletstelling: 5 gangpadsecties x 425 cm = 2125 cm.

Dus de toepassing van een stramienmaat van 2125 cm tussen de kolommenrijen is

hierbij gewenst, zie tevens afbeelding 2 voor de hierbij bedoelde verdelingsvorm. Bij voormelde vorm van harmonisering is een lastdiepte gehanteerd van 125 cm. Deze berekeningswijze gaat ook op bij een lastdiepte van 105 cm, met een daarbij behorende geringere gangpadbreedte.

 

Flexibiliteit

Wel is het hierbij van belang om reeds vooruit te zien naar de eisen die een veranderde systeemtoepassing vragen. Met name de vloertolerantie en de puntdruklast moeten gebaseerd zijn op het alternatief hoogstapeltruck/palletstelling. Evenwel wordt hierdoor een belangrijke vorm van latente flexibiliteit bereikt en een verdere expansiemogelijkheid, zonder dat er grote bouwkundige veranderingen hoeven plaats te vinden.

 

Figuur 2: Optimalisering magazijnlay-out

 

Licht

In het algemeen gezien, krijgt de verlichting in het magazijn te weinig aandacht. Het magazijn wordt nog te veel als een opslagruimte gezien terwijl er toch in veel situaties sprake is van de combinatie opslag en werkruimte. Een slechte verlichting is niet bevorderlijk bij het aflezen van de lijsten en het goed onderkennen van het artikel. Alhoewel we dienen toe te geven dat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van elektronische afleesschaaltjes, blijft de hoofdverlichting een belangrijke rol spelen. Bij een te geringe verlichting ontstaat er ook al gauw een naargeestig gevoel; een gevoel opgesloten te zitten.

 

Norm

Als algemene norm kan worden gesteld, dat een verlichtingssterkte van 200 tot 220 lux een belangrijke bijdrage levert aan de omgevings-ergonomie; dit gemeten op ooghoogte. Binnen de magazijnen zijn een tweetal vormen van ergonomie te onderkennen, namelijk: de omgevings-ergonomie en de werkplek-ergonomie. De omgevings-ergonomie heeft een directe relatie met de bouwkundige uitvoering van het magazijn. Bij het realiseren van een zo goed mogelijke omgevings-ergonomie dienen we ons te bedenken, dat de motivatie van medewerkers als een belangrijke prestatiefactor kan worden gezien.

 

Kunstlicht

Bij de nieuwbouw van een magazijn is er de mogelijkheid om op een passende wijze te voorzien in daglicht, in combinatie met een kunstlichtinstallatie. Hierbij kunnen we denken aan de zogenoemde lichtkoepels boven de gangpaden. Een goed ruimtelijk effect wordt verkregen door ramen te plaatsen in de lengterichting van het gangpad. Zeker is dat het geval wanneer op ooghoogte een contact kan ontstaan met de ”buitenwereld”.

 

Klimaat

Ook het klimaat heeft een belangrijke invloed op het prestatievermogen van de medewerkers. Indien een medewerker arbeid verricht, ontstaat er warmte door het verbrandingsproces in de spieren. Indien de omgevingstemperatuur te hoog is, kan het lichaam de warmte niet kwijt, zodat er een geringe afkoeling ontstaat. De magazijnmedewerker zal minder spierarbeid verrichten, zodat de warmteontwikkeling in het lichaam kan afnemen. Een goede werktemperatuur voor het werken in een magazijn is, mede afhankelijk van het soort werk, 14 tot 16 graden. Hierbij blijkt een relatieve luchtvochtigheid van 60 procent het beste te zijn. Metingen hebben aangetoond, dat bij een temperatuur van 22 tot 24 graden prestatieverliezen kunnen ontstaan van circa 12 procent. Bij een temperatuur van circa 30 graden kan er een prestatievermindering optreden van zelfs 28 procent.

 

Conclusie

Het bouwen van een magazijnhal met een goede isolatiewaarde en daarmee een goede regulatiemogelijkheid van de temperatuur, is geen overdreven luxe. Vooral bij een magazijn, waarbij de factor arbeid een belangrijke rol speelt, kan een eenmalig hogere investering voor de isolatie een langdurig gunstige uitwerking hebben op de werkprestaties. Indien er bijvoorbeeld sprake is van een personeelsbestand van 24 orderverzamelaars en 20 enigszins warme dagen op jaarbasis, met een binnentemperatuur van < 24 graden, dan ontstaan er 480 mandagen met een prestatieverlies van 12 procent. Met de afgelopen zomerse dagen nog in gedachten, is dit zelfs nog bescheiden uitgedrukt.

 

Seminar

Tijdens het praktijkseminar “Logistieke eisen aan de bouw en (her)inrichting van magazijnen en distributiecentra” op 9 november zal een uitputtende behandeling worden gegeven van alle aspecten die van belang zijn bij de logistieke/bouwkundige projectrealisatie. Kijk hier voor meer informatie over deze bijeenkomst.

Reageer op dit artikel