nieuws

Wat is de logistieke kracht van Nederland?

Supply chain

Wat is de logistieke kracht van Nederland?

Het maakt niet uit of milieukosten en andere maatschappelijke lasten wel of niet in de totale prijs van een verzending worden verdisconteerd. De concurrentiekracht van Nederland ondervindt daar nauwelijks hinder van. Dat zegt een recent rapport van TNO. Maar is dat wel zo?

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) kijkt voor de overheid naar de kansen voor de logistieke sector op lange termijn (tot 2040). In dit kader worden diverse studies gedaan. Eén daarvan is uitgevoerd door TNO met als centrale vraag: hoe werkt internalisatie van externe kosten uit op de goederenstromen? Anders gezegd: wat gebeurt er als de kosten voor milieu, voor ruimtebeslag, voor sociale aspecten (verbeteren van arbeidsomstandigheden in lage lonen landen) direct worden doorbelast aan de veroorzaker?

 

Meer returns heeft effect op logistiek

Voor Nicole van Buren, projectleider bij Rli, bestaat hierover weinig twijfel. Kosten worden doorberekend. “Hoe je het ook wendt of keert, we komen steeds meer in een circulaire economie terecht met meer returns en retourstromen. Dat heeft effect op de logistiek. Wat zijn dan de totale CO2 kosten van bijvoorbeeld een iPad? TNO heeft gekeken naar verschillende scenario’s. Eén daarvan is dat Nederland alleen de kosten doorberekend. Een ander scenario gaat er van uit dat wereldwijd alle landen dat doen.”

 

Doorbereken leidt niet tot CO2-reductie

De conclusie is dat het internaliseren van externe kosten weinig invloed heeft op de handelsstromen. De positie van Rotterdam lijdt geen schade. Afhankelijk van het gekozen scenario is het effect voor Nederland licht negatief (als Nederland als enige in Europa niet meedoet) en in de andere situaties zelfs positief. Alleen voor de agrosector zijn de gevolgen wat groter, maar ook niet erg schokkend.

“Maar dat betekent ook dat het doorberekenen van de externe kosten niet zal leiden tot een substantiële vermindering van de CO2-uitstoot”, constateert Van Buren op basis van het rapport. “Dit instrument is niet geschikt om klimaatdoelstellingen te halen. Daarvoor zijn aanvullende maatregelen nodig.”

 

Elf voorbeeldketens nader bekeken

TNO heeft gekeken naar het topsectorenbeleid van het ministerie van Economische Zaken. Binnen drie onderzochte topsectoren zijn elf voorbeeldketens geselecteerd op basis van vijf selectiecriteria. Daarbij ging het om de aandacht binnen de betreffende topsector voor logistiek, de bijdrage aan de Nederlandse economie, duurzaamheidsaspecten en onderling (vanuit logistiek oogpunt gezien) uiteenlopende ketens binnen de topsectoren.

De geselecteerde ketens zijn:

–       Melkveehouderij, cacao en varkenshouderij (in de topsector Agrofood);

–       Sierteelt en voedingstuinbouw (in de topsector Tuinbouw en uitgangs-materialen);

–       Olie, bio-ethanol en kunststofproductie (in de topsector Chemie);

–       Automotive, machinebouw en elektronica (in de topsector High tech).

 

Reageer op de uitkomsten van het rapport

Rli wil graag in discussie met de sector over dit rapport van TNO. Van Buren: “Misschien zijn de conclusies anders dan menigeen heeft verwacht. We willen dat toetsen aan wat elders is onderzocht.”

De komende weken neemt Rli de tijd om reacties in ontvangst te nemen.

 

Bekijk hier het rapport en geef uw mening.

 

Lees ook: Gratis bestaat niet

Reageer op dit artikel