blog

Logistieke wereld in brand: bent u pyromaan of brandblusser?

Supply chain 1927

Recente mondiale ontwikkelingen hebben onmiskenbaar een negatieve invloed op onze supply chains. Trump’s protectionisme kan zo maar leiden tot een wereldwijde handelsoorlog. Een harde Brexit wordt steeds waarschijnlijker met alle ongemakken van dien. Tegenwoordig lijkt het soms wel de logistieke wereld in brand staat. Maar hoe komt dat eigenlijk? Een ongemakkelijke analyse.

Logistieke wereld in brand: bent u pyromaan of brandblusser?

Ondanks de nodige horten en stoten is er decennialang het gevoel geweest dat de toenemende globalisering een goede zaak was. Daardoor werden supply chains steeds langer en steeds meer internationaal, werden de vrijhandelsverdragen steeds omvattender, groeide de Europese Unie tot de huidige 28 lidstaten en was de wereldwijde welvaartsgroei spectaculair. Maar aan die trend lijkt nu abrupt een einde gekomen. Daarbij waren de verkiezing van Trump en de keuze voor een Brexit in het oog springende kantelmomenten. Ook de verhoudingen met Europese buren als Rusland en Turkije worden er niet beter op. En de klimaatverandering leidt steeds vaker tot calamiteiten. Allemaal met als gevolg dat de logistiek steeds lastiger wordt.

Oorzaken

Een belangrijke vraag is hoe we met de toegenomen wereldwijde volatiliteit en onzekerheid moeten omgaan. Echter, voor we daar aan toekomen is het allereerst van belang te analyseren wat de onderliggende oorzaken zijn. Immers alvorens we overijverig met oplossingen aan de gang gaan is het raadzaam om eerst wat ‘afstand nemen om beter te kunnen zien’. Hoewel je altijd voorzichtig moet zijn met causaliteit in een complexe wereld, lijkt daarbij een drietal macro-economische modellen van toepassing, namelijk Ricardo’s wet van de comparatieve voordelen, Adam Smith’s onzichtbare hand en de Tragedy of the Commons (voor wie deze modellen niet onmiddellijk paraat heeft worden deze in de bijlage onderaan kort toegelicht).

Bom

Als we vanuit de eerste twee modellen de huidige situatie bekijken dan ontstaat het volgende beeld. President Trump legt een bom onder de vrijhandel met als argumenten de onafhankelijkheid en het eigenbelang (“America first”). Iets dergelijks geldt voor de Brexiteers die beweren dat door zich af te scheiden van Europa (“take back control”), Engeland sterker naar voren zal komen. Ook mannetjesputters zoals Erdogan en Putin komen vooral op voor hun eigen land. Kortom, Ricardo’s model van de comparatieve voordelen lijkt onder druk te staan terwijl Adam Smith’s onzichtbare hand wordt omhelsd. Dat lijkt paradoxaal omdat die twee modellen op dezelfde grondslagen zijn gebouwd.

 

Lees ook de column
De Supply Chain lessen van Donald J. Trump

 

Weerbarstig

Echter de schoen wringt op een heel andere manier. Deze twee modellen zijn mooi, maar de werkelijkheid is weerbarstig. Dat ieder land zich concentreert op zijn beste producten en de andere verkrijgt uit het buitenland is op de lange termijn helemaal prima. Maar wat doen we op de korte termijn met die mensen die werkten aan die producten die nu van buiten gaan komen? Daarnaast zijn perfecte markten in werkelijkheid zeldzaam; bedrijven proberen juist om onderscheidend te zijn en steeds nieuwe producten op de markt te brengen. En de grootste bedrijven verdienen het meest omdat ze de macht hebben om anderen te overvleugelen. Het zijn precies deze niet gemodelleerde imperfecties die in de praktijk onvermijdelijk leiden tot negatieve externaliteiten. De klimaatverandering, de kredietcrisis, de toenemende kloof tussen arm en rijk, de misstanden in productiefaciliteiten in Azië, de ‘race to the bottom & winner takes all’ en de belastingontwijking van de grootste bedrijven zijn slechts een paar voorbeelden hiervan.

Onvrede

Juist vanwege het feit dat de modellen van Ricardo en Adam Smith de laatste jaren zo dominant zijn geweest bij het inrichten van de maatschappij (en van supply chains) worden de externaliteiten steeds meer zichtbaar; het zijn de onvermijdelijke bijwerkingen. Daarnaast kan worden geconstateerd dat de rekening van de externaliteiten vaak terecht komt bij de mensen zijn die de minste draagkracht hebben en er vaak ook het minste aan kunnen doen. Niet onlogisch dus dat er bij die mensen een grote onvrede is ontstaan.

Het is hier waar Trump en de Brexiteers populair zijn. Immers zij zeggen op te komen voor de belangen van deze mensen: meer bescherming van bestaande banen, minder immigranten die hun plaats innemen, en minder bureaucratie van baantjesjagende en elkaar de bal toespelende politici. Vanuit dit gezichtspunt lijkt de inperking van internationaal verkeer van mensen en goederen inderdaad zo gek nog niet.

Dader

Een belangrijke vraag is: welke rol speelt Logistiek & Supply Chain management in dit alles? Wellicht ietwat confronterend kunnen we stellen dat we misschien niet direct een ‘dader’ zijn maar op zijn minst wel medeschuldig zijn aan de optredende negatieve externaliteiten. Stel uzelf bijvoorbeeld eens de volgende vragen. Als we productie uitbesteden naar de lage lonen landen, hoe sterk letten we dan op de locale arbeidsomstandigheden? Als we inzetten op Robotisering hechten we dan veel belang aan onze huidige arbeidskrachten? Als we in onze distributiecentra vooral mensen uit Oost-Europese landen en heel veel flexibele arbeid gebruiken, weten we dan welke maatschappelijke gevolgen dat heeft?

Eerlijk

Als er een tekort dreigt en we dus de spullen per vliegtuig laten invliegen houden we dan echt rekening met de CO2-uistoot? Als we onze leveranciers middels aanbestedingen en korte-termijn contracten onder druk zetten weten we dan wel zeker of er een ‘eerlijke prijs’ tot stand komt? Als we bewonderend kijken naar logistieke voorbeelden als Amazon en Apple, spreken we die dan ook aan op hun verantwoordelijkheden zoals gewoon eerlijk belasting betalen? Helaas kunnen we dergelijke vragen lang niet altijd met ‘ja’ beantwoorden. Zo bezien kunnen we stellen dat als we de logistieke wereldbrand al niet zelf hebben aangestoken hebben we ook niet overdreven veel gedaan aan het blussen daarvan.

Ketensamenwerking

Het mooie van zelf (mede)schuldig zijn is dat je er ook iets aan kunt doen. Natuurlijk kunnen we individueel en zelfs als Nederlandse sector Trump en de Brexiteers niet op andere gedachten brengen. En dat zou ook slechts symptoombestrijding zijn. Maar we kunnen er wel degelijk aan bijdragen dat op termijn er geen nieuwe brandjes ontstaan. Door vol in te zetten op People, Planet en Profit, door altijd de lange termijn in de gaten te houden en door een stakeholder (in plaats van een shareholder) benadering te kiezen waarbij klanten, leveranciers en medewerkers nauw betrokken worden bij de organisatie, kortom door de principes van ketensamenwerking nu eindelijk eens echt toe te passen, kunnen we de wereld net een beetje meer brandwerend maken.

 

Bijlage: De drie relevante macro-economische modellen.
 

(1) Comparatieve voordelen

Een eerste relevante model betreft de beroemde ‘wet van de comparatieve voordelen’ van Ricardo (1772-1823). In dit sterk gesimplificeerde model worden twee situaties vergeleken. In de eerste situatie produceren twee verschillende landen geheel onafhankelijk van elkaar ieder twee producten. In de tweede situatie produceert elk land alleen dat product waar het verhoudingsgewijs het meest efficiënt in is een ruilt deze gedeeltelijk voor het product dat het andere land produceert. Omdat in deze situatie ieder land doet waar die goed in is leidt dat tot een betere situatie (elke land heeft meer van beide producten) dan als de landen stand-alone opereren. Dit principe ligt ten grondslag aan het idee achter het streven naar wereldwijde vrijhandel, immers dat leidt tot een situatie die goed is voor iedereen.

 

(2) De onzichtbare hand

Een tweede relevante model is die van volledige mededinging in perfecte markten. In dit model wordt uitgegaan van volledige transparantie en uitwisselbare producten (commodities) waarin vraag en aanbod in evenwicht worden gebracht middels prijsvorming. Een belangrijk principe hierbinnen is de welbekende ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith (1723 – 1790) die zegt dat als er een perfecte markt is en iedereen zijn eigenbelang nastreeft dat daarmee collectief de hoogste welvaart wordt gecreëerd. Het is dit principe dat te grondslag ligt aan de wens tot liberalisering en deregulering.

 

(3) Tragedy of the commons

Het derde model gaat uit van verschillende soortgelijke bedrijven die ieder kunnen beschikken over een gezamenlijke hulpbron. Het standaardvoorbeeld is vissers die allemaal in dezelfde zee vissen. Als iedere visser tot ambitie heeft om de eigen omzet te verhogen dan leidt dit op den duur tot overbevissing. Met als gevolg dat er uiteindelijk geen vis meer over is en iedereen slechter af is. Een belangrijk kenmerk binnen dit model is die van de (negatieve) externaliteiten; schade die worden toegebracht aan anderen zonder dat die daar een compensatie voor ontvangen. In het voorbeeld: als een visser veel vis uit de zee haalt heeft hij daar voordeel van, maar hebben de anderen (zelfs als ze niets doen) daar nadeel van. Een bekende vorm van externaliteiten zijn de milieueffecten van economische activiteiten; deze worden veroorzaakt door individuele bedrijven maar gaan ten koste de hele omgeving, ook van diegene die niets met het bedrijf van doen hebben.

 

Reageer op dit artikel