blog

Supply chain heeft een moraalridder nodig

Supply chain

Het recente drama in Bangladesh maakt het pijnlijk duidelijk dat partijen aan het eind van een supply chain mede verantwoordelijk zijn voor wat er stroomopwaarts gebeurt. Om dit soort wantoestanden te voorkomen kunnen we niet volstaan met regels of marktwerking. Ook in de supply chain zal uitgebreid over de wederzijdse moraal moeten worden gesproken.

Supply chain heeft een moraalridder nodig

Het ineenstorten van een gammele kledingfabriek in Bangladesh heeft aan meer dan 900 mensen het leven gekost. Een kolossaal drama als gevolg van erbarmelijke arbeidsomstandigheden die op hun beurt worden toegeschreven aan de flinterdunne marges die er op de geproduceerde producten worden gemaakt. Geen incident maar het gevolg van een structureel probleem. Niet verassend dus dat de beschuldigende vingers al snel naar de grote winkelketens wezen, immers die verkopen textielproducten soms voor een habbekrats en zetten daarmee de producenten onder druk. Althans, zo luidt de meest gangbare gedachtegang.

Supply chain verantwoordelijkheid

Vooral sinds de Stichting Wakker Dier het begrip ‘plofkip’ introduceerde en gebruikers daarvan publiekelijk opriep hun gedrag te verbeteren, staat de verantwoordelijkheid van bedrijven voor hun hele end-to-end supply chain midden in het publieke debat. Apple en Samsung krijgen het zwaar voor de kiezen vanwege de slechte toestand in de fabrieken waar hun producten worden gemaakt. Paardenvlees blijkt plotseling in tal van producten te zitten die als rundvlees worden verkocht. Er kleeft bloed aan grondstoffen voor mobiele telefoons. Scharreleieren blijken lang niet altijd van scharrelkippen te komen. Fairtrade chocola blijkt toch niet zo heel eerlijk te zijn. Het drama in Bangladesh is voorlopig het trieste dieptepunt van de gevolgen van het gebrek aan het nemen van overall supply chain verantwoordelijkheid van de bedrijven stroomafwaarts.

Oplossing is niet simpel

Hoe zorgen we er voor dat organisaties hun supply chain verantwoordelijkheid wel nemen? Het lijkt makkelijker dan het is. Het eerste wat moet gebeuren is het creëren van transparantie. Hoe kan je aan je nieuwe T-shirt zien of die onder nette omstandigheden is gemaakt? Hoe kan je aan je lasagne zien of er geen paardenvlees in zit? Hoe kan je aan een ei zien of het van een kip met voldoende loopruimte komt? Bij een analyse van de textielketen blijkt dat het probleem niet zozeer is dat de marges in de winkel te klein zijn om de T-shirts nog eerlijk te kunnen maken, maar dat de marges vaak verdwijnen in een intransparant netwerk van tussenhandelaars.

Regelgeving alleen werkt niet

Naast transparantie zijn er grofweg drie mechanismes die gezamenlijk kunnen worden gebruikt om supply chain verantwoordelijkheid te realiseren; regelgeving, de markt en de moraal. Het eerste middel waar vaak naar gegrepen wordt is regelgeving tezamen met controles, toezicht en accreditatie.

Natuurlijk zijn regels nuttig en nodig. En zeker; fraude moet keihard worden aangepakt. Echter, we moeten oppassen hierin niet door te schieten. Niet alleen leidt een overmaat aan regels tot bureaucratie; het kan ook leiden tot een uitholling van ‘goed gedrag’. Dan worden de regels de norm en alles wat binnen de regels valt is dan dus toegestaan. Een anekdote uit de sport Judo kan dit illustreren. Een judoka kwam op het idee om zijn mouwen en revers in te smeren met een olieachtige substantie. Zijn tegenstanders waren kansloos; immers ze konden letterlijk geen grip op hem krijgen en bleven met lege glibberhanden achter. Woedend protesteerden ze bij de wedstrijdleiding over dit overduidelijk vals spel. Maar de judoka pareerde dit met een simpele verwijzing naar de spelregels; “er staat nergens dat het niet mag, dus mag het”. Dit illustreert dat een overdaad aan regels zal leiden tot verdere bureaucratisering en juridisering en dat zal er zeker niet toe bijdragen dat supply chains daadwerkelijk verbeteren. Ketenpartners moeten elkaar begrijpen in de ‘geest’ van de onderlinge afspraken en daar hoort een gezamenlijke moraal bij.

Laat de markt zijn werk doen?

Sommigen vinden dat overheidsingrijpen zo veel mogelijk voorkomen moet worden en dat de markt het probleem vanzelf zal oplossen. Mensen willen kleding kopen waar geen smetje aan zit, zo is de redenering, dus zullen ze naar winkels gaan die dit goed geregeld hebben en zo zijn de andere winkels wel gedwongen om te volgen. Of, aldus een andere maar soortgelijke redenering, de arbeiders in Bangladesh zullen zichzelf gaan organiseren en zo betere arbeidsomstandigheden afdwingen. Hoewel markten dikwijls heel goed vraag en aanbod bij elkaar kunnen brengen, geldt ook voor marktwerking dat overdaad schaad. Je zou heel goed kunnen beweren dat juist het ongebreideld doorvoeren van marktwerking de huidige situatie heeft veroorzaakt. Anders gezegd: markten kunnen simpelweg niet zonder moraal.

Kom in gesprek over de moraal

Het nemen van supply chain verantwoordelijkheid lijkt dus te bestaan uit een gebalanceerde combinatie van:

  1. wet- en regelgeving;
  2. marktwerking;
  3. elkaar aanspreken op wat wel en wat geen ‘goed’ gedrag is.

 

Het derde punt wordt vaak onderschat of afgedaan als soft geleuter; ‘fatsoen moet je doen’ en daarmee is de kous af. Wie zo redeneert, ontkent feitelijk de nut en noodzaak van de moraal en zal ongetwijfeld in de nadelen van te ver doorgeschoten regelgeving of marktwerking terecht komen. De moraal is een belangrijk bindmiddel tussen mensen die vreedzaam samenleven en vruchtbaar samenwerken mogelijk maakt. Het moeilijke aan moraal is dat het lijkt of verschillen tussen ieders waarden en normen groot zijn en dat het dicht ligt bij de emotie van mensen. Dit vraagt om de wil om je echt in elkaar te verdiepen, elkaar respectvol te bevragen op de onderliggende waarden. Dan zal waarschijnlijk blijken dat de verschillen veel minder groot zijn dan we veronderstellen. En het leidt ook tot commitment, samenwerking en vertrouwen. Kortom, precies de ingrediënten die ketensamenwerking mogelijk maken. Het is daarom dat de supply chain manager ook een moraalridder moet zijn.

 

Dankwoord: Bij het schrijven van deze column ben ik geïnspireerd door de lessen van, en gesprekken met, Edgar Karssing (Nyenrode hoofddocent Ethiek).

Reageer op dit artikel