blog

Minder verpakkingsafval? De industrie is er klaar voor

Supply chain

Per Nederlander openen we gemiddeld zeven verpakkingen per dag. Niet gek dat verpakkingen vaak in één adem worden genoemd met afval. Verpakkingsleveranciers zijn zich van hun positie bij de consument bewust. Ze zoeken alternatieven die het milieu minder belasten. Kopen we over een paar jaar producten in verpakkingen van tomatenbladeren? Een expertartikel van Huib Burggraaf.

Minder verpakkingsafval? De industrie is er klaar voor

Verpakkingen krijgen nogal eens het verwijt milieuvervuilend te zijn. Zeker, er zijn genoeg voorbeelden van producten waarbij de hoeveelheid verpakkingsmateriaal wel eens wat minder had gekund. Fabrikanten en leveranciers van verpakkingen zitten echter niet stil. Zij realiseren zich donders goed dat hun ‘license to produce’ afhangt van innovatieve, nieuwe concepten die zuinig omspringen met grondstoffen. Daarom is het opvallend dat veel van die noviteiten in de markt nog weinig bekendheid genieten. Klanten zijn amper bekend met het gebruik van hernieuwbare (‘biobased’) grondstoffen of passen onvoldoende praktische maatregelen toe om het verbruik te reduceren. Soms uit onwetendheid, vaker uit onwennigheid.

Zonder verpakking kunnen we niet

De naam dat verpakkingen het milieu vervuilen is verklaarbaar. Het is immers het eerste wat je weggooit als je een product koopt: of het nu een nieuwe wasmachine is of de seal van een tijdschrift. Over die milieuvervuiling later meer. Eerst de conclusie dat de verpakking ook nuttige functies vervult. In zwart/wit-discussies blijven die voordelen onderbelicht. Zo zijn veel producten niet verkoopbaar (ook om hygiëneredenen) of te transporteren zonder verpakking. Het omhulsel kan ook de houdbaarheid positief beïnvloeden. Verpakkingen zijn onmisbaar als informatiedrager: hoe lang moet die diepvriespizza in de oven?

Consument is alert

Dat neemt niet weg dat de verpakkingsindustrie haar verantwoordelijkheid neemt. Dat kan ook niet anders, want consumenten worden steeds kritischer over verpakkingen. Die kunnen een hoog ‘afbreukrisico’ hebben voor merken en retailers. Vorig jaar ging een Oostenrijkse retailer er nog lelijk mee in de fout. Die verkocht gepelde (!) bananen in polystyreen. Half Oostenrijk stond op zijn kop. Op Facebook en Twitter gonsde het van de verontwaardiging. Grote media gingen zich ermee bemoeien. De retailer in kwestie – Billa – kon niet anders dan bliksemsnel het product uit de handel nemen, ná publiekelijke excuses.

Weg met die troep

Verpakkingen zitten consumenten zo hoog, doordat ze vaak zichtbaar zijn. En dan vaak op plekken waar de consument geen verpakkingen wil zien: op straat of, erger nog, in de natuur. De helft van het Nederlandse zwerfafval bestaat uit plastic. Nieuwe, meer duurzame manieren van verpakken zijn ook in onderzoeksland hot. Onderzoekers van Wageningen UR Food & Biobased Reseach doken in 2011 al op het onderwerp met het uitvoerige rapport ‘Milieueffecten van hernieuwbare, biologisch afbreekbare verpakkingen’.

Verpakken zonder aardolie

Een terrein waarop de laatste jaren grote stappen zijn gezet is dat van de hernieuwbare grondstoffen. Uit suikerriet, mais en aardappelen zijn prima verpakkingen te maken. Aardolie komt er niet aan te pas (althans: niet in de verpakking), want de grondstof kan probleemloos opnieuw worden aangeplant. Ook combinaties van grondstoffen – deels aardolie, deels hernieuwbaar – zijn mogelijk en dragen bij aan een vermindering van de milieubelasting.

PlantBottle van Coke

Grote bedrijven lopen ermee voorop, ook om zichzelf als duurzaam te profileren. Een goed voorbeeld is de PlantBottle van Coca-Cola, een fles op basis van biobased grondstoffen. Andere fabrikanten hebben het voorbeeld gevolgd met nieuwe voorbeelden. Wageningen ziet kansen in verpakkingen, gemaakt van tomatenbladeren. Zo’n biobased verpakking kan probleemloos in de GFT-bak. Het materiaal is composteerbaar. Biobased grondstoffen zijn ook bekend van veel tijdschriften: mais en aardappelen blijken goed geschikt voor de seal.

Met gemak vijftien procent besparen

Geen aardolie meer ‘verspillen’ aan verpakkingen is een heel spraakmakende trend. Maar vaak zijn ook op micro-niveau al grote besparingen denkbaar. Neem folie. Een leverancier die pallets wil omwikkelen voor de stabiliteit, kiest nu vaak een folie met een dikte van 23 micron. De kwaliteit van folie is echter niet blijven stilstaan. Een variant van 20 micron doet het werk net zo goed. Daarmee valt al vijftien procent te besparen op materiaal. Toch wordt de dikte van 23 micron vaak maar voor de zekerheid genomen. De verantwoordelijke inkoper redeneert al gauw in de trant van: als die folie scheurt en de heftruckchauffeur moet elke keer van zijn heftruck af om in te grijpen, is het mij de besparing niet waard.

Materiaal met geheugen

Een ander voorbeeld: voorgerekte folie. Dat is folie met een ‘geheugen’. Na normaal (handmatig) omwikkelen trekt het materiaal zichzelf nóg strakker om de pallet heen. Nu nog worden gewone folies gebruikt om te omwikkelen. Om de pallet voldoende te stabiliseren, zal de verpakkingsmedewerker er gauw nog een extra wikkellaag omheen doen. Met die voorgerekte folie kan probleemloos dertig tot vijftig procent op folie worden bespaard. Wie weet hoeveel pallets er dagelijks handmatig worden ingeseald, met alle verspilling van dien, kan zich voorstellen dat die noviteit een aardige berg afval scheelt. Trouwens, voorgerekte folie is ook valbestendig. Valt een ‘gewone’ rol folie, dan ontstaat al snel een ‘deuk’ in het folie die snel gaat scheuren. Een rol die is gevallen wordt daarom vaak ongebruikt weggegooid.

Op naar minder afval

Verpakkingen mogen dan nuttig zijn, elke inspanning om de hoeveelheid te reduceren is welkom. Fabrikanten en leveranciers moeten in nauwe samenwerking met klanten die uitdaging oppakken. De mogelijkheden om de afvalberg te verlagen, konden nog wel eens groter zijn dan we nú denken. Wat verpakken we straks allemaal in tomatenblad?

Reageer op dit artikel