blog

Kiloknallers en andere ketenongelukken

Supply chain

Door even rustig aan te doen met de ‘kiloknallers’ probeert C1000 de stichting Wakker Dier wat wind uit de zeilen te halen en de imagoschade te beperken.

Kiloknallers en andere ketenongelukken
Kiloknallers en andere ketenongelukken

 

Afgezien van het feit dat het interessant is om te zien hoe deze publicitaire strijd wordt gestreden, is het wellicht belangrijker om in te gaan op waar het werkelijk om gaat, namelijk de keteneffecten. Immers, de redenering van Wakker Dier is dat zulke lage vleesprijzen in de supermarkt alleen mogelijk zijn doordat aan het begin van de keten het dierenwelzijn geweld wordt aangedaan.

 

Over de keteneffecten van de kiloknallers valt heel veel te zeggen (Zijn de consumenten de schuldigen of de supermarkten? Krijgen de boeren bij hogere prijzen dan wel een “fair share”?) maar hier zou ik het willen hebben over het meer algemene probleem van aanbesteden en inkopen tegen de laagste prijs.

 

Er bestaat een interessante paradox rond inkopen tegen de laagste prijs. Ons boerenverstand zegt, kort samengevat: “maar geen cent te veel hoor“. Economische modellen, marktwerking en mededingingswetten centreren zich rond de voordelen van prijsconcurrentie. Maar de kritiek op prijsdruk is ook van alle tijden. Net zoals kiloknallers kunnen leiden tot dierenleed, kan marktwerking in de zorg leiden tot “pyjamadagen” en kan hevige concurrentie bij sportartikelen leiden tot kinderarbeid. In een recent opinieartikel in de Volkkrant (09-08-10) wordt beweerd dat de hevige concurrentie bij beveiliging- en schoonmaakbedrijven leidt tot verslechterde arbeidsomstandigheden en -voorwaarden. Uit onderzoek binnen de Nederlandse woningbouwsector blijkt overduidelijk dat juist het aanbesteden op basis van de laagste prijs leidt tot een versnipperde keten met daarin bedrijven die tegengestelde belangen hebben, met als desastreus gevolg meer opleverfouten, forse overschrijdingen van de afgesproken opleverdatum en gigantische faalkosten. Samenvattend: aanbesteden of inkopen op basis van de laagste prijs leidt onherroepelijk tot ketenongelukken.

 

Hoe dit probleem op te lossen?

Voornoemd opinieartikel stelt voor om aanbesteden en inkopen tegen de laagste prijs simpelweg te verbieden. Als alternatief wordt een zogenaamd “omgekeerde Vickrey-veiling” voorgesteld: iedere aanbieder doet een offerte en de opdracht gaat naar de aanbieder met de laagste prijs maar wordt verrekend tegen de één-na laagste prijs. Hoewel in de wetenschappelijke literatuur aan de hand van modellen wordt aangetoond dat dit vanuit een ketenperspectief inderdaad goed werkt, lijken de praktische bezwaren nogal groot. Bovendien gaat deze methode niet wezenlijk in op het echte probleem: namelijk dat als het puntje bij het paaltje komt kwaliteit geen noemenswaardige rol bij de aanbesteding of de inkoop speelt.

 

Het belangrijkste onderliggend probleem is misschien wel dat bij een aanbesteding of inkoop kwaliteit vaak niet goed zichtbaar of meetbaar is. Hoe kan ik als consument zien of de “AH weidemelk” ook daadwerkelijk van koeien uit de wei komt? Hier ligt misschien ook wel een belangrijke oplossingsrichting. In de bouwsector wordt inmiddels geëxperimenteerd met standaarden voor productkwaliteit en leveranciers- en klanttevredenheid. Voor wasmachines, auto’s en huizen kennen we de zogenaamde energielabels. Misschien is dit ook een goed idee voor ketens in de agrosector? Dan kunnen we hopelijk binnenkort in de supermarkt meemaken dat de kiloknallers blijven liggen omdat het “diervriendelijkheidlabel” ons zegt dat we dit vlees echt niet moeten willen.

 

Met dank aan Bo van der Rhee (Nyenrode Business Universiteit) en Marcel Noordhuis (Deloitte Real Estate) voor hun inbreng en suggesties.

 

Artikel ‘Weidemelk’ van Albert Heijn komt van koeien op stal; Volkskrant 7 augustus 2010

 

Artikel ‘Verbied opdracht tegen laagste prijs te gunnen’: Volkskrant 9 augustus 2010

 

 

Reageer op dit artikel