blog

De uitdagingen van humanitaire logistiek

Supply chain

De uitdagingen van humanitaire logistiek
Humanitaire logistiek

De logistieke kosten van hulpverlening bij rampen zijn enorm. Er wordt door velen zelfs gesteld dat hulpverlening na een ramp voor 80 procent uit logistiek bestaat. Expert Sander de Leeuw schetst de uitdagingen bij deze zogenaamde humanitaire logistiek.

De logistieke hulpverlening stokt in Haiti: wegen zijn onbegaanbaar, de luchthaven en zeehaven zijn verstopt en er is geen materieel om de puinhopen af te graven. Dagblad NRC maakt melding van een ‘logistieke nachtmerrie’ en de minister van ontwikkelingssamenwerking heeft zelfs besloten dat er als eerste geld moet worden besteed aan logistieke middelen. Oud-president Bill Clinton heeft recent zelfs zijn excuses aangeboden voor het traag op gang komen van de hulpverlening aan Haiti.

    

Het bestrijden van rampen vereist enorme logistieke operaties, waarbij mensen, materieel en goederen vanuit alle hoeken van de wereld worden ingezet. Er is veel discussie over het verloop van de hulpverlening in Haiti maar dat is niet voor het eerst; we hebben gewoon een wat kort geheugen.
 

De logistieke kosten van hulpverlening bij rampen zijn enorm. Er wordt door velen zelfs gesteld dat hulpverlening na een ramp voor 80 procent uit logistiek bestaat. Alleen al de kosten van het transport van hulpverleningsgoederen zijn vaak veel hoger dan de waarde die de geleverde goederen vertegenwoordigen. Het transport van een vracht vanuit Nederland naar Haiti met een Ilyushin Il-76 – een veel gebruikt transportvliegtuig bij rampenbestrijding omdat het op veel plaatsen kan landen en zonder hulpmiddelen is uit te laden – kost bijvoorbeeld al gauw $250,000.- . Het snel opbrengen van dergelijke hoeveelheden geld is lastig voor veel humanitaire organisaties. Organisaties moeten meestal eerst met de pet langs donoren om geld in te zamelen.
    

Effect goederendonaties desastreus

De tsunami van december 2004 kreeg enorme media-aandacht, met zoveel steuntoezeggingen dat sommige organisaties opriepen te stoppen met geld doneren. In de maanden na de tsunami stuurden bedrijven en particulieren ook massaal goederen naar het getroffen gebied, vaak op eigen initiatief. Het effect van veel van deze goederendonaties was desastreus. Met alle beste bedoelingen raakte de aanvoerkanalen vol met vaak overbodige producten. Dit was zeker niet uniek voor de tsunami en dat gevaar loert nu weer om de hoek in Haiti. Uit het verleden zijn er gevallen bekend waarin lingerie en Viagra werden gestuurd naar Afrika bij humanitaire hulpverleningsoperaties, evenals winterparka’s naar tropisch Sri Lanka.
 
Ondersteuning met goederen kan zinvol zijn maar niet ad-hoc zonder afstemming met een humanitaire organisatie. Organisaties die succesvol een humanitaire respons ondersteunen met niet-financiele donaties hebben dit vooraf uitvoerig afgestemd met een organisatie (zie de welbekende voorbeelden van DHL en TNT, maar ook het werk van Shell, Coca-Cola en anderen).

   

Belangrijke uitdagingen

Humanitaire hulpverlening gebeurt al decennia lang maar de logistiek van hulpverlening heeft pas recent grootschalige aandacht gekregen als onderzoeksterrein. Onderzoek onder humanitaire organisaties toont een aantal belangrijke uitdagingen op het gebied van logistiek voor humanitaire organisaties:

  • een gebrek aan erkenning van het belang van logistiek:
    de meeste humanitaire organisaties hebben twee soorten activiteiten: programma’s en ondersteunenden diensten. Programma’s vertegenwoordigen eigenlijk de ‘front-office’ en bevatten activiteiten op het gebied van noodhulp en ontwikkelingswerk. De ondersteunende diensten zijn de ‘back-office’; logistiek valt hier ook onder. Fondsen worden meestal door donoren toegekend aan programma’s met een maximum percentage voor ondersteunende diensten. Daarmee is de focus gericht op korte-termijn hulp in plaats van ontwikkeling van bijvoorbeeld systemen en verbeteringen.
  • een gebrek aan professionele staf op het gebied van logistiek:
    Veel logistiek personeel heeft geen adequate scholing op dit gebied; hoewel dit in de grote humanitaire organisaties sterk aan het veranderen is, blijft het hebben van veldervaring in de meeste humanitaire organisaties belangrijker dan formele training in logistiek.
  • inadequate technologische ondersteuning:
    het gebruik van informatiesystemen die ondersteuning bieden vanaf inkoop tot aan gebruik is nog relatief beperkt. Daarmee ontbreekt ook historische data op basis waarvan processen kunnen worden geanalyseerd en verbeterd maar ook realistische doelen kunnen worden gesteld, bijvoorbeeld op het gebied van voorraadniveaus. De vraag naar goederen en hulpverleningsactiviteiten wordt vaak als onbetrouwbaar bestempeld "omdat je nooit weet waar een ramp gebeurt" maar eerste analyses laten zien dat de vraag helemaal niet zo onbetrouwbaar is als vaak wordt aangenomen.
  • gebrek aan ‘institutioneel leren:
    Hulpverleningswerk bij rampen is zeer intensief. Contracten met hulpverleners worden vaak afgesloten voor de duur van een project. Na een hulpverleningsactie gaan hulpverleners door naar een volgend project – of verlaten de organisatie. Gevolg: er is te weinig tijd voor reflectie en verbetering.
  • weinig partnerships:
    met de toename in concurrentie tussen humanitaire organisaties is samenwerking tussen humanitaire organisaties relatief beperkt. Zo bleek dat een aantal organisaties in dezelfde omgeving voorraden wilden positioneren zonder dat ze hier met elkaar over hadden gesproken. Partnerships met de industrie zijn in opkomst maar staan op enkele uitzonderingen na nog in de kinderschoenen.
       

Brandweermentaliteit
De methode van financiering van hulpverlening blijkt een cruciale factor. Donaties aan rampen zijn namelijk vaak gebonden aan besteding ten behoeve van bestrijding van die ramp. Geld dat via giro 555 wordt ingezameld voor de recente aardbeving in Haiti kan niet zomaar worden doorgesluisd naar een andere ramp mocht blijken dat er meer dan genoeg geld is opgehaald. Ook fondsen afkomstig van institutionele donoren (overheden bijvoorbeeld) zijn meestal ramp-gebonden. Het gevolg hiervan is brandweermentaliteit; elke keer de startblokken gedurende de periode vlak na een ramp maar gedurende de ‘rustige’ periodes weinig geld voor een humanitaire organisatie om zich in de maximaal voor te bereiden. 

Minister Koenders evenals de SHO stellen dat maximaal 7 procent van de gelden die zijn verzameld kunnen worden gebruikt voor overhead (de zogenaamde "apparaatskosten"). Betekent dit dat er ook geen geld mag worden gestoken in het voorbereid zijn op nieuwe problemen? Moet die 7 procent niet juist omhoog ten behoeve van een betere voorbereiding van nieuwe problemen? Geld moet in de ogen van velen zoveel mogelijk worden omgezet in directe hulp. Onderzoek laat echter laat zien dat door deze brandweermentaliteit humanitaire organisaties vaak weinig ruimte hebben om logistiek gezien goed voorbereid te zijn op rampen.
   

Logistieke keten voor water

In een van de onderzoeksprojecten die wij uitvoeren op het gebied van humanitaire logistiek hebben wij onlangs met een aantal hulpverleningsorganisaties een logistieke keten ontwikkeld voor het gebruik van waterzuiveringsinstallaties en aanverwante producten tijdens rampen. Een mens kan lang zonder voedsel maar niet lang zonder water. Snel reageren (binnen enkele dagen ter plekke en operationeel zijn) is derhalve van levensbelang. Dergelijke installaties zijn duur, standaardisatie van specificaties is belangrijk en samenwerking tussen organisaties op dit gebied gewenst (stelt u eens voor dat de buizen van organisatie A niet op de pomp van organisatie B passen).

   

Het ging daarbij vooral om welke voorraden waar moeten worden aangehouden. Wat bleek: het ontwerp van deze gezamenlijke supply chain was niet zo problematisch; de financiering ervan daarentegen bleek een stuk lastiger. Donoren moeten immers voorafgaand aan een ramp geld verschaffen om o.a. voorraden en transport te financieren, zonder dat duidelijk is voor welke ramp de installaties worden ingezet. Zo wilde de overheid van land X alleen financieren als leveranciers uit land X werden gebruikt. Daarnaast bleek dat veel donoren er problemen hadden om gedurende langere tijd garant te staan voor fondsen om continuiteit te waarborgen van een dergelijk proces. Alleen dan kan namelijk na het gebruik van installaties en producten bij een ramp de voorraad weer snel worden aangevuld zonder een intensieve geldwervingscampagne – en zo ook voorbereid te blijven voor een nieuwe ramp. 
 
Logistiek voorfinancieringsfonds

Humanitaire organisaties hebben op dit moment vaak weinig financiele ruimte om logistiek gezien goed voorbereid te zijn op rampen. Een logistiek voorfinancieringsfonds kan hierbij helpen. Een dergelijk voorfinancieringsfonds is erop gericht om zeer snel financiele middelen ter beschikking te kunnen stellen aan humanitaire organisaties om transportkosten van hulpgoederen te kunnen financieren en sneller op een ramp te kunnen reageren. Een dergelijk voorfinancieringsfonds is ook nuttig voor het voorfinancieren van een voorraad van goederen en materieel die bij elke ramp noodzakelijk zijn. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld tenten maar zeker ook aan hygienekits en waterzuiveringsinstallaties. Met een dergelijk fonds kunnen krachten gebundeld worden en kan sneller worden gereageerd in geval van nood doordat geld eerder beschikbaar is. Zodra dit fonds is opgericht kan het vervolgens worden aangevuld met bijvoorbeeld een deel van de opbrengsten van de landelijke campagnes zoals die van giro 555 maar ook met bijvoorbeeld steun vanuit de overheid.

     
Geld is zinvoller

Hoe kan de industrie helpen? Na de tsunami zijn er veel bedrijven geweest die hulp geboden hebben aan humanitaire organisaties – de telefoon stond vaak roodgloeiend – bijvoorbeeld door een week gratis een analyse van de logistiek van een humanitaire organisatie uit te voeren of een logistieke strategie-analyse te doen. Dat is prachtig voor de medewerkers van de bedrijven die dergelijke projecten pro deo uitvoeren maar minder zinvol voor humanitaire organisaties zelf. Een directe philantropische bijdrage na een ramp, bijvoorbeeld door ruimte ter beschikking te stellen, medische instrumenten, vrachtcapaciteit of gewoon geld is zinvoller – uiteraard wel in afstemming met humanitaire organisaties. Partnerships met de industrie kunnen voor humanitaire organisaties nog veel relevanter zijn als deze een lange-termijn karakter hebben. TNT werkt inmiddels al jaren samen met het World Food Programme en wordt gezien als een van de grote voorbeelden hoe de industrie samen kan werken met de humanitaire wereld.
   
Structureel investeren

Een ramp is pas een ramp als deze volop aandacht krijgt van de media. Helaas maar waar, want pas dan wordt de knip geopend. De directe noodhulp na rampen is ontzettend belangrijk en daarbij is alle financiele hulp zeer welkom en nodig. Hulp is echter minstens zo belangrijk bij het voorbereiden van toekomstige rampenbestrijdingsacties. Dergelijke hulpverlening is echter minder sexy en krijgt veel minder media-aandacht. Logistiek bij rampenbestrijding zal echter altijd moeilijk blijven als we niet structureel investeren in het voorbereid zijn op deze rampen maar alleen rampgestuurde steun blijven bieden. Uw ondersteuning bij het systematisch verbeteren tussen rampen door levert een veel grotere bijdrage dan alleen philantropische donaties vlak na een ramp.

 

Lees ook eens dit rapport over humanitaire Logistiek: http://fritzinstitute.org/PDFs/WhitePaper/FromLogisticsto.pdf  

Reageer op dit artikel