blog

Zeven kenmerken van goede coaching in het magazijn

Supply chain

Sport en coaching zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er is overdracht van techniek en tactiek, met als doel de prestaties te verbeteren. In het magazijn is dit helaas nog niet altijd het geval. Dat is erg jammer want de mogelijkheden om verbeteringen te realiseren zijn enorm. Ewout Brehm van Buro Fysieke Arbeid vertelt hoe.

Zeven kenmerken van goede coaching in het magazijn

Het blijft vreemd dat we nagenoeg nooit stilstaan bij de bewegingen die we in ons werk uitvoeren, soms wel 8 uur per dag en misschien wel 40 jaar lang. Waarom zoeken we niet voortdurend naar de meest ideale wijze om fysiek werk te doen? Waarom is het geen gewoonte om dit aan elkaar over te dragen en te coachen?

Wel druk met sport

Dit is des te vreemder als we beseffen dat we wel erg druk zijn met bewegingen die we misschien één keer in de week voor ons plezier doen in de sfeer van sport. We volgen weken lang cursussen om vervolgens kleine witte balletjes in zandbakken te slaan. We investeren stevig in schoenen, rackets en trainingen om een keer per jaar te schitteren op een tennistoernooi.
Coaching van arbeidsmotoriek op de werkvloer is niet vanzelfsprekend. Toch levert het, net als in de sport, positieve resultaten op; medewerkers worden zich meer bewust van fysieke belasting, kunnen de fysieke belasting verminderen en het gevoel van vakmanschap wordt verbeterd.

Coachen op de werkvloer, een vak apart! Een voorbeeld: Door een reorganisatie heeft Gerald een nieuwe baan gekregen. Het is fysiek werk en hij heeft veel moeite mee. Gerald moet kleine ronde kazen vanuit een verzamelbak over een lage rand in een lopende band leggen. In deze lopende band zit een gat waar de kaas maar op één manier in past. Het lijkt een simpele opdracht maar Gerald kan op geen enkele manier de snelheid en de productie halen die de collega’s naast hem met gemak halen. Hij werkte zich letterlijk in het zweet, maar kwam niet tot de norm. Het was hem voorgedaan, hij was al wat hoger gaan staan en er waren motiverende gesprekken geweest maar er was geen verbetering.

Na een goede analyse van de handelingen van Gerald en een specifieke training op een nieuwe arbeidsmotoriek lukte het hem uiteindelijk toch om met de juiste techniek de snelheid van zijn collega’s bij te houden. Het zat ‘m in de manier waarop hij met een simpele handbeweging de kaas over de rand kon laten rollen. Voorheen kantelde hij zijn hand teveel waardoor hij te veel druk gaf op de kaas en deze dus moeilijk over de richel kreeg. Zijn collega’s beheersten zelf deze techniek goed, maar hebben er nooit bij stil gestaan en konden het niet overdragen.

Coaching mooiste wat er is

Coaches zijn medewerkers die het werk erg goed beheersen en het leuk vinden om (nieuwe) collega’s te helpen om het werk makkelijker te maken. Coachen in de arbeidsituatie is namelijk niet gemakkelijk en vereist veel oefening. Maar wanneer je als coach de 7 kenmerken van goede coaching beheerst is de kans op succesvolle verbeteringen bij medewerkers vergroot en is coaching het mooiste wat er is.

Zeven kenmerken van goede coaching:

 

  1. De coach werkt met een concrete en heldere doelstelling
    De basis van coaching begint met het helder en concreet hebben van je doelstellingen. Het moet voor de coach en medewerker duidelijk zijn waar je naar toe wilt werken. Iedere activiteit die je als coach onderneemt zal in het teken moeten staan van het het doel. Daarnaast is het van belang dat de doelstelling acceptabel is en relevant is voor de medewerker. Als je iets wilt aanleren wat te moeilijk is of erger nog wat niet past in de dagelijkse praktijk van het werk zal het resultaat altijd negatief zijn. Verder moet je als coach ook succesmomenten inplannen. Doelstellingen dus niet te ver weg leggen en ervoor waken dat je als coach, ondanks verstoringen, de doelstelling blijft volgen.
  2. De coach heeft basiskennis en basisvaardigheid in didactiek
    Didactiek gaat over de vraag ‘hoe leren mensen?’ Leren is een proces waarin mensen nieuwe kennis opdoen en vaardigheden ontwikkelen door informatie in zich op te nemen en te verwerken. Leerprocessen bestaan altijd uit 5 fasen.
    De aanzet (fase 1) van het leerproces is de eerste en belangrijkste fase. Om te leren is een motief nodig; de deelnemer, die het leerproces moet ondergaan, zal het nut of belang van het leerproces moeten inzien. Alleen dan zal de deelnemer positieve energie stoppen in het leerproces. Zonder een goed motief is de kans erg groot dat het leerproces mislukt. De coach speelt een belangrijke rol bij het motiveren van de deelnemer. In de tweede fase van het leerproces zal de nieuwe vaardigheid uitgeprobeerd worden. In deze fase is het belangrijk dat de deelnemer bevestigd wordt in het idee dat het leerproces zinvol is. Er ontstaat een vorm van acceptatie. Vervolgens zal de vaardigheid getraind en geoefend moeten worden. Het trainen (fase 3) gebeurt onder begeleiding van de coach. De coach geeft uitleg, geeft voorbeelden doet vaardigheden voor en geeft feedback.. Het oefenen (fase 4) gebeurt zelfstandig. Fase 3 en 4 zullen steeds afwisselend plaatsvinden. In de vijfde fase worden de vaardigheden geautomatiseerd. Dat betekent dat de medewerker de vaardigheden tijdens het werk onbewust uitvoerd. het is de taak van de coach om de deelnemer op de juiste manier door alle fases van dit leerproces te begeleiden.
  3. De coach kan een goede toonzetting neerzetten
    Toonzetting gaat over de wijze waarop de coach en de deelnemer samen het leerproces vorm geven. De sfeer waarin het leerproces zich afspeeld heeft veel invloed op het resultaat. De coach kan op diverse momneten in het leerproces de toon zetten. Daarbij doelen we niet alleen op het stemgebruik maar vooral op wat voor manier waarop de coach zich profileert. De coach moet zichzelf en de opleiding serieus wegzetten, maar moet ook niet overkomen als politieagent of controleur. De toonzetting die je kiest bepaalt hoe cursisten en andere betrokkenen met de cursus omgaan. En deze moet op verschillende momenten anders zijn. Dat is de kunst van een goede coach.
  4. De coach kan de startsituatie goed bepalen
    Voordat je een leerproces gaat starten is het van belang om te weten waar iemand staat. Je kan geen standaard programma afdraaien dat voor iedereen hetzelfde is. Dit zal uiteindelijk een belangrijk verschil zijn tussen een coach en een goede coach. Als je de startsituatie kent kun je iemand een coaching op maat geven. Je weet dan waar zijn sterke en zijn zwakke punten liggen. Dit begint wel met een duidelijk profiel van het vakmanschap van de medewerkers.
  5. De coach werkt met een concreet en effectief
    programma
    Wanneer de doelstelling en de startsituatie bekend zijn kan een programma worden ingericht. Hierbij moet er rekening gehouden worden met de stappen van een leerproces. Dit zal leiden tot een goed beschreven en efficiënt programma. Naast de inhoud van het programma is de organisatie belangrijk. De ervaring leert dat de belangrijkste reden van het mislukken van een leerproces het ontbreken van een goed georganiseerde coaching is. Onbewust komen er allerlei redenen voorbij om minder vaak te coachen dan voorgenomen is (drukte op de werkvloer, ziekte, vakantie etc.). Het is de kunst van de coach om met al deze zaken bezig te zijn. Natuurlijk komt het voor dat vooraf geplande afspraken niet doorgaan. Een goede coach weet daar goed mee om te gaan en dat met zijn of haar deelnemer goed te communiceren.
  6. De coach beheerst trainingsvaardigheden
    Hier begint het echte coachen. Samen op de werkvloer aan de slag om kennis en/of vaardigheid naar een hoger niveau te brengen. Om kennis of vaardigheden over te dragen heeft de coach een groot arsenaal aan trainingsvaardigheden nodig.  Voor goede coaching zijn 2 factoren van belang: de organisatie van de coaching en de opbouw van de coaching. Organisatie van coaching heeft betrekking op de plaats van coachen en het moment van coachen in relatie met het onderwerp. Daarnaast moet de opbouw van de coaching in orde zijn; makkelijke dingen eerst, complexe zaken later. De inrichting van het coachmoment bepaalt of de deelnemer de vaardigheden efficiënt leert.
  7. De coach kan een goede toetsing uitvoeren
    Als begeleider van een leerproces moet je continu voor jezelf nagaan of iemand datgene wat ie moet leren ook echt beheerst. Vaak wordt ‘vergeten’ om dit te doen. Er wordt iets heel enthousiast uitgelegd en voorgedaan. Door de coach wordt er gevraagd ‘Is het zo duidelijk? Nog vragen? Nee? Dan goed oefenen…’ Maar weet je echt zeker dat het geleerde ook eigen is gemaakt en zijn die belangrijke punten die je hebt uitgelegd ook echt binnengekomen. De goede coach zal hier altijd naar op zoek gaan. Toetsen is dus niet alleen achteraf toetsen maar tijdens het hele leerproces nagaan of de deelnemer het ook echt snapt, kan of weet.

De weg naar het toetsen toe is uiteindelijk belangrijker dan het toetsmoment zelf. Als iemand weet dat er een examen gaat komen gaan ze er nog een keer goed voor zitten. Er worden ter voorbereiding vragen gesteld aan collega’s. Als coach kun je dit begeleiden en stimuleren.

Met het beheersen van de ‘ 7 kenmerken van goede coaching’ is er structuur gegeven aan het begeleiden van medewerkers op de werkvloer. Uiteindelijk zit de toegevoegde waarde van het coachen in de momenten dat het je lukt om collega’s op een minder belastende manier te laten werken en dat fysieke klachten daardoor verminderen.

Reageer op dit artikel