artikel

Postponement manufacturing vraagt om meer onderzoek

Supply chain Premium

Rotterdam – Vorig jaar kreeg Remko van Hoek een prijs van de CLM voor zijn vier jaar oude dissertatie over ‘postponed manufacturing’ in Nederland. Dat concept heeft nog niets aan actualiteit ingeboet. Integendeel: Van Hoek is bezig met een vervolgonderzoek, nu over de toepassing van dit concept in Nederland en vier andere West-Europese landen. In april moet het eindverslag er zijn.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in LogistiekKrant op 24 februari 2000.

Postponed manufacturing, kortweg postponement, betekent letterlijk vertaald ‘uitgestelde productie’. In logistieke termen: het stroomopwaarts verleggen van het klantorderontkoppelpunt. In alledaags Nederlands: wachten met het voltooien van een product totdat je weet wat de klant precies wil. Postponement zorgt voor een lagere voorraad en een hogere reactiesnelheid in de keten, omdat de producent sneller kan reageren op onverwachte vragen. Professor Remko van Hoek (28) is vier jaar geleden op het onderwerp gepromoveerd en inmiddels benoemd tot hoogleraar supply chain management aan Cranfield University. In oktober ontving hij voor zijn proefschrift als eerste niet-Amerikaan de prijs van de Council of Logistics Management. Postponement is dus een onderwerp dat leeft onder logistici. “Er is nog heel wat te doen rondom postponement”, beaamt Van Hoek. “De komende jaren zal ik dit concept dan ook absoluut niet loslaten.”

     

Van Hoek schat dat in 1999 10 procent van het werkzame deel der bevolking zich bezig heeft gehouden met activiteiten die onder postponement geschaard kunnen worden. In 1996 was dat slechts 6,5 procent. In Nederland is postponement dus belangrijk, maar dat percentage zegt nog niet of dat veel of weinig is in vergelijking met andere landen.

    

In perspectief

Om de Nederlandse situatie in perspectief te zetten, is de wetenschapper bezig met een onderzoek naar de toepassing van postponement in vijf West-Europese landen. Naast Nederland zijn dat België, Duitsland, Frankrijk en Engeland. Zo’n 1700 bedrijven is om medewerking gevraagd. Die zijn onderverdeeld in vier groepen: food, elektronica, farma en logistiek dienstverlening. “Dat onderscheid heb ik aangebracht omdat er grote verschillen zijn in de toepasbaarheid en uitvoering van postponement. In de farmaceutische industrie gaat het vaak niet verder dan verpakken of een andere bijsluiter toevoegen. In de elektronica-branche praat je snel over assembleren”, zegt Van Hoek.

Eén van de belangrijkste vragen is welk motief bedrijven aanvoeren om postponement toe te passen. Bij zijn promotie concludeerde Van Hoek dat in Nederland serviceverhoging vaker genoemd wordt dan kostenbesparing. “Maar als je het goed doet, is allebei te realiseren”, weet Van Hoek. Daarnaast wil hij weten wat de gevolgen van postponement zijn voor mainports zoals Rotterdam. Van Hoek vraagt zich af of de werkgelegenheid naar het achterland verschuift. In april weet hij het antwoord, want dan moet het onderzoek zijn afgerond.

     

Pro-actieve partijen

Wat Van Hoek tot nu toe gesignaleerd heeft, is dat postponement bij logistiek dienstverleners beperkt van de grond komt. Producenten denken bij logistiek dienstverlening vaak alleen aan transport en warehousing, terwijl de logistiek dienstverleners zelf postponement of value added logistics (VAL) nog te weinig tot hun core business rekenen. Van Hoek ziet grote kansen voor pro-actieve partijen die met hun klanten meedenken over de inrichting van de keten. In Nederland zijn nog maar enkele bedrijven zo ver. “Niet iedereen zal daar ook aan toekomen”, voorspelt Van Hoek. “Maar dat hoeft ook niet. Er blijft genoeg werk over voor traditionele transporteurs.”

Over kansen voor logistiek dienstverleners in de supply chain wil Van Hoek binnenkort een boek te schrijven.

    

Kader bij artikel:

Wetenschapper en ondernemer

Een zevendaagse werkweek zou Remko van Hoek wel kunnen gebruiken. Behalve hoogleraar supply chain management aan Cranfield University is hij verbonden aan de universiteiten van Gent en Rotterdam. Tevens is hij directielid van FIER, een onderzoeksbureau waarvan de Erasmus Universiteit 100 procent aandeelhouder is. FIER biedt de mogelijkheid tot ondernemerschap op de universiteit zonder dat voortdurend met derden over verantwoordelijkheden hoeft te worden gesproken. “Wij doen contractonderzoek op het gebied van supply chain management”, aldus Van Hoek.

Reageer op dit artikel