blog

Wegwijs in de jungle van bio-verpakkingen

Distributie

Wie milieuvriendelijk wil kopen, kan kiezen uit een snelgroeiend aanbod. Dat geldt ook voor verpakkingsmateriaal en -hulpmiddelen uit zogenoemd bioplastic. De keerzijde: zolang de markt geen algemeen aanvaarde standaarden heeft bepaald, moet de consument na elke aankoop zelf controleren of alle beloftes wel werden gehouden, stelt Fred Straver van Storopack.

Wegwijs in de jungle van bio-verpakkingen
Bio verpakking

De CO2-voetafdruk van een product hangt af van de uitstoot van broeikasgassen bij de productie, de distributie, het gebruik en de afvalverwerking. Als de producten moeten worden getransporteerd, vergroot dit dus de CO2-voetafdruk. Als goederen worden verzonden met vul- en buffermateriaal uit duurzame grondstoffen, komt dat het ecologische evenwicht ten goede. In hun zoektocht naar dergelijke grondstoffen worden de ondernemingen sinds 2007 steeds vaker geconfronteerd met luchtkussenfolies die als biokwaliteit worden gekenmerkt.

  

Maar opgelet: niet alle producten die zo zijn gekwalificeerd, voldoen aan de verwachting van de koper dat zij zijn gemaakt van duurzame materialen. Wel integendeel: zij kunnen volledig uit polyethyleen (PE) bestaan, en de grondstof daarvan is aardolie. Dit misverstand is mogelijk omdat er geen eenduidige definitie bestaat voor bioplastic.

 

Etikettenzwendel niet uitgesloten

Voor sommigen is het belangrijkste kenmerk de grondstoffen, die duurzaam moeten zijn. Anderzijds kan een kunststof ook het voorvoegsel ‘bio-‘ krijgen als ze afbreekbaar is. Daarvoor kan ze uit duurzame grondstoffen bestaan, maar dat is niet noodzakelijk zo.

  

Een bedrijf dat duurzaam wil werken, moet dus in deze biojungle op zoek gaan naar producten die beantwoorden aan zijn eigen eisen. De benaming alleen kan verwarring zaaien: begrippen als ‘bio’, ‘composteerbaar’ of ‘biologisch afbreekbaar’ zijn zoals bekend niet juridisch beschermd.

 

Consequent bio heeft zijn prijs

Wie zijn logistiek ‘groener’ wil maken, zal in de regel beide kenmerken nastreven. Hij zal dus kiezen voor luchtkussentjes die zowel composteerbaar zijn als van duurzame materialen stammen. Maar luchtkussentjes uit honderd procent duurzame materialen bestaan volgens de huidige stand van kennis nog niet. Zoals dat gaat met veel andere kunststoffen op biologische basis, worden ook hier synthetische componenten bijgemengd om de voor het gebruik gewenste eigenschappen te bereiken.

 

Die extra duurzaamheid heeft zijn prijs: voor de luchtkussentjes van groene oorsprong moet duidelijk meer worden betaald dan voor hun volledig synthetische tegenhanger. Dat komt voor een deel door de hoge grondstoffenprijs. Ook het materiaalverbruik speelt een rol. De biofolie voor transporttoepassingen moet tot nog toe nog dubbel zo dik zijn om dezelfde eigenschappen voor bijvoorbeeld de dichtheid te realiseren. Luchtkussentjes uit geco-extrudeerd PE klaren deze klus vandaag bij nauwelijks 25 µ.

 

Onzichtbaar is niet onschadelijk
Gelukkig, horen we links en rechts een aankoper denken, dat er op de markt nog goedkopere bio-alternatieven bestaan. Die zijn dan wel alleen maar afbreekbaar, maar dat is toch ook al niet slecht. Als je dat buffermateriaal wegwerpt, vind je er vijf jaar later al niets meer van terug. Het visuele afvalprobleem lost zich om het zo uit te drukken vanzelf op – maar in welke bestanddelen?

  

Bij de additieven die onder de kunststoffen worden vermengd om de afbreekbaarheid op de gewenste wijze te beïnvloeden, bevinden zich vaak schadelijke substanties. Vooral de zogenoemde oxo-bio-afbreekbare stoffen hebben een twijfelachtige reputatie verworven. Dat zijn in het algemeen materialen uit honderd procent polyethyleen (PE) waaraan metaalverbindingen werden toegevoegd. Volgens de in Berlijn gevestigde vereniging European Bioplastics moet een aantal van deze additieven volgens Europees recht als gevaarlijke stoffen worden beschouwd. O.a. de aanwezigheid van kobalt werd al aangetoond.

 

Beter met het Keimling-logo

Let wel, dit geldt slechts voor een beperkt deel van de composteerbare kunststoffen. Om te vermijden dat u deze in huis haalt, kunt u terugvallen op een afdoend middel: de certificering volgens de norm EN 13432. Die controleert de composteerbaarheid en geldt in de hele Europese Unie. Als herkenningsteken is in Duitsland, Nederland, Groot-Brittannië, Polen en ook in Zwitserland het Keimling-logo ingevoerd.

  

Van luchtkussentjes die dit logo dragen, is bewezen dat de biomassa die overblijft na de vertering, noch schadelijke stoffen zoals dioxine, noch zware metalen zoals koper, kwik, kobalt of cadmium bevat. Deze luchtkussentjes zijn geschikt om op industriële wijze te worden gecomposteerd. Dat wil zeggen dat zij in welbepaalde temperatuur- en vochtigheidsomstandigheden in zes tot twaalf weken uiteenvallen in water, kooldioxide en biomassa. De gewastolerantie is in een test bewezen.

 

Beter meteen starten

Bioluchtkussentjes zullen spoedig bijdragen tot een groenere logistiek. De productiecapaciteit voor duurzame biogrondstoffen neemt in de hele wereld exponentieel toe, en de druk om de CO2-uitstoot en onze olieafhankelijkheid te verminderen haalt dagelijks het nieuws. Gezinnen die volledig overschakelen op biovoeding en ook bioverpakkingen eisen, zullen de industrie dwingen om mee te werken. Wie niet snel is, dreigt de boot te missen.

Wie kan nog ontkennen dat het streven naar een duurzame grondstof correct en de moeite waard is? Storopack heeft alvast beslist om zijn steentje tot deze ontwikkeling bij te dragen.

Reageer op dit artikel