blog

CO2-productlabelling of supply chain carbon footprinting?

Distributie

Ondernemingen initiëren meer en meer duurzame activiteiten. Eén van deze initiatieven is het meten, reduceren en communiceren van de CO2-voetafdruk. Richard van Dijk van LHC Consulting zet de verschillen en overeenkomsten van twee methodieken uiteen.

CO2-productlabelling of supply chain carbon footprinting?
Carbon footprint

Een CO2-voetafdruk is een manier om de bijdrage aan de klimaatverandering te bepalen. Het is een indicator voor het aantal emissies van broeikasgassen uitgedrukt in CO2-equivalenten[1] veroorzaakt door een bepaalde activiteit of organisatie.

Een organisatie heeft de mogelijkheid tot het vaststellen van de CO2-voetafdruk van individuele producten, maar ook de onderneming als geheel. Omdat er langzamerhand algemeen aanvaarde normen te voorschijn komen, zijn de overeenkomsten en verschillen tussen deze twee methodieken van een CO2-voetafdrukmeting belangrijk.
 

Wat is CO2-productlabelling?
De CO2-uitstoot van een product is het totaal aan broeikasgasemissies dat is ontstaan tijdens de levenscyclus toegerekend aan een specifiek product. Dit omvat alle directe en indirecte emissies tijdens de productie, opslag, distributie, verkoop, gebruik en verwijdering.
Het doel van een CO2-productlabel is het creëren van bewustwording bij de consument en het beïnvloeden van het aankoopproces door een vergelijking tussen producten mogelijk te maken.
 

CO2-productlabels
Voor het communiceren van de CO2-belasting van een product zijn er drie mogelijkheden:

  • CO2-intensiteitslabel: Een CO2-intensiteitslabel toont het totaal aan CO2 per product uitgestoten tijdens de productie en vervoer van het product, eventueel aangevuld met de stadia gebruik en afvalverwerking. De uitstoot wordt per stadium of in één kengetal gepresenteerd. Energielabels voor personenwagens en wit- en bruingoed zijn voorbeelden van bestaande CO2-labels.
  • CO2-reductielabel: Een CO2-reductie label maakt impliciet een claim ten aanzien van een verminderde milieubelasting. Zonder onderbouwing en externe verificatie ten aanzien van de behaalde reductie is dit eerder een marketinginstrument dan dat het een daadwerkelijke keuzemogelijkheid biedt voor de consument.
  • CO2-neutraal label: Producten met een CO2-neutraal label bieden de belofte dat de uitstoot ontstaan tijdens de fabricage en distributie volledig gecompenseerd is door de aankoop van CO2-credits. Hier spelen de overweging mee hoe en wat er gemeten is, en de kwaliteit en betrouwbaarheid van CO2-compensatie.

   

Meetprotocol
Om betekenis te hebben voor consumenten moeten CO2-productlabels voldoen aan bepaalde voorwaarden. Een vergelijking van CO2-productlabels is in principe alleen mogelijk wanneer de uitgangspunten van het gebruikte protocol transparant, duidelijk en (idealiter) gelijk zijn. De data die ten grondslag liggen aan de meting moeten namelijk objectief, vergelijkbaar en met een zekere mate van voorzichtigheid verzameld zijn. Hierdoor is het van groot belang dat organisaties de methode van en de grenzen aan de dataverzameling duidelijk aangeven. Zodra er een verschil bestaat in de gebruikte methodiek is de kans groot dat er appels met peren vergeleken worden. Recentelijk heeft het Britse Carbon Trust[2] de standaard PAS 2050 uitgebracht als specificatie voor het vaststellen van de CO2-emissies van een product of dienst ten behoeve van CO2-labels, in andere Europese landen zijn ook vergelijkbare initiatieven, maar in Nederland ontbreekt het echter nog aan een standaard. 
 

Wat is supply chain carbon footprinting?
Supply chain carbon footprinting behelst de praktijk van het in kaart brengen van de CO2-emissies in de productieketen. Dit is bedoeld om het energieverbruik en de energie-efficiëntie van de gehele productieketen inzichtelijk te maken, afvalstromen te verminderen en duurzaam inkopen te ondersteunen.

De criteria die gesteld worden aan de kwaliteit van data en de gebruikte methodieken zijn vergelijkbaar aan die van CO2-productlabels.
 
In tegenstelling tot CO2-productlabelling vereist supply chain carbon footprinting niet meteen het ketenbreed verzamelen van emissiegegevens per product, maar wordt er vaak eerst naar de eigen organisatie gekeken en worden er pas in een later stadium ketenpartners bij betrokken.
 

GHG Protocol
Wanneer organisaties CO2-emissies rapporteren dan gebeurt dit momenteel hoofdzakelijk over hun eigen activiteiten in het kader van het duurzaamheidsverslag en aan de hand van de richtlijnen van het GHG Protocol[3]
 
Het GHG protocol beschrijft drie categorieën, zogenaamde scopes, waarbinnen ondernemingen hun broeikasgasemissies kunnen rapporteren:

 

  • Scope 1: Emissies van de eigen productie- en kantoorfaciliteiten en voertuigen;
  • Scope 2: Indirecte emissies door inkoop van energie;
  • Scope 3: Emissies uit overige activiteiten.

De laatste categorie is vrijwillig en omvat o.a. productgebruik, afvalverwerking, zakenreizen en (indien uitbesteed) activiteiten zoals transport, opslag en distributie. Binnen Scope 3 wordt vallen rapportages over emissies van ketenpartners buiten de eigendoms- en operationele invloedssfeer. Deze rapportage is vrijwillig, desondanks hebben deze activiteiten wel invloed op het imago en risicoprofiel van een onderneming.
 

Ketenpartners
Op het moment dat ondernemingen hun ketenpartners vragen over hun emissies te rapporteren gaan ze vaak slechts één schakel diep. Deze ketenpartners zijn echter om meerdere redenen huiverig om deel te nemen. Ze verwachten dat de investeringen in de rapportage niet terugverdiend zullen worden en menen overstelpt te worden met niet-gestandaardiseerde vragenlijsten, of ze beschikken niet over de kennis en middelen om aan te sluiten bij de gangbare protocollen. Daarnaast bestaat te allen tijde het probleem van externe controle op rapportages en hoe gedeelde faciliteiten door te berekenen aan de verschillende afnemers. Ten slotte bestaat er ook de angst dat de interne kostenstructuren bloot komen te liggen zodra er over emissies gerapporteerd gaat worden.
  

Carbon Disclosure Project
Ook investeerders onderkennen inmiddels het belang van broeikasgasemissies en klimaatverandering voor de continuïteit van een onderneming getuige het Carbon Disclosure Project[4]. Het Carbon Disclosure Project is een samenwerkingsverband van institutionele beleggers dat de grootste bedrijven ter wereld jaarlijks verzoekt hun beleid ten aanzien van de gevolgen van klimaatverandering kenbaar te maken en om hun CO2-emissies te rapporteren. Het Carbon Disclosure Project onderkent dat de volledige keten in ogenschouw genomen moet worden om risico’s en mogelijkheden in kaart te brengen die ontstaan door klimaatverandering en veranderd overheidsbeleid, zoals het limiteren en beprijzen van CO2-emissies.

 

 

 

CO2-productlabel

 

Voetafdruk van een onderneming/supply chain

Protocol, bijv.

PAS 2050

 

GHG Protocol

 

ISO standaard

ISO 14040 en ISO 14044

 

ISO 14064

 

Tijdsvenster

Levenscyclus

 

Kalenderjaar

 

Communicatiemedium

Productlabel

 

Duurzaamheidsverslag

 

Doelgroep

Consument

 

Investeerders en andere stakeholders

Scope

Activiteiten ketenbreed per product

Activiteiten per organisatie en ketenpartners

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tabel 1: vergelijking CO2-productlabelling en supply chain carbon footprinting
 

Conclusies
Beide benaderingen van CO2-voetafdrukmetingen dwingen organisaties de gehele keten kritisch te bekijken en leveren vaak mogelijkheden tot emissiereductie. Door de analyse van de verschillende stappen binnen de keten, van productie tot verpakkingsmateriaal en van verzending tot aan verlichting in de winkel, worden door het vaststellen van een CO2-voetafdruk vaak meerdere besparingsmogelijkheden geïdentificeerd.

 

Analyse product- en ketenniveau

Het onderscheid zit in het niveau en breedte van de analyse. Een analyse op productniveau zal eerder leiden tot een aanpassing van het verpakkingsmateriaal, terwijl een analyse op ketenniveau tot een herziening van de distributiestructuur zal leiden. Een CO2-voetafdruk per product is meteen ketenbreed, terwijl bij supply chain footprinting voor een meer gefaseerde aanpak gekozen kan worden. Daarbij moet bij beide benaderingen aannames gemaakt worden ten aanzien van gedeeld gebruik van faciliteiten en worden gelijke eisen gesteld aan de kwaliteit van de primaire data, maar de mate van accuraatheid is verschillend.
 
Footprinting voor CO2-productlabels extrapoleert secundaire data van productieprocessen over de gehele levenscyclus inclusief verbruik gedurende de levensduur en afvalverwerking, terwijl supply chain footprinting voor een vaste periode het verbruik van energie en uitstoot van emissies van productiemiddelen, voertuigen en faciliteiten vaststelt. Het eerste geeft uitgebreide informatie met veel variantie, terwijl de laatste aanpak een grotere betrouwbaarheid kent, maar slechts voor één onderneming tegelijkertijd geldt.

 

  

 

CO2-productlabel

Voetafdruk van een onderneming/supply chain

Voordelen

  • Ketenbreed
  • Detailanalyse van besparingsmogelijkheden
  • Gebaseerd op Lifecycle Assessment
  • Wereldwijd protocol
  • Gebaseerd op primaire data
  • Identificatie van besparingsmogelijkheden op niveau van keteninrichting
  • Relatief eenvoudig

Nadelen

  • Diverse nationale protocollen
  • Extrapolatie van secundaire data
  • Aannames ten aanzien van gedeeld verbruik van faciliteiten noodzakelijk
  • Veel variantie in resultaten
  • Kostbaar
  • Vrijwillige rapportage over activiteiten buiten onderneming
  • Aannames ten aanzien van gedeeld verbruik van faciliteiten noodzakelijk
  • Te hoog abstractieniveau voor supply chain optimalisatie

Tabel 2: voor- en nadelen van CO2-productlabelling en supply chain carbon footprinting

 

Twee benaderingen in communcatie 

In de communicatie zit een groter onderscheid tussen de twee benaderingen. Terwijl de uitkomsten van supply chain carbon footprinting meestal extern hun weerslag vinden in een duurzaamheidsverslag, heeft een CO2-productlabel primair een functie voor de consumentenmarkt. Echter door de hogere complexiteit en kosten van dataverzameling, een gebrek aan standaarden en de onbekendheid met CO2-productlabels bij consumenten kiezen veel ondernemingen vooralsnog eerst voor supply chain carbon footprinting. Terwijl ondernemingen geleidelijk meer ervaring opdoen met het meten van de CO2-intensiteit binnen hun onderneming, breiden zij in een later stadium vaak hun invloedssfeer uit naar andere partners binnen de keten.

 

——————————————————————————–

 

[1] De voornaamste broeikasgassen zijn CO2, SF6, CH4, N2O, HFCs en PFCs. De CO2-equivalent van een broeikasgas is de hoeveelheid CO2 met eenzelfde Global Warming Potential (GWP) gemeten over een gespecificeerde termijn.

[2] Carbon Trust: http://www.carbontrust.co.uk/

[3] Greenhouse Gas Protocol: http://www.ghgprotocol.org/

[4] Carbon Disclosure Project: http://www.cdproject.net/

Reageer op dit artikel