blog

Boete transportbedrijf 184.000 euro: neem het risico niet

Distributie

De feitelijke werkgever is ook verantwoordelijk voor de aanwezigheid van een tewerkstellingsvergunning, waarschuwt Richard Ouwerling, advocaat arbeidsrecht bij Pellicaan Advocaten. Het transportbedríjf moet dus zelf controleren of werknemers over een tewerkstellingsvergunning beschikken.

Op grond van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV) draagt de werkgever de verantwoordelijkheid voor het tewerkstellen van vreemdelingen. Deze wet verbiedt een werkgever om een werknemer zonder tewerkstellingsvergunning van buiten de Europese Economische Ruimte in Nederland arbeid te laten verrichten. 
    

Feitelijke werkgever

Het begrip ‘werkgever’ is tamelijk ruim gedefinieerd in de WAV en is vooral een feitelijk begrip. Uit een recente uitspraak van de Rechtbank Utrecht van 30 juli 2008 blijkt dat de verantwoordelijkheid voor het zorgdragen van een tewerkstellingsvergunning niet alleen geldt voor de formele werkgever, maar ook voor de werkgever die de vreemdeling feitelijk de arbeid laat verrichten. 
 

Het ging hier om een transportbedrijf, dat zich bezighoudt met vervoer van goederen over de weg. Voor het lossen van haar containers heeft dit transportbedrijf een overeenkomst gesloten met een op- en overslagbedrijf. Deze organisatie maakte voor de loswerkzaamheden ten behoeve van het transportbedrijf op haar beurt weer gebruik van door een uitzendbureau ter beschikking gesteld personeel. 
 

Boete 184.000 euro

In juni 2005 bracht de Arbeidsinspectie een bezoek aan het transportbedrijf, waarbij 23 door het uitzendbureau ter beschikking gestelde werknemers zijn meegenomen, omdat het vreemdelingen betroffen zonder tewerkstellingsvergunning. De Arbeidsinspectie heeft vervolgens aan het transportbedrijf een boete opgelegd van € 184.000 wegens het in Nederland arbeid laten verrichten door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.

 

Het transportbedrijf heeft tevergeefs bezwaar en beroep ingesteld tegen deze hoge boete van € 8.000 per i1legaal tewerk gestelde werknemer. Vervolgens heeft ze bij de rechtbank een hoofdelijke veroordeling gevorderd van het op- en overslagbedrijf en het uitzendbureau tot betaling van de boete van € 184.000. De vordering tegen het op- en overslagbedrijf was gebaseerd op wanprestatie, omdat het tot de contractuele verplichtingen zou behoren van laatstgenoemde om voor de loswerkzaamheden arbeidskrachten in te schakelen, die over ‘de juiste papieren’ beschikten.

 

De ‘juiste papieren’

De vordering tegen het uitzendbureau baseerde het transportbedrijf op een onrechtmatige daad, doordat zij personeel zou hebben uitgeleend zonder ‘de juiste papieren’. Het verweer van beide gedaagden laat zich raden. Zij waren van oordeel dat het transportbedrijf ten onrechte had nagelaten te controleren of de tewerkstellingsvergunningen waren afgegeven voor werknemers die zij op haar bedrijfsterrein werkzaamheden heeft laten verrichten. De rechtbank Utrecht overwoog dat het in deze kwestie gaat om de eigen verantwoordelijkheid van het transportbedrijf als feitelijke werkgever. In het vonnis is geheel voorbijgegaan aan de rechtsverhoudingen tussen partijen en de vraag of er sprake zou zíjn van wanprestatie of een onrechtmatige daad.

Zelf controleren

Het transportbedríjf had dus moeten controleren of de arbeidskrachten die op haar terrein werkzaam waren over een tewerkstellingsvergunning beschikten. Het controleren van de identiteitspapieren, wat het transportbedríjf wel had gedaan, was onvoldoende, aldus de rechtbank. Overigens is niet in alle gevallen bij het tewerk stellen van een werknemer van buiten de EER een tewerkstellingsvergunning vereist.

 

Zo is geen tewerkstellingsvergunning nodig voor het laten verrichten van werkzaamheden gedurende een zeer korte periode (incidentele arbeid) in een aantal specifieke situaties. Een voorbeeld hiervan is het installeren of aanpassen van software gedurende maximaal twaalf weken. Voorts hoeven zogenaamde ‘kennismigranten’ niet te beschikken over een tewerkstellingsvergunning.

 

Reageer op dit artikel