artikel

Acht tips voor een BREEAM-certificaat

Warehousing

Bij MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) hoort een duurzaam pand voor de op- en overslag van goederen. Het BREEAM-keurmerk toont met sterren (een tot vijf stuks) aan hoe duurzaam het pand is. Zowel bij nieuwbouw als bij een bestaand pand draait BREEAM om negen categorieën, onderverdeeld in diverse credits en subonderdelen. Acht tips om rekening mee te houden.

Acht tips voor een BREEAM-certificaat

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 23 september 2011.

Tip 1; Hergebruik bestaande grond

Locatie is het sleutelwoord bij BREEAM. Grond is een schaars goed in Nederland. De keuze voor de bouwlocatie is dan ook zeer belangrijk. Sloop een oud pand en bouw het warehouse op die oude bouwgrond, daar scoor je punten mee. Nog meer punten levert het op, als je kiest voor verontreinigde grond, die vervolgens saneert en daar een warehouse op bouwt. Het BREEAM-keurmerk is in Nederland geïntroduceerd door de Dutch Green Building Council, de instantie die de keurmerken ook afgeeft. Projectmanager Maarten Dansen: “Transport, landgebruik, ecologie, hergebruik. Dat zijn zwaarwegende punten bij de beoordeling.”

Rien van Ast is directeur bij de Belgische vastgoedbelegger WDP en ontwikkelde onder meer een logistieke site voor Kuehne + Nagel in Tilburg en een warehouse voor Ter Beke Fresh Food Group in Wijchen, beiden beloond met een BREEAM-certificaat. “Liefst zouden we altijd een herontwikkeling doen. Dat kan helaas niet altijd. Wel kun je soms creatief naar geschikte bedrijfslocaties zoeken. Er was bijvoorbeeld ergens in Tilburg een pand afgebrand en in een naburig pand zaten krakers. We hebben alles gesloopt en gesaneerd en een groot warehouse neergezet.”

Tip 2; Zorg voor een bushalte

Transport is één van de categorieën ter beoordeling. Transport van personen voor alle duidelijkheid, waar zeker logistiek dienstverleners niet altijd goed op zullen scoren. Want het gaat bijvoorbeeld om de nabijheid van een bushalte (of een andere vorm van openbaar vervoer), het hebben van een fietsenstalling en de nabijheid van basisvoorzieningen zoals een kantine, een supermarkt, sportfaciliteiten en een kindercrèche.

Dansen: “Het idee daarachter is, dat het personeel meer transportbewegingen moet maken als bijvoorbeeld de kinderen eerst in de stad afgezet moeten worden. Lastig zat, want warehouses staan in de regel buiten de stad. Vraag eens na bij de gemeente, of die halte er kan komen.

Het BREEAM-keurmerk zou zich meer op de specifieke eigenschappen van het logistieke werk mogen richten, meent Erik van Wunnik, managing director bij LogiReal. “Ik ken een bizarre situatie waarbij een pand vijfenveertig graden werd gedraaid, zodat het qua puntentelling wel binnen de radius van de bushalte viel. Teveel wordt bezien vanuit het gebouw en niet vanuit de logistiek dienstverlener. Qua milieubelasting is het voor een transporteur veel belangrijker hoe ver je van de snelweg afzit.”

Tip 3; Samen met de aannemer

Natuurlijk heeft u het druk en is het makkelijk om bij de aannemer de opdracht neer te leggen een duurzaam pand te bouwen, maar dat gaat u extra geld kosten. BREEAM kent vijf waarderingen, uitgedrukt in sterren. Pass, Good, Very Good, Excellent of Outstanding.

Van Wunnik: “Je kunt van bovenaf de eis neerleggen dat je een Very good wil. De aannemer zal wellicht bouwkundige zaken willen doorvoeren die lang niet allemaal nodig zijn. Het is dus van groot belang om nauw met alle partijen samen te werken.”

Met de Hogeschool van Rotterdam bracht Van Wunnik in kaart hoe hoog je moet scoren voor een bepaald certificaat. “Als je dertig procent van het totaal aantal punten scoort, krijg je een Pass, bij 45 procent krijg je een Good, bij 55 procent krijg je een Very good, bij 70 procent een Excellent en bij 85 procent Outstanding.”

Van der Linden Groep geeft logistiek dienstverleners advies over zaken als beveiliging, gebouwgebonden installaties en onderhoud, en beheer. Rob Daams van Van der Linden Onderhoud & Beheer geeft met een praktijkvoorbeeld aan, waarom het zo belangrijk is samen te werken. “Stel, de architect wil de beglazing in een bepaalde hellingshoek aanbrengen. Dat kan uiteraard, maar het beïnvloedt wel je koellast en de effectiviteit van je koelmachine. Voor een optimaal resultaat is het belangrijk dat de installateur, de bouwkundige, de architect en de logistiek dienstverlener in teamverband een nieuw warehouse ontwerpen.”

Tip 4; Stel een integraal rapport op

Een BREEAM-certificaat kun je niet upgraden, van pass naar good bijvoorbeeld, door later nog een specifieke maatregel te nemen die twee puntjes extra oplevert. Wie een hoger certificaat wil, zal de procedure opnieuw moeten doorlopen. Vooraf goed nadenken over alle categorieën en credits is dus nodig.

Van Ast: “Bij nieuwbouw bekijken we de tekeningen. Waar scoren we mee? We kijken dan specifiek naar onderdelen als isolatie en passen eventueel zaken aan. Op basis van de uiteindelijke tekening weten we vaak al welk keurmerk we krijgen.”

Dansen voegt daaraan toe dat het verstandig is de problematiek integraal aan te pakken. “Vaak zien we dat er verschillende bedrijven worden ingeschakeld voor verschillende rapportages. De NOx-emissies, de levenscycluskosten, de kwaliteitsborging, het energieverbruik en de energieopwekking. Er wordt per punt gekeken waar je mee kunt scoren. Maar BREAAM is niet bedoeld als checklist, waar je punten op afvinkt. Het is een proces. Het is beter om alles integraal te bekijken en één rapport op te stellen, dat scheelt ook flink in de kosten.”

Tip 5; Kies voor BREEAM-ervaring

Ook de bouwplaats moet duurzaam zijn. Het gaat daarbij onder meer om milieubewust materiaalgebruik, beperking van energiegebruik en beperking van vervuiling. Hou een vinger aan de pols bij de aannemer. Van Ast: “Wij selecteren aannemers op basis van hun ervaring met BREEAM. Vanaf de eerste seconde wordt door de controleurs gemeten. Belangrijk is hoe duurzaam de bouwplaats zelf is ingericht, welke soort hout bijvoorbeeld gebruikt het bouwbedrijf? Ook wordt het dieselver- bruik gemeten van de trucks en bouwmachines. We zetten onze milieueisen op papier en leggen eventueel sancties op.”

Tip 6; Selecteer de juiste credits

Het is niet altijd nodig om vijf sterren te halen. Sterker nog, de meeste logistiek dienstverleners halen er drie of vier. Pak het proces gestructureerd aan. Kies allereerst het minimale aantal credits om een certificaat te halen. Werk de credits uit, die weinig kosten of die alleen papierwerk bevatten. Kies daarna de overige credits met evenwicht tussen kosten en moeilijkheidsgraad of credits die veel punten opleveren.

Van Wunnik: “Kijk niet alleen naar je pand maar ook naar je operatie. Is die energiebehoeftig? Als ik tien panden van twintigduizend vierkante meter met elkaar vergelijk, dan varieert het energieverbruik enorm. Je kunt dus niet bij ieder pand van een bepaalde omvang direct zeggen, hoeveel sterren de maatregelen op gaan leveren. Kijk met je aannemer naar je operatie en schat in welk keurmerk die operatie in een pand normaliter oplevert, dan kun je met aanvullende maatregelen van een Good een Very good maken. Het gaat bij de puntentelling ook om een gewogen gemiddelde, waarbij lang niet alle credits verplicht zijn.”

Tip 7; Isoleer zowel dak als vloer

Isoleer je dak en vloer goed. Dat is nog belangrijker dan de isolatie van de wanden. Een goede isolatie scheelde bij Ter Beke enorm op de energierekening, aldus directeur Wim de Cock. “In de voedingsmiddelenindustrie draait alles om koeling. We willen geen temperatuur verliezen. Het was heel belangrijk dat het dak en de vloerplaat goed geïsoleerd werden. Verder hebben we erop gelet dat onze koelcentrale energievriendelijk was en dat het koelmiddel een lage milieubelasting opleverde.”

Rien van Ast: “Bij de panden die we bouwen, is de dakisolatie het belangrijkst. We gaan qua dikte van het isolatiemateriaal ongeveer anderhalf keer boven de norm zitten. Dat vertaalt zich uiteraard in de score.”

Tip 8; Gebruik regenwater en sensoren

Recycle het water (grijswatersysteem) of gebruik regenwater. Dat zijn volgens deskundigen zaken waar je relatief makkelijk mee kunt scoren, tegen een relatief lage meerprijs.

Een andere tip betreft gescheiden meters per segment, waardoor je voor ieder segment in je warehouse kunt meten hoeveel gas, water en licht je er gebruikt en waardoor je meteen op een te hoog verbruik kunt sturen. Andere veelgenoemde maatregelen betreffen de lichtvoorziening. Met verlichting in de pickgangen, die werkt op sensoren, scoor je goed.

Daams: “Het energieverbruik in een logistiek warehouse kun je opdelen in drie aspecten: verlichting, verwarming en luchtbehandeling. Het licht is de grootste energieslurper. Werk met lampen die anticiperen op de daglichttoetreding, koppel de verlichting aan je ERP-systeem of aan je pickschema’s.”

Van Ast geeft nog wat praktische voorbeelden: “Bij Kuehne + Nagel hebben we de docks voorzien van een dubbele sluis zodat in de zomer warme lucht buiten blijft en in de winter koude lucht niet binnenkomt. De waterkranen hebben sensoren en gaan dus uit zodra ze geen beweging meer detecteren. De parkeerplaats is voorzien van een speciaal drainagesysteem, waardoor het regenwater goed de grond ingaat. Verder hebben we een waterlekdetectiesysteem en hebben we op verschillende plaatsen vogelhuisjes opgehangen. Want ook voor aanwezige planten en dieren op de locatie krijg je punten voor je BREEAM-certificaat.”
Lees ook

Wat is BREEAM-NL en wat moet je ermee?
(Expertartikel, 26 apr 2011)
Reageer op dit artikel