artikel

Mark Haverlach: ‘Ik wil elke dag beter presteren

Warehousing Premium

Mark Haverlach: ‘Ik wil elke dag beter presteren

Mark Haverlach is van de generatie supply chain managers die duurzaamheid als iets vanzelfsprekends zien. Zijn werkgever, tapijttegelproducent InterfaceFLOR, pioniert al sinds 1994 met duurzaam ondernemen. “Iedereen binnen dit bedrijf is verbonden met het ‘mission zero’ programma.”

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 15 oktober 2010.

 

MARK HAVERLACH (36)
 

Functie: European Distribution Manager bij InterfaceFLOR

Loopbaan: Logistiek Manager (Veemberg Transport), Logistiek Inkoper (Overtoom International), Purchasing Manager Transport (Akzo Nobel Functional Chemicals)

Opleiding(en): International Marketing (Hogeschool van Utrecht), Post Bachelor Logistiek (Hogeschool van Amsterdam), Post Bachelor Assistent Controller (Avans Hogeschool) en nu gestart met MSc Controlling Nyenrode Business University.

Warehouse: eigen distributiecentrum in Scherpenzeel

Aantal orders: 50.000 shipments per jaar

Transportvolume: 40.000 ton

Aantal medewerkers in Europa: 940 medewerkers

Hobby’s: voetballen, golf 

 
Hoe ben je in de logistiek terecht gekomen?

“Ik heb internationale marketing gedaan in Utrecht en daarna ben ik naar Amsterdam gegaan om een jaar verdieping te zoeken binnen het vakgebied logistiek. Ik heb toen alle facetten van de supply chain – van inkoop, material management tot en met distributie – doorlopen. Mijn scriptie en opdrachten maakte ik bij een transportbedrijf waar ik ook in de vakantie werkte. Bij dat transportbedrijf ben ik als logistiek manager een tijdje blijven hangen. Na anderhalf jaar heb ik de stap gemaakt naar Overtoom International als logistiek inkoper. Ik heb daar vooral veel gedaan op het gebied van voorraadbeheersing. Daarna ben ik overgegaan naar Akzo Nobel waar ik vijf jaar heb gewerkt als één van de verantwoordelijken voor de Europese transporten. Dat was een echte inkoopfunctie. Ik heb me daar onder andere als teamleider beziggehouden met de prijsonderhandelingen voor containertransporten wereldwijd.”

 

Waarom toch logistiek in plaats van marketing?

“Op een gegeven moment loopt het zoals het loopt. Als supply chain manager ben ik hier bij InterfaceFLOR een spin in het web, maar ik heb nog steeds veel aan mijn marketing achtergrond en ik heb ook veel contacten met sales. En om het nog complexer te maken ben ik nu ook Europese Controller voor de financiële verdieping, zodat ik zo’n beetje alle vakgebieden doorloop. Daardoor zie ik dat de vakgebieden erg nauw met elkaar verweven zijn. De een kan niet zonder de ander. Ik maak nu een leerzame ontwikkeling door.

Tijdens mijn carrière heb ik onderzocht waar ik thuishoor. Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat ik mij het beste thuis voel bij een middelgroot bedrijf waar je de mensen kent en met een stukje hands on mentaliteit, waardoor je snel actie kunt ondernemen met ondersteuning van het managementteam. InterfaceFLOR paste binnen dit plaatje. Het bedrijf is wereldwijd actief en met een miljard dollar jaaromzet marktleider op zijn gebied. Je hebt de complexiteit van een internationale organisatie, maar het bedrijf is toch ook ‘klein’ doordat het is opgedeeld in drie autonome regio’s. Als Europese distributiemanager ervaar ik Interface toch als een middelgrote organisatie, waarin iedereen elkaar kent. Het mooie is dat door deze organisatiestructuur iedereen binnen dit bedrijf ook verbonden is met het ‘mission zero’ programma.”

 

Hoe steekt die duurzaamheidsfilosofie in elkaar?

“Het uiteindelijke streven van onze duurzame missie is om in 2020 geen negatieve impact meer te hebben op het milieu. Deze doelstelling is geïntegreerd in de complete organisatie. Dat is heel apart en dat heb ik nog nooit ergens meegemaakt: dat je zo’n verbondenheid hebt door deze mission statement. Dat komt mede doordat Ray Anderson, de oprichter van dit bedrijf, als visionair in 1994 al deze missie lanceerde met als doel om in 2020 emissievrij te zijn. ”

 

Interessant onderwerp, maar een met een behoorlijke dosis scepsis

“Ik ben nu vier jaar bezig met de inkoop van transport in Europa. Toen ik daarmee begon en in de markt begon uit te leggen waar we als bedrijf voor staan op het gebied van duurzaamheid, begonnen bij de meeste mensen de oren te klapperen. Ik voelde me een beetje een Don Quichote en kreeg vaak te horen: ‘Mark, een fantastisch verhaal, maar je bent de enige die hierover praat’. Als je die reacties spiegelt aan 1994 dan kun je Anderson beschouwen als een echte visionair, die dat toen allemaal in gang heeft gezet. We worden als leiders gezien op het gebied van duurzaamheid. We laten niet alleen zien wat er in ons product zit, maar ook tonen we wat we doen op het gebied van bijvoorbeeld duurzaam transport. Het is dus niet alleen maar een praatje of een marketing verhaal. We laten graag door onze acties zien dat we serieus invulling geven aan onze mission zero doelstelling.”

 

Hoe vul je die missie in?

“Mijn motto is: ‘Ik zie graag resultaten en ik wil elke dag beter presteren’. Mission zero binnen InterfaceFLOR moet een mentaliteit zijn, want anders gaan we die doelstellingen niet halen.”

 

Op welke wijze meet je concreet resultaten?

“Het begint al dat je weet waar je staat. We maken al jaren gebruik van bijvoorbeeld life cycle analysis, waarin we kijken hoeveel embodied energies er in een vierkante meter tapijttegel zitten. Dan kun je je supply chain opdelen in bepaalde deelgebieden. Hoeveel energieverbruik zit er in het aanlevertraject van de materialen voordat ze hier worden aangeleverd, voor hoeveel zijn we zelf verantwoordelijk en hoeveel verbruik zit er in het natraject? Als je dat weet dan kun je acties definiëren om dat te verminderen. We hebben in de beginfase zeven fronten geformuleerd waarop we duurzamer kunnen opereren. Denk daarbij aan het elimineren van de afvalstromen en het verminderen van onze emissies. Bij die eerste zijn we er bijvoorbeeld in geslaagd om de afgelopen jaren een structurele kostenbesparing te realiseren van tientallen miljoenen euro’s, omdat we in de fabriek exact weten hoeveel afval we produceren. Het vijfde front is het efficiënt vervoeren van goederen en diensten. Met het transport heb je een directe link naar emissie. Wij hoeven onze transporteurs en logistiek dienstverleners niet te overtuigen dat ze duurzaam moeten vervoeren. Het wordt gewoon van ze verwacht.”

 

Wat is jullie strategie daarbinnen?

“We kijken bij de inkoop van transport niet alleen naar de prijs maar we willen daarnaast ook waarde toevoegen voor het bedrijf, zodat we de missie kunnen volbrengen. Daarbinnen hebben we drie pilaren: Total Cost of Ownership (TCO), service en duurzaamheid. Om dat voor duurzaamheid concreet te maken, moesten we de Europese milieufootprint bepalen. We hebben samen met CE Delft een traject opgestart om die in kaart te brengen. Dat hebben we als startpunt gebruikt om te bepalen wat we concreet moeten verbeteren. Voor het onderdeel Service hebben we een performance meetsysteem ingevoerd, waardoor we exact weten wat het serviceniveau is van onze vervoerders.

 

Vervolgens hebben we Europa in een aantal regio’s ingedeeld en zijn we begonnen met het opstarten van verbetertrajecten. Dat uit zich in tenders waarin we exact laten weten waar we voor staan en wat onze missie is. Daarbij zijn we, in tegenstelling tot veel andere bedrijven, naar vervoerders toe heel transparant. We laten ze weten wat we willen bereiken op het gebied van onder andere kosten en duurzaamheid. We geven in die tender ook al aan op welke punten we een deelnemer gaan beoordelen. Het is een duurzaamheidsverhaal, waarbij we in gedachte houden dat duurzaamheid ook een businesscase is. Op het moment dat wij te veel moeten betalen voor een dienst, waardoor wij ons uit de markt prijzen en minder producten verkopen, is het geen duurzaam verhaal meer. Onze missie is duurzaamheid in termen van People, Planet en Profit. Die hanteren we en dan heb je dus ook een business case. Het betekent dus dat we geen geitenwollensokkenverhaal afsteken maar een dichtgetimmerd verhaal met daaraan vast een businesscase.”

 

Hoe landt dit verhaal in de praktijk bij vervoerders?

“Dat is heel lastig. We zijn er ook nog lang niet. We zitten nog met heel veel vragen, maar ons streven is wel om deze markt te veranderen. Vervoerders gingen in het begin met hun tarieven twintig tot dertig procent boven de marktprijzen zitten, zodra we over duurzaamheid begonnen. Bij dat soort bedrijven blijkt vaak dat ze in de basis bijvoorbeeld amper weten wat hun bezettingsgraad is, het gemiddelde dieselverbruik en hoe het wagenpark in elkaar steekt. Wij zijn bezig met gedetailleerde contracten van drie tot vijf jaar waarin bijvoorbeeld staat dat in 2015 het wagenpark honderd procent moet voldoen aan de nieuwste motoreisen. Mensen begrepen helemaal niet dat we dit wilden weten en gaven aan dat ze dat niet prijs wilden geven. Er is dus zoveel wantrouwen dat mensen geen informatie delen. Er is alleen een enorme focus op korte termijn. Wij daarentegen weten waar we in 2020 staan. Ik moet dus nu al aangeven hoeveel CO2 er in onze supply chain zit in 2015. Wij hebben geen eigen transport dus deze doelstelling moet ik terugvertalen naar onze vervoerders. Als je aan een vervoerder vraagt: waar sta je over drie jaar op het gebied duurzaamheid in de breedste zin van het woord, dan weet hij daar vaak geen antwoord op. In deze sector overheerst vooral de gedachte: als ik morgen mijn auto’s maar weer vol heb. Ik wil graag dat ook de vervoerders strategischer gaan denken. Met ander woorden: hoe gaan we samen de supply chain inrichten zodat we dit doel gaan halen. ” 

 

Hoe bevalt je rol van Ambassadeur Duurzame Logistiek?

“Ik was in eerste instantie eigenlijk niet helemaal enthousiast om deze rol te vervullen. Ik zag niet direct de toegevoegde waarde, want informeel vervulde ik eigenlijk voor Connekt al de functie van ambassadeur. Dat had zijn voordelen doordat ik met geïnteresseerden al sprak over de rol van duurzaamheid binnen Interface-FLOR en de samenwerking met het programma Duurzame Logistiek. Door die titel vreesde ik dat die perceptie zou veranderen. Die drempels zijn echter weggehaald door constructieve gesprekken met de mensen van Duurzame Logistiek waarin we heel duidelijk een invulling hebben gegeven aan mijn rol van ambassadeur. Ik zie dat we dankzij mijn rol meer in contact komen met bijvoorbeeld de overheid. We zien meer wat daar gebeurt achter de schermen en daar zie je nu al hele interessante samenwerkingen ontstaan op het gebied van projecten. Ik zie nu al veel positieve effecten, ondanks dat ik pas zes maanden ambassadeur ben.

 

Ik zie Duurzame Logistiek als vraaggestuurd programma als een enorm belangrijk platform om in contact te komen met partijen in de transportbranche en ook verladers die voorop willen lopen op het gebied van duurzaamheid. Daarnaast is er voor mij, en dat geldt ook voor de andere ambassadeurs, een rol weggelegd om de deelnemers aan het Lean and Green programma er toe te bewegen om aan een duurzamere keten te werken en te streven naar een Europese standaard voor CO2-meting, want zo is en blijft mijn filosofie: het kan altijd beter.”

 

ALTERNATIEVE BRANDSTOF

Het zwaartepunt van de carbon footprint van InterfaceFLOR blijkt voornamelijk te liggen op kleine ritjes in een straal van honderd kilometer. Mark Haverlach: "De insteek is dus om met name de stedelijke distributie in Europa groener te maken. Zo hebben we ons ten doel gesteld om volgend jaar als deel van een innovatief proefproject gebruik te maken van alternatieve brandstoffen (zoals Liquified Natural Gas, Electriciteit) voor onze leveringen in de binnensteden van Parijs en Londen. In Londen zijn we ook bezig om de pakketbezorging tijdens de last mile per fiets te laten doen, omdat die leveringen over het algemeen relatief klein zijn. Met onze vervoerders kijken wij niet alleen naar oplossingen op het gebied van CO2-reductie maar ook het terugdringen van fijnstoffen, SO2 (zwaveldioxide) en NOx. In Nederland zelf willen we vooral de bezettingsgraad van onze transporten bij rondritten verbeteren."  

Reageer op dit artikel