artikel

Automatisch etiketteren

Warehousing

Automatisch etiketteren gebeurt doorgaans met machines waarin twee bewerkingen zijn geïntegreerd: bedrukken van het etiket en vervolgens aanbrengen ervan op het product (‘print & apply’). De informatie die op het etiket komt te staan is afkomstig van een PLC, een PC, een handheld terminal e.d. Via een netwerk kan deze apparatuur in verbinding staan met een ERP-systeem.

De informatie – in de vorm van tekst, barcode – kan voor een groot aantal producten gelijk zijn, of verschillend van batch tot batch, van dag tot dag (bijvoorbeeld bij het vermelden van de uiterste houdbaarheidsdatum) of zelfs van product tot product. 

De keuze voor automatisch etiketteren is mogelijk vanuit een situatie waarin nog in het geheel niet wordt gewerkt met etiketten of vanuit de wens het handmatig etiketteren te automatiseren. In het eerste geval kan het zijn dat de producent uit een oogpunt van logistieke beheersing wil gaan werken met van barcodes voorziene etiketten; het kan ook zijn dat de producent of diens afnemer wil beschikken over een systeem om de producten (c.q. trays, transportpallets e.d.) in de logistieke keten te volgen en/of om fouten in het eindproduct terug te kunnen voeren tot oorzaken in de productie (‘tracking & tracing’).


Overschakelen

Voor het overschakelen van handmatig op automatisch etiketteren zijn vier verschillende argumenten aan te voeren: 
1 kwantitatief: de snelheid van het productieproces maakt handmatig etiketteren onmogelijk; 
2 kwalitatief: men wil het etiketteren storingsvrij en mensonafhankelijk laten verlopen;
3 economisch: kostenbesparing;
4 arbotechnisch: handmatig aanbrengen van etiketten kan bij grotere aantallen als geestdodend worden ervaren.

 

Koppelen

Het is verder duidelijk dat ‘tracking & tracing’ veel beter is uit te voeren met een systeem voor automatisch etiketteren omdat de apparatuur voor dat doel kan worden gekoppeld met bestaande systemen in het bedrijf (ERP, Warehouse Management Systeem e.d.). Naast de nodige hardware moet dan ook software worden ontwikkeld om die koppeling te realiseren. 
Vooral bij grotere volumes producten valt automatisering te overwegen. Bij kleinere aantallen is dat alleen het geval wanneer apart voor het etiketteren een werknemer moet worden ingeschakeld. 


Printmethoden

Bij het automatisch etiketteren gebruikt men twee methoden om de informatie op de etiketten aan te brengen. Bij de ‘direct thermische’ methode wordt de informatie direct op het lint ingebrand, op een vergelijkbare manier als bij faxapparaten. Deze methode is goedkoop doordat geen inkt wordt gebruikt, maar de gevoeligheid voor licht en warmte verkort de leesbaarheid bij blootstelling aan zonlicht.

 

Waslaag

Bij de ‘thermal transfer’ methode loopt een lint voorzien van een waslaag over het papier heen en wordt de waslaag a.h.w. afgesmolten op het papier; hierbij worden wel inktrollen gebruikt, wat het proces duurder maakt. Papier en lint worden later gescheiden. De houdbaarheid is echter beter. 
Welke methode men kiest, hangt af van de volumes en de vereiste kwaliteit. Bij grotere aantallen kan direct thermisch printen een interessante kostenbesparing (in de orde van 50 procent) met zich meebrengen. 


Aanbrengmethoden

Bij het automatisch etiketteren zijn drie basismethoden te onderscheiden voor het aanbrengen van het etiket. Deze duiden we kortweg aan met ‘blow’, ‘tamp’ en ‘wipe’. Bij de blow-on techniek wordt het etiket d.m.v. een luchtstoot van de applicatorvoet afgeblazen naar het product. De methode is snel en eenvoudig; omdat er geen sprake is van direct contact met het product is deze methode geschikt voor kwetsbare artikelen, voedingsmiddelen e.d. Een beperking is dat de etiketten niet te groot mogen zijn. Dat geldt ook voor de afstand tussen de machine en het product (5 – 10 cm).

 

Tamp-on

Bij de tamp-on methode beweegt de applicatievoet – het machinedeel dat het etiket (d.m.v. vacuüm) vasthoudt – naar het product toe. Zodra contact met het product wordt gemaakt, wordt het vacuüm via een signaal omgezet in een luchtstroom die het etiket tegen het product aan drukt. Deze methode wordt het meest toegepast, zorgt voor een nauwkeurige positionering van het etiket op het product en is veelzijdig: de etiketten kunnen op allerlei manieren worden aangebracht (aan de bovenkant, opzij, om een hoek enz.) en de afstand tot het product vormt geen beperking. Voor niet vlakke producten brengt een combinatie van ‘tamp’ en ‘blow’ vaak uitkomst.

  

Wipe-on

Bij de wipe-on methode ten slotte is geschikt voor bijvoorbeeld lange etiketten. Hierbij wordt het etiket vastgerold over het product heen en vastgedrukt. 


Omgevingscondities

Bij de aanschaf van een automatische etiketteringsmachine moet niet worden vergeten in welke omgeving deze moet functioneren. Dit kan bepaalde klantspecifieke aanpassingen noodzakelijk maken. Voorbeeld: een machine in een vochtige omgeving wordt helemaal opgesloten in een waterdichte omkasting en er wordt een klepje of schuifje geplaatst dat alleen open gaat wanneer het te etiketteren product nadert.
Vereiste bescherming tegen vocht en stof worden aangegeven door middel van de IP-klassificatie. 
Ook temperatuur kan een rol spelen, bijvoorbeeld bij diepvriesproducten. Niet moet worden vergeten ten slotte is dat de machine moet worden aangesloten op een persluchtsysteem. 


Bediening en montage

Om de handling, de prestaties en bediening te optimaliseren moeten machines beschikbaar zijn in een linker- en rechterhanduitvoering. Ze moeten ook over voorzieningen beschikken om ze op verschillende wijzen en standen te kunnen monteren, desnoods om de etiketten van onderaf aan te brengen.


Startfase-problemen

Operators moeten goed geïnstrueerd worden over werking en onderhoud van de automatische etiketteerapparatuur en bijbehorende software. Negen van de tien storingen zijn terug te voeren op gebruikersfouten of gebrekkig onderhoud (bijvoorbeeld bij het reinigen van de printerkop). 
In een praktische training van ca. 1 uur leert de operator hoe hij een etiketrol moet verwisselen, eenvoudig onderhoud uitvoert en op foutsituaties moet reageren. 
Een aparte training voor de Technische Dienst leert hoe te handelen bij storingen.


Turnkey-opdrachten

Automatisch etiketteren wordt vaak (mede) ingevoerd in het kader van een systeem van kwaliteitsborging. Dit betekent dat de etiketten behalve van algemene productinformatie ook van allerlei gegevens worden voorzien in het kader van ‘tracking & tracing’, bijvoorbeeld datum en tijd, machinelijn, operator enz.). 
Het gaat om de vraag: welke gegevens komen op het etiket en hoe worden deze aangeleverd? Dat betekent dat de software voor de aansturing van de machine moet kunnen communiceren met die van het bovenliggende systeem, bijvoorbeeld een warehouse management systeem.

Turnkey

In dergelijke gevallen verdient het aanbeveling de leverancier een opdracht op turnkey-basis te verlenen, zodat deze goed functioneert in het bestaande systeem. De software moet gebruikersvriendelijk zijn, de operator stap voor stap instrueren (dialoogsysteem). 


Kostenplaatje

De investeringskosten zijn minder belangrijk dan de ‘total costst of ownership’. Een belangrijk aspect in dit verband is de levensduur van de printerkop. 
In het onderhoudscontract moet goed worden vastgelegd wat bij het onderhoud is inbegrepen en wat niet (voorrijkosten, onderdelen). Vrij algemeen wordt een garantietermijn van 1 jaar gehanteerd. 

 

Vaktermen
  • Print & apply:
    Veel gebruikt jargon voor het gecombineerd afdrukken van tekst en aanbrengen van het etiket op het product.
  • Applicatorvoet:
    Het deel van de machine dat het etiket verplaatst naar en aanbrengt op het product.
  • Sequentiële nummering:
    Het voorzien van de etiketten van oplopende nummering.
  • Tracking & tracing:
    Kwaliteitsmethode waarbij producten van individuele data worden voorzien zodat ze in het productieproces gevolgd kunnen worden en later optredende fouten zijn te herleiden tot productiefactoren.

Basisinformatie voor aanvragen offerte

Om vergelijkbare offertes van leveranciers aan te vragen zijn minimaal de volgende gegevens nodig:

– product (type, vorm, grootte, ruwheid, kwetsbaarheid);
– gewenste manier van aanbrengen (zie 2.3);
– maximale etiketbreedte;
– aantal aan te brengen etiketten per tijdseenheid; 
– de afstand tot het product; 
– printmethode (zie 2.1);
– vereiste software (i.v.m. bestaande ERP-systemen e.d.); 
– informatie die op het etiket komt; 
– variabiliteit van de etiketinformatie (sequentiële nummering). 

Reageer op dit artikel