artikel

Nationaal Veiligheidsonderzoek: veiligheid is verantwoordelijkheid van medewerker

Warehousing Premium

Nationaal Veiligheidsonderzoek: veiligheid is verantwoordelijkheid van medewerker

Tweederde van de bedrijven in Nederland vindt dat veiligheid op de magazijnvloer in eerste instantie een verantwoordelijkheid is van de medewerkers zelf. Dat is één van de belangrijkste conclusie uit het eerste Nationaal Veiligheidsonderzoek, dat is uitgevoerd door Logistiek.nl en Randstad. In dit artikel vindt u de resultaten van dit onderzoek.

 

Een magazijn is pas veilig als de medewerkers zich bewust zijn van de risico’s in de omgeving waarin ze opereren. Dat is de reden geweest om in het eerste Nationaal Veiligheidsonderzoek in te zoomen op HR-gerelateerde zaken als werving en selectie, training en opleiding, veiligheidsbewustzijn en arbobeleid.

 

Het onderzoek is een initiatief van Reed Business, uitgever van Logistiek, Logistiek.nl en T+O, in samenwerking met uitzendorganisatie Randstad, de marktleider in de logistiek die dagelijks meer dan 10.000 flexwerkers in de logistiek aan de slag heeft. Maar liefst 160 mensen hebben in de maand september op Logistiek.nl een uitgebreide vragenlijst ingevuld. De resultaten bieden volop stof tot nadenken.

 

Werving en selectie

 

De eerste conclusie is dat veiligheid nauwelijks een rol speelt bij de werving en selectie van nieuwe magazijnmedewerkers. Slechts één op de vijf bedrijven vraagt op het gemeentehuis een Verklaring Omtrent Gedrag voordat ze nieuwe medewerkers in dienst nemen. Naar het ongevalsverleden van een kandidaat vraagt slechts 8 procent van de ondervraagden.

 

Bij doorvragen op het thema screening blijkt dat bijna één op de drie bedrijven zijn nieuwe medewerkers helemaal niet screent. Ook het bellen van referenties gebeurt maar beperkt, blijkt uit het onderzoek. Slechts dertig procent belt ook oude werkgevers die niet door de kandidaat als referentie zijn opgegeven.

 

De selectie van nieuwe flexwerkers wordt door driekwart van de bedrijven hoofdzakelijk overgelaten aan het uitzendbureau. Meestal doet het uitzendbureau de eerste selectie en het inhurende bedrijf de definitieve selectie. Eén op de vijf laat echter ook die definitieve selectie achterwege.

 

Meer dan 80 procent van de bedrijven gebruikt voor flexwerkers dezelfde selectiecriteria als voor vaste medewerkers. In de praktijk is het vaak zo dat vaste medewerkers worden geselecteerd uit het bestand aan flexwerkers.

 

Heftrucktraining

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de vraag of alle hef- en reachtruckchauffeurs een training hebben gehad, antwoord 86 procent bevestigend. Slechts een enkeling heeft geen enkele chauffeur die een training heeft genoten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De helft beschikt over chauffeurs met een vakbekwaamheids- of veiligheidscertificaat die wordt uitgereikt door het CCV. Zo’n 14 procent van de bedrijven heeft chauffeurs met een BMWT Train-certificaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heftrucktrainingen kunnen in huis of buitenshuis worden gegeven. Het voordeel van een ‘inhouse’-opleiding is dat de chauffeurs hun opleiding kunnen volgen op hun eigen machines en in hun eigen werkomgeving. Onveilige situaties in het eigen magazijn kunnen dan direct aan de orde worden gesteld. Het voordeel van een opleiding buitenshuis is dat de eigen werkprocessen niet worden verstoord.

Uit het onderzoek blijkt dat 57 procent van de bedrijven kiest voor een inhouse opleiding. Zo’n 3 procent van de bedrijven verzorgt opleidingen niet inhouse, maar ook  niet in de praktijkruimte van de opleider.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het besturen van een hef- of reachtruck, moeten ook onderhouden worden. Eén op de vijf bedrijven stuurt zijn hef- en reachtruckchauffeurs echter niet naar een herhalingstraining. De rest doet dat wel. Eénderde van de bedrijven stuurt zijn chauffeurs eens in de vijf jaar op herhaling, nog eens éénderde doet dat elke twee of drie jaar. Tien procent gaat elk jaar op herhaling.

 

Veiligheidsinstructies

 

Voordat een nieuwe medewerker aan de slag gaat, dient hij natuurlijk eerst geïnstrueerd te worden. 62 procent van de bedrijven geeft zijn nieuwe vaste medewerkers een handboek met procedures en voorschriften, 37 procent geeft een speciale veiligheidstraining. Opvallend is dat flexwerkers veel minder vaak zo’n handboek (40 procent) of training (22 procent) krijgt. Ook wat periodieke veiligheidstrainingen betreft, worden flexwerkers door één op de vijf bedrijven overgeslagen. Eén van de argumenten die worden aangevoerd zijn dat flexwerkers vooral snel ingezet moeten kunnen worden. Blijkbaar is voldoende voorlichting dan te veel gevraagd.

 

Voor het bevorderen van het veiligheidsbewustzijn worden verschillende middelen en methoden ingezet. Populair is het ophangen van instructieborden en zelf het goede voorbeeld geven. Ruim veertig procent van de bedrijven zorgt ervoor dat medewerkers elkaar coachen of dat medewerkers worden begeleid. Dertig procent heeft van veiligheid een vast agendapunt tijdens het werkoverleg gemaakt.

 

Het Nationaal Veiligheidsonderzoek laat zien dat het veiligheidsbewustzijn over het algemeen vrij hoog is. In meer dan 80 procent van de magazijnen komt het voor dat medewerkers onveilige situaties aankaarten. In zo’n 65 procent van de gevallen komen die medewerkers ook nog eens zelf met oplossingen aan. Zeventig procent van de bedrijven heeft medewerkers die elkaar corrigeren op onveilig gedrag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opvallend zijn de reacties op de stelling dat veiligheid in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de medewerkers zelf. Maar liefst tweederde van de ondervraagden onderschrijft deze stelling.

 

Ziekteverzuim en arbobeleid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het ziekteverzuim vertoont een dalende tendens. Het aantal bedrijven dat zijn ziekteverzuim onder de vijf procent weet te houden, is de afgelopen drie jaar met zo’n 15 procent gegroeid.

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als oorzaak voor het ziekteverzuim scoort de aloude griep en verkoudheid het allerhoogst. Op de tweede plek staan klachten aan het bewegingsapparaat, zoals nek, schouders, armen, rug en knieën.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De meeste bedrijven zijn serieus bezig met arbobeleid. Maar liefst 80 procent voert de verplichte risico evaluatie en inventarisatie (RIE) uit. Zo’n dertien procent van de ondervraagden is blijkbaar niet geïnteresseerd in het arbobeleid en moet het antwoord op deze vraag schuldig blijven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bekendheid met het begin 2007 ingevoerde concept van arbocatalogus is nog gering. Ruim de helft van de ondervraagden heeft dan ook geen idee of zijn bedrijf hiermee bezig is. Meer dan een kwart zegt al gebruik te maken van zo’n arbocatalogus.

Voor alle duidelijkheid: een arbocatalogus is een document waarin werkgevers en werknemers afspraken maken voor het oplossen van arboproblemen in een specifieke branche.

Reageer op dit artikel