artikel

Scholing blijft belangrijk

Warehousing Premium

Al jarenlang doet kenniscentrum VTL onderzoek naar de arbeidsmarkt in de transport en logistiek. Dit jaar zijn voor het eerst vragen gesteld over ‘employability’: het gemotiveerd en productief houden van medewerkers. Conclusie: bijna tweederde van de logistiek dienstverleners doet aan employability.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Transport&Opslag op 1 augustus 2006.

Goed logistiek personeel wordt steeds schaarser en duurder. Voor logistiek dienstverleners is het dus zaak personeel zo lang mogelijk aan zich te binden en het maximale uit het personeel te halen. Kenniscentrum VTL noemt dit ‘employability’: de dingen die een bedrijf doet om personeel gemotiveerd en productief te houden. Uit onderzoek onder 659 bedrijven en 1053 werknemers blijkt dat 45 procent van de vervoersbedrijven en 64 procent van de logistiek dienstverleners aan enige vorm van employability doet. Dat grote bedrijven hierin actiever zijn dan kleine is niet verwonderlijk. Grote bedrijven kunnen het zich veroorloven om specialisten in HR (human resources) in dienst te nemen en hebben vaak een groter opleidingsbudget.

 

Employability kost immers geld en tijd. Als we inzoomen op logistiek dienstverleners, blijken functionerings- en beoordelingsgesprekken het instrument bij uitstek voor employability te zijn. Maar liefst 63 procent van de

logistiek dienstverleners voert gesprekken met zijn werknemers over de inhoud en kwaliteit van het werk. Gemiddeld gaat het om twee tot drie gesprekken per jaar. In gesprekken met magazijnmedewerkers wordt opvallend genoeg minder vaak over aanvullende cursussen en opleidingen (37 procent) gesproken dan in gesprekken met administratief personeel (55 procent) of het middenkader (56 procent).

 

Niettemin geeft 53 procent van de logistiek dienstverleners aan ook opleiding en scholing in te zetten als employability-instrument. In slechts 17 procent van de bedrijven vindt functie- en taakroulatie plaats. Dat valt ietwat tegen, omdat het werk in magazijnen en dc’s behoorlijk eentonig kan zijn en roulatie een uitstekend middel kan zijn de motivatie op peil te houden.

   

Meer doen

In vergelijking met voorgaande jaren blijkt dat logistiek dienstverleners steeds meer instrumenten inzetten. Uit de cijfers wordt echter duidelijk dat bedrijven nog veel meer op het gebied van employabiliteit kunnen doen dan nu het geval is. Van alle logistiek dienstverleners is 73 procent tevreden over de kennis, vaardigheden en werkhouding van medewerkers. Welm blijkt uit het onderzoek van VTL dat bedrijven steeds hogere kwaliteitseisen stellen aan magazijnmedewerkers. Vooral het belang van veiligheid neemt toe. Daarnaast wordt van magazijnmedewerkers steeds meer flexibiliteit verwacht. Dat de kwaliteitseisen stijgen, betekent niet automatisch dat de investeringen in opleidingen en trainingen toenemen. In 2005 hebben logistiek dienstverleners gemiddeld 248 euro per medewerker aan scholing uitgegeven. Voor 2006 wordt een zelfde bedrag verwacht.

 

Bijna 60 procent van de magazijnmedewerkers heeft in 2005 geen cursus gevolgd. De meesten zeggen een cursus ook niet zinvol te achten voor hun baan. De cijfers voor het middenkader laten een totaal ander beeld zien: 60 procent zegt een cursus te hebben gevolgd, de helft daarvan zelfs meer dan één.

     

Lage doorstroming

Magazijnmedewerkers blijven vaak lange tijd actief in dezelfde functie, blijkt uit het onderzoek van VTL. Maar liefst 58 procent is nog nooit van functie veranderd. De kansen op doorgroeien naar een andere functie wordt ook niet hoog ingeschat. Slechts 1,2 procent van de medewerkers bij logistiek dienstverleners is in 2005 doorgegroeid naar een andere functie. Normaal gesproken ligt dat cijfer in het bedrijfsleven op 3,1 procent.

 

Uitzondering op deze cijfers vormt het middenkaderpersoneel. Van hen geeft 65 procent aan één of meerdere keren bij de huidige werkgever van functie te zijn veranderd. Goede kans dat zij zijn doorgestroomd vanaf de werkvloer.

Zie tabel pdf-pagina: pag. 18

Reageer op dit artikel