artikel

Pallets interactief volgen

Warehousing

Met exacte locatiebepaling van de heftruck en met RFID is het mogelijk pallets, zonder fysieke identificatie, nauwkeurig te volgen en weg te zetten in een magazijn. Voorwaarde hiervoor is wel dat alle informatie over de pallet binnen het systeem bekend is.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Transport&Opslag op 1 mei 2007.

Normaal gesproken worden pallets en lading in een warehouse geïdentificeerd met behulp van barcodes. Dat vereist een goed leesbare barcode onder alle omstandigheden en bij voorbeeld een heftruckchauffeur die ze scant. Scannen kost tijd en een slecht leesbare barcode zorgt niet alleen voor oponthoud, maar ook voor fouten. Met RFID-tags in de vloer sla je meerdere vliegen in één klap. Automatische identificatie en locatiebepaling en dat alles ook nog zonder tijdrovende handelingen en fouten. Toepassing is onder andere denkbaar in een productieomgeving, waarbij het ERP of WMS van tevoren al weet dat één of meerdere pallets in batch uit de productie komen via een toegewezen transportbaan.

 

Aan het eind van die transportbaan is een RFID-tag bij het opnamepunt voor de heftruck in de vloer aangebracht. Dat kan zowel een in de vloer gefreesde RFID-plaklabel, als een in de vloer geboorde RFID-tag in een glascapsule zijn. De keuze voor de een of de andere wordt hoofdzakelijk bepaald door de toegepaste RFID-frequentie. De onderzijde van de heftruck is uitgerust met een corresponderende RFID-antenne. Beide wisselen op het moment van passeren auto–matisch en draadloos informatie uit over aard van de ge–palletiseerde goederen, locatie en bestemming, zonder fouten en zonder dat de heftruckchauffeur maar iets hoeft te ondernemen. Een dergelijke opstelling staat sinds kort in het Innovatiecentrum van Vanderlande in Veghel.

 

Interactie

Zodra de heftruck de eerste pallet vanaf het opnamepunt opneemt, weet het systeem dat deze niets anders kan opnemen dan die specifieke pallet, waarvan alle gegevens al bekend zijn. Het WMS laat vervolgens via de terminal aan de heftruckchauffeur weten waar deze pallet in het magazijn moet worden ingeslagen. Dat kan een palletpositie in een palletstelingenmagazijn zijn, maar ook blokstapeling op de magazijnvloer, zoals bij crossdocking behoort tot de mogelijkheden. Op de afzetpositie is wederom een RFID-tag in de vloer aangebracht. Op het moment dat de heftruck met de pallet over deze vloertag rijdt, weet het systeem dat de pallet op de toegewezen locatie is aangekomen en logischerwijs is opgeslagen. Ook voor de latere pickopdracht is het dus niet meer noodzakelijk om de pallet ter plaatse te identificeren.

De exacte palletpositie (locatiehoogte) is desgewenst nog nauwkeuriger te bepalen, als de diverse stellingposities zelf ook zijn uitgerust met RFID-tags. Het nadeel hiervan is dat dan iedere stellingpositie moet worden getagged en de mogelijke interferentie tussen de RFID-tags en het metaal van de stellingen.

 

Een andere methode is een interface/koppeling van het WMS/WCS met de elektronica van de heftruck. De exacte afzetpositie (hoogte) van de lading in de stelling kan ook door het systeem worden bepaald door een interactie van het WMS/WCS met de hefhoogte van de heftruck. Als de pallet bijvoorbeeld op de derde ligger moet worden geplaatst, wordt de hefhoogte automatisch door het systeem tot deze hoogte beperkt. Deze interactie tussen afzethoogte van de heftruck is in de demo-opstelling bij Vanderlande vooralsnog alleen mogelijk bij enkele heftrucks van de merken Still en Jungheinrich. Theoretisch kan vrijwel iedere moderne elektrische heftruck hiervoor geschikt worden gemaakt.

 

Blijven zitten

Vergeleken met barcodes heeft dit RFID-systeem het voordeel dat er geen handmatige scanhandelingen hoeven plaats te vinden. De heftruckchauffeur kan gewoon op zijn truck blijven zitten en hoeft dus niet meer af te stappen om de lading en/of ladingdrager te scannen. Dat werkt niet alleen sneller, maar scanfouten ten gevolge van slecht leesbare en of ontbrekende streepjescodes zijn uitgesloten. De heftruckchaffeur hoeft de heftruck alleen maar over de ingefreesde tag in de vloer te rijden. Met het opnemen van de pallet is tegelijk ook de exacte locatie van de truck en de pallet in die zone bekend. Wat later geldt hetzelfde bij het wegzetten van de pallet.

 

Lijmen beter

Om vloerlabels gemakkelijker te verplaatsen heeft Inotec het Framed Floor Label ontwikkeld. Dit label zit in een stalen frame, die enerzijds het etiket afdoende beschermt en anderzijds snelle wisseling van het etiket mogelijk maakt, zodat er met de locaties kan worden geschoven. De frames boor je met schroeven in de grond, dus het zit goed vast. “Als het frame regelmatig of plotseling heel heftig een opdoffer krijgt van een heftruckvork raakt het dusdanig beschadigd dat het niet meer opnieuw vast te schroeven is”, verduidelijkt Frank Smits van Inotec. Daarom worden de frames met het etiket meestal op de vloer gelijmd. Dat is bij beschadiging het best te herstellen.

 

Concept

De demo-opstelling bij Vanderlande is bedoeld om aan te tonen dat RFID-identificatie goed gebruikt kan worden voor locatietoewijzing in het magazijn. De opstelling moet de mogelijkheden van RFID en de verschillen en voordelen ten opzichte van traditionele barcodescanning verduidelijken. Deze applicatie is volgens Jeff van Hek van het AICC niet zo zeer bedoeld als los aan te schaffen RFID-identificatie–systeem, maar maakt eigenlijk onderdeel uit van een groter RFID-geheel. In dat licht gezien, is het volgens hem meer een concept dan een los verkrijgbare concrete toepassing.

 

Hoog of laag

Voor het identificeren van een locatieaanduiding kan gebruik worden gemaakt van barcoderingen op de vloer of aan het plafond. Daarbij kunnen zich de volgende problemen voordoen. Hooggeplaatste barcodes worden niet altijd feilloos door iedere barcodescanner gelezen. De scanafstand is relatief groot en de schuine invalshoek bemoeilijkt soms de uitlezing. Vloercoderingen hebben dit probleem weer niet. Het nadeel hiervan is dat ze slijtage- en vuilgevoelig zijn, waardoor ze op termijn minder goed of zelf helemaal niet meer uitleesbaar zijn. Coderingen aan het plafond laten zich wel weer gemakkelijk verhangen, als opslaglocaties tussentijds veranderen, of uitbreiden. Het vervangen en verplaatsen van vloercoderingen heeft wat meer voeten in aarde. Het vloeretiket wordt ietwat verlaagd in de vloer gefreesd; een beschermende toplaag is hier niet nodig. Dit maakt de etiketten bestand tegen schrapende pallets, schurende lepels en intensief heftruckverkeer. Het is echter ook een vrij definitieve oplossing.

Reageer op dit artikel