artikel

Het gevaar komt van twee kanten

Warehousing

Camera’s, hekken en alarmsystemen moeten inbrekers buiten de deur te houden. Het gevaar komt niet alleen van buitenaf. Ook eigen personeel kan in de fout gaan. Beveiligingsmiddelen werken alleen dan goed als ze gepaard gaan met organisatorische maatregelen. Martin Althoff

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Transport&Opslag op 1 april 2006.

De warehousemanager opent als eerste vroeg in de ochtend de deuren van het magazijn, doet de lichten aan en constateert dat een overheaddeur van het losdock open staat. Een grote partij waardevolle goederen – die daar de avond ervoor nog is klaargezet voor uitlevering aan de klant – blijkt verdwenen. Bovendien is er veel schade aan de deur en hebben de onverlaten ook nog enkele brandkranen opengedraaid. Wat er verder nog mist, of mankeert, is op dat moment nog niet duidelijk.

De manager belt direct de baas en de politie. Later constateert het gearriveerde kantoorpersoneel dat ook enkele computers en printers weg zijn. Een dergelijk begin van een maandagochtend gunnen we niemand, maar het is wel de harde realiteit. Een inbraak kan iedereen overkomen.

Beveiliging helpt, maar vrijwel niets en niemand kan het 100 procent voorkomen, tenzij je van je magazijn een onneembare vesting maakt. Een moeilijk toegankelijk magazijn verstoort echter ook het eigen werkproces en maakt een normale bedrijfsvoering vrijwel onmogelijk. Daarmee is beveiliging een compromis tussen veiligheid en werkbaarheid. Iedereen die bezig is met beveiliging, zit in dat spanningsveld. Vrijblijvend is beveiliging al lang niet meer. De toenemende inbraken in bedrijfsgebouwen en distributiecentra hebben er namelijk toe geleid dat verzekeraars niet meer klakkeloos de kosten zullen dekken en goede beveiligingen eisen en stimuleren.
Preventie

De aanschaf van allerlei beveiligingsapparatuur is een stap, maar beslist niet de eerste, volgens Henk Tittel van Ingram Micro. Hij weet waarover hij praat. Zelf was hij jaren werkzaam in de beveiligingsbranche en weet van de hoed en de rand. Hij is dan ook nauw betrokken geweest bij de beveiliging van het dc, waar hij nu als director of operations werkt. Ondanks de vele, strenge beveiligingsmaatregelen zijn er toch wat kleinere inbraken en diefstal door het eigen personeel gebeurd. Daarmee is beslist niet gezegd dat het allemaal voor niets is geweest. Het is volgens Tittel de bevestiging dat beveiliging nooit 100 procent werkt. Zonder, was er volgens hem gegarandeerd veel meer gebeurd. “Je neemt het verlies; analyseert wat er is gebeurd en past de beveiliging en de organisatie daar vervolgens weer op aan.” Tittel geeft aan dat hij nu tevreden is over de beveiligingsgraad van zijn bedrijf. “Het enige waarvoor ik nog bang ben, en waartegen je bar weinig kunt ondernemen, is een gewapende overval.”
Niet ieder magazijn is even aantrekkelijk en hoeft ingrijpend te worden beveiligd. Opslagruimtes vol dure elektronica, farmaceutica, opiaten, sigaretten en gereedschappen zijn voor inbrekers doorgaans interessanter, dan bijvoorbeeld een locatie waar hoofdzakelijk bouten en moeren liggen opgeslagen. Volgens Jos Meekel van Hoffmann bedrijfsrecherche bereiden professionele inbrekers zich altijd goed voor en weten precies waar kostbare zaken te halen zijn. “De informatie en zelfs regelrechte hulp blijken na politieonderzoek vaak afkomstig van het eigen personeel.”

Bij zo’n 60 tot 70 procent van de criminaliteit in logistieke bedrijven is er sprake van interne betrokkenheid. Hiertegen is de werking van alle camera’s, sensoren en sloten marginaal. Een goede screening van vaste en uitzendkrachten kan dit volgens Meekel slechts gedeeltelijk voorkomen, want ook personeel dat jarenlang naar volle tevredenheid voor het bedrijf werkt, gaat soms in de fout.
Barrières

De echte professionele inbreker heeft goed gereedschap, waarmee bijna iedere barrière is te nemen. Het enige effectieve wapen, is het hem zo moeilijk mogelijk maken. Tijd werkt namelijk in het nadeel van een inbreker. Hoe langer de inbraak duurt, hoe groter de kans op betrappen. Hoe meer barrières de inbreker op zijn pad vindt, hoe langer hij werk heeft.

De eerste beveiligingsgordel betreft de omheining en de poort. Deze beperken de toegang tot het terrein voor de inbreker zelf en het voertuig waarin de buit wordt vervoerd. Daarbij geldt het advat-principe: (afschrikken, detectie, vertragen, alarmering, toegang). Punthekken, prikkeldraad en stroom schrikken af. De detectie, die onzichtbaar in het hek kan worden weggewerkt, signaleert de inbraakpoging in een vroeg stadium. Politie of de bewakingsdienst kan al in actie komen, voordat inbrekers zich toegang hebben verschaft tot het pand. Een hekwerk bemoeilijkt de toegang. Een hek van gaas is gemakkelijker te forceren dan een met stevige metalen spijlen. “De toegang moet uiteraard goed zijn afgesloten, anders heeft geen enkel hek zin”, zegt Klaas Krottje van Heras hekwerken. “In onze branche gelden vreemd genoeg geen voorgeschreven eisen ten aanzien hekmateriaal en minimale hekhoogtes.”
Toegangscontrole

Met de flexibilisering van de werktijden is het ook steeds lastiger geworden om de toegang tot het pand te bewaken. Velen hebben ook buiten de normale werktijden om toegang in verband met bijvoorbeeld overwerk of schoonmaak- en onderhoudswerk. Om al die mensen toe te laten, zijn er dus veel sleutels in omloop. Houd daar maar eens zicht op. Bovendien kunnen sleutels kwijtraken.

Een alternatief zijn de elektronische of magnetische pasjessystemen. Deze hebben het voordeel dat er een registratie van de eigenaar plaatsvindt. Het systeem kan zo worden ingericht, dat alleen geautoriseerde personen toegang op bepaalde tijdstippen en tot bepaalde afdelingen krijgen.

Bovendien wordt de tijd geregistreerd dat een persoon aanwezig is. Er kan ook voor worden gekozen om iedere deur binnen in het pand van een pasjessysteem te voorzien, tot en met de toiletten. Daarmee kun je bij wijze van spreken het personeel elektronisch door het pand volgen. In het geval van een brand zie je in één oogopslag, of er iemand is achtergebleven en waar hij zich bevindt.
Big brother

Camerabewaking wordt zowel binnen, als buiten bewust met waarschuwingsborden aangekondigd. Dat demotiveert dieven om snel een kraakje te zetten. Professionele inbrekers dragen vaak een bivakmuts en zijn zo onherkenbaar. Ook snelle ramkrakers laten zich er zeker niet altijd door afschrikken.

Binnen het bedrijf kun je met camera’s inbrekers in de gaten houden, maar ook de gangen van het eigen personeel volgen. In het kader van de strenge privacywetgeving mag het eigen personeel niet zomaar zonder medeweten worden gefilmd met (verborgen) camera’s, tenzij het personeel met borden en een instructie hier duidelijk op wordt gewezen.

Anologe camerabeveiliging met draadverbindingen naar een monitor is achterhaald. “Voor iedere camera is namelijk een aparte coaxkabel nodig. De camera even verplaatsen of ééntje erbij is lastig, vertelt Fokke Vos van Camview Enschede. “Bovendien zijn kabels storingsgevoelig en gemakkelijk door te knippen.” Draadloze camera’s hebben die nadelen niet. Een dergelijke camera toevoegen, of verplaatsen is geen punt.

De goedkopere radiografische draadloze (wifi) camera’s hebben volgens Vos wel een ander bezwaar, waar niet iedereen zich van bewust is. “Het beeldsignaal is ook gemakkelijk door anderen met een eenvoudig video-ontvangertje buiten het pand op te pikken. Vooral beelden van binnencamera’s wil je zeker afschermen van de buitenwereld.”

Digitale en draadloze signaaloverdracht met closed circuit tv (CCTV) in combinatie met het internet protocol (IP) is volgens hem de veiligste methode. De werking is vergelijkbaar met die van een geavanceerde webcam in een firewall beveiligd computernetwerk. Alleen degene waar je mee chat, ontvangt beeld. Een andere veilige methode is signaaloverdracht via het lichtnet. Hiermee kunnen videosignalen ook volledig worden afgeschermd van de buitenwereld, maar dan ben je wel weer afhankelijk van de ligging van de elektriciteitskabels.
Vastleggen

Beeldmateriaal kan de politie belangrijke informatie verschaffen over de werkwijze en het aantal inbrekers. Dat kan uiteraard alleen als er een opname is gemaakt op een videoband of een harddisk. De videorecorder is achterhaald als opslagmedium . De opnamehoeveelheid van een videoband is beperkt. In langspeel modus (LP) neemt de beeldkwaliteit van een videoband sterk af. Stilstaand beeld – nodig om details te zien – is allesbehalve trillingsvrij. Tot slot zijn videobanden onderhevig aan slijtage, wat ook weer ten koste gaat van de beeldkwaliteit en het duurt lang om een bepaalde beeldpassage op de band te vinden.

Harddisk-opname is de nieuwste trend. Het digaal opslaan van beeld op een harde schijf biedt veel meer en betere mogelijkheden. Met een digitale camera en een bewegingssensor is het mogelijk alleen dan op te nemen, als er daadwerkelijk beweging is. Het is tevens mogelijk nog meer nuttige data op een harde schijf op te slaan.
Betrapt

Digitale beeldpassages zijn sneller en makkelijker te bekijken. Bovendien is de beeldkwaliteit beter, voorwaarde is wel dat er kwalitatief goede apparatuur wordt gebruikt. Inzoomen op details en digitale verbetering (enhancement) behoren eveneens tot de mogelijkheden.

Een loeiende sirene en zwaailichten maken een inbreker duidelijk dat hij is betrapt. Hij zal proberen zich zo snel moelijk uit de voeten te maken. Flitsers tonen de bewakingsdienst en de politie op welke plek het alarm is geactiveerd.

Een alarm met doormelding wordt ook wel stil alarm genoemd. Hierbij stuurt het alarmsysteem een signaal naar een centrale meldkamer, of particuliere alarmcentrale (PAC). De doormelding kan plaatsvinden via de gewone analoge telefoonlijn, via ISDN, via de kabel en via RAM mobile data (draadloos).

Bij hoog risico installaties wordt het alarmsysteem meestal via een vaste lijn aangesloten. In vakjargon heet dit een AL2-verbinding. Is er sprake van ISDN, dan behoort een abonnement op Digi Access Alarm van de KPN tot de mogelijkheden.

Het grootste probleem met een inbraakalarminstallatie is een loos alarm. Onweer, zware windstoten, regen, loslopende dieren op het terrein en fladderende vogels binnen kunnen de oorzaak zijn van vals alarm.

 

 

KEURMERKEN

Om de werking van beveiligingsmiddelen te waarborgen zijn er keurmerken in het leven geroepen zoals Tapa, Borg of Veilig Ondernemen. Certificaten zijn ook bruikbaar bij (premie) onderhandelingen met verzekeraars. Het Tapa-keurmerk (Technology Asset Protection Association) richt zich op het beveiligen van de gehele keten van hightech-producten. Het heeft een eigen handboek over hoe goederen minimaal te beveiligen, volgens welke procedures en hoe dit minimale niveauis te handhaven. Het Tapa kent drie niveaus, afhankelijk van de waarde van de goederen.

Ook Borg van het Nationaal Centrum voor Preventie kent een systeem in risicoklassen. Dit certificaat staat garant voor de technische kwaliteit van de geleverde beveiligingssystemen. Veilig Ondernemen is een keurmerk van de politie waarbij een beveiligingsdeskundige controleert of het pand voldoet aan alle gestelde normen. Goed hang- en sluitwerk is te herkennen aan het SKG ® keurmerk. Het ® teken is niet vermeld bij cilinders voor sloten. Voor hekwerken en poorten bestaat geen officieel veiligheidskeurmerk.

 

Beveiligingslinks
Op onderstaande sites is veel nuttige informatie over beveiligingsbedrijven en voorzieningen te vinden.

Alarminstallaties:

  • www.boschsecuritysystems.com/nl
  • www.beesafe.nl
  • www.debeveiligingswinkel.nl
  • www.telstar.nl
  • Beveiligingsbedrijven:
  • www.beveiligingsbedrijven.com
  • www.csusecurity.nl
  • www.hoffmannbv.nl
  • www.initial-varel.nl
  • www.quso.nl

 

Bewakingscamera’s:

  • www.camview.nl
  • www.draadlooscameratoezicht.nl
  • Certificering en keurmerken:
  • www.ncpreventie.nl
  • www.inbraakpreventieadviseur.nl/skg.htm
  • www.tapa.nl

 

Hekken, poorten en afrasteringen:

  • www.abchekwerk.nl
  • www.bgnederland.nl
  • www.heras.nl

 

Overige links:

 

Reageer op dit artikel