artikel

Zijladers: Zeulen met lange lasten

Warehousing Premium

Een lange ladder zonder schade manoeuvreren in een porseleinzaak is een knap staaltje. Hetzelfde geldt voor langgoed in een productie- of magazijnomgeving. Zijladers bieden hier uitkomst. Ze zijn met diesel, LPG of elektrische aandrijving binnen én buiten of gecombineerd inzetbaar .

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Transport&Opslag op 1 maart 2007.

De BMWT-cijfers tonen al jarenlang achtereen het beeld van gemiddeld 40 verkochte zijladers per jaar. Vergeleken met vorkheftrucks en magazijntrucks zijn dit zeer bescheiden aantallen. De zijlader is bij ons dan ook een echte nichemarkt. In 2006 zien we plotseling een verdubbeling van de verkoopaantallen. Om nu te concluderen dat de zijlader opeens meer gewild is, is volgens insiders wat kort door de bocht. Niet iedere zijladerleverancier is aangesloten bij de BMWT en ook binnen deze vereniging is niet iedereen even consequent met het doorgeven van de verkoopcijfers. Hierdoor zijn de werkelijk verkochte aantallen ook in het verleden al hoogstwaarschijnlijk hoger geweest dan de BMWT-cijfers altijd hebben aangeven.

   

Probleemloos

Of het nu gaat om de handling van meterslang hout, metaal, kunststof leidingen, glas en betonelementen. De zijlader kan het allemaal probleemloos aan. Daar kan geen frontlader tegenop. Zijladers worden hoofdzakelijk daar ingezet waar regelmatig meterslange lasten in en rondom productie- en opslagruimtes worden verplaatst. Vooral ondernemingen die direct, of indirect actief zijn in de bouwbranche werken er dagelijks mee.

Bij de aanschaf van de juiste zijlader moeten een aantal zaken vooraf worden bepaald. Binnen deze categorie hef- en intern transportmiddelen is een ruime keuze te maken in typen en uitvoeringen. Daarbij spelen achtereenvolgens de volgende afwegingen: welk product wordt ermee gehandled en hoe zwaar is de lading, wordt de zijlader binnen, buiten of gecombineerd ingezet en hoe ziet de ondergrond er uit, welke afstanden worden er afgelegd en wat is de gemiddelde inzetduur.


Verbrander of elektrisch

Zijladers zijn net als vorkheftrucks onder te verdelen in drie verschillende aandrijfconcepten: diesel, LPG en elektrisch. Voor het buitenwerk worden de krachtige diesels vanwege het tankgemak en de grotere afstanden op een oneffen ondergrond nog steeds het meest toegepast. In de praktijk wordt er soms ook (deels) binnen mee gereden in gesloten en/of halfopen loodsen.

Als zijladers uitsluitend binnen rijden, ligt het niet voor de hand om een verbrander op diesel, of LPG in te zetten. De verbrandingsgassen kunnen op den duur de gezondheid van het personeel nadelig beïnvloeden. Overigens is het net als bij vorkheftrucks tot en met 4 ton hefvermogen niet toegestaan om met verbrandingszijladers binnen te rijden. De Arbeidsinspectie heeft een aantal jaren geleden bepaald dat daar voldoende schonere elektrische alternatieven voor zijn.

Een kunstgreep die ook door sommige zijladerleveranciers wordt voorgesteld, is de aanschaf van een iets zwaardere 4,5 tons verbrander. Dat lijkt een interessante ontsnappingsclausule, maar die moet dan wel weer zijn voorzien van een efficiënte katalysator en/of roetfilter, als daar regelmatig of incidenteel mee wordt binnengereden. Voor zijladers die altijd buiten in de openlucht werken, speelt dit emissieprobleem in principe niet. In de dagelijkse praktijk is het echter eerder regel dan uitzondering dat er ook incidenteel binnen wordt gereden, al was het maar om de last van binnen uit de productieruimte over het terrein naar een verderop gelegen opslagloods te verplaatsen.

   

Overwegingen vooraf

Het spreekt voor zich dat er andere eisen worden gesteld aan een zijlader, als die lange zware metalen balken, of houtpakketten moet vervoeren, of bij voorbeeld meterslange, maar betrekkelijk lichte ronde kunststof buizen. Het gewicht en de stabiliteit van de lading bepalen in eerste instantie het benodigde hefvermogen. Wat dat betreft is er weinig tot geen verschil met de aanschaf van een vorkheftruck. De hefcapaciteit binnen de categorie zijladers is zeer breed. De lichtste modellen zijn verkrijgbaar vanaf 1,5 ton en lopen bij de meeste merken gradueel op tot wel 35 ton hefvermogen.

Een tweede belangrijke overweging is de inzet en de bandenkeuze. Een zijlader die alleen binnen op een egale vloer in een productie- of opslagruimte wordt gebruikt, is doorgaans niet geschikt voor gebruik buiten op een oneffen ondergrond. Bij de meeste merken is er een keuze tussen volrubberbanden, super elastic (SE) en luchtbanden voor de verbranders. Elektrische zijladers zijn meestal uitgerust met massieve cushion, Vulkollan/PU-banden en hebben daarmee een harde, slijtvaste werkvloer nodig met voldoende draagkracht. Voor gecombineerd binnen- en buitengebruik zijn ook volrubber SE-banden mogelijk. De banden hebben altijd invloed op de stabiliteit van de zijlader.

  

Als er buiten grote afstanden met de zijlader worden gereden, ligt een verbrander voor de hand. Een lege tank is snel te vullen, het geleverde vermogen en de inzetduur is hoog en uitlaatgassen spelen buiten (nog) geen belemmerende rol. Toch zijn de elektrische zijladers sterk in opkomst, ook voor buitengebruik. De huidige generatie gaat zeer efficiënt met het stroomverbruik om, waarmee in principe een volledige dagshift kan worden gewerkt. De maximale inzetduur van een elektrische zijlader wordt altijd bepaald door de batterijcapaciteit, het voltage en het stroomverbruik van de elektromotoren voor de aandrijving en de hefinrichting. Capaciteit, spanning en stroom zijn altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden.


Vooruit en zijwaarts

Zijladers hebben vier wielen, waarvan de voorste twee, als bij een vrachtauto bestuurbaar zijn. Dit principe treffen we aan op alle verbrandingszijladers en op enkele elektrische modellen. Deze zijladers moet je dus exact voor de op te nemen last manoeuvreren. Elektrische modellen zijn ook leverbaar met aangestuurde vierwegaandrijving. Een merk als Combilift past zelfs standaard hydrostatisch aangestuurde vierwegaandrijving toe. Daarmee zijn alle drie of vier de wielen haaks op de rijrichting te zetten, zo kunnen ze vooruit en zijwaarts rijden. Het vierwegprincipe kan voordelen bieden voor moeilijk bereikbare lasten. Als de wielen ook diagonaal kunnen rijden, worden ze meerwegzijladers genoemd. Hiermee is een lange lading vanuit alle posities bereikbaar en gemakkelijk in en uit een krappe ruimte te handlen.

 

Critici beweren dat zijladers met vier- en meerwegfunctie eigenlijk veredelde front- of meervoudige reachtrucks zijn. Hoewel de definitie van een zijlader luidt: ‘een voertuig met een laadinrichting aan de zijkant’, hebben zij formeel gelijk. Want een reguliere zijlader ondersteunt het gewicht beter, omdat de vorkspreiding groter is. Bovendien plaatst een ‘echte’ zijlader het gewicht tijdens het transport op een groter draagvlak en dat is veiliger en betrouwbaarder. Functioneel is er echter weinig tot geen verschil tussen een reguliere zijlader en de elektrische vier- en meerwegvariant. Deze kan namelijk net zo gemakkelijk, of zelfs beter uit de voeten met langere lasten juist vanwege het meerwegprincipe. Bovendien ligt het lastzwaartepunt bij de elektrische vier- en meerwegzijlader doorgaans lager en dat is ook weer veiliger.

Elektrische vier- en meerwegzijladers hebben net als reachtrucks mast- of vorkneiging. Dat kan vanwege de effen ondergrond en het lager liggende zwaartepunt. Kortom wie hoofdzakelijk binnen rijdt en een optimale ruimtewinst wenst te halen, kan met de elektrische vier- of meerwegzijlader zowel pallets als bredere ladingen toch in een relatief smal gangpad behandelen. Deze is daarmee een goede mix van een fronttruck en een zijlader. De uitvoering van de meeste elektrische vierweg zijladers is standaard, waarmee ze onderling goed vergelijkbaar zijn. De tweewiel gestuurde zijlader is vrijwel altijd maatwerk.


Scharnierend chassis

Het grootste probleem van een zijlader is de stabiliteit. Dit wordt veroorzaakt door geringe spoorbreedte waarbij het lastgewicht zich aan één zijde van de machine bevindt. Hierdoor heeft de beladen truck de neiging in de lengterichting te gaan rollen. Dit effect is sterker naarmate er hoger en zwaarder wordt geheven en uitgereached. Een compenserend contragewicht, zoals bij een vorkheftruck ontbreekt.

Mastneiging voorover, zoals bij een vier- of meerweg zijlader zou het kantelgevaar alleen maar versterken, doordat het wielcontact met de ondergrond eenzijdig afneemt. Daarom is er een voorziening om in plaats van mastneiging, het chassis zelf te neigen. De bovenbouw is aan de lastzijde scharnierend en aan de cabinezijde met een tweetal hydraulische cilinders aan het chassis verbonden. Deze cilinders kunnen de gehele bovenbouw een aantal graden omhoog of omlaag laten neigen om het stabiliteitstekort te compenseren. Hierdoor blijft er maximaal contact van alle vier de wielen met de ondergrond mogelijk. Zodra de last op het draagplateau is geplaatst, wordt de neigblokkering weer vrijgegeven, waarna er normaal kan worden gereden.

Om kantelen van de lading op de vorken te voorkomen, moet de lading ook zo breed mogelijk worden ondersteund met behulp van vorkspreiding Dat is de afstand waarmee de vorken of lepels naar buiten kunnen worden verschoven. De mate van spreiding wordt beperkt door de afstand tussen de beide draagplateaus. De verstelling gaat hydraulisch en wordt vanuit de bestuurderscabine geregeld. Voor extreem lange en buigzame lading die ver buiten de draagplateaus uitsteekt, is er voorzetapparatuur in de vorm van meervoudige vorkverstellers die de lading op vier punten, zowel binnen als buiten de contouren van de machine ondersteunen. Een dergelijke meerpuntsondersteuning voorkomt dat de lading onstabiel wordt tijdens rijden op een oneffen ondergrond, te veel doorbuigt en beschadigt.

Zie ook onze website: www.logistiek.nl/zijladers voor foto’s en technische specificaties van zijladers.

 

Reageer op dit artikel