artikel

Langgoed: in de lengte, breedte en in de hoogte

Warehousing

De opslag van langgoed vergt enerzijds veel magazijnruimte. Anderzijds moet het lange en soms zware materiaal ook nog snel toegankelijk zijn. Automatische opslagsystemen voor langgoed blijken vaak een compromis te zijn tussen maximale opslagcapaciteit en hoge doorvoersnelheid .

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Transport&Opslag op 1 maart 2007.

Vergeleken met dozen is langgoed erg lastig op te slaan en te handlen. Het vaak meterslange materiaal past niet in standaard palletstellingen en is ook moeilijk door smalle deuropeningen te manoeuvreren. Metaalgroothandel Schmolz+ Bickenbach in Zwijndrecht en ‘raambekleding’-fabrikant Hunter Douglas in Oudenbosch hebben met elkaar gemeen dat ze beide dagelijks grote hoeveelheden langgoed in- en uitslaan, verzamelen en naar hun klanten distribueren. Schmolz+Bickenbach heeft onder andere RVS-buizen, staven, aluminium en blankstalen profielen in het assortiment.

Hunter Douglas handled overwegend zonwering van de bekende merken Luxaflex en Luxalon. Toch kozen beide bedrijven voor de opslag en handling van hun langgoed voor een totaal ander concept en anderebenadering. Schmolz+Bickenbach werkt met een inmiddels tien jaar oud automatisch Demag-Fehr cassetteopslagsysteem, dat onlangs nog volledig is geüpgradet door Kasto. Hunter Douglas koos voor portaalkraanrobots van Leenstra; de Portalogic. De Portalogic bij Hunter Douglas is een nieuw en recent in gebruik genomen pilotsysteem. Beide systemen zijn uniek in Nederland.
 

Plussen en minnen

Het is lastig om een waardeoordeel te vellen over beide langgoed opslagsystemen. Beide systemen zijn uniek, maar hebben een totaal andere afhandelingsmethodiek. Het Demag-systeem is specifiek ontworpen voor de handling van zwaar metaal langgoed in open cassettes, terwijl de Portalogic van Leenstra weer zonder cassettes werkt en met een veel lichter product. Toch is ook de Portalogic volgens Leenstra directeur Paul Schut volledig geschikt te maken voor de opslag en handling van metalen langgoed. “Simpel een kwestie van prijs en dimensies”, stelt hij vast. De Portalogic is volgens hem ook geschikt voor bijvoorbeeld lang hout, papier- en tapijtrollen.
 

Volgens Schut heeft het Demag-systeem bij Schmolz+Bickenbach een op het eerste gezicht zeer compacte opslagdichtheid in een stabiel palletstellingveld, maar heeft het in verhouding ook erg brede gangpaden voor de cassetterobots nodig, waarin dus geen product kan worden opgeslagen.

Jan Dirk den Hollander brengt hier tegenin dat de gangpaden van het Portalogic-systeem weliswaar veel smaller zijn dan ‘zijn’ gangpaden, maar verdeeld over het volledige draagarmstellingenveld zijn het er ook heel veel. Paul Schut stelt vast dat de snelheid van het Demag-systeem vergeleken met de Portalogic betrekkelijk laag is. Volgens Den Hollander klopt dit, maar staat daar weer tegenover dat de afgelegde afstanden van de cassetterobots veel kleiner zijn dan die van de portaalkranen van de Portalogic. Per saldo ontlopen de beide systemen elkaar dus kennelijk niet zoveel wat opslagcapaciteit en afhandelingssnelheid betreft.

Bedrijfseconomisch is een net aangeschaft, splinternieuw systeem ook lastig financieel te vergelijken met een geüpgradet systeem dat feitelijk al 10 jaar operationeel is en deels al is afgeschreven. De investeringen voor beide systemen zijn relatief hoog. Alles staat en valt met de hoogte van de investeringskosten, de terugverdiendtijd en de kostprijs per palletplaats. Per opslaglocatie kost de Portalogic volgens Paul Schut 200 euro (turn key).
 

Software upgraden

Schmolz+Bickenbach Nederland investeerde in 1997 in twee automatische opslagsystemen van het Oostenrijkse Demag-Fehr. In 2001 kwam daar zelfs nog een derde opslagsysteem bij. Volgens directeur Jan Dirk den Hollander voldoet de hardware van het automatische opslagsysteem systeem nog steeds volledig aan zijn eisen en wensen. Alleen werkten de besturingssoftware (WCS) van de oorspronkelijke leverancier en de software voor de opslagadministratie (WMS) niet goed samen. Dit gaf dikwijls aanleiding tot kostbare stilstand van het opslagsysteem en waren volgens hem dan ook dringend aan een upgrade toe.

Begin 2006 heeft Den Hollander het Duitse Kasto Maschinenbau uit Achern de opdracht gegeven om de besturingssoftware van deze drie opslagsystemen ingrijpend te moderniseren en binnen het WMS te integreren. Kasto realiseerde de implementatie van de nieuwe software in recordtijd, waarbij het systeem omgerekend slecht 1 dag stillag. Hoewel de fysieke snelheid van het systeem niet kon worden verhoogd, leverde de efficientere aansturing wel een hogere afhandelingscapaciteit op van 10 procent.
 

Cassettes

Het Demag-Fehr-systeem werkt met ruim 7 meter lange open cassettes, waarin het langgoed is opgeslagen. Deze cassettes worden door een cassetterobot aan de kopse zijde in- en uit pallettstellingen geschoven. De robot kan een volle cassette inslaan en direct daarna een benodigde cassette met langgoed uitslaan, waardoor het aantal robotbewegingen tot een minimum wordt beperkt. De drie cassetterobots bevinden zich in de circa 21 meter brede gangpaden tussen de palletstellingen. De robots kunnen zich daarbij in de X-, Y- en Z-as verplaatsen om alle beschikbare stellingposities snel te bereiken.

De positiebepaling van iedere cassette is softwarematig in het besturingssysteem vastgelegd. Dat maakt volgens Den Hollander toch een hoge mate van flexibiliteit mogelijk. “De software is namelijk te allen tijde handmatig te overrulen, als de situatie dat vereist.“
 

Richtsensor

Verdeeld over het hele oppervlak van het langgoedmagazijn van Hunter Douglas staan twee uitgebreide velden draagarmstellingen van SSI-Schaefer die ruggelings tegen elkaar staan. Wat opvalt zijn de zeer smalle gangpaden tussen de stellingen. Deze bieden toegang tot lastopname-units die de stellingposities van boven af met twee overkoepelende portaalkranen benaderen. Dit systeem verplaatst zich dus ook over een X-, Y- en Z-as.

De aflegposities in de draagarmstellingen hebben een richtsensor waarop de kraan zich dynamisch kan richten. Dit maakt de robotkraan minder gevoelig voor verplaatsing van de stelling door de belading en is een hogere vullingsgraad mogelijk. Zodra een lastopname-unit zich voor de stellingpositie bevindt, trekt een telescopisch mechanisme het langgoed op het draagplateau. De portaalkraan brengt de lastopname-unit met de lading naar de voorzijde van de draagarmstellingen waar een heftruck, of de orderpicker de lading er van af kan nemen.

Nadat de orderverzamelaar de order heeft verwerkt, wordt het resterende pakket gemeten en opnieuw door het systeem ingedeeld, rekening houdend met gewicht, lengte en hoogte. ’s Nachts reorganiseert het Portalogic systeem automatisch de locaties waardoor de vullingsgraad en dichtheid van de stellingen gewaarborgd blijft. Bij het reorganiseren worden de kranen aangestuurd door de in eigen beheer ontwikkelde applicatie binnen het SAP-systeem van Hunter Douglas. Hetzelfde SAP-systeem ondersteunt in het pickproces tevens de orderpicker.

 

Reageer op dit artikel