artikel

Hoe beveilig je een pand tegen brand?

Warehousing Premium

Hoe beveilig je een pand tegen brand?

Veel bedrijven gaan failliet na een grote brand; zij komen de klap en de financiële nasleep niet meer te boven. Voorkomen is dus altijd beter dan genezen. Maar hoe? Een uitleg over een aantal preventieve maatregelen en brandwerende materialen.

 

In het Bouwbesluit uit 2003 is de brandveiligheid wettelijk geregeld met landelijk uniforme regels. Zo schrijft het Bouwbesluit compartimenten voor van maximaal 1000 vierkante meter, tenzij gelijkwaardige brandveiligheid kan worden aangetoond. Voorwaarden zijn het voldoende snel en veilig kunnen vluchten, dat een brand zich niet onbeperkt kan uitbreiden en goed is te bestrijden, beheersbaar is.

 

Grotere compartimenten

Om brandcompartimenten die groter zijn dan 1000 vierkante meter toe te kunnen toepassen, heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken het brandbeveiligingsconcept ‘Beheersbaarheid van brand’ ontwikkeld. Hiermee is de maximale compartimentgrootte in relatie tot de beheersbaarheid te bepalen. Dit is afhankelijk van de vuurbelasting, de aanwezigheid van sprinklers en de mogelijkheid voor de brandweer de brand snel onder controle te krijgen.

 

Kleinere compartimenten
Bij compartimenten die kleiner zijn dan 1000 vierkante meter eist het Bouwbesluit een vuurbelasting van 30 minuten. Ook als de hoeveelheid brandbaar materiaal hoger is dan 30 kilogram vurenhout per brandduur van 30 minuten. Hier een wand met een brandwerendheid van 30 minuten ontwerpen en uitvoeren is geld weggooien. De wand bezwijkt ruim voordat de brandweer zover is en de brand slaat alsnog over naar het aangrenzende compartiment.

 

Vuurbelasting
Al eerder is gesproken over de vuurbelasting. Met een vuurlastberekening wordt vastgesteld hoeveel warmte er vrijkomt bij een brand. De bouwmaterialen waarmee een pand is opgetrokken plus de installaties geven de permanente vuurbelasting. Daar bovenop komt de variabele vuurbelasting van de opgeslagen goederen. De totale vuurbelasting in megajoules wordt omgerekend naar een equivalente hoeveelheid vurenhout; uitgedrukt in kilogram per vierkante meter.

 

Een praktijkvoorbeeld: het distributiecentrum van Bison International in Goes valt op door het gigantische blik Bison Kit dat de gevel siert. Wat op het eerste gezicht een mooie promotiestunt lijkt, blijkt eigenlijk een enorme opslagtank voor bluswater te zijn. In het blik zit ongeveer een miljoen liter water, dat direct naar de sprinklers vloeit als het pand vol lijmen en kitten in brand dreigt te vliegen. Ook is het volledige pand, inclusief het dak, opgetrokken uit een betonnen constructie.

 

Preventieve maatregelen
Er kunnen een aantal maatregelen genomen worden om een bedrijfspand te beveiligen tegen brand:

Bouwkundige maatregelen
In het Bouwbesluit (zie onder) staan de minimale eisen. Er zijn ook materiaalvoorschriften, zoals voor: brandwerende beglazing; beschermende staalconstructies; brandmuren, isolatiematerialen en rookluiken.

• Organisatorische maatregelen
Opgeleide medewerkers moeten er bij brand voor zorgen dat het personeel snel en zonder paniek het gebouw verlaat volgens een specifiek ontruimingsplan. De Arbo-diensten geven meer informatie over ontruimingsplannen.

• Signalering
Brandmeldsystemen signaleren/melden beginnende branden, de brandweer wordt direct gewaarschuwd. Er zijn ook zelfdenkende brandmelders die reageren op warmte, rook of straling.

• Repressieve maatregelen
Alle middelen voor het blussen of doven van een brand, zoals handblusapparaten en slanghaspels. Stationaire blusinstallaties werken bijna altijd automatisch, zoals sprinklers, schuimblusinstallaties, blusgasinstallaties en poederblussystemen. Soms gaat het om combinaties van deze systemen.

 

Brandmuren
Speciale brandmuren kunnen worden opgebouwd van cellenbeton. Dat is een natuurlijk materiaal gemaakt van kalk, zand en cement. De steen bevat na het bakken duizenden ingesloten cellen. In die cellen met stilstaande lucht schuilen de bijzondere eigenschappen: een hoge isolatiewaarde, het vermogen warmte op te nemen en snel af te staan (warmteaccumulatie), geluidsabsorptie, vochtongevoeligheid en bovenal de brandwerendheid. Ytong cellenbeton is door TNO tot 360 minuten op brandwerendheid getest en wordt dan ook als onbrandbaar beschouwd.

Sprinklers
De hoofddraagconstructie van het magazijn of dc moet normaal gesproken een minimale brandwerendheid hebben. Dat wil zeggen: zij moet bij brand voldoende lang sterk genoeg blijven om instorten tegen te gaan. Met een zware, dure constructies en dure brandwerende materialen en coatings is dit te realiseren. Als gebruik wordt gemaakt van een sprinklerinstallatie, kan de constructie lichter en goedkoper worden gehouden en zijn deze brandwerende materialen vaak overbodig. De brandwerendheid van de draagconstructie mag dan bijvoorbeeld terug van 120 minuten naar 30 minuten. Bovendien mogen vluchtwegen langer zijn, waardoor ook minder nooduitgangen nodig zijn.

Sprinklersystemen
Bij beginnende brand stijgt de temperatuur. De vloeistof in de ampul zet uit, het glas van de ampul breekt en de sprinkler gaat sproeien. De soort vloeistof en onder andere de soort en dikte van het ampulglas bepalen wanneer het sproeien begint. Eén sprinkler kan 6 tot 20 vierkante meter beveiligen. Er zijn vier verschillende sprinklersystemen op de markt:

• Nat systeem

Alle leidingen van het systeem zijn continu met water gevuld; bij detectie begint direct het sproeien.

• Droog systeem

Voor ruimten waar het kan vriezen. Alle leidingen zijn gevuld met droge lucht. Bij detectie van brand, gaat de hoofdwaterklep open en start het sproeiproces.

• Pre-action systeem

Een droog systeem, vooral voor ruimten met meer dan gemiddelde gevoeligheid voor waterschade, maar ook voor koel- en vrieshuizen. Bij branddetectie lopen de leidingen vol, waarna de ampul breekt en het sproeien begint. Bij beschadiging van een ampul wordt niet gesproeid.

• Deluge systeem

Voor situaties waarbij een brand zich extreem snel kan uitbreiden. Alle sproeiers treden gelijktijdig in werking.

 

Permanente brandweer
Wel is het zo dat er brandwerende muren nodig zijn tussen ruimten mét en zonder sprinklerinstallatie. Als je een dergelijke installatie gebruikt, zijn ook grotere compartimenten toegestaan. Daarover zijn gemeentes en experts het eens. Wel is er verschil van mening over de grootte ervan. Met een sprinklerinstallatie heb je de brandweer als het ware permanent in huis. Het systeem ontdekt en signaleert een brand al in een vroeg stadium en grijpt onmiddellijk in. Vanaf het moment van detectie wordt automatisch de brandweer gewaarschuwd.

 

Meeste branden geblust

Volgens TNO zijn er in Nederland de afgelopen 25 jaar geen gevallen bekend van branden met dodelijke slachtoffers in gebouwen met sprinklerbeveiliging. Van de honderd branden zijn er al 99 geblust, als de brandweer arriveert. Bij automatische beveiliging wordt in Nederland 80 procent van de branden geblust door vijf of minder sprinklers. In gebouwen zonder sprinklers bestrijkt een brand gemiddeld 70 procent totaaloppervlak, waarbij ongeveer 50 procent van de inventaris beschadigd raakt.

Brandblussers
Meer dan 85 procent van alle beginnende branden wordt geblust met kleine blusmiddelen. Wat het aantal brandblussers betreft, wordt doorgaans de verzekeringsrichtlijn gehanteerd. Dat wil zeggen: per 200 vierkante meter één brandblusser met een minimum van twee brandblussers per verdieping. Bij de opslag van gevaarlijke stoffen is dit één blusser per 100 vierkante meter en minimaal drie per verdieping. Op verdiepingen die kleiner zijn dan 100 vierkante meter en in vrijstaande gebouwen, kleiner dan 50 vierkante meter waar geen opslag van gevaarlijke stoffen is, kan is één brandblusser voldoende. Brandblussers zijn per categorie ingedeeld: poederblussers (ABC), koolzuursneeuwblussers (B), sproeischuimblussers (AB) en brandslanghaspels.

 

Download hier de brochure "Brandveiligheid" volgens het Bouwbesluit van 2003.

Reageer op dit artikel