artikel

Wisselwerking tussen wikkelmachines en folie

Warehousing Premium

Gestapelde goederen vallen zonder steun gemakkelijk van de pallet af. Met wikkelmachines en folie worden ze op de pallet gefixeerd, goed beschermd tegen weersinvloeden, stof en diefstal.

Artikel oorspronkelijk verschenen in vakblad Transport + Opslag in 2003

 

Goederen met wikkelfolie omwikkelen kent drie doelen: ladingzekering, bescherming en diefstalpreventie. Zonder omwikkeling vallen de dozen en colli gemakkelijk van de pallet af en zijn ze blootgesteld aan regen en stof. Losse goederen nodigen ook meer uit tot diefstal. Ongeveer de helft van de bedrijven wikkelt naar schatting nog handmatig. Zolang het om enkele pallets per dag gaat, is dat geen bezwaar. Maar met een wikkelmachine gaat het sneller en gemakkelijker.
    
Naast de ring- en draaiarmwikkelaar is vooral de draaiplateauwikkelaar populair vanwege zijn eenvoud en relatief lage aanschafprijs. De draaiplateauwikkelaar is geschikt om dagelijks kleine tot middelgrote aantallen pallets met goederen te omwikkelen. Laatstgenoemde wikkelaars zijn er in twee categorieën: half- en volautomaten. Halfautomatische wikkelaars zijn economisch interessant vanaf circa vijf tot dertig pallets per uur. Vanaf 30 tot 80 pallets per uur verdient een volautomaat de voorkeur. Voor nog grotere aantallen en continudienst worden, afhankelijk van de lading, draaiarm- of ringwikkelaars aangeraden. Deze hebben een veel hogere capaciteit (>100 pallets/uur) en zijn bij uitstek geschikt voor breekbaar ladingen.

Half- en volautomaat
Bij een halfautomaat moet een medewerker de pallet met een handpompwagen, of vorkheftruck op het draaiplateau plaatsen. Daarna moet de machinewikkelfolie met een oog of een knoop aan de te wikkelen lading of pallet worden gehecht. Vervolgens moet de bediener een op de lading afgestemd wikkelprogramma selecteren en de wikkelaar gaat aan het werk. Met een goede instructie en wikkeldiscipline is op dit punt met de juiste programmakeuze veel winst te behalen. Onnodig veel lagen wikkelen, kost tijd, folie, geld en belast het milieu.
       
Na afloop moet de folie tussen de pallet en de rol worden losgesneden en de pallet van de draaitafel worden genomen. Deze wikkelmethode werkt prima tot circa 30 pallets per uur. Bij grotere aantallen is een volautomaat aan te bevelen. Halfautomaten kosten tussen 3500 tot 15.000 euro. Volautomaten variëren in prijs van circa 15.000 tot 150.000 euro. De meest geavanceerde uitvoeringen zijn uitgerust met een toevoerrollenbaan, die de pallet zelfstandig op het draaiplateau plaatst, waarna de machine zelfstandig een vooraf ingesteld wikkelprogramma afwerkt. De juiste programmakeuze wordt bepaald door de ladingsoort en sensoren die de ladingafmetingen detecteren. Na het omwikkelen wordt de folie automatisch afgesneden en de pallet met een uitvoerrollenbaan van het draaiplateau afgevoerd, waarna de volgende pallet kan worden gewikkeld. Met een volautomaat kan zo een continue palletstroom worden verwerkt.
      
Het aantal wikkelingen wordt sterk bepaald door het gewicht en de kwetsbaarheid van de lading . Vaak volstaan twee tot drie onderwikkelingen aan de basis van de pallet en twee bovenwikkelingen. De folie is ook voorzien van een kleeflaag om de te wikkelen lagen goed aan elkaar te hechten. Ter bescherming tegen vocht en regen moet er tijdens het omwikkelen een stuk folie op de bovenzijde van de palletlading worden aangebracht. Deze zogenoemde topsheet kan handmatig tijdens het wikkelproces worden aangebracht, of automatisch met een aparte topsheet-dispenser. Om te voorkomen dat regenwater de lading bereikt, dient de topsheet tussen twee zijdelingse folielagen worden aangebracht.
      
Voorrekken
Met het voorrekken van de folie wordt enerzijds een bepaalde elasticiteit aan de folie meegegeven, vergelijkbaar met een elastiek. Hierdoor wordt de lading compacter en op de pallets gezekerd. Anderzijds wordt er met voorrekken ook flink op het folieverbruik bespaard. De eenvoudigste halfautomatische draaiplateauwikkelaars – zonder voorrekvoorziening – wikkelen de folie met een voorspanning van circa 50 procent om de lading af. Deze rek treedt uitsluitend op in het stuk folie tussen de rol en de lading en geeft slechts een licht verhoogde bevestigingsgraad van de lading. Deze methode is niet geschikt bij het omwikkelen van hele lichte ladingen – bij voorbeeld PET-flessen – omdat de lading alleen al door de geringe voorspanning van de pallet wordt getrokken. Zware ladingen – bij voorbeeld zakken met cement of potgrond – vereisen een veel grotere voorspanning, of er moeten in verhouding veel meer wikkelingen worden aangebracht. Om een maximale ladingzekering met een minimaal folieverbruik te verkrijgen, worden draaiplateauwikkelaars uitgerust met een voorrekinrichting. Deze leidt de folie vanaf de foliewagen eerst over een tweetal rollen waartussen de folie flink wordt voorgerekt, waarna de lading wordt omwikkeld.
        
Zware ladingen vereisen doorgaans een dikkere folie of meer omwikkelingen met een dunnere folie. De gangbare foliediktes variëren vanaf circa 15 tot 35 micron. De rolbreedtes liggen tussen de 400 en 750 mm, waarbij 500 mm de standaard is. Door het voorrekken wordt de folie dunner, maar niet wezenlijk zwakker, omdat dit binnen het elasticiteitsgebied van de desbetreffende folie gebeurt. Daarmee blijft deze na het wikkelen als een oersterke elastische huid om de palletlading zitten. De maximale voorrek van de huidige op de markt verkrijgbare wikkelmachines en foliematerialen ligt op circa 300 procent. Dat betekent dat er van één meter folie na het voorrekken vier meter is gemaakt, zonder dat dit ten koste gaat van de sterkte. Sommige leveranciers maken hier een rekenfout en stellen de maximaal haalbare voorrek in het voorbeeld op 400 procent. Wel is het zo dat sommige voorrekmechanismen nu al in staat zijn tot 400 procent op te rekken; ze anticiperen hiermee al op nog te ontwikkelen folietypen.
      

Vamil/Farbo
Voorrekmechanismes met een vaste tandwieloverbrenging tussen beide rollen hebben een vast ingesteld voorrekpercentage. PLC-gestuurde elektrische aandrijfrollen hebben een vaiabel instelbare voorrek, waarmee per lading en per wikkeling het meest rendabele folieverbruik kan worden afgesteld. Dat scheelt een evenredig aandeel in de foliekosten per palletwikkeling. Zo zijn er praktijkvoorbeelden bekend van wikkelmachines met voorrekvoorziening die zichzelf vergeleken met machines zonder voorrek binnen 12 maanden terugverdienen op het bespaarde folieverbruik. In de praktijk komt het vaak voor dat er met de verkeerde folie wordt gewerkt, waardoor er te weinig voorrek wordt behaald. Hierdoor wordt de prijs per gewikkelde pallet hoger. Over het algemeen geldt de tendens om voor te rekken en hiermee folie en kosten te besparen. Dat scheelt uiteindelijk een berg afval, vandaar dat de overheidssubsidieregeling VAMIL in principe van toepassing is op gecertificeerde wikkelmachines met voorrekinrichting van minimaal 300 procent en een maximale insnoering van 13 procent. Daarnaast is de Farbo-regeling van toepassing op alle palletwikkelaars.
       
Cowboymarkt
Laat u bij de aanschaf van de wikkelmachine en de folie goed voorlichten door zowel de leverancier van de machine als van de folie. Belangrijkst is dat er een goede match is tussen de voorrekcapaciteit van machine en folie. Het gaat uiteindelijk om prijs per gewikkelde pallet. Draaiplateauwikkelaars zonder voorrekinrichting zijn in aanschaf stukken goedkoper, maar afhankelijk van de inzet kan er op korte termijn met voorrek al flink worden bespaard op de foliekosten. Een goed onderhouden en op capaciteit belaste machine houdt het doorgaans met gemak tien jaar zonder noemenswaardige problemen en onderhoud vol; dat zijn heel veel ingewikkelde pallets. Let ook op het voltage; een 230/240 V-machine is doorgaans flexibeler in te zetten dan een driefasen krachtstroomexemplaar.

In tegenstelling tot de wikkelaars lijkt de foliemarkt wel een cowboymarkt, waarbij de goeden onder de kwaden lijden. Veel folie komt uit Italië. Wereldwijd wordt jaarlijks circa 16.000 ton folie verbruikt. De huidige marktfolieprijzen variëren, afhankelijk van de olieprijs, van 1,25 euro per kilogram voor een dikte van 35 micron tot 2,00 euro voor folies van 15 micron. Met die kiloprijs is het overigens lastig rekenen en ook de rollengtes variëren per leverancier. Helaas komt het in de praktijk voor dat er een onnodig zware koker voor de folierol wordt gebruikt, die de kiloprijs mede bepaalt. Bij grote wikkelhoeveelheden telt dit flink door. De goede folieleveranciers verrekenen het kokergewicht met de folieprijs. Ook komen opgegeven folielengtes niet altijd overeen met het werkelijk aantal meters op de rol, maar bijna niemand meet dat na. Bij handrollen zijn verschillen tot 80 meter per rol gemeld. Het lijkt dan ook logisch te veronderstellen dat machinewikkelfolie ook niet altijd bij iedere leveranciers aan de maat is. Kwestie van vertrouwen en alert zijn en blijven.

Reageer op dit artikel