blog

Waarom heeft duurzaamheid geen marktwaarde?

Supply chain 1461

Mooi streven om Utrecht in 2025 uitstootvrij te beleveren. Goed dat partijen de handen ineen slaan. Maar waarom kan de logistiek duurzaamheid niet op eigen houtje realiseren?

Waarom heeft duurzaamheid geen marktwaarde?
Prof. Jack van der Veen

Onlangs ondertekenden de gemeente Utrecht, de locale ondernemers en de logistieke brancheorganisaties TLN en EvoFenedex afspraken op het gebied van duurzaamheid, die moeten leiden tot een ‘uitstootvrije’ belevering van de Utrechtse binnenstad.
Al lange tijd wordt er gesproken over stadslogistiek. Daar is ook alle aanleiding voor. Steden raken (letterlijk en figuurlijk) verstikt door al het rondrazende verkeer. Iedereen wil schone lucht (bijvoorbeeld elektrisch vervoer) en bereikbaarheid (kleinere eenheden, gecombineerde belevering, venstertijden). Maar ondanks alle goede initiatieven komt betere stadslogistiek (veel te) langzaam tot stand. En dat is verbazingwekkend. De economische wetten schrijven voor, dat als klanten het zo graag willen dat de (logistieke) aanbieders er dan onmiddellijk op inspelen.

‘Tragedy of the commons’

Er zijn verschillende oorzaken te noemen voor het feit dat betere stadslogistiek zo traag tot stand komt. Ten eerste is er sprake van ‘marktfalen’; de zogenaamde ‘tragedy of the commons’ lijkt van toepassing. Simpel gesteld: grote vrachtauto’s stoten veel fijnstof en CO2 uit en beperken de binnenstedelijke bereikbaarheid, maar de logistieke uitvoerders hebben daar zelf geen onmiddellijk nadeel van. Andersom geredeneerd: de individuele klanten willen wel verbetering maar willen er niet voor betalen. Met als gevolg dat investeringen (bijvoorbeeld in een ander wagenpark of hubs voor het combineren van vrachten) vaak simpelweg ‘te duur’ gevonden worden.

 

Lees ook: Meer geld nodig voor duurzaam transport

 

Bereikbaarheid geen bedrijfsdoel

Om dergelijk marktfalen te voorkomen worden doorgaans regels opgesteld waaraan iedereen zich moet houden; alleen als alle betrokken partijen de handen ineenslaan kunnen we de gewenste situatie realiseren. De Utrechtse afspraken zijn daarvan een mooi voorbeeld. Maar het is slechts een start. Als de betreffende organisaties de onderliggende doelstellingen van bereikbaarheid en duurzaamheid niet internaliseren als bedrijfsdoelstelling, dan worden dergelijke afspraken al snel gezien als ‘knellend’; als een beperking van het bereiken van de ‘echte’ bedrijfsdoelen (zoals groei en winstgevendheid).

Voldoen aan regeltjes

Bovendien geldt dat hoe strenger de regels worden, hoe meer organisaties geneigd zijn om de mazen daarin op te zoeken; de ‘letter van de wet’ wordt dan belangrijker dan de ‘geest van de wet’. En dat is gelijk het tweede hoofdprobleem waarom stadslogistiek zich zo mondjesmaat ontwikkelt. Bedrijven voldoen waar nodig aan de milieuregels, maar lijken onvoldoende doordrongen van het feit dat ze vanuit die grondhouding van ‘compliance’ altijd achter de feiten blijven aanhobbelen.

‘Leefbare stad’ vermarkten

Het is daarom de hoogste tijd dat logistieke organisaties er strategisch voor kiezen om ‘maatschappelijke waarde’ tot hun allerhoogste prioriteit te maken. Voor het realiseren van een ‘leefbare stad’ beschikt de logistiek over belangrijke competenties en een schat aan kennis. Natuurlijk is het vermarkten daarvan een heel ander business model dan de huidige kostengedreven voorraad- en transportoptimalisatie. Het maken van die omslag is niet eenvoudig maar zeker de moeite waard.

Als het lukt dan behoren ingewikkelde afspraken zoals in Utrecht binnenkort tot het verleden. Vele steden willen hetzelfde en er zijn dus volop marktkansen voor innovatieve samenwerkende bedrijven die vanuit de Logistiek zelf een superieure oplossing voor stadslogistiek kunnen aanbieden.

 

Meer columns van prof. Jack van der Veen: Te weinig innovaties

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels