artikel

Ctac ziet IoT-kansen voor retail en productie

Supply chain 883

De miljardeninvesteringen in aan het Internet of Things (IoT) gerelateerde technologie volgen elkaar in rap tempo op. SAP en IBM waren hiermee in het nieuws. Navraag bij ICT & Logistiek-standhouder Ctac, niet alleen SAP-, maar ook Microsoft-reseller, leert dat IoT-projecten in Nederland nog niet voor het oprapen liggen. Wel ziet Ctac dat de IoT-trend veel mogelijkheden biedt.

Ctac ziet IoT-kansen voor retail en productie
Er liggen veel IoT kansen voor retailers en productiebedrijven

“Er zijn ontwikkelingen op het gebied van IoT, vooral pilots en early adopters, maar het betreft hierbij nu nog vooral multinationals. De kleinere en middelgrote bedrijven zijn zich nog aan het oriënteren op het IoT”, stelt Hans Gootjes, Enterprise Architect bij Ctac. Dat de IT-leverancier zowel reseller is van Microsoft Business Solutions software als SAP IT-producten, helpt volgens Gootjes wel bij het snel toegang krijgen tot nieuwe ontwikkelingen.

‘Zelf aan knoppen IoT zitten’

Gevraagd naar welke van de genoemde grote ERP-leveranciers het verst is op de schaal van volwassenheid, durft hij een keuze nog niet aan. “Beide bedrijven zijn er volop mee bezig. Microsoft staat op het eigen IoT-platform al mondjesmaat toe dat je als gebruiker zelf al aan de knoppen kunt zitten.” Ook SAP is, getuige de recente berichtgeving over de miljardeninvesteringen al volop bezig met het neerzetten van een breed IoT-platform. “Je mag ook van SAP verwachten dat ze hun plaats in het IoT-landschap gaan opeisen. Enkele grote multinationals zitten al op het SAP HANA Cloud Platform (HACP). Als Ctac hebben we een strategische keuze gemaakt voor het IoT-platform van SAP.”

IoT-toepassingen

IoT is dus volgens de grote ERP-leveranciers veelbelovend. Zo maakte SAP bekend dat het de komende vijf jaar maar liefst twee miljard euro gaat investeren in een IoT-platform. De leverancier wil IoT-technologie verder ontwikkelen voor onder meer supply chain management oplossingen voor bijvoorbeeld fabrikanten, scheepsbouw, vrachtwagen- en windmolenproducenten. Het doel is daarmee wel gesteld, maar hoe staat het met de praktijk in Nederland? Gootjes: “Er is gewoon nog niet zoveel aandacht voor IoT bij bedrijven. Ik ken een paar projecten op dit gebied, bij het Havenbedrijf Rotterdam en Rijkswaterstaat. En het moet gezegd, als je controles met mensenhanden kunt vervangen door checks met sensoren die zelfstandig data doorgeven, dan betekent dat een efficiencywinst.” De Enterprise Architect benadrukt dat Ctac zeker naar retailers toe de adoptie van IoT probeert te stimuleren. “Wij zien veel business value in de retailsector en gaan daar absoluut proposities aan.”

Sensoren zorgen voor toegevoegde waarde

Met het noemen van het woord sensoren is ook een van de belangrijkste aspecten van het IoT genoemd, zo meent de Enterprise Architect. “Ik zie voor het IoT, dankzij de toepassing van sensoren, in de industriële wereld erg veel mogelijkheden.” Sensoren kunnen toegevoegde waarde opleveren in de vorm van informatie die producenten slimmer kan laten werken. Die slimheid gaat ver, zelfs tot in de woonkamer. Gootjes noemt de slimme thermostaat Toon van Eneco een goed voorbeeld van hoe data over het energieverbruik via het internet tot de consument komt.

Vlucht naar voren

De vlucht naar voren die veel bedrijven en organisaties dankzij het IoT kunnen maken op datagebied, moet volgens Gootjes ook vooral leiden tot het nemen van betere beslissingen. “Neem de overheid als voorbeeld. De verhoging van de snelheid op sommige wegen naar 130 kilometer per uur, leidt aantoonbaar tot meer ongelukken. Daarmee heeft dezelfde overheid dus ook een goed argument om eventuele toekomstige plannen te wijzigen. De data zal door de opkomst van het IoT alleen maar beter worden. Daarvan moeten we met zijn allen profiteren.”

‘Adoptie IoT langzamer dan verwacht’

De adoptie van sommige onderdelen van het IoT gaat al met al wat langzamer dan de Enterprise Architect had verwacht. “Het is vooral de koppeling tussen wat je al weet en wat je kunt bemachtigen om vervolgens te sturen naar oplossingen die wat langzaam gaat. Het zogenaamde machine learning, waarbij je heel dicht aan komt tegen de ‘customer journey en customer intimacy’. Als je de klant toch al kent, dan kun je hem ook maar beter de best mogelijke voorzetten geven. Weet je als website dat je met een man te maken hebt, dan kun je rustig alle vrouwenkleding weglaten.”

Reageer op dit artikel