artikel

Vijf randvoorwaarden voor logistieke clustering West-Brabant

Supply chain

Dinalog onderzocht de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van een logistiek cluster in West-Brabant. Voor het ontstaan en de ontwikkeling van dit logistiek cluster moet op vijf specifieke punten worden gelet. Bram de Regt van Dinalog zet ze hier op een rij.

Vijf randvoorwaarden voor logistieke clustering West-Brabant

Dinalog wil met het onderzoek naar de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van een logistiek cluster in West-Brabant inzicht geven in de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen in deze regio. Daarbij wordt de regio getoetst aan de hand van verschillende voldoende en noodzakelijke randvoorwaarden voor clustergedrag in de logistieke sector.
De randvoorwaarden voor logistieke clustering kunnen dienen als handvatten voor regionaal beleid dat de ontwikkeling van de logistieke sector verder kan stimuleren. Dit heeft geleid tot de volgende hoofdvraag: Wat zijn de noodzakelijke en voldoende randvoorwaarden voor de ontwikkeling van een logistiek cluster en hoe zijn deze randvoorwaarden ontwikkeld in de regio West-Brabant?

Vijf randvoorwaarden

De randvoorwaarden voor de ontwikkeling van een logistiek cluster

 

Figuur 1: belang randvoorwaarden voor het ontstaan en de ontwikkeling van een logistiek cluster.

Voor het ontstaan en de ontwikkeling van een logistiek cluster moet op de volgende vijf punten worden gelet:

1. Regio-specifieke kenmerken

Regionale concurrentiekracht in de logistieke sector en binnen logistieke clusters ontstaat vanuit niet-handels relaties. De regio-specifieke kenmerken bepalen of een regio aantrekkelijk is voor logistieke bedrijven om zich daar te vestigen. Regio specifieke kenmerken kunnen worden aangemerkt als voldoende voorwaarden voor het ontstaan van een logistiek cluster, omdat ze per regio kunnen verschillen maar wel allemaal logistieke clustering stimuleren. Naarmate meer bedrijven zich in de regio vestigen op basis van positieve regio-specifieke kenmerken, ontstaat een kritische massa die uiteindelijk leidt tot het daadwerkelijke ontstaan van een logistiek cluster. De belangrijkste regio-specifieke kenmerken staat weergegeven in figuur 1

2. Aanwezigheid van een kritische massa

De aanwezigheid van een kritische massa in de logistieke sector is de eerste noodzakelijke voorwaarde voor het ontstaan van een logistiek cluster. In de logistiek wordt gesproken van een kritische massa als er sprake is van een ruimtelijke concentratie van verschillende typen logistieke bedrijven en werknemers die via de logistieke waardeketen van elkaar afhankelijk zijn. Verschillende typen logistieke bedrijven beoordelen de kritische massa van de logistieke sector in een bepaalde regio op basis van de vestiging van de klant. Verladende bedrijven staan aan het begin van elke stroom goederen en worden daarom vaak als leidende bedrijven gezien voor de ontwikkeling van een logistiek cluster. Naast de aanwezigheid van een kritische massa is ook de perceptie van gemeenten en kennisinstellingen over de kritische massa van belang. Zij hebben een faciliterende rol voor de logistieke sector in de regio.

3. Aanwezigheid van diversiteit

De tweede noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van een logistiek cluster is de aanwezigheid van een diversiteit in aangeboden logistieke activiteiten en de uitwerking daarvan in samenwerkingsverbanden en netwerken. Opvallend voor de logistieke sector is dat zakelijke, verticale, zakelijke, horizontale en zakelijke diagonale samenwerkingsverbanden binnen een bepaald thematisch veld als vanzelfsprekend ontstaan binnen een logistiek cluster. Dit komt door de werking van de logistieke waardeketen en omdat in de logistieke sector vaak uitbestedingen aan derden plaatsvinden.

4. Aanwezigheid en ontwikkeling van zakelijke samenwerkingsverbanden

Zakelijke samenwerkingsverbanden zijn van belang voor het ontstaan van een logistiek cluster, maar dragen niet bij aan innovatie en een verdere ontwikkeling van het cluster.

5. Aanwezigheid en ontwikkeling van innovatieve samenwerkingsverbanden

Innovatieve horizontale samenwerkingsverbanden kunnen een verdere ontwikkeling van het logistieke cluster stimuleren, doordat er wordt ingespeeld op de toenemende vraag naar efficiëntie binnen de ketenregie en –configuratie. Logistieke ondernemers erkennen het belang van deze samenwerkingsverbanden, maar durven vaak de stap niet te zetten vanwege concurrentiegevoeligheden. Concurrentiegevoeligheden kunnen worden uitgeschakeld door samen te werken op basis van verschillende specialisaties of op basis van verschillende afzetgebieden (samenwerking tussen bedrijven uit verschillende clusters in netwerken). Daarnaast is het van belang dat zij op zoek gaan naar het gemeenschappelijke belang binnen het samenwerkingsverband.

Ontwikkeling van de randvoorwaarden

De beantwoording van tweede deel van de hoofdvraag: hoe zijn deze randvoorwaarden ontwikkeld in de regio West-Brabant, is weergegeven door middel van een SWOT-analyse in figuur 2a en 2b.

 

Figuur 2a en 2b: SWOT-analyse randvoorwaarden logistieke clustering in West-Brabant

Uit de SWOT-analyse blijkt dat de voldoende voorwaarde, goede regio specifieke kenmerken in de regio West-Brabant ruimschoots zijn vertegenwoordigd. Dit uit zich ook in de aanwezigheid van de eerste noodzakelijke voorwaarde, de aanwezigheid van een kritische massa voor de logistieke sector. De kritische massa in West-Brabant is groter dan het Nederlandse gemiddelde, waardoor de regio kan aangewezen als een leidende regio binnen de logistieke sector in Nederland.

De tweede noodzakelijke voorwaarde, namelijk de aanwezigheid van een diversiteit aan aangeboden logistieke activiteiten in de regio is voornamelijk ontwikkeld als wordt gekeken naar diversiteit op basis van aansluitende handelssectoren. Binnen de logistieke sector zelf is er weinig diversiteit aanwezig. De logistieke sector in West-Brabant is voornamelijk gericht op doorvoeractiviteiten en niet op waarde toevoegende activiteiten. Het aantrekken van meer waarde toevoegende activiteiten kan dan ook worden gezien als een belangrijke kans voor de ontwikkeling van het logistieke cluster in West-Brabant. De aanwezigheid (of eigenlijk afwezigheid) van diversiteit uit zich voornamelijk in zakelijke (verticale, horizontale en diagonale) samenwerkingsverbanden en nog te weinig in innovatieve (verticale, horizontale en diagonale) samenwerkingsverbanden. Door deelname in netwerken neemt het aantal innovatieve horizontale samenwerkingsverbanden wel toe.

Beleidsaanbevelingen

Op basis van de SWOT-analyse en de conclusie zijn ook een aantal beleidsaanbevelingen gedaan. De beleidsaanbevelingen zij opgedeeld in vier onderdelen: versnippering van beleid in de ‘Triple Helix’ samenwerking, regio-specifieke kenmerken, kritische massa en diversiteit en samenwerkingsverbanden.

Versnippering van beleid in de ‘Triple Helix’

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de ‘triple helix’ samenwerking tussen het bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen vaak te theoretisch is, waardoor het implementeren van kennis in de praktijk vaak moeizaam verloopt. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat:

  • Er een overkoepelende visie komt van beleidsdocumenten op verschillende abstractieniveaus.
  • Er een afbakening wordt gemaakt in de takenpakketten van de verschillende overheden, de regionale  ontwikkelmaatschappijen, kennisinstellingen en de bedrijven zelf.

Regio-specifieke kenmerken

De regio-specifieke kenmerken zijn in de regio West-Brabant ruimschoots ontwikkeld, maar de toenemende goederenstromen vanuit de mainports hebben ervoor gezorgd dat de druk op de leefomgeving en de infrastructuur in de regio toeneemt. Om de regio specifieke kenmerken in West-Brabant verder te stimuleren zijn op basis van de SWOT-analyse de volgende beleidsaanbevelingen gedaan:

  • Doorontwikkeling van multimodaal vervoer
  • Doorontwikkeling van infrastructuur over de weg
  • Doorontwikkeling van bedrijventerreinen

Kritische massa en diversiteit

De kritische massa van de logistieke sector in de regio West-Brabant is goed ontwikkeld, maar de diversiteit binnen de aangeboden logistieke activiteiten in nog steeds een aandachtspunt. Relatief gezien vinden er weinig toegevoegde waarde activiteiten plaats. Vooral in tijden van economische crisis kan dit een gevaar zijn voor de logistieke sector in de regio. Regionale ontwikkelmaatschappijen dienen zich daarom extra in te zetten voor het aantrekken van meer toegevoegde waarde activiteiten in bijvoorbeeld de ketenregie en –configuratie of andere support activiteiten voor de logistieke sector. De gemeenten kunnen deze ontwikkeling faciliteren door bedrijventerreinen zo in te richten dat ruimte ontstaat voor dit type activiteiten.

Samenwerkingsverbanden

De laatste beleidsaanbevelingen zijn gericht op het stimuleren van innovatieve (horizontale) samenwerkingsverbanden, welke door concurrentiegevoeligheden nog maar weinig van de grond zijn gekomen. Dinalog kan de rol van ‘bemiddelingsagent’ tussen de verschillende bedrijven in het cluster, maar ook tussen bedrijven uit verschillende clusters op zich nemen door:

1. Bestaande netwerken buiten het cluster in kaart te brengen
2. Nieuwe netwerken buiten het cluster te initiëren
3. Samenwerkingsverbanden binnen het cluster op basis van handelssectoren te initiëren.

Belangrijk daarbij is vooral dat Dinalog op zoek gaat naar bedrijven met een bepaalde tunnelvisie. In de logistieke sector wordt de vraag naar logistiek dienstverleners die een ruime diversiteit aan logistieke activiteiten aanbieden steeds groter. De kleine, sterk gespecialiseerde bedrijven dreigen hierdoor uit de markt te worden weg geconcurreerd. Juist voor deze bedrijven is veel winst te behalen als zij gaan samenwerken met bedrijven die gelijksoortige, aansluitende activiteiten uitvoeren.

Voor het volledige onderzoek en/of een uitgebreide management summary, klik hier en/of hier.

Reageer op dit artikel