artikel

Nationale Voorraaddag: voorraadbeheer wordt complexer

Supply chain Premium

Nationale Voorraaddag: voorraadbeheer wordt complexer

Over acht jaar hetzelfde volume kunnen draaien met 25% minder werkkapitaal en 25% minder mensen, dat is de uitdaging waar de groothandel voor staat. Tijdens zijn openingspresentatie benadrukte dagvoorzitter Walther Ploos van Amstel het belang van goed voorraadmanagement. Dit wordt steeds lastiger.

Op 21 juni werd in Kasteel Vanenburg in Putten de jaarlijkse Nationale Voorraaddag georganiseerd, een initiatief van vakvereniging IMCC, het Inventory Management Competence Center. Zo’n 160 aanwezige bedrijven, voornamelijk groothandels, lieten zich bijpraten over de laatste ontwikkelingen en gingen na de plenaire lezingen uitgebreid met elkaar in discussie tijdens rondetafelsessies.

 

De omstandigheden waarin bedrijven vandaag de dag hun voorraden moeten optimaliseren, verschillen sterk met die in 2003 toen de eerste Nationale Voorraaddag werd georganiseerd, constateert Ploos van Amstel. Er is nu sprake van een krimpende markt en dat leidt volgens hem tot een aantal specifieke uitdagingen. “Om de omzet op peil te houden introduceren bedrijven steeds vaker nieuwe producten. Assortimenten groeien en per product zijn er steeds minder verkoopstatistieken om de voorraadhoogtes op te baseren .”

 

 

Multi channel-aanpak maakt het complexer

Voor vrijwel ieder bedrijf, zeker in de retail, is e-commerce een groeiende omzetactiviteit. Zo’n multi channel-aanpak maakt het echter ook lastiger om de juiste voorraden aan te houden. “Consumenten die via internet bestellen sturen de helft terug. Een groot deel van de voorraad ligt dus feitelijk bij je klant, al weet je niet wát er wordt geretourneerd.”

 

Ook is bij een webshop de voorspelbaarheid van de vraag lastiger omdat er geen sluitingstijden zijn. “Als je op zondag naar de Ikea gaat is die op een gegeven moment gewoon vol, dat geeft een bepaalde bovengrens van wat je op zo’n dag kun verkopen. Webwinkels hebben zo’n restrictie niet.”

 

Ploos van Amstel besluit zijn betoog met de stelling dat wil je als handelsbedrijf over acht jaar nog bestaan je hetzelfde volume moet kunnen draaien met 25% minder werkkapitaal en 25% minder mensen en middelen. Zowaar een ferme logistieke uitdaging.

 

Maak gebruik van operations research

Volgens de tweede spreker op het congres, de Tilburgse hoogleraar Goos Kant, kunnen bedrijven veel winst halen door beter te plannen en gebruik te maken van wiskundige optimaliseringstechnieken (operations research). Als voorbeeld noemt hij het clusteren van transportorders tot goede ritten waarbij met volle vrachtwagens wordt gereden. “Tegelijkertijd wil je ook de bezetting in je DC evenwichtig verdelen en een zo hoog mogelijke servicegraad aan je klanten bieden. Dat alles vraagt om een integrale afweging van alle logistieke kosten. Met alleen Excel red je dat niet, daarvoor heb je geavanceerde software nodig.”

 

Bedrijven zouden volgens de hoogleraar aan revenu management moeten doen door te differentiëren in prijs. “Niet iedere klant een vaste levertijd bieden maar per order bekijken hoe je deze het meest kostenefficiënt kunt uitleveren. Wil de klant toch eerder worden geleverd dan hoort daar een hogere prijs bij. Ook daarvoor moet je weer precies weten wat die extra kosten zijn.”

 

Planners hebben onvoldoende skills

Cruciaal is volgens hem dat ook planners binnen een bedrijf over de juiste skills beschikken, want daar ontbreekt het momenteel aan bij Nederlandse bedrijven. Ook vindt hij dat planners anders moeten worden worden aangestuurd. “Sommige planners denken nu dat hun taak is volbracht als hun werktijd erop zit of als ze al hun planningstaken hebben doorlopen, maar dat is verkeerd.

 

Planners zouden veel meer naar de KPI’s moeten kijken en moeten proberen daarmee hun targets te halen. Daarvoor is het nodig dat ze voor iedere beslissing die ze nemen kunnen zien wat voor impact dit heeft op de integrale logistieke kosten of op de servicegraad. “Pas dan zul je zien dat planners de juiste beslissingen nemen en weten wanneer ze echt klaar zijn met plannen.”

Reageer op dit artikel