artikel

Leo van Wijk: ‘We zullen keuzes moet maken

Supply chain

Terwijl de logistieke belangenorganisaties over elkaar heen buitelen om het topteam van advies te dienen, maakt voorzitter Leo van Wijk tijd vrij voor een exclusief interview. Nu is de periode aangebroken om keuzes te maken. “Waar gaan we mee aan de slag, maar ook: wat doen we dus niet meer.”

Leo van Wijk: ‘We zullen keuzes moet maken
Leo van Wijk

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 13 mei 2011.

Hoe is het topteam van start gegaan?

“Ten opzichte van de andere topteams hadden we een prachtige startpositie. In de afgelopen jaren is al sectorbreed nagedacht over innovatie en versterking van de concurrentiekracht. Voor logistiek is het topteam een extra impuls. Voor andere sectoren geldt dat ze vanaf de basis moeten beginnen. Met het rapport van de Commissie Van Laarhoven heeft de sector belangrijke initiatieven genomen, zoals Dinalog en het instellen van het Strategisch Platform Logistiek (SPL), waarmee de sector richting de overheid een spreekbuis heeft. Bij het aanvaarden van deze opdracht was voor mij heel belangrijk, dat er al veel werk is gedaan. Want ik kan in drie maanden niet een compleet nieuw plan uitwerken. We hebben zo’n zeventig organisaties en belangenbehartigers aangeschreven. Zij leveren nu de input, die we nodig hebben om een strategische agenda samen te stellen. in april hebben we twee hoorsessies gehouden om daarover van gedachten te wisselen.”

 

Wat is de specifieke opdracht?

“Het gaat om de internationale positionering van logistiek als sector. In 2020 moet de sector behoren bij de wereldtop. Dat is de duidelijke doelstelling. Maar er is ook een aantal randvoorwaarden meegegeven. We kijken specifiek naar kennis, kunde, kassa – zoals de minister dat heeft genoemd. Bovendien moet het MKB hier ook in mee en is om die reden ook vertegenwoordigd in het topteam. Zeker in de transportsector is dat van groot belang. Niet dat we alleen transporterend Nederland op het oog hebben. Het gaat ook om het verladende bedrijfsleven. Maar een belangrijk deel daarvan is niet van Nederlandse oorsprong en soms niet eens in Nederland vertegenwoordigd. Het gaat hier natuurlijk wel om versterking van de Nederlandse concurrentiepositie. De uitdaging – ook volgens Van Laarhoven – is dat we historisch gezien wel een goede positie hebben, maar dat het innoverend vermogen van de sector in zijn geheel niet erg groot is. In een sector met veel kleine aanbiedende partijen ontbreekt de regievoering. Dat moeten we dus ontwikkelen. Ook van de verladerskant vraagt dat creativiteit. Zijn ze bereid om een stukje regie uit handen te geven? Zijn ze bereid om samen op te trekken met andere verladers die dezelfde verlaadbehoefte hebben? Want zij zijn die dynamiek evenmin gewend. Dit vraagt nogal wat. Verladers moeten gaan sturen op output, niet op de wijze van uitvoeren en plannen. Qua uitwerken van het model zijn we nu een heel eind op weg. Qua acceptatie begint het idee te groeien, maar qua uitvoering om dit te proberen moeten we nog belangrijke stappen zetten. Zover is het nog niet.”

 

Wat maakt Nederland kansrijk?

“Als je concepten als synchromodaliteit wilt toepassen heb je vooral volume nodig. Zowel op het punt van ladingstromen als in aantal transporteenheden. Zonder voldoende schaalgrootte gaat dat niet lukken. Weinig landen in West-Europa hebben zoveel doorvoer als Nederland. Ik denk dat het concept niet eenvoudig te kopiëren is door andere landen, waardoor we dus een concurrentievoordeel kunnen opbouwen. Zo komen we tegemoet aan de wens van het Kabinet om sectorgewijs de Nederlandse economie te versterken en op mondiaal topniveau te krijgen. Tot nu toe werden de mainports wel als absolute top gezien, maar niet de logistieke sector in zijn geheel. Overigens is logistiek natuurlijk voor een aantal genoemde topsectoren faciliterend en om die reden van een hoog niveau. Denk aan de agrologistiek, de chemie en de hightech. We moeten proberen die dwarsverbanden zoveel mogelijk uit te bouwen, want ook dat zet Nederland uiteindelijk sterker op de wereldkaart.”

 

Is er budgettair voldoende ruimte?

“Dat zal moeten blijken. De overheid geeft aan, dat het bedrijfsleven in de lead is om budget toe te wijzen. De sectoren die met de meest interessante plannen komen, maken de meeste kans om uit die ruif te kunnen eten. De genoemde bedragen zijn indicatief, dit hoeft niet per se de definitieve verdeling te zijn. Het is aan de topteams om zich te bewijzen. Er is wel een duidelijke randvoorwaarde. We gaan weg van pure subsidies en we gaan meer in de richting van risicodragende leningen of specifieke belastingmaatregelen. Geleend geld dat tot succesvolle innovaties leidt moet terugbetaald worden om weer andere innovaties op te kunnen starten. Een andere aanpak dus, waar we als SPL wel voorstander van zijn. Want daarmee komt een einde aan een wildgroei aan subsidievormen, die niet altijd in elkaars verlengde liggen en soms zelfs haaks op elkaar staan. Net als een bedrijf moet ook de overheid keuzes maken. Je gaat een bepaalde richting uit. Niet daarnaast nog een andere richting. Wat ga je wel doen en dus ook wat ga je niet meer doen? Innovatie is geen democratisch proces. Besluitvorming in de politiek is dat wel en dus krijgt iedereen wat. Daar wil deze regering van af.”

   

Dan valt er ook wat buitenboord?

“Ja, het uitgangspunt is de concurrentiepositie in 2020. De vraag is dan: wat draagt daaraan bij en wat niet? Dat laatste hoeft niet noodzakelijkerwijs zinloos te zijn, maar het sluit niet aan bij de doelstelling. Dat moet je dan wel in samenhang zien. Het heeft geen zin om miljarden te steken in een Tweede Maasvlakte, als de achterliggende knooppunten de groeiende volumes niet kunnen verwerken. Ook het verder ontwikkelen van bepaalde regio’s heeft vanuit deze doelstelling niet heel veel zin. Dat is waar we helder in moeten zijn. Sommige regionale ontwikkelingen in infrastructuur kunnen op zichzelf heel nuttig zijn, maar krijgen vanuit het perspectief ‘Nederland in 2020’ geen prioriteit.”

 

Wat heeft het MKB hieraan?

“Dat is zeker een uitdaging. Vooral grote bedrijven met veel gevestigde belangen hebben nogal eens moeite hebben om fundamenteel te innoveren. Middelgrote bedrijven daarentegen willen nog wel eens wat uitproberen. Voor kleine verladers geldt met name dat ze in de gedachte van synchromodaliteit mee kunnen liften met grotere vervoersstromen. Er zijn kansen, maar het betekent wel dat bedrijven bereid moeten zijn om opgedane kennis te delen.”

 

Hoe sluit het topteam aan bij Dinalog?

“Wij moeten in hoofdlijnen aangeven hoe de focus zal moeten zijn voor onze internationale toppositie. Daar zal Dinalog binnen haar activiteiten uitvoering aan moeten geven. In Dinalog wordt, als topinstituut, gewerkt aan onderzoek en innovatie van hoog wetenschappelijk niveau. Het actieplan, dat wij als Topteam Logistiek indienen, gaat ook in op acties van het bedrijfsleven zelf en op randvoorwaarden als investeringen in infrastructuur en de instroom in het logistieke onderwijs. Hoe het vervolg er uit gaat zien is nog onduidelijk, maar er zal een instantie komen die voor de overheid in de gaten houdt of de doelstellingen gerealiseerd worden. Ik denk dat hier en daar nog wel wat accent gelegd mag worden. Minder denken vanuit subsidiestromen, meer vanuit kansen voor het bedrijfsleven.”

 

Dat is geen eenvoudige opdracht

“Als het gemakkelijk was, hadden ze iemand anders moeten vragen. Dit is niet serieus bedoeld. Ik ben wel iemand van keuzes maken, op basis van een langetermijnvisie en vanuit een concrete opdracht. Het heeft geen enkele zin om een groslijst te maken met alle wensen vanuit de sector. Wij gaan een prioriteitenlijstje opstellen voor de overheid. Dat betekent ook dat mensen teleurgesteld zullen zijn. Ik doe dit niet om vrienden te maken. Wel gaan we heel goed luisteren naar wat er leeft in de sector, we zullen de input zoveel mogelijk tot ons nemen en doorspreken. Het valt niet mee om in drie maanden tijd alles te adresseren. Maar dat moet toch. Want ook op dit punt, het adresseren van onderwerpen, moet iemand de regie nemen.”

   

Leo van Wijk (64)

Komende maand wil de minister van Economische Zaken, Maxime Verhagen, van negen economische topsectoren weten met welke agenda de sector er voor gaat zorgen, dat Nederland in 2020 tot de absolute wereldtop behoort op dit gebied. Leo van Wijk is voor de logistieke sector benoemd als voorzitter van het topteam, dat die agenda met speerpunten en ambities moet formuleren. Hij doet dat samen met hoogleraar Lorike Hagdorn (TNO), directeur Wil Versteijnen (logistiek dienstverlener GVT) en directeur-generaal Mark Dierikx (ministerie van Infrastructuur en Milieu).

   

Inmiddels heeft de sector massaal gehoor gegeven aan de oproep om input te leveren voor deze agenda. Behalve logistiek zijn ook agro-food, tuinbouw, hightech, energie, creatieve industrie, life sciences, chemie en water door het Kabinet gekozen met elk een eigen boegbeeld.

 

Leo van Wijk is voorzitter Strategisch Platform Logistiek, waarin belangenorganisaties, vakverenigingen en onderwijs samenwerken. Hij was topman van KLM en is nu vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen van Air France – KLM. Daarnaast is Van Wijk voorzitter van Connekt, waar ook het secretariaat van het Topteam Logistiek is ondergebracht. 

Reageer op dit artikel