artikel

ERP in de modebranche

Supply chain Premium

Het belang van de keten loopt als een rode draad door de modebranche. Want voor zowel de zelfstandige retailer als voor de grote internationale ketens geldt namelijk maar één ding: de kleding moet op tijd in de winkels liggen, want het seizoen wordt steeds korter.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in IT Logistiek op 1 augustus 2004.

Op het eerste gezicht lijkt de modebranche een doorsnee discrete bedrijfstak. Er wordt een product ontworpen, gemaakt en verkocht. Maar wie even verder kijkt ontdekt direct grote verschillen. Dat begint al bij het basismateriaal. Het aantal stoffen waar de broeken, truien en overhemden van gemaakt kunnen zijn, is zeer groot en loopt qua materiaal van katoen tot en met zijde en synthetische stoffen. En alles wat daartussen zit. Daarnaast is iedere stof er in tal van uitvoeringen: van egaal zwart tot egaal neon-groen of met een prachtige ingewikkeld gekleurd patroon of met K3-opdruk. En dan de broek of het vest zelf. Van kindermaten tot en met maat 40 (of meer) voor korte en voor lange mensen. Zo kan één model broek in talloze uitvoeringen in het rek hangen.

       

Ook de productie kent een enorme verscheidenheid. Bij het ene uiterste richten grote merken, zoals bijvoorbeeld Nike, zich eigenlijk alleen nog op imagomanagement, marketing en verkoop. Zaken zoals ontwerp en productie worden volledige uitbesteed. Aan de andere kant van spectrum staan de kleine, lokale modehuizen, met nog hun eigen ontwerpen en naaiateliers. En ook hier geldt dat er tal van tussenvormen en combinaties bestaan. Uiteraard heeft dit ook zijn weerslag op aspecten als transport en distributie. Het ene modehuis bestelt haar kleding bij de Europese verkoopvestiging van grote producten uit het Verre Oosten, de andere laat het maken door eigen naaiateliers in bijvoorbeeld Polen. In Nederland zelf is de productie van kleding vrijwel verdwenen.

           

‘De Nederlandse modebranche is vooral een zaak van handel’, zegt Eric Wijmans van IPL. ‘De meeste productie vindt plaats in het buitenland in landen zoals Polen en Hongarije, en in het Verre Oosten. De uitdagingen van de Nederlandse modebranche liggen dan ook vooral op het gebied van het volgen en managen van de keten. Ieder seizoen moet de nieuwe kledingcollectie op tijd in de winkel liggen. Dat geldt zowel voor de grote modewarenhuizen als C&A en Hennes & Mauritz als voor de zelfstandige retailer.’

        

Kritische consument

Die zelfstandige retailer staat erg onder druk. De klant is koning en doorgaans zeer verwend. Kende de branche vroeger twee seizoenen (zomer en winter); tegenwoordig kennen sommige ketens al twaalf (!) seizoenen. Dit legt een enorme druk op de inkoop, die er niet alleen voor moet zorgen dat alles op tijd in het schap ligt, maar ook populaire broeken en bloesjes snel moet kunnen aanvullen. Volgens Olaf Laarhoven van Intres, een coöperatieve serviceorganisatie voor detaillisten in verschillende branches waaronder mode en textiel, kan automatisering een belangrijke ondersteuning bieden, maar is de automatiseringsgraad vooralsnog ‘niet optimaal’. Als belangrijke redenen hiervoor ziet hij de hoge kosten en onwetendheid bij de detaillist.

          

De heer E. Stern van Scapa of Scotland, een zelfstandige dames- en herenmodezaak in Alphen aan de Rijn, denkt dat het met de onwetendheid wel meevalt. ‘Enige tijd geleden heb ik me volledig laten informeren, maar ik vind de investering niet opwegen tegen het mogelijke rendement. Ik heb een winkel van ruim honderd vierkante meter en ik weet precies wat er hangt. Ik heb geen voorraadsysteem nodig; ik hou het wekelijks met handmatig bij en ook mijn inkopen regel ik zelf via de telefoon of per bestelformulier.’

         

Volgens Olaf Laarhoven zullen ook de kleinere zaken toch vroeg of laat met automatisering moeten beginnen. ‘Consumenten zijn ongeduldig, prijsbewust, kritisch en niet merktrouw. Is het gewenste kledingstuk niet op dat moment voorradig, dan zoeken ze het in een andere winkel. De voorraad moet dus snel kunnen worden aangevuld. Het liefst zelfs ‘just-in-time’. Maar daarvoor moet je wel snel en gedetailleerd kunnen communiceren met je toeleveranciers. En hoe meer seizoenen per jaar, hoe belangrijker dat wordt.’

         

Met het toenemen van het aantal seizoenen – en dus een kortere tijd om dat ene model aan de man/vrouw te brengen – neemt de druk op de keten toe. Immers, de leadtimes kunnen niet zomaar eveneens worden ingekort: de stoffen en productiecapaciteiten moeten wel beschikbaar zijn. En daarnaast: het Verre Oosten is nu eenmaal niet naast de deur. Volgens Olaf Laarhoven ligt het antwoord vooral in een goede samenwerking tussen leveranciers en retailers en onderlinge gegevensuitwisseling. ‘Alleen door ketenoptimalisatie kan – ondanks de prijsdruk – het rendement omhoog.’

        

Detaillisten

In de opeenvolgende schakels in de modeketen worden dezelfde gegevens vaak nog steeds opnieuw (handmatig) ingevoerd. Volgens Olaf Laarhoven kan EDI hier een uiterst belangrijke rol spelen. ‘Er wordt nogal wat informatie uitgewisseld tussen de verschillende schakels: artikelinformatie, orders, facturen, vrachtbrieven, douanedocumenten enzovoort. En een groot deel van die informatie is iedere keer hetzelfde. Automatische gegevensuitwisseling kan de verschillende processen dan ook behoorlijk versnellen.’

          

Peter Maurik van modeketen Langraaf ziet automatisering als een zaak van stapje voor stapje. ‘We hebben nu een zestal filialen in de regio met één centrale distributie. We gebruiken sinds een paar jaar een voorraadbeheerssysteem om de verschillende bestellingen van filialen bij te kunnen houden. Verder gaat alles handmatig. De verkopen worden lokaal bijgehouden aan de hand van de kaartjes aan de kleding. Bij de centrale verwerking, hier op kantoor, worden ze gescanned en wordt het voorraadsysteem bijgewerkt. We hebben een zeer gezonde omzet, maar dat betekent nog niet dat we duizenden stuks kleding per maand verkopen. Bij de aantallen die wij met onze filialen verkopen, is automatisering voorlopig nog een overbodige luxe.’

      

Bij Landgraaf verloopt de inkoop nog via bestellijsten. Internet en EDI ziet Maurik voorlopig nog niet zitten. ‘Erg prematuur vind ik het allemaal.’

   

EDI

Dit standpunt wordt door tal van detaillisten gedeeld. Immers, wil EDI echt zinvol zijn, dan moet er gebruik kunnen worden gemaakt van standaard-berichten waarbij direct duidelijk is wat waarmee wordt bedoeld. Het probleem alleen is dat juist die standaarden ontbreken. Olaf Laarhoven: ‘De modebranche kent vooralsnog geen standaarden voor productcoderingen. Zeker waar het kleding betreft draait alles om de combinatie maat-kleur. Maar zelfs op dat gebied is er geen standaardcodering voorhanden. Dat betekent dat iedereen die wil communiceren met toeleveranciers of afnemers, zelfs het wiel moet gaan uitvinden.’

      

Doorgaans kunnen twee partijen er onderling nog wel gemakkelijk uitkomen op welke manier ze communiceren en welke coderingen daarbij worden gebruikt. Maar als er dan een derde partij bij komt wordt er vaak weer van voor af aan begonnen. Het resultaat is vaak dat er met de verschillende partijen, met verschillende coderingen wordt gewerkt, wat de efficiency niet bevordert.

         

Olaf Laarhoven is bij Intres direct betrokken bij het opzetten van branchestandaarden. ‘Er zitten nog teveel onnodige kosten in de keten. Die moeten eruit. En dat kan ook. De technologie is er klaar voor: barcodes, tags – ook qua prijsstelling – en er zijn voldoende partijen om gezamenlijk een kritische massa te vormen: kledingleveranciers, brancheverenigingen, retailers coöperaties, IT-leveranciers. We zijn bezig om samen met andere partijen een platform op te richten om gezamenlijk op dit gebied verder te komen.

         

Wat dat betreft zie ik de komende maanden als de Zomer van de Waarheid, want willen de zelfstandige detaillisten te midden van het geweld van het grootwinkelbedrijf en de leveranciers outlets hun hoofd boven water houden, dan moeten er nu stappen worden ondernomen.’

       

Noot:

Tags = transponder of chip met af te lezen informatie

       

Kader bij artikel:

FOCUS OP CONSUMENT

Het accent in de modebranche heeft de afgelopen decennia al op verschillende schakels gelegen, waarbij het iedere keer verder in de richting van de klant opschoof.

Zo lag in de jaren zeventig de focus vooral op productontwikkeling op het gebied van nieuwe vezels, met nieuwe eigenschappen en nieuwe toepassingsmogelijkheden. Tien jaar later richtte de branche de blik op de productie, waarbij er vooral werd gelet op de kosten. Het was de periode waarin de meeste internationale leveranciers stopten met productie in het dure westen en nieuwe productiefaciliteiten opende in het voormalige Oostblok en het Verre Oosten. In de jaren negentig schoof de aandacht binnen de keten weer een stuk dichter naar de consument en werden de schijnwerpers vooral gericht op transport en distributie. Er kwamen nieuwe concepten en formules op de markt, zoals shop-in-shop, leveranciers outlets en mono-brands. Sinds het jaar 2000 is de focus vrijwel volledig gericht op de consument, die steeds kritischer, prijsbewuster en ongeduldiger is. Waar vroeger de collectie in de winkel doorslaggevend voor succes was, is dat nu de snelheid waarmee de retailer op de veranderingen in de markt kan reageren. Het succes is afhankelijk geworden van de toeleverketen.

      

IT-leveranciers in de MODE

De modebranche vraagt specifieke functionaliteit die lang niet door alle systemen worden afgedekt. Het groepje aanbieders is daardoor beperkt en hebben lokale en niche-spelers een behoorlijk marktaandeel kunnen opbouwen. Voor een deel heeft dit ook te maken met de markt, die voor een belangrijk deel nog altijd bestaat uit (zelfstandige) retailers, waar kassasystemen in combinatie met voorraad- en bestelfunctionaliteit essentieel is (retail-systemen). Daarnaast worden ERP-oplossingen steeds vaker ingezet, net als systemen voor distributiecentra (DC-systemen) en specifieke deeloplossingen, zoals EDI, forecast, HRM, visualisatie en webshops.

Verschillende speler die in meer of mindere mate op verschillende gebieden een rol spelen in de modebranche:

Bedrijf; kernactiviteit; www

A3 Forecast Solutions; Forecast; a3forecastsolutions.com

ACA International; ERP; aca.nl

AM Systems; Retail-systemen; am-systems.nl

Ciber Nederland; ERP, advies; ciber.nl

Equinox Europe; WMS-systemen; equinoxeurope.com

Fashion United.com; EDI; fashionunited.com

HBH Automatisering; Webshops; hbh-it.nl

Intentia; ERP; intentia.nl

Intres; Retail-services; intres.nl

IPL; Advies; ipl.nl

Microsoft; ERP; microsoft.com

P4B Software Solutions; HRM; p4b.nl

Pebblestone; ERP; pebblestone.nl

SAP Nederland; ERP; sap.nl

To Be One Advisory Group; Advies; tobeone.com

Visual Retailing; Visualisatie; visualretailing.nl

Watermark Nederland; ERP; watermark.nl

Reageer op dit artikel