artikel

Producenten willen voorraad naar retailers doorschuiven

Supply chain Premium

Als producenten en retailers hun keten anders zouden inrichten, zouden daarmee flinke kosten bespaard kunnen worden. Piet van der Vlist onderzocht de supermarktketen en kwam tot de conclusie dat de goedkoopste logistieke keten die keten is waarbij de distributie is afgestemd – ofwel gesynchroniseerd – op de productie. Wat vinden retail en producent daarvan? En hoe is Van der Vlist tot zijn bevinding gekomen?

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 6 juli 2007.

Als producenten en retailers hun keten anders zouden inrichten, zouden daarmee flinke kosten bespaard kunnen worden. Piet van der Vlist onderzocht de supermarktketen en kwam tot de conclusie dat de goedkoopste logistieke keten die keten is waarbij de distributie is afgestemd – ofwel gesynchroniseerd – op de productie. Wat vinden retail en producent daarvan? En hoe is Van der Vlist tot zijn bevinding gekomen?

Piet van der Vlist is zo’n beetje de nestor van de retail ketensynchronisatie. Hij besteedde er samen met de Rotterdam School of Management en de Technische Universiteit Eindhoven een paar jaar aan om de supermarktketen goed door te rekenen.

Op 29 juni promoveerde hij op dit onderwerp met het proefschrift ‘Synchronizing the Retail Supply Chain’.

Van der Vlist begint zijn proefschrift met de volgende stelling: ‘De focus van de levensmiddelen-detailhandel op het laag houden van de voorraad is onterecht. De meerkosten die de leveranciers nu maken om frequent en in kleine hoeveelheden te leveren zijn hoger dan de besparingen op de voorraad’. Van der Vlist in een reactie: “Toch blijkt uit onderzoek dat de verschillende ketenpartijen nog onvoldoende denken aan synchronisatie waar het aankomt op voorraadbeheer en handling. En dat terwijl ze heel wat kunnen bereiken door het regelen van enkele simpele zaken.” De promovendus geeft een voorbeeld van een fabrikant die aan zijn afnemers laat weten welke producten hij wanneer produceert. De producent geeft aan retailers aan dat, als ze die producten de dag voor de productie bestellen, ze een fikse korting krijgen. Die korting van de leverancier zou dan voor de retailer minimaal moeten opwegen tegen de extra kosten aan voorraad die de retailer maakt. “Maar ketenpartijen denken zo niet, er is nauwelijks contact op dat vlak tussen leveranciers en retailers”, aldus Van der Vlist.

Een volgende stelling in het proefschrift is: ‘Voorraad hoort stroomafwaarts in de keten; dus in de winkel. Alleen wat daar niet inpast, kan tijdelijk een schakel stroomopwaarts in de keten worden opgeslagen’.

In Nederland is de vloeroppervlakte van een gemiddelde supermarkt niet zo groot. Dat brengt de beperking met zich mee dat veel voorraad in een schakel hogerop in de keten moet worden neergelegd: in het dc van de retailer. En die probeert tot nu toe veelal de voorraad daar beperkt te houden, omdat voorraad aanhouden ge–zien wordt als kostenpost en dat laatste moet worden beperkt. Maar volgens Van der Vlist is dat dus een misvatting. Retailers moeten minder focussen op sec hun eigen activiteiten, maar breder denken en proberen te denken aan de gemiddelde logistieke kosten in de keten en de gerealiseerde voordelen van een efficiëntere keten van leverancier tot retailer verdelen.

Stappen gezet

Navraag leert dat zowel leveranciers als retailers vinden dat er al de nodige stappen zijn gezet op weg naar ketensynchronisatie. Ook zijn er volgens hen al verschillende leveranciers die inspelen op delen van de theorie zoals door Van der Vlist en de scholenuniversiteiten van Rotterdam en Eindhoven is becijferd en doorontwikkeld. Toegeven dat er best meer mogelijk is, en meer zou moeten gebeuren op het vlak van ketensynchronisatie, doen ze ook. Unilever’s Fokke van der Veer (directeur logistiek) bestempelt de theorie van Van der Vlist als “theorie met een hoog ambitieniveau. Maar als bedrijf moet je wel gelokt blijven worden door nieuwe ideeën en ook al zal een idee of theorie pas op de langere termijn echt van de grond komen, het is slim om de verschillende concepten wel te volgen. Het is goed om ergens vroeg bij betrokken te zijn, en daarnaast ook goed om het vakgebied logistiek verder te laten groeien. Je moet je niet laten afleiden door dingen die we vandaag niet zien. En als het om ketensynchronisatie gaat, dan denk ik dat we al de nodige kleine stappen hebben gemaakt.”

Eigen ketenkostenmodel

Rowell Versleijen, supply chain manager bij Jumbo Supermarkten, is het eens met de opmerking van Van der Veer. Zo ontwikkelde de supermarktorganisatie op basis van uitkomsten uit eerder onderzoek al een eigen ketenkostenmodel.

Versleijen: “Maar veel echt opvallende uitkomsten haalden we daar niet uit. We waren er zo langzamerhand wel van op de hoogte waar welke kosten in de keten worden gemaakt. Toch hebben we door dit project wel een hele andere kijk op voorraad gekregen. Overigens wordt dat ook veroorzaakt door de verandering die we zelf hebben laten zien als bedrijf tussen 1999 en nu. Vandaag de dag zijn we een volwaardige retailer met meer dan honderd Jumbo Supermarkten. Nu is het ketendenken veel meer ontwikkeld, mede door de forse groei van onze omzet. Die is in vijf jaar verdubbeld. Daardoor kunnen wij vanaf het distributiecentrum of rechtstreeks af-fabriek de leverancier makkelijker volle auto’s afnemen.”

Zicht in keten

Het gaat er in feite om dat alle partijen meer zicht krijgen op wat er in de keten speelt.

Versleijen: “Het is denk ik goed wanneer vooral de leverancier zicht heeft op de voorraden die wij hebben. Op basis daarvan kan hij de voorraad aanvullen of de productie van nieuwe artikelen opstarten.”

Hoe intensief is de samenwerking tussen retailer en leverancier op dit moment? Volgens Van der Veer zijn er best wat goede voorbeelden te noemen. “We proberen zo veel mogelijk de verkopen van winkels op dagbasis te volgen, en dat kan als de retailer daarvoor de systemen heeft. IT is een cruciaal onderdeel bij transparantie in de keten.”

Het delen van informatie tussen leveranciers en retailers is iets dat al sinds de start van ECR (Efficient Consumer Response) hoog op de agenda staat. De vraag rijst natuurlijk in hoeverre ‘macht’ het delen van info in de weg staat. Volgens Van der Veer is het niet zozeer info of macht die strijden om de overwinning. “Het gaat uiteindelijk vooral om het verdelen van de kosten. Retailers en leveranciers staan in eerste instantie vaak positief tegenover dit type verandering. Maar als er later heel wat bij komt kijken, wordt het lastiger. Wie neemt dan de regie in handen en hoeveel informatie wil je delen? En hoe ziet de verdeelsleutel voor de kosten eruit.”

Doorbraak?

Ketensynchronisatie komt al ja–ren vaak moeizaam van de grond. Komt het ooit tot een doorbraak? Van der Vlist moet een beetje lachen als hij de vraag zo voorgelegd krijgt. “Ketensynchronisatie is niet iets dat van de ene op de andere dag kan worden ingevoerd. Het is in zoverre te vergelijken met de ontwikkeling van EDI in de logistiek. In de jaren tachtig werd ik gezien als een EDI-goeroe. EDI zou het worden, maar het brede gebruik hiervan liet lang op zich wachten. Nu is het echter niet meer weg te denken. Elektronische uitwisseling is nu geen issue meer. Het is een vanzelfsprekendheid.”

Als ketensynchronisatie wil doorbreken, dan moet één partij het heft in handen nemen. Volgens Versleijen kan de retailer die rol het beste op zich nemen. Leveranciers kunnen helpen door het aanbieden van een logistieke menukaart. Hij noemt producenten als Sara Lee (Douwe Egberts), Procter & Gamble, Unilever en Heinz als leveranciers die al goed op weg zijn op het vlak van ketensynchronisatie. “Het zijn die leveranciers die de voordelen inzien. Douwe Eg- berts heeft al een logistiek ketenmodel ontwikkeld met kortingen naar wijze van afname. Daar kunnen wij als retailer maximaal gebruik van maken. Ook Procter & Gamble, Unilever en Heinz hebben iets vergelijkbaars of werken daaraan.”

Voorop lopen

De grotere leveranciers lopen voorop. Het zijn dus upstream spelers die downstream partijen bij de hand moeten nemen. Is dat moeilijk, en neemt ketensynchronisatie binnen afzienbare tijd een hoge vlucht? Het is volgens Van der Vlist lastig te bepalen getuige de ontwikkeling zoals bijvoorbeeld met EDI. Maar hij is overtuigd van zijn analyse. In zijn proefschrift stelt hij tot slot: “De uitspraak ‘het is moeilijk algemeen geldende richtlijnen te geven voor het herinrichten van het logistieke proces’ zou ik nu niet meer doen.”

En hoelang duurt het volgens Unilever’s Fokke van der Veer voor er een doorbraak komt? “Deze ontwikkeling komt binnen vijf tot tien jaar wel tot leven.”

Kaders bij artikel:

KETENSYNCHRONISATIE IN EEN NOTENDOP

Volgens Piet van der Vlist is het zo dat er nog veel kosten zijn te winnen in de retailketen. Voorraad aanhouden en orderpicken gebeurt nu op twee plaatsen in de keten. Dit zou bij de producenten kunnen vervallen en die besparing zou met de retailers moeten worden gedeeld. Als geproduceerde artikelen met volle pallets en volle vrachtauto’s naar het distributiecentrum van de retailer gaan, dan heeft de retailer meer opslagcapaciteit nodig, maar de kosten daarvan kunnen ruimschoots worden betaald uit de besparingen bij de leveranciers. Voordeel voor de retailer is dat de voorraad alvast in zijn eigen magazijn ligt en dat hij daardoor direct kan reageren op lege schappen in de winkel en hij niet langer op het laatste moment artikelen hoeft te bestellen bij de producent. Doordat de totale voorraad in de keten daalt, zal bovendien de THT voor de retailer toenemen. Zijn klanten treffen dus minder lege schappen aan en gaan ook nog eens met een verser product naar huis.

AL DECENNIA OP DE AGENDA

Ketensynchronisatie is niet nieuw. Het onderwerp staat al decennia op de agenda van retailers en leveranciers. Twee jaar geleden was er zelfs al een managementgame beschikbaar over ketensynchronisatie. Destijds werd er een beetje lacherig over gedaan. Het wilde nog steeds niet van de grond komen. Piet van der Vlist besloot tijd vrij te maken om de voordelen van ketensynchronisatie aan de hand van wetenschappelijke berekeningen aan te tonen.

Reageer op dit artikel