artikel

Wat kun je met Product Data Management?

Supply chain

Product Data Management, het volgen van producten gedurende hun levensloop, is momenteel een hot issue, vooral in de high tech-sector. Consultantcybureau Cap Gemini Ernst & Young inventariseert de pakketten, ITlogistiek gaat op zoek naar de praktijk.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in IT Logistiek op 1 juli 2002.

Product Data Management (PDM) heeft tot doel het geven van de juiste productinformatie aan de juiste persoon. Hoewel dit meer een businessfilosofie is dan een softwareproduct, is er wel sprake van een afgebakende markt. Enerzijds bestaat die uit PDM-software, anderzijds uit Computer Aided Design-systemen (CAD) voor het maken van producttekeningen.

      

High tech

Roy Lenders, managing consultant bij Cap Gemini Ernst & Young (Cgey): ‘Uit onze jongste inventarisatie blijkt dat vooral bedrijven die stuksgewijs produceren PDM-software gebruiken. Vooral bij producten die op klantspecificatie worden ontworpen werpt een PDM-systeem zijn vruchten af. De high tech-sector, denk daarbij aan vliegtuigbouwers en producenten van elektronica, is dan ook een belangrijke afnemer’. Meestal gaat het daarbij om grote ondernemingen, maar Cgey verwacht dat steeds meer kleine bedrijven PDM-software zullen gaan toepassen. Toeleveranciers worden daar namelijk min of meer toe gedwongen, omdat hun klanten vragen om elektronische aanlevering van productdata.

Een typische gebruiker van PDM-software is het bedrijf Fico Molding Systems. ‘De productie van computerchips omvat twee stappen’, legt ICT-manager Barry Teunissen uit. ‘De chips zelf worden door bedrijven zoals Intel en Motorola gemaakt. Wij ontwikkelen de machines die de processoren inpakken in een beschermend omhulsel.’ Daarbij wordt rondom elke computerchip een laagje epoxy gegoten. Het eindproduct is de typische black box gevuld met elektronica, die bijvoorbeeld in een moederbord van een PC kan worden geklikt. ‘Wij onderhouden jarenlange relaties met onze klanten zoals Infineon, ST Microelectronics en Motorola. Een computerchip is een relatief duur product, dat voortdurend complexer wordt. Onze afnemers verwachten niettemin dat onze machines betaalbaar én betrouwbaar blijven’, vervolgt Teunissen. ‘Een goed PDM-systeem is daarom cruciaal voor ons. Als je kijkt naar de kostenbesparing die het snel kunnen terugvinden van onderdelen oplevert, dan heb je zo’n systeem binnen anderhalf jaar terugverdiend.’

       

Veranderingen

‘Ons zusterbedrijf in Nederland, Trim & Form Systems, gebruikt sinds 1995 Matrix One’, vervolgt Teunissen. ‘Toch was dit voor ons geen reden om rücksichtslos dit PDM-systeem te implementeren. Toen wij rond de millenniumwisseling aan de invoering daarvan toe waren, hadden zich binnen en buiten ons bedrijf namelijk enige veranderingen voorgedaan.’

Ten eerste de implementatie van Baan IV, waarover later meer. De tweede ontwikkeling betrof PTC. Dit is de leverancier van het Computer Aided Design(CAD)-systeem Pro-Engineer, dat Fico gebruikt voor het maken van de producttekeningen. ‘PTC heeft in 1999 een eigen PDM-systeem ontwikkeld, genaamd Windchill. ‘Wij hebben daar toen goed naar gekeken, omdat Pro-Engineer gemakkelijk met Windchill kan worden geïntegreerd. Wij vonden op dat moment Windchill echter nog niet volwassen genoeg.’

     

Integratie met ERP

De integratie tussen PDM en ERP houdt momenteel meestal niet meer in dan het overzenden van een eindontwerp. Deze vorm van integratie is echter onvoldoende. Productgegevens bewegen zich gedurende de levenscyclus van een product langs alle bedrijfsafdelingen, van verkoop, ontwikkeling, productie tot en met de service. Up-to-date productinformatie is dus niet alleen van belang voor productontwikkelaars, maar voor praktisch iedereen in het bedrijf. Deze gedachtegang verklaart de recente introductie van een nieuwe term voor PDM, Product Lifecycle Management (PLM).

‘Op dit moment is er niet één PDM-pakket of ERP-module die PLM volledig ondersteunt’, waarschuwt Lenders echter. ‘Gezien de recente publiciteit rondom bijvoorbeeld SAP PLM en iBaan for PLM zou je misschien denken dat ERP-systemen afdelingsoverschrijdende PDM-processen beter aankunnen. Dat is echter nog niet zo. Wel schat ik in dat de ERP-leveranciers relatief snel de benodigde integratie binnen hun softwaresuites zullen verwezenlijken.’

Lenders plaatst daarbij echter een kanttekening: ‘Naast de invoering van PLM zie ik als belangrijke trend het delen van productdata. Denk daarbij bijvoorbeeld aan collaborative engineering, waarbij projectpartners gezamenlijk producten ontwikkelen. Dit vereist dat PDM-oplossingen opener worden. Productinformatie overschrijdt dan niet alleen afdelingen, maar ook bedrijfsmuren. Die ontwikkeling kan de voorsprong die de ERP-leveranciers mogelijk gaan nemen op het gebied van integratie, weer teniet doen.’

      

Specialisten

De PDM-systemen van de specialisten bieden op dit moment meestal meer functionaliteit dan de ERP-modules. Teunissen: ‘iBaan voor PLM bestond nog niet toen wij Matrix One selecteerden, wij gebruiken Baan IV. Dit ERP-systeem gaat ervan uit dat een productwijziging wordt doorgevoerd in álle daarvan afgeleide producten. Wij wilden echter verschillende productvarianten, zowel oude als nieuwe, naast elkaar kunnen produceren.’

Zelfs als Baan PLM alsnog zou worden voor-zien van alle functionaliteit die voor een typisch engineer-to-order-bedrijf nodig is, dan nog zou Teunissen aarzelen om alle bedrijfsprocessen hiermee te gaan ondersteunen. ‘Totale integratie gaat ten koste van je flexibiliteit’, denkt hij. ‘Daarom omvat onze bedrijfsautomatisering drie strikt gescheiden zones. Het ontwerpen gebeurt binnen Pro-engineer en Matrix One. Daarna wordt een ruwe bill-of-material overgezonden naar Baan IV. Voor de after sales-processen gebruiken wij tenslotte weer Matrix One.’

       

Beheerste keuzes

Een high tech-bedrijf dat al jarenlang ervaring heeft op het gebied van PDM, is Thales Nederland. Dit bedrijf maakt surveillancesystemen voor de marine, zoals wapencontrolesystemen en radarapparatuur. Een goed PDM-systeem maakt volgens product data manager Maarten Kuyck beheerste keuzes mogelijk: ‘Bovendien moet de software flexibel kunnen omgaan met productversies. Iedere klant krijgt bij ons namelijk zijn eigen product. In dat opzicht lijken wij op Fico.’

Het product data management rondom de producten van Thales behelst drie kerngebieden, te weten software, hardware en documentatie. Bij Thales loopt momenteel een project dat tot doel heeft de huidige twintig PDM-systemen terug te brengen tot drie, één voor elk kern- gebied. ‘Binnen onze hardware-ontwerpomgeving hebben we het PDM-pakket Pro-Intralink geïmplementeerd. Dit ter aanvulling van het CAD- systeem Pro-Engineer, eveneens van PTC. Voor de softwareomgeving zal Pvcs-dimensions worden gebruikt.’

‘Voor de documentatie gebruiken we op dit moment een maatwerkversie van het pakket Metaphase’, vervolgt Kuyck. ‘Dit systeem zullen we op termijn inruilen voor een standaard PDM-pakket. Bijvoorbeeld Teamcenter van EDS, de opvolger van Metaphase.’

      

Parallelle projecten

Concurrent engineering, waarbij deelprojecten gelijktijdig worden uitgevoerd, is voor Thales een belangrijk middel om tijd en kosten te sparen. Het ontwerpproces bij Thales is te vergelijken met een rivier, die zich splitst in een aantal parallelle stromen. Dit zijn de deelprojectjes, die later weer op elkaar aansluiten. Kuyck: ‘Als jouw deelprojectje moet aansluiten op dat van een ander, dan moet je wel weten waar die ander mee bezig is, en of het nog waarschijnlijk is dat diegene met veranderingen komt. Onze PDM- systemen voorzien in dit soort informatie. Elk deelprojectje heeft namelijk een bepaalde kwaliteitsstatus, zoals ‘voorlopig’ of ‘goedgekeurd’. De consistentie tussen de hoofdstromen hardware-, software- en documentatie-ontwikkeling wordt bewaakt met een vierde PDM-systeem. ‘Dit overkoepelende PDM-systeem bewaakt de zogenaamde mijlpalen in het project. Dit zijn momenten waarop het totale productontwerp een bepaalde volwassenheid bereikt.’

Het hierboven beschreven concurrent engineering-systeem is nog maar ten dele ingevoerd. ‘Je moet het zien als een ideaal waar we langzaam naar toe werken’.

      

Samen op het web

In het verlengde van concurrent engineering ligt collaborative engineering. Diverse PDM-leveranciers voorspellen een toekomst waarbij ontwerpers vanaf werkplekken over de hele wereld samen aan één product werken, via het web. Om goed te kunnen samenwerken met externe partners, moet je echter eerst goed intern kunnen samenwerken. Je zou zelfs kunnen stellen: om iets aan collaborative engineering te hebben moet je eerst concurrent engineering invoeren. Thales heeft daarom een goede basis gelegd, denkt Kuyck: ‘Op dit moment worden de ontwerpen van onze projectpartners bij het bereiken van de mijlpalen formeel vrijgegeven. Collaboratie via internet kan het straks echter mogelijk maken om deze ontwerpen al eerder te bekijken. Dit kan bijvoorbeeld met Teamcenter of met een speciaal web-visualisatieproduct zoals Projectlink.’

Kuyck plaatst wel kanttekeningen bij de webhype. ‘Ten eerste moet je met elkaar tot een standaard komen voor productinformatie. Een tweede probleem vormt de veiligheid. Zeker in de defensiesector is productinformatie vertrouwelijk’.

Ook Roy Lenders van Cgey ziet webtechnologie niet als een panacee. ‘PDM-systemen, maar ook ERP-pakketten, werken steeds meer met webinterfaces. Dat komt de openheid van deze systemen weliswaar ten goede, maar er zijn ook nadelen. Webinterfaces zijn bijvoorbeeld soms minder gebruiksvriendelijk.’

Toch denkt Lenders dat het gebruik van PDM in logistieke (internet)ketens, naast PLM, de belangrijkste trend is voor de komende jaren.

        

Kader bij artikel:

JOINT STRIKE: GEZAMENLIJK SLAGVAARDIG

Stork Fokker is één van de partners bij de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF). Collaborative engineering is bij het JSF-project een voorwaarde. Grootste bottleneck daarbij: het ontbreken van een standaard voor de opslag van productdata.

Sinds de doorstart van Fokker is het bedrijf veranderd van een vliegtuigproducent in een toeleverancier. Jan Gering is IT-manager bij Fokker in Papendrecht: ‘Tegenwoordig maken we vliegtuigonderdelen op specificatie van klanten zoals Boeing. Om het management van onze productdata hierop toe te spitsen, implementeerden wij in 1999 het pakket eMatrix van Matrix One.’

‘Zaken zoals werkstroombeheer hebben wij daarbij zelf gedefinieerd. Het is dan echter wel noodzakelijk dat je je bedrijfsprocessen van tevoren heel precies omschrijft. Wil je dat niet, dan kun je beter een pakketvariant kiezen waarbij de inrichting van te voren min of meer vast ligt.’

Fokker wisselt met vele van haar klanten elektronisch productinformatie uit. Internettechnologie speelt daarbij een hoofdrol, hoewel defensiegegevens nooit via het publieke internet worden verzonden. Bij de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter wordt gebruik gemaakt van een wide area network (WAN), dat wordt beheerd door projectleider Lockheed. Gering: ‘CAD-files hebben een grote omvang, in de orde van tientallen megabytes. Het duurt te lang om die op te vragen bij een centrale computer. Daarom hebben alle projectpartners hun eigen ‘JSF-computer’. Die computers communiceren met elkaar via het WAN. Zo houden de JSF-partners elkaar op de hoogte van voor hen belangrijke ontwerpveranderingen’

Fokker ontwikkelt onder meer de inflight-doors voor de Joint Strike Fighter, dit zijn deuren die je tijdens de vlucht moet kunnen openen. Voor het ontwerpen daarvan moet je praktisch het gehele vliegtuig kennen. ‘Die informatie bevindt zich in onze JSF-computer’, verklaart Gering. ‘Toch is er dan nog een probleem: er bestaat nog geen standaard voor de opslag van productdata. Omdat alle JSF-partners het CAD-systeem Catia van IBM gebruiken, zijn de CAD-files zonder meer te raadplegen. Voor het gebruik van PDM-gegevens heb je echter toegang nodig tot het PDM-systeem waarmee ze oorspronkelijk zijn gemaakt’.

Dit is de eerste uit een reeks artikelen gebaseerd op onderzoek van Cap Gemini Ernst & Young in samenwerking met ITlogistiek. Het volledige onderzoeksrapport naar softwarepakketten voor Product Lifecycle Management kan gratis worden opgevraagd.

Bel (030) 689 88 53 of mail naar logistiek&informatiesystemen@cgey.nl

 

Reageer op dit artikel