blog

6 tips voor een snellere, internationale spare parts logistiek

Logistieke dienstverlening 1495

Snelheid is cruciaal in spare parts logistiek. In een tweeluik legt Richard Groenendijk van AEB Nederland uit dat bedrijven zowel hun logistieke processen kunnen versnellen als hun kosten kunnen verlagen. Deel 2: 6 tips voor het versnellen van douaneprocessen.

6 tips voor een snellere, internationale spare parts logistiek

Tip 1: Versnelde invoer – vereenvoudigde aangifte

Bedrijven die exact weten welke goederen op weg naar hen zijn, kunnen voordelen realiseren bij het inklaren van de goederen. Zij kunnen een voorafaangifte indienen, mits de goederen via Nederland in de EU worden ingevoerd. Een voorafaangifte betekent dat goederen kunnen worden aangegeven voordat ze fysiek zijn ingevoerd. Ook als nog niet alle gegevens bekend zijn, is voorafaangifte mogelijk. De ontbrekende gegevens kunnen later alsnog worden aangevuld. Wie een vergunning heeft, hoeft niet voor elke individuele voorafaangifte een aparte aangifte met de ontbrekende gegevens in te dienen.

Een voorafaangifte biedt de mogelijkheid om onderdelen direct na binnenkomst, bijvoorbeeld in de Rotterdamse haven of op luchthaven Schiphol, in het vrije verkeer te brengen. Dat zorgt voor kortere levertijden, zodat stilstand van machines en installaties zo veel mogelijk beperkt blijft. Zowel de voorafaangifte als de aanvullende aangifte dient te gebeuren via AGS, het aangiftesysteem van de Nederlandse douane.

Tip 2: Veredeling buiten de EU – passieve veredeling

De passieve veredeling moet volledigheidshalve genoemd worden als tegenhanger van actieve veredeling. Als bedrijven goederen exporteren om ze in het buitenland (buiten de EU) te laten verwerken, bewerken of verbeteren, hoeven ze na wederinvoer van die goederen minder of zelfs helemaal geen invoerrechten te betalen. Wat ze wel moeten betalen is afhankelijk van de meerwaarde die is gerealiseerd. Voor deze procedure is toestemming nodig van de douaneautoriteiten, maar dat kan schriftelijk. Het douanerecht maakt het zelfs mogelijk om bij reparaties en garantiegevallen op vereenvoudigde wijze toestemming voor passieve veredeling te krijgen. Dat kan veel tijd schelen als bedrijven producten in een land buiten de EU ter reparatie aanbieden.

Tip 3: Concurrentievoordeel door douanevervoer

Als onderdelenleveranciers hun goederen buiten de EU inkopen, kunnen ze met de juiste knowhow importprocessen optimaliseren en kosten besparen. Veel bedrijven maken bij invoer gebruik van de mogelijkheid om goederen onder douaneverband te vervoeren en ter plekke in te klaren. In dat geval krijgt bijvoorbeeld een expediteur de opdracht om de goederen via NCTS-Transit aan te melden en vanaf de buitengrenzen van de EU direct naar de ontvanger te vervoeren. Tijdens het transport zijn de goederen dan nog niet ingeklaard. Pas als de zogenoemde ‘toegelaten geadresseerde’ het douanevervoer met behulp van de begeleidende documenten beëindigd, kan hij vrij over de goederen beschikken.

Het grote voordeel: ook als de goederen via een ander land de EU binnenkomen, kunnen ze toch bij de Nederlandse douane via het AGS-systeem worden aangegeven. Communicatie met de expediteur is echter belangrijk: vaak merkt de ontvanger pas dat de expediteur het douanevervoer heeft opgestart als de goederen al op zijn terrein staan. Voor snelle levering van onderdelen is dat niet optimaal, want van een goede personeelsplanning bij goederenontvangst en een snelle beschikbaarheid van de betreffende onderdelen is dan geen sprake meer. Voor een planmatige of regelmatige aanvulling van de lokale onderdelenvoorraad is deze procedure echter bijzonder interessant.

Tip 4: Tijdelijke opslag – douane-entrepot

Onderdelenleveranciers die onderdelen uit een niet-EU-land willen opslaan, kunnen kiezen voor opslag onder douaneverband. In een entrepot kunnen de goederen onder toezicht van de douane worden opgeslagen. Dat maakt het mogelijk om ze pas in te voeren op het moment dat de leverancier ze daadwerkelijk nodig heeft. De bijkomende invoerrechten hoeven op dat moment pas te worden voldaan, eventuele vergunningen gaan dan pas in. En als de goederen meteen weer worden doorgevoerd naar een land buiten de EU, hoeven ze helemaal niet te worden ingeklaard.

Belangrijk voor alle bedrijven met een entrepot is dat de procedures veranderd zijn sinds op 1 mei van dit jaar het Douanewetboek van de Unie (DWU) in werking is getreden. Voor goederen die na 1 mei naar een entrepot type D of E zijn overgebracht, gelden de tariefgrondslagen die van kracht zijn op het moment dat de goederen in het vrije verkeer worden gebracht – inclusief de op dat moment geldende wisselkoers. Voor goederen die al voor 1 mei naar een entrepot type D of E zijn overgebracht, kunnen tot aan de overgangsdatum op 31 december 2018 de tariefgrondslagen worden gehanteerd die van kracht waren op het moment van inslag.

Tip 5: Als de monteur meekomt

Vaak moet niet alleen het onderdeel zo snel mogelijk naar de klant, maar ook de service-engineers met het bijbehorende gereedschap. Bedrijven moeten in dat geval niet vergeten dat de volledige beroepsuitrusting bij het verlaten van de EU bij de douane moet worden aangemeld – ook als ze na afloop van de reparatie niet bij de klant achterblijven.

Bedrijven kunnen hiervoor gebruik maken van een carnet ATA. Aan dit ene document hebben zij genoeg voor tijdelijke uitvoer van materialen en gereedschappen naar alle 75 landen die de ATA-overeenkomst hebben ondertekend. Normaal gesproken heffen de douaneautoriteiten in het land van bestemming daarvoor invoerrechten. Ze willen de zekerheid dat ze die alsnog ontvangen in het geval de materialen en gereedschappen toch in het land achterblijven. Daarover zijn in de ATA-overeenkomst afspraken gemaakt, wat kan betekenen dat handelskamers borg staan voor die invoerrechten. Het carnet ATA maakt het op deze manier mogelijk om zonder rompslomp goederen uit te voeren naar landen buiten de EU en probleemloos weer in te voeren.

Tip 6: Exporteren – met rechtszekerheid

Om onderdelen conform de regelgeving naar landen buiten de EU te exporteren, dient de leverancier te controleren of aan de leveringen beperkingen of vergunningen zijn verbonden. Dat betekent dat het bedrijf onder meer moet controleren of de levering valt onder handelsembargo’s, of de ontvangende partij op een zwarte lijst staat, of de onderdelen mogen worden uitgevoerd en waarvoor de onderdelen worden gebruikt. De grondslag hiervoor vormen onder meer de EU-verordening voor tweeërlei gebruik (dual-use) en de nationale regelgeving op dit vlak. Bedrijven die ook onder het recht van de Verenigde Staten vallen, moeten ook nog eens voldoen aan de US-Export Administration Regulations (EAR) en de US-International Traffic in Arms Regulations (ITAR).
Wat veel bedrijven niet beseffen is dat de regelgeving voor exportcontrole niet alleen geldt voor producenten en handelaren van wapentuig, maar ook voor vele civiele goederen – de goederen voor tweeërlei gebruik. Bedrijven moeten kunnen uitleggen waarvoor de goederen worden gebruikt. Als daarover vraagtekens bestaan, is voor die goederen een exportvergunning nodig. En nog een veel gemaakte fout is dat hierbij geen onderscheid is tussen export naar niet-EU landen of naar EU-landen. Ook voor bijvoorbeeld transport tussen Nederland en Duitsland is in sommige gevallen een exportvergunning nodig.

 

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels