artikel

Retourstroom van C1000 in kaart gebracht

Logistieke dienstverlening

C1000 zocht een oplossing om de verwerkingsstroom van alle distributiecentra in kaart te brengen. De simulatie moest daarbij locatie-onafhankelijk kunnen worden uitgevoerd, omdat de centra er allemaal anders uitzien. Lees welke toepassing werd gebruikt in onderstaand praktijkverhaal.

Retourstroom van C1000 in kaart gebracht

– tekst door leverancier –

Systemen met discrete eigenschappen spelen in vele gebieden een rol. Ze zijn bekend in de maakindustrie, waarbij de aanvoer van onderdelen en de afvoer van producten een typisch voorbeeld zijn van dit soort processen. Ook buiten de fabrieksterreinen komen dit soort processen echter voor. En ook daar is behoefte aan simulatie, zoals bij supermarktketen C1000.

Jaap de Hoop is manager Supply Chain Development. Hij houdt zich onder andere bezig met de logistieke inrichting van distributiecentra voor levering aan supermarkten. Niet alleen worden de winkels vanuit deze centra bevoorraad, op deze plekken wordt ook de retourstroom verwerkt van plastic, karton, verskratten en lege flessen die zijn ingeleverd door de supermarktklanten.
De Hoop: “Het grootste probleem bij de emballagestroom van een supermarktketen is dat deze gekenmerkt wordt door pieken en dalen. Er zijn momenten waarop het rustig is en er zijn momenten dat een distributiecentrum als het ware overspoeld wordt door retourproducten. Dat laatste gebeurt vaak vlak na de feestdagen, als het mooi weer is geweest of als onze winkels in het kader van de euroweken bier of fris in de aanbieding hebben gehad. Daarbij kan het volume van de emballagestroom soms wel dertig procent groter zijn dan het gemiddelde en daar moet natuurlijk wel capaciteit voor beschikbaar zijn. Dat betekent niet alleen dat er genoeg vierkante meters beschikbaar moeten zijn voor de opslag van de producten, ook de het lossen van de opgehaalde spullen moet snel genoeg kunnen plaatsvinden, anders ontstaat er een vrachtwagenfile bij het distributiecentrum.”

Verfijnder

Het doorrekenen van de capaciteit van een distributiecentrum werd bij C1000 van oudsher altijd gedaan met behulp van enkele formules in Excel. Daarbij werden een heleboel zaken buiten beschouwing gelaten, zoals de tussenstops die de vrachtwagens moesten maken voordat ze konden lossen, de tijdsduur van het lossen en de eventuele wachttijd van de vrachtwagens. Voor een meer gedetailleerd inzicht in de situatie moest er een verfijnder model komen. De Hoop schakelde hiervoor cards PLM Solutions in. Auke Nieuwenhuis, Industrial Engineer bij cards PLM Solutions, legt uit waarom het een interessante case was voor zijn bedrijf: “C1000 vroeg ons om een oplossing waarmee de verwerkingsstroom van alle distributiecentra in kaart te brengen zou zijn. De simulatie moest daarbij locatie-onafhankelijk kunnen worden uitgevoerd, omdat de centra er allemaal anders uitzien. En omdat er een grote toestroom en uitstroom van materialen is, zijn die processen erg afhankelijk van hoe het gebouw eruit ziet. Voor ons is het vooral een bijzondere case omdat de retourlogistiek voor ons een nieuwe markt is. Wij hebben daarbij Plant Simulation van Siemens PLM Software gebruikt voor de simulatie. Dat is een softwarepakket van Siemens Tecnomatix, voor de analyse van discrete processen, iets wat retourlogistiek per definitie is.”

Hybride overeenkomst

Nadat er data waren ingewonnen over de bestaande situatie bij de distributiecentra, kon er in Plant Simulation een model worden gebouwd en ingevuld. Nieuwenhuis legt uit hoe C1000 vervolgens met de software aan de slag kon: “We vermarkten Plant Simulation op verschillende manieren. De klant kan een licentie aanschaffen en voor de rest alles zelf regelen, maar het is ook mogelijk om een project door ons te laten uitvoeren, waarbij wij de gehele uitvoering voor onze rekening nemen. Bij C1000 was er sprake van een hybride overeenkomst: wij hebben het model opgezet zodat medewerkers van C1000 zelf de parameters konden aanpassen en zo verschillende varianten konden simuleren bij het zoeken naar een optimum.”
Bij de zoektocht naar optimalisatie werd niet alleen gekeken naar de aanvoerkant, maar ook naar de verwerkingskant. De Hoop legt uit dat hier verschillende mogelijkheden zijn: “Het kan op de conventionele manier, waarbij de containers, rollies en dollies uit de vrachtwagen in een bufferruimte worden gereden en vervolgens handmatig in het magazijn worden gesorteerd. Het is echter ook mogelijk om vanuit de bufferruimte de inhoud van de lastdragers op een rollenbaan te plaatsen zodat de werknemers op hun plek kunnen blijven en daar de band kunnen afruimen. De snelheid van het verwerken is daarbij direct van invloed op het aantal vierkante meters dat nodig is: hoe sneller de retourstroom wordt verwerkt, hoe minder capaciteit er nodig is en hoe minder vaste kosten er zijn.”

Vraag

Met het model van cards PLM Solutions was het mogelijk om aanpassingen aan de distributiecentra te simuleren en konden De Hoop en zijn collega’s gefundeerde beslissingen nemen over de manier waarop de distributiecentra moesten worden ingericht. “De belangrijkste vraag die bij dit soort situaties wordt gesteld is natuurlijk de volgende: moet de locatie zodanig worden ingericht dat hij de piekbelasting volledig kan opvangen, of is het goedkoper om onder die capaciteit te gaan zitten omdat de wachttijden en overuren niet opwegen tegen de kosten van de uitbreiding? Het is essentieel dat we die vraag nu duidelijk kunnen beantwoorden, ook als er iets verandert in het distributienetwerk, bijvoorbeeld omdat het aantal supermarkten wordt uitgebreid.”
Het model om de emballagestroom te kunnen berekenen is oorspronkelijk gebouwd voor C1000. De supermarktketen werd in 2012 echter overgenomen door Jumbo. Door de overname is er bij sommige centra extra capaciteit nodig en De Hoop staat dan ook op het punt om de tool weer in te zetten voor het maken van nieuwe berekeningen. “Een voordeel van een dergelijke aanpassing aan een distributiecentrum is dat we de software ook weer eens kunnen gebruiken. Dat is belangrijk, want we voeren die simulaties niet wekelijks uit en anders lopen we het risico dat de kennis over het model wegzakt. En dan zou zonde zijn, aangezien het model zichzelf inmiddels duidelijk bewezen heeft. “

Reageer op dit artikel