artikel

Is aansprakelijkheid van vervoerder beheersbaar?

Logistieke dienstverlening

De VOAA Industrial Engineering hield onlangs met Juratrans een ronde-tafel-bijeenkomst over aansprakelijkheid bij gastheer Fenedex in De Haag. Het doel was om met vakgenoten te discussiëren over specifieke vraagstukken binnen de branche, in dit geval: aansprakelijkheid vervoerder/expediteur beheersbaar en bestuurbaar? Een verslag met een opvallende conclusie: je krijgt de dienstverlener die je verdient!

Is aansprakelijkheid van vervoerder beheersbaar?
aansprakelijk transport

Verladers, vervoerders en logistieke dienstverleners kunnen in hun bedrijfsvoering te maken krijgen met conflicten die veelal resulteren in claims. Veelal is dit het gevolg van niet duidelijk en schriftelijk vastgelegde interne bedrijfsprocessen en afspraken met betrekking tot de opdracht. Hoe staat het dan met de schuldvraag en de aansprakelijkheid? Als men er onderling en via de verzekering er niet uit kan komen, leidt dit vaak tot hoge kosten door het inschakelen van advocaten en organisatiekosten. 
   

Wat daarnaast ook nog speelt, is de kans dat een jarenlange goede zakelijke relatie op deze wijze beëindigd wordt. Genoeg reden om met vakgenoten de verschillende inzichten te delen.

Ton Polman, directeur van VOAA, een dienstverlener die zich bezig houdt met vraagstukken in procesbeheersing op het gebied van engineering, inkoop, logistiek en operations. "In veel organisaties voldoen de bestaande procesbeschrijvingen, als ze al aanwezig zijn, niet meer omdat de onderlinge samenhang verloren is gegaan, ze niet meer te onderhouden zijn en essentiële onderdelen missen. Bovendien zijn ze veelal niet meer toegesneden op de verschillende gebruikersgroepen in de organisatie. De urgentie voor processturing, het managen van processen wordt steeds belangrijker."

 

Polman: "De concurrentiekracht zit tegenwoordig niet alleen meer in efficiëntie, maar vooral in het leveren van aansprekende producten of diensten. Klantwaarde is een issue geworden. Er is sprake van een aangescherpte regelgeving en een grotere aandacht voor risico’s. Daarnaast wordt performance management steeds meer toegepast om resultaten te verbeteren. Het blijkt echter dat veel bedrijven onvoldoende zicht hebben op de eigen bedrijfsprocessen."

 

"Als we kijken naar de Supply Chain, waarin de betreffende organisaties werkzaam zijn, hebben we het over complexe processen waarin, partners samenwerken. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is onder andere dat er sprake moet zijn van een goede interne beheersing van bedrijfsprocessen. In de praktijk zien we dat het daar nogal eens aan schort."

  

Vijf fasen 

De ontwikkeling naar excelleren van een organisatie verloopt in vijf fasen. Men wil samen met partners in de keten streven naar maximale toegevoegde waarde per partner in de keten.
   

Deze ontwikkelfasen zijn als volgt te omschrijven:
  

  1. activiteit georiënteerd
  2. proces georiënteerd
  3. systeem georiënteerd
  4. keten georiënteerd
  5. excelleren en transformeren.

 

Bij fase 5 behoort men bij de absolute top in het eigen segment. Het proces van continu verbeteren is verankerd in de organisatie. Bij fase 1 staat het vakmanschap hoog in het vaandel en staat de eigen werksituatie voor medewerkers centraal. Klachten worden opgelost. Wanneer de volgende keer dezelfde klacht weer voorkomt wordt dit weer opgelost. Structurele oplossing door oppakken van de oorzaken zit hier echter niet in opgenomen. Volgens Polman bevindt het merendeel van de organisaties in deze branche zich nog steeds in fase 1 activiteit georiënteerd en fase 2  proces georiënteerd.

 

Dit houdt in beheersing van de interne processen, taken en verantwoordelijkheden liggen vast en processen worden verbeterd aan de hand van afwijkingen.

 

Er dient meer een ketengeoriënteerde  aanpak te zijn, inspelen op wat je slimmer, sneller, klant en resultaat gerichter kunt doen om optimaal aan klantwensen te voldoen en deze te vertalen naar de processen en daarop te meten en bij te sturen. Alleen als hier sprake van is er sprake van samenwerking met partners die streven naar een maximaal toegevoegde waarde per partner.

 

Praktijkcases

Rob Vister van Juratrans, gespecialiseerd in advies en mediation bij schadegevallen en conflictsituaties, gaf aan de hand van praktijkcases een inleiding over de samenwerking tussen en de dienstverlening van de verschillende partijen in de keten. Daarbij kwam ook naar voren wat de consequenties en kosten welke daarmee gepaard gaan bij conflicten tussen de verschillende partijen in de keten nagenoeg in alle gevallen voor rekening van de opdrachtgever c.q. exporteur komen.

 

Case: niet naleven van processen

In de eerste case werd een situatie weergegeven waaruit een schade was ontstaan door toedoen van het niet naleven/beheersen van de processen.

 

Een bedrijf exporteert chemicaliën naar diverse landen overzee. De lading is verpakt in vaten en getransporteerd in containers. De goederen vallen in genoemde verpakking onder het vervoer gevaarlijke stoffen. De exporteur levert uitsluitend onder de conditie EX WORKS, dus de verantwoordelijkheid van de belading en het vervoer ligt geheel bij de koper. De exporteur laadt de container zonder daar met de koper afspraken over hebben gemaakt (dit is overigens een algemeen gebruik). De koper schakelt een expediteur in die zorgt voor transport per vrachtauto vanaf de laadplaats naar de haven en per schip naar de haven van bestemming. De exporteur zorgt voor de handelsfacturen, paklijsten en CMR.

 

De vervoerder kan aan de hand van deze documenten en de etikettering op de vaten zien dat het hier om gevaarlijke stoffen gaat echter verzuimd de noodzakelijke gevarenborden op de container aan te brengen. De rederij accepteert de container ondanks dat er op de CMR geen vermelding is gemaakt van gevaarlijke stoffen en de container niet voorzien is van de noodzakelijk borden voor het vervoer gevaarlijk stoffen.

 

Bij aankomst in de haven van bestemming, blijkt dat een van de vaten bij de afsluitdop is gaan lekken en dat nagenoeg de gehele inhoud is verspreid over de container en een gedeelte van het scheepsdek. Door de havenautoriteiten worden alle noodzakelijke maatregelen genomen om het geheel te reinigen. De container wordt naar een daarvoor bestemde opslagplaats gebracht. Kosten voor deze schoonmaakactie, circa € 50.000 exclusief een eventuele boete en opslagkosten in de haven.

 

De koper weigert de goederen en de schadeclaim en de exporteur word aansprakelijk gesteld. De exporteur is van mening dat hij niet aansprakelijk is omdat hij ex Works levert. In zekere zin heeft hij gelijk want de verantwoordelijkheid van het beladen van de containers ligt inderdaad bij de koper. Echter omdat daar geen concrete afspraken over zijn gemaakt en de exporteur eigenhandig de container beladen heeft, maakt hem aansprakelijk.

 

Conclusie case

Conclusie uit deze case. Wat ging er allemaal niet of minder goed in dit proces:
 

  1. Er is (waarschijnlijk) niet goed gecontroleerd of de vaten wel goed gesloten waren
  2. De exporteur heeft geen schriftelijke overeenkomst gesloten t.a.v. het beladen van de containers
  3. Op de CMR is geen melding gemaakt van vervoer gevaarlijke stoffen
  4. De chauffeur verzuimt de noodzakelijke borden voor vervoer gevaarlijke stoffen op de container te plaatsen ondanks dat vaten als zodanig waren gelabeld en dit op de factuur en paklijsten was vermeld.
  5. De rederij accepteert de container ondanks dat op de factuur en paklijsten vermeld staat dat het hier gevaarlijke stoffen betreft.
  6. De koper weigert de goederen echter conform de leveringsconditie zijn deze vanaf het moment van belading officieel van hem.
  7. De koper verzuimt (net zoals de verkoper) om een schriftelijke overeenkomst te maken betreffende het beladen van de container.

 

Case: vervoer machines naar Rusland
In de tweede case speelt een verzekeringsmaatschappij een belangrijke rol: een bedrijf exporteert machines naar Rusland. Het vervoer welke over de weg plaatsvindt, word georganiseerd door een expediteur, die voor dit transport een Poolse vervoerder inschakelt.

 

Tijdens het transport raakt de vervoerder betrokken bij een ongeluk en er is een behoorlijke schade aan de machine( ruim € 40.000). Door de politie is een rapport gemaakt van het bewuste ongeluk. Bij aankomst in St. Petersburg wordt er door een onafhankelijke expert  een protocol opgemaakt. De schade wordt ook vermeld op de CMR en de vervoerder erkent de schade. De expediteur wordt door de exporteur aansprakelijk gesteld, die vervolgens de schade op grond van de Nederlandse expeditievoorwaarden afwijst en de vervoerder ten behoeve van zijn opdrachtgever aansprakelijk houdt. De vervoerder schakelt vervolgens zijn verzekeringsmaatschappij in.

 

De verzekeringsmaatschappij vraagt aan de vervoerder/expediteur alle relevante documenten welke ook worden aangereikt. De expediteur krijgt vervolgens melding van de verzekeringsmaatschappij dat de noodzakelijke stukken zijn ontvangen. Na enkele maanden trekt de expediteur bij de verzekeringsmaatschappij aan de bel echter die laten weten dat zij de zaak niet in behandeling kunnen nemen omdat zij de relevante documenten niet hebben ontvangen. Na de verzekeringsmaatschappij hun eigen bevestiging hebben gestuurd, blijkt dat de persoon die de zaak in behandeling heeft gehad, er niet meer werkzaam is en dat de relevante stukken kwijt zijn. Na vervolgens opnieuw alle relevante stukken te hebben gestuurd, word de zaak weer in behandeling genomen en dat er een schade-expert gestuurd zal worden. Er gaan twee maanden overheen en na opnieuw aandringen van de expediteur laat de verzekeringsmaatschappij weten dat zij de schade afwijzen omdat de expert niet werd toegelaten op het terrein van de ontvanger in St. Petersburg en daarom niet in staat is geweest om enige schade vast te stellen. Na onderzoek door de expediteur blijkt dat er geen expert is geweest.

 

Nadat de expediteur de verzekeringsmaatschappij heeft geconfronteerd met dit feit en heeft gedreigd om deze zaak over te dragen aan een advocaat, komt er van de zijde van de verzekeringsmaatschappij een bericht dat zij de schade gaan vergoeden tegen een waarde van circa € 10.000. De opdrachtgever gaat hier uiteraard niet mee akkoord. De expediteur gaat opnieuw het gevecht aan met de verzekeringsmaatschappij die uiteindelijk (na 18 maanden) een voorstel doet om een bedrag uit te keren van €  24.000, die door de opdrachtgever wordt geaccepteerd.

 

Conclusie case

In bovengenoemd geval is de verzekeringsmaatschappij alleen maar bezig geweest om op de eerste plaats alles in het werk te stellen om te vertragen en op de tweede plaats de schade tegen een zo laag mogelijk bedrag te vergoeden. Terwijl er conform de wet- en regelgeving geen onduidelijkheid was ten aanzien van de schade en de aansprakelijkheid.

      

Case met advocaat

In de derde praktijkcase speelt de advocaat een negatieve rol: een expediteur  geeft schriftelijk opdracht aan een grote expresse vervoerder om twee zendingen te vervoeren vanaf de Oekraïne naar Nederland. De zendingen moeten worden aangeleverd op een douanedocument in een douaneloods. De expresse vervoerder levert conform de opdracht de eerste zending keurig aan echter de tweede zending laat hij tegen de instructies en zonder te overleggen, inklaren in Nederland en belast vervolgens de expediteur (die geen importeur is) voor de BTW ad € 5.200. De expediteur gaat hier niet mee akkoord omdat de goederen doormoeten op douanedocument en er geen inklaring had moeten plaatsvinden (en zeker niet op zijn naam). De vervoerder erkent (telefonisch schuld) en vraagt de expediteur om deze aangelegenheid zelf met de belastingdienst op te lossen. 

 

De expediteur is van mening dat de vervoerder die het probleem heeft gecreëerd (en ook erkent) dit ook maar moet oplossen, weigert deze de factuur te betalen. Er gaan zes maanden overheen en de expediteur word benaderd door de advocaat van de vervoerder die hem oproept om het verschuldigde bedrag inclusief incassokosten te gaan betalen. De expediteur laat de advocaat weten dat hij dat niet zal doen en vraagt de advocaat of hij in detail wel deze aangelegenheid goed kent. De advocaat laat weten dat hij volledig op de hoogte is. De expediteur trekt dat in twijfel en laat hem weten dat er een schriftelijke opdracht ligt waar de vervoerder niet naar heeft gehandeld en dat de vervoerder telefonisch heeft toegegeven (naam contactpersoon en datum zijn bekend) dat deze fout door hun is gemaakt.

 

De advocaat zegt dit niet te weten en de expediteur verzoekt de advocaat eens goed te raden te gaan bij zijn cliënt. Er gaan weer vier maanden overheen totdat de expediteur een oproep krijgt om voor de rechtbank te verschijnen. Aangezien het bedrag boven de € 5.000 ligt, mag de expediteur zichzelf niet vertegenwoordigen en moet er een advocaat worden ingeschakeld.

     

Voor de rechtszitting probeert de advocaat van de tegenpartij om het op een schikking te gooien wat wordt afgewezen door de expediteur die nogmaals vraagt aan deze advocaat of hij wel goed op de hoogte is van deze zaak. Wederom laat de advocaat weten dat hij zeer goed op de hoogte is van de zaak. Hierop laat de expediteur weten dat wanneer dat inderdaad zo is, hij niet goed begrijpt waarom er een rechtszitting volgt.

Aan het begin van de rechtszitting vraagt de rechter aan de advocaat waar zijn cliënt is, die vervolgens antwoord met " mijn cliënt acht het niet noodzakelijk om voor dit soort kleine aangelegenheden in persoon te verschijnen". 

 

Na de eerste twee vragen met betrekking tot de zaak beantwoord te hebben vraagt de rechter waarom men eigenlijk hier zit omdat deze zaak volstrekt duidelijk is en nooit de kostbare tijd van de rechtbank in beslag had mogen nemen. De rechter besluit dan ook direct een vonnis te vellen welke in het voordeel van de expediteur uitpakt. De expediteur verzoekt de rechter om de kosten van zijn advocaat toe te wijzen aan de tegenpartij welk verzoek door de rechter ook wordt gehonoreerd.

 

Conclusie case

Als de advocaat van de tegenpartij werkelijk goed op de hoogte was en hij is oprecht in zijn werk, had hij zijn cliënt moeten adviseren om hier geen rechtszaak van te maken omdat dit een kansloze missie was. Of deze advocaat is niet deskundig of deze advocaat is niet oprecht omdat hij willens en wetens de opdracht van zijn cliënt aanneemt en daarom uren kan schrijven.

     

Gezamenlijke conclusie cases

Wat is nu de overal conclusie uit de praktijkcases. In alle drie de praktijkcases kwam naar voren dat de partijen hun werk niet goed hadden gedaan en de kosten en consequenties voor rekening van de opdrachtgever kwamen.

 

De vraag is dan ook of het in dergelijke gevallen terecht is of de opdrachtgever deze kosten moet dragen (ondanks dat dit bij wet- en regelgeving was beschreven), en stelt daarmee de verantwoordelijkheid zoals deze nu binnen de Nederlandse expeditievoorwaarden is vastgelegd, ter discussie.

 

Hierna brandde er een levendige discussie los tussen de aanwezigen. Naast Fenedex, Fenex, waren er een aantal grote logistieke dienstverleners, een advocaat, een makelaar die gespecialiseerd is in verzekeringen en een dienstverlener die zich bezighoudt met tracking en tracing van containers.

 

Tijdens de discussie kwam naar voren dat het helaas zo is dat bij veel opdrachtgevers het tarief nog steeds belangrijker is dan de service. Een dergelijke instelling is voor expeditiebedrijven welke kwaliteit minder hoog in het vaandel hebben staan, een uitgelezen kans om tegen lage tarieven hun diensten aan te bieden. Wat betreft de nalatigheid en probleemgevallen valt dit volgens de aanwezige expediteurs bij de gerenommeerde expeditiebedrijven nog wel mee.

 

Problemen worden volgens de aanwezigen vaak ook veroorzaakt door gebrek aan kennis aan beide zijden en het verstrekken van duidelijkheid t.a.v. de werkwijze en de verantwoordelijkheden. Men was het er wel over eens dat er veel zaken goed vastgelegd zijn, echter hier wordt niet altijd naar gehandeld. Volgens de makelaar, welke is gespecialiseerd in verzekeringen binnen de logistieke sector is er nog steeds veel onduidelijkheid is t.a.v. mogelijke verzekeringen op dit gebied of dat bedrijven niet willen overgaan naar een voor hen passende verzekering. Veel problemen t.a.v. schade en kosten kunnen beter worden opgelost wanneer bedrijven zich hier voor laten verzekeren. Vanuit de expediteurs kwam echter de opmerking naar voren dat het een belangrijke zaak is om schadeclaims adequaat en snel af te handelen.

 

Wat er als rode draad uit de discussie steeds naar voren kwam is dat het succes van werken in de keten vooral te maken heeft met hoe ga je, als verschillende organisaties en als partner met elkaar om. In de inleiding van Ton Polman kwam de interne beheersing van processen als een belangrijke voorwaarde naar voren om goed te kunnen functioneren in een keten waarin we als opdrachtgever, exporteur, expediteur, koper of andere specialist cq. dienstverlener optreden.

Kennis en het verhogen van de kwaliteit ervan door opleiden voor zowel de logistieke sector als de exporterende bedrijven is noodzakelijk. Een belangrijke rol hiervoor is weggelegd voor  de brancheorganisaties, Fenedex en Fenex, zich daar sterk voor moeten maken. Uiteraard ligt de verantwoordelijkheid bij de bedrijven zelf.

 

De aanwezigen kwamen tot de slotsom dat de exporteur die dienstverlener krijgt die het verdient. Echter wanneer de logistiek dienstverlener meer als partner in de keten wordt gezien en er structureel meer aan opleiding en kwaliteit van processen wordt gekeken en service in een juiste relatie staan met de kosten het niet echt noodzakelijk is om de aansprakelijkheid van de expediteur, zoals die nu vastligt, te wijzigen.

 

Auteurs:

Ton Polman EIE/CT, VOAA

Rob Vister, Juratrans

Reageer op dit artikel