artikel

Lorike Hagdorn: ‘Nederland moet hoofdrol krijgen als regieland

Home Premium

Er is veel kennis bij TNO aanwezig. Het is, volgens Lorike Hagdorn ‘een eldorado om hier rond te lopen’. De kennis is alleen verspreid over verschillende business units. Een kunst om dat te combineren en naar buiten te brengen. Een taak die Hagdorn twee maanden terug aanvaardde.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 23 oktober 2009.

Waar ligt de kracht van TNO?

“Er is heel veel kennis in huis en er wordt veel toegepast onderzoek gedaan. De kunst is om de breinaald er door heen te halen en het goede naar boven te brengen en dat zo te organiseren dat we daarmee ook iets in beweging gaan zetten. Ik heb nu gedurende twee maanden met veel mensen in- en extern ge–praat. Ik denk nu na over de organisatorische aanpak, zodat het ook naar de markt toe –duidelijker wordt wat TNO kan. Als ik het vergelijk met wat er op universiteiten gebeurt, dan wordt er in het kader van een onderzoek wel met bedrijven samengewerkt en een pilot ge–daan, maar daarna stopt het vaak. De kracht van TNO is, dat dat het kan meedraaien in dit soort onderzoeken en er, na de pilotfase, toegepast onderzoek aan toevoegt en het concept de markt in brengt. Een mooie brug tussen de kwaliteit in de wetenschap en wat er in de praktijk nodig is.”
 

Is er een rol weggelegd in het topinstituut?

“TNO is met een strategietraject bezig voor de jaren 2011-2015 waar externe oriëntatie een belangrijke drijfveer is. Samenwerken met branche–organisaties en het topinstituut hoort hier bij. We zijn aan het kijken naar een passende rol voor TNO binnen het topinstituut. Hoe bundelen we de krachten het slimst. Ik coördineer de relatie topinstituut – TNO. Daarnaast hebben we ook een wettelijke taak richting het mkb en krijgen we jaarlijks overheidsbijdragen voor onderzoek om het bedrijfsleven verder te helpen.”

“Het is belangrijk om wetenschap aan praktijk te koppelen. Het is voor mij een persoonlijke drive, altijd al geweest. Ik ben al heel lang aan universiteiten verbonden. Daar zit zoveel –creatieve kwaliteit en kennis wat je terug ziet in scripties en artikelen. Het is jammer dat de resultaten vaak niet beschikbaar komen voor een groter publiek. Heel erg zonde. Met toegepast onderzoek kan veel meer naar buiten worden getreden. De incubatietijd van wetenschap naar volledige acceptatie en implementatie in de praktijk is enorm lang, ongeveer tien jaar. Maar dat kan ook niet anders. We kunnen dit nog wel iets verkorten, maar het heeft gewoon die tijd nodig. Wel ligt er een rol voor TNO, waar mensen zitten die de taal van de wetenschap begrijpen, om samen met bedrijven de nieuwe ideeën al in een vroeg stadium op te pakken en verder uit te werken en het echt naar de realiteit te brengen. Zo kun je de problemen, die bedrijven nu hebben, proberen op te lossen zonder dat je daarvoor tien jaar hoeft te wachten. Hiermee versnellen we het realiseren van innovaties en zorgen we dat de wetenschap geïnspireerd wordt door de praktijk en haar onderzoeksvraagstukken kan aanscherpen Beide hebben elkaar nodig.”
 

Wat trekt je aan in een werkomgeving?

“TNO heeft ook een maatschappelijke functie. We werken aan belangrijke maatschappelijke vraagstukken en helpen op die terreinen bedrijven en overheden te innoveren. Voor ongeveer een derde deel worden wij door de overheid gefinancierd. Ik heb zelf altijd wel de neiging gehad om de maatschappelijke kant in mijn functies op te –zoeken. Als ik zie met welke vraagstukken we in de wereld worden geconfronteerd en ik daar een steentje aan kan –bijdragen, vind ik dat niet –verkeerd. Zaken als de klimaat- en voedselcrisis houden mij bezig en zijn naar mijn smaak nog een tandje erger dan de –financiële en economische crisis. Telen op afstand, daar waar de klimatologische omstandigheden het meest geschikt, dat zijn bewegingen die effecten –hebben op voedselbewegingen en voedselvoorziening in de wereld. Daar slagen in maken, dan begin ik al warm te lopen.”
 

Wat is de rol van –logistiek hierin?

“De consument is heel bepalend in dit soort ontwikkelingen. De CO2-footprint zou daarom onderdeel moeten worden van de kostprijs en zichtbaar worden gemaakt voor de consument. Stel dat er heffingen komen voor CO2-uitstoot voor productie en distributie van producten, dan moeten bedrijven hun logistieke netwerken wereldwijd –verande–ren en anders gaan inrichten. Ik denk dat de productie dan weer dichter bij de markt komt te liggen. We krijgen een andere rol in de keten. En duurzaamheid moet hierbinnen de rode draad zijn. Dit geldt voor de projecten van TNO, maar ook voor de projecten van het topinstituut. Nederland moet regieland worden en een hoofdrol gaan spelen in die veranderende ketens.”

 

 

Prof. Dr. Lorike Hagdorn- Van der Meijden (49)
 

Getrouwd, twee kinderen
 

Opleiding:
Wiskunde aan Universiteit Leiden, promotie in bedrijfskunde aan Erasmus Universiteit.
 

Loopbaan:
adviesbureau AKB, universitair hoofd-docent EUR / Rotterdam School of Management, advies – en interimwerk voor onder meer het havenbedrijf Rotterdam, ECT, Vopak en Shell, partner bij Boer & Croon, vanaf 2007 -bijzonder hoogleraar Transport, Distributie en Logistiek aan de VU Amsterdam, vanaf juli 2009 manager business development bij TNO -business unit Mobiliteit en Logistiek

 

 

Reageer op dit artikel