Productie - Productie Management

Expertartikel

Seriegroottes: EPEI of toch EOQ?

Bas van Velzen
Auteur: Bas van Velzen
Geplaatst: 31 jan 2012
Wanneer bedrijven op zoek gaan naar een methode om seriegroottes te optimaliseren, dan stuiten ze ogenblikkelijk op twee conflicterende kampen: het EOQ-kamp en het Lean-kamp. Bas van Velzen zet ze hier naast elkaar.
Gerelateerde items
Wat is de Formule van Camp?(Dossier, 31 aug 2006)

 

De meeste productiebedrijven onderkennen het belang van seriegroottes. Ze begrijpen dat seriegroottes direct doorwerken in voorraad, kosten, werkkapitaal en capaciteit. Werk aan de winkel want een one-size-fits-all oplossing, bijvoorbeeld elk product een seriegrootte van een maand, is zonder twijfel niet optimaal.   

          

EOQ: een afweging tussen voorraad- en omstelkosten

Binnen het EOQ-kamp berekent men de optimale seriegroottes (Economic Order Quantity) via de formule van Camp. Deze formule weegt de omstelkosten tegen de voorraadkosten. Kleinere seriegroottes betekent vaker omstellen en dus hogere omstelkosten, maar ook een lagere voorraad en dus lagere voorraadkosten. Door de EOQ-formule toe te passen wordt die seriegrootte bepaald waarbij de totale kosten (de som van de omstelkosten en voorraadkosten) minimaal zijn. Deze seriegrootte is theoretisch optimaal.

Figuur 1 : EOQ is waar de totale kosten minimaal zijn  

Figuur 1: EOQ is waar de totale kosten minimaal zijn

    

EPEI: zo klein mogelijke series

Het Lean-kamp hangt daarentegen een andere filosofie aan. Zij willen ‘flow' creëren en ‘waste' reduceren. Hun toverwoord is EPEI (Every Product Every Interval, ook bekend als EPEC, Every Product Every Cycle). Het komt er kort gezegd op neer dat men zo klein mogelijke series probeert te maken en daarbij dus zo vaak  mogelijk probeert om te stellen. Uiteindelijk komt men tot een productiecyclus waarbij elk gereed product gedurende iedere cyclus precies één keer wordt geproduceerd. Het voordeel van zo'n productieschema is dat het begrijpelijk is en gemakkelijk implementeerbaar. Op de werkvloer waardeert men de eenvoud. Daarnaast zorgt het voor een gelijkmatige productie.  Elke cyclus worden de producten in dezelfde volgorde geproduceerd en dit biedt op het gebied van capaciteitsplanning en de planning in de logistieke keten allerhande voordelen.

 

Figuur 2: De capaciteit wordt volledig opgevuld met omstellingen

 

Figuur 2: De capaciteit wordt volledig opgevuld met omstellingen

     

Belangrijkste kostenposten 

Wat is wijsheid? Beide genoemde kampen hebben een verschillende methode om tot optimale seriegroottes te komen. Laten we eens de belangrijkste kostenposten onder de loep nemen om te bepalen welk kamp gelijk heeft.

     

Omstelkosten ook variabel 

Het EOQ-kamp beweert dat de omstelkosten variabel zijn. In hun visie leidt vaker omstellen namelijk direct tot hogere omstelkosten. Het Lean-kamp beweert van niet. Vaker omstellen leidt helemaal niet tot hogere omstelkosten, mits tenminste binnen de vaste capaciteit wordt gebleven. In dat geval wordt de reeds aanwezige capaciteit op een andere manier gebruikt zonder extra kosten. Beide kampen hebben soms wel, en soms geen gelijk.

   

Op het gebied van omstelkosten kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende kostensoorten. In het oogspringend zijn personeelskosten en scrapkosten, maar ook kan bijvoorbeeld gedacht worden aan kosten voor externe kwaliteitscontrole als vanwege wetgeving elke batch apart moet worden gecontroleerd. Voor het bepalen van de optimale seriegrootte is het van belang te kijken naar de variabele omstelkosten, de kosten die direct beïnvloedt worden door vaker of minder vaak om te stellen.

     

Personeelskosten omstellingen

De personeelskosten van omstellingen, de tijd dat de operators bezig zijn met omstellen, is eigenlijk verloren capaciteit. Deze kosten zijn vaak, in elk geval op korte termijn, niet variabel. De productiecapaciteit is een gegeven en deze kan niet worden aangepast. Of alleen sprongsgewijs door bijvoorbeeld een ploeg meer of minder in te zetten. Als deze kosten inderdaad niet variabel zijn, dan horen ze bij het bepalen van de optimale seriegrootte niet te worden meegenomen. Als echter sprake is van structureel overwerk of uitbesteding, of als de machine een bottleneck is, dan zijn deze kosten wel degelijk variabel. In dat geval levert ieder uur extra omstellen meteen extra kosten of gemiste omzet op.

   

Scrapkosten

De scrapkosten zijn de kosten voor het weggooien van materiaal. Als een machine wordt stilgezet, dan blijft soms materiaal achter waarmee niets meer gedaan kan worden. Dit materiaal moet worden weggegooid en daar zijn dus onnodig kosten voor gemaakt. Ook bij het opstarten van een machine kan verlies optreden. Als de machine niet goed is afgesteld, dan kunnen de eerste producten die van de machine afkomen beschadigd zijn. Ook deze producten gaan verloren. Scrap en opstartverlies zijn typisch variabele kosten omdat deze kosten direct afhankelijk zijn van het aantal omstellingen.

   

Voorraadkosten meer dan rente, ruimte, risico

Ook de voorraadkosten worden door het EOQ-kamp vaak anders geïnterpreteerd dan door het Lean-kamp. Voor het EOQ-kamp bestaan de voorraadkosten normaliter uit drie componenten, te weten rente, ruimte en risico. Men onderschat hierbij dikwijls de mogelijke gevolgkosten. Grote series hebben niet alleen een effect op het voorraadpunt direct na de machine, maar kunnen verstoringen en suboptimalisaties in het hele productieproces, en zelfs de gehele logistieke keten, tot gevolg hebben. Binnen de Lean-filosofie beschouwt men deze verstoringen en suboptimalisaties als dominant. Vandaar dat men het bestrijden hiervan als topprioriteit ervaart.

 

Seriegroottes EPEI EOQ

 

 

Beste aanpak hangt af van situatie

Conclusie: bij het bepalen van de seriegroottes moeten alleen de variabele omstelkosten meegenomen worden. Soms zijn de personeelskosten variabel, en soms niet. Soms zijn de scrapkosten variabel, en soms zijn ze verwaarloosbaar. Als er geen omstelkosten zijn, of als deze verwaarloosbaar zijn, dan lijkt het logisch de Lean-filosofie te volgen en puur te denken vanuit capaciteit. Zijn er wel substantiële beïnvloedbare omstelkosten, dan lijkt de EOQ-formule de juiste weg. In alle gevallen dient het aanbeveling om met een realistische bril naar de voorraadkosten te kijken en ook de mogelijke negatieve gevolgen van grote series elders in de logistieke keten in het achterhoofd te houden.

    

Overigens is het goed te weten dat zowel de EOQ-formule als EPEI uitbreidingen kennen die ze toepasbaar maken in ingewikkelde situaties. Zo kan de EOQ-formule ook worden ingezet als er sprake is van omstelfamilies waarbij de omstellingen binnen een familie beperkt zijn, maar tussen omstelfamilies groot. En EPEI betekent echt niet dat elke langzaamloper ook per definitie in de planningscyclus van de hardlopers meegeproduceerd moeten worden. Er kan rekening worden gehouden met variabele omstelkosten en individuele productkarakteristieken. In dat geval begint EPEI echter wel haar simpliciteit te verliezen en akelig op de aloude EOQ te lijken.

  

Optimaliseer de voorwaarden

Tot slot: Lean (en EPEI) is wellicht meer een religie dan een formule. De essentie van Lean is niet de boel te optimaliseren gegeven de voorwaarden, maar juist de voorwaarden aan te passen. Continuous improvement. Bij het implementeren van EPEI is het dus niet de bedoeling achteroverleunend met de handen over elkaar te denken dat het zo goed is, maar proactief op zoek te gaan naar methodes om de omsteltijden en omstelkosten verder naar beneden te brengen ten einde nog kleinere series te kunnen produceren. Overigens is de weg van de continue verbetering niet gepatenteerd door Lean, dus het is toegestaan om de EOQ-formule toe te passen en tegelijkertijd actief op zoek te gaan naar methodes om de omsteltijden en -kosten continu te reduceren.

Deel dit artikel via:
Reageer
Doorsturen
Afdrukken
5 Reacties
Reacties (5)
Door: Maarten Peters | 11 feb 2012
Beste Bas,
Interessant artikel, in onze pharmaceutische verpakking combineren we twee begrippen. Voor onze hoog volume producten (5% van de sku's die voor 50% vomule zorgen) proberen we de hoogste verpakkings frequentie te bereiken (geen EOQ). Voor de overige sku's hanteren we een afweging tussen order-, voorraad-kostEn en kans op afschrijving tgv shelflife met wat correcties voor nieuwe en aflopende correcties. Hiermee sturen we zowel aan op flow als op beperking van kosten. Het kostte een paar stappen om daar te komen. Gr Maarten
Door: Rob van Stekelenborg | 5 feb 2012
Beste Bas,

Ik heb met interesse je artikel gelezen en denk dat er veel goede aanknopingspunten in vermeld staan.
Toch een paar toevoegingen gebaseerd op mijn ervaring met het introduceren van EPEI in diverse fabrieken van Valeo.

Allereerst zie ik vaak de misvatting dat EPEI leidt tot een vast productieschema of -wiel. Wij gebrruikten de EPEI-benadering vooral om de vaste seriegrootte te bepalen, maar deze werd pas in productie genomen als de productiekanbans dat aangaven. Zo blijf je wel consumptie- in plaats van plangedreven werken.

Verder was tijdens de uitrol van de EPEI-benadering, die kan worden gezien als een capaciteitsgebaseerde benadering van seriegroottebepaling, duidelijk dat de beperkende capaciteitsfactor niet altijd de machine is, maar vaak ook de capaciteit van de setter. In de ver doorgevoerde Lean cultuur en productie waren seriegroottes vaak al erg klein en stond de setter-capaciteit vaak verdere verkleining in de weg. Dit betekent voor SMED bijvoorbeeld ook dat moet worden gekeken naar reductie van externe omsteltijden, niet alleen interne.

EPEI is zoals gezegd een capaciteitsgebaseerde aanpak. Zoals Ohno zei: "the most important thing to know is to know the extent of excess capacity and to then extract improvements from it". Het is interessant om vanuit deze les de seriegroottes te bepalen. Vaak blijkt dan dat seriegroottes ook zonder SMED al met tientallen procenten kunnen worden verkleind. Binnen Valeo heb ik samen met mijn teams een uigebreide methode en tool ontwikkeld om de EPEI per resource en product te bepalen op basis van machine- en settercapaciteit.

Als laatste toevoeging wellicht nog de bandering richting leveranciers. Daar werd niet zozeer met seriegroottebepaling gewerkt, maar meer gestuurd op steeds hogere leverfrequenties. De meest interessante aanpak ben ik daarbij bij het Toyota EDC in Diest tegengekomen waarbij met returnables en dagelijkse, compleet gemixte partsleveringen vanuit Japan werd gewerkt...

Dank in ieder geval voor de interessante bijdrage,

Groet, Rob van Stekelenborg
Door: Jack van der Veen | 1 feb 2012
Mooi en goed artikel maar ...

Persoonlijk zie ik de tegenstelling tussen Lean/EPEI en EOQ helemaal niet.

Als we de EOQ als uitgangspunt nemen en de zienswijze van Lean hanteren dan komen we op de volgende redenatie.

(1) Met het bepalen van de EOQ hebben we een bepaalde seriegrootte en daarmee een bepaald gemiddeld voorraadniveau.
(2) Voorraden voegen geen waarde toe, zijn dus “waste” en daar willen daar graag vanaf.
(3) Als we de voorraden zouden verlagen, en dus de seriegrootte zouden verkleinen en verder niets doen dan gaan de kosten omhoog (immers bij de EOQ zijn de kosten per definitie het laagst) en dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.
(4) Om de steutel tot het verlagen van de voorraad te vinden moeten we kijken naar de oorzaak van het feit dat we voorraden aanhouden. De enige reden voor die voorraden zijn de omstelkosten; immers als omstelkosten bijna nul zouden zijn dan zouden volgens de formule van Camp de seriegrootte 1 zijn.
(5) We moeten dus methodes gaan gebruiken waarmee we de omstelkosten kunnen verlagen. Lean boeken staan vaak vol met zulke methodes (bijv SMED).
(6) Lagere omstelkosten leiden tot lagere seriegroottes en die leiden tot lagere voorraden. En dat ook nog eens tegen lagere totale kosten.

Dit heeft niets met “religie” te maken, maar met gewoon logisch nadenken. De schoonheid van Lean zit hem mijns inziens niet in de constatering dat voorraden duurder zijn dan de meeste mensen denken (dus voorraadkosten zijn hoger en daarom de seriegroottes kleiner) maar in de houding van “voortdurend willen verbeteren” en niet de huidige situatie als zijnde “optimaal” accepteren.

Maar zoals gezegd, verder een prima verhaal waarvoor dank!
Door: Arjen den Boer | 1 feb 2012
Beste Bas,

Leuk artikel ! Met interesse gelezen. De discussie is herkenbaar en ook binnen het bedrijf waar in werkzaam ben (ArjoHuntleigh, Getinge Group)actueel. Overigens gebruik ikzelf de EOQ voor benadering van optimale bestelgrootte aan de inkoopzijde (niet zozeer productie). De kern die je beschrijft is hetzelfde: het goed onderscheid kunnen en willen maken tussen "variabele" en niet variable kostenposten. Zelf heb ik onlangs nog beter geleerd dat we bepaalde transportkosten (Ocean freight, container kosten met als costdriver Kg en/of volume) beter uit onze "Order kosten"konden halen, aangezien dat op jaarbasis niet echt gedomineerd wordt door het aantal bestellingen. Paul Durlinger heeft hier ook intessante stukjes over geschreven. groet, Arjen
Door: Hessel Visser | 1 feb 2012
Beste Bas,
Dank voor het feit dat je twee verschillende benaderingswijzen voor het bepalen van seriegroottes naast elkaar gezet zijn. Het lijkt me zinnig te vermelden dat er meer mogelijkheden zijn om seriegroottes te bepalen. Denk daarbij aan de geldstroommethode van Goldratt en de MRP-methode als er gebruik gemaakt wordt van samenstellingen. Ook zijn er bijvoorbeeld seriegroottemethoden die uitgaan van een maximale verbruiksperiode zoals bij beperkt houdbare producten het geval is. Terecht vermeld je dat de keuze sterk afhankelijk is van de situatie. Ook bij een goede leanmethodiek kan je de EOQ-formule vaak toepassen. Bij verschillende bedrijven is het bijvoorbeeld gelukt om, door het gelijkmatiger verbruik bij lean, de voorwaarden voor het toepassen van EOQ acceptabel te maken. Zo kunnen we stellen dat er minder tegenstellingen zijn dan we veelal veronderstellen. Het belangrijkste blijft in mijn ogen dat we de methoden met gezond verstand weten toe te passen. Helaas merk ik dat er organisaties zijn die de formules eenmalig in hun software vastleggen. Daarnaast blijkt dat de planners het dan ontbreekt aan de kennis om te kunnen beoordelen over de uitkomst realistisch is.
Plaats een reactie
  • Naam:

    Reactie:

  •   Om spam te voorkomen vragen wij u onderstaande woorden over te tikken voordat u opslaat
  • Opslaan