
Het beste startpunt voor de vraagstelling zijn de ‘facts & figures'. In de gehele EU zijn er medio februari '09 in totaal 610 bedrijven met een AEO-certificaat. Nederland staat na Duitsland en Zweden op een derde plaats met maar liefst 73 certificaten.
Onderstaande figuur toont de verdeling van AEO-certificaten over de verschillende lidstaten. Aangezien de totale populatie van bedrijven die in aanmerking kunnen komen voor een AEO-certificaat wordt geschat op 18.000 betekent dit dus een schamele 0,4 procent van de mogelijke deelnemers.
Zelfs met het door de douane gehuldigde uitgangspunt dat 30 procent van het bedrijfsleven ongeveer 70 procent van de goederenstroom bepaalt, kan men zich niet aan het feit onttrekken dat met deze cijfers slechts een fractie van de gehele goederenstroom van en naar Nederland als veilig mag worden bestempeld.
Daar komt bij dat, wanneer gekeken wordt naar het type verstrekte certificaat, 92 procent van de deelnemers in Nederland kiest voor het AEO-F, oftewel AEO-gecombineerd certificaat. Overigens kiest het gemiddelde bedrijf binnen de EU voor minder veiligheid, ‘slechts' 77 procent van de bedrijven in de overige lidstaten kiest voor het AEO-F certificaat. Blijkbaar is Nederland als veilige gateway to Europe sterk overtuigd van haar eigen kunnen als het gaat om het waarborgen van veilige goederenstromen.
Wij hebben in een eerder artikel "Uw grote broer gaat douane heten" twijfels geuit over de toepassing van de AEO-wetgeving en de oorspronkelijke geest daarvan, namelijk een anti-terrorisme wetgeving als equivalent van het Amerikaanse C-TPAT (Customs-Trade Partnership Against Terrorism).
Opvallend hierbij is ook nog dat van alle bedrijven die een AEO-certificaat hebben verkregen, ruim 45 procent logistiek dienstverleners is. Zou men dan toch de opvatting huldigen dat het verkrijgen van een AEO-certificaat alleen voorbehouden is aan de logistieke dienstverleners? Of is er gewoonweg een groter besef van de noodzaak bij deze branche? Naar onze mening is dat laatste zeker van toepassing. In de groep van ‘early adaptors' zitten vooral die bedrijven die hoogwaardige goederen onder hun hoede hebben. Zij weten als geen ander hoe belangrijk het is om ketens te waarborgen tegen verstoringen.
De hamvraag is natuurlijk; waarom is deelname zo beperkt? Van alle ingediende aanvragen voor een AEO-certificaat is ruim de helft inmiddels al weer ingetrokken. We concluderen dat er sprake is van onderschatting van de eisen die worden gesteld. Binnen onze beroepspraktijk komen ook wij regelmatig in aanraking met ondernemingen die verwachten dat het behalen van een AEO-certificaat een eenvoudige opgave is. Het kost tijd en energie om compliant te zijn en te blijven met de AEO-normering. Een goed manager zal dus de kosten moeten afwegen tegen de baten en ook daar wringt de schoen. Want het nut van het hebben van een AEO-certificaat is niet eenvoudig aan te tonen, laat staan te kwantificeren.
Weinig enthousiasme AEO
In al onze gesprekken met het bedrijfsleven vinden we maar bitter weinig enthousiasme voor AEO. Doorslaggevend voor de ‘early adaptors' is de motivatie vanuit corporate image of de meer commerciële motieven die vaak terug te vinden zijn bij de logistieke sector. Bedrijven die een meer langere termijnvisie erop na houden zijn eerder over de streep dan de bedrijven die direct voor een meetbare ROI gaan. De douane speelt hierin een belangrijke rol, zij zal moeten aantonen dat het hebben van een AEO-certificaat concreet financieel voordeel oplevert en tot die tijd blijft het vertrouwen op de welwillendheid van het Nederlandse bedrijfsleven. Of zoals de douane het graag schetst, vertrouwen op de wil van het bedrijfsleven om de maatschappelijke veiligheid te vergroten.
Uit het overzicht over de aanvragen per maand zoals hier is afgebeeld komt duidelijk naar voren dat er sprake is van een trendbreuk na oktober 2008. Mag hieruit geconcludeerd worden dat het belang van een AEO-certificaat binnen Nederland sterk dalende is? En heeft deze trendbreuk te maken met het inzetten van de eerste tekenen van de financiële en inmiddels economische crisis? Of hadden we deze aarzeling kunnen voorzien?
Ook aarzeling Amerika
De grote voorganger van het AEO-certificaat is immers C-TPAT, het Amerikaanse equivalent dat toeziet op de inkomende stromen in de Verenigde Staten. Evenals AEO is hier sprake van een vrijwillige deelname waarbij de gehele keten van exporteur tot importeur onder de loep wordt genomen. Onderzoek onder het MKB in de VS leert dat ook hier sprake is van aarzeling om deel te nemen. Van de ondervraagde bedrijven geeft 54,5 procent aan dat ze geen voordelen zien in het deelnemen aan C-TPAT. En sterker nog, 57,6 procent zegt in de komende 5 jaar niet te zullen gaan deelnemen. En blijkbaar vindt de Amerikaanse overheid ook dat deze maatregel niet afdoende is. Vandaar dat men wil overgaan naar 100 procent scanning van alle binnenkomende containers. Binnen de EU, bij monde van Laszlo Kovacs EU commissaris, huldigt men de opvatting dat een dergelijke maatregel technisch en economisch niet haalbaar is. Maar dit roept onmiddellijk de vraag op; wat dan wel? Welke maatregelen moeten we dan nemen om de goederenstromen te beschermen en te vrijwaren van verstoringen?
Waarom AEO?
Waarom hadden we ook alweer AEO? Na de terroristische aanslag van 09/11/2001 heeft de Amerikaanse overheid tot ver buiten haar grenzen maatregelen genomen om aanslagen in Amerika te voorkomen. Bekende wetgeving zoals de Homeland Security Act, International Ship Port Security en Customs-Trade Partnership Against Terrorism. Onder druk van de Amerikaanse overheid heeft de Europese Unie een equivalent geschapen namelijk Authorized Economic Operator (AEO). Een integrale benadering van de beveiliging van de EU grens overschrijdende goederen stromen. Dit in tegenstelling tot het Amerikaanse C-TPAT ook export gericht.
Mocht u nog in de veronderstelling zijn dat deze maatregelen enkel Bush gerelateerd zijn leest u dan het onderstaande maar eens.
"We are here to do the work that ensures no other family members have to lose a loved one to a terrorist who turns a plane into a missile, a terrorist who straps a bomb around her waist and climbs aboard a bus, a terrorist who figures out how to set off a dirty bomb in one of our cities. This is why we are here: to make our country safer and make sure the nearly 3,000 who were taken from us did not die in vain; that their legacy will be a more safe and secure Nation."
-- Barack Obama, Speech in the U.S. Senate, March 6, 2007
Het AEO-certificaat zou de erkenning worden voor veilige en gerenommeerde bedrijven die voldoen aan bepaalde kwaliteitsstandaarden gericht op de in/uitvoer en de productie van goederen.
Daar er voor zover wij weten geen logistiek gerelateerde aanslagen zijn gepleegd heeft AEO wat aan importantie ingeboet. Dit heeft Nederland goed gezien en vervolgens werd AEO ook tot instrument gemaakt van een breder begrip maatschappelijke veiligheid, zodat er bijvoorbeeld geen bonsaiboompjes met enge Japanse virussen het land binnen komen. Dit alles om AEO acceptatie door het bedrijfsleven te vergroten.
Minder wachttijden aan de grens, indien controle dan is deze sneller en word je van te voren geïnformeerd. Er is invloed op de plaats waar de controle plaatsvindt en het bedrijf hoeft minder data aan te leveren. Echter er is dusdanig weinig controle door, na diverse reorganisaties overgebleven, douanebeambten, dat er weinig voordeel op dit gebied te behalen valt.
Ruim voor de invoering van AEO bestonden er diverse vereenvoudigingen op douanegebied waardoor het toezicht al zeer beperkt is. Dit is overigens een zeer positief punt voor de Nederlandse douane daar het bedrijfsleven op een goede manier is gefaciliteerd. Ons is geen kwantificering van de verminderde van controles in Nederland bekend in tegenstelling tot België.
Zoals in de inleiding gezegd valt ons op dat de meeste bedrijven vanuit corporate governance of vanuit commerciële overwegingen meedoen met het AEO programma. Ook vanuit ons standpunt een sterk gegeven. Het zegt iets over de filosofie en kwaliteitsstreven van een bedrijf.
De financieel solvabele AEO-onderneming
De Nederlandse overheid belooft wel meer. Op Prinsjesdag verklaarde Balkenende nog dat de kredietstorm aan ons voorbij zou trekken, helaas weten we inmiddels beter. De overheid staat ondertussen op diverse manieren krediet voor banken.
Houdt AEO-certificering nu ook in dat de overheid garant gaat staan voor de bedrijven die door de overheid als solvabel zijn aangemerkt. De "triple A status" voor importerende, exporterende, producerende en logistieke bedrijven? Dit opent een nieuw perspectief voor de verschaffing van kredieten en wellicht heeft de douane hiermee momenteel wel de sterkste troef in handen om de interesse voor AEO te vergroten.
Zou Wouter Bos zich ook garant gaan stellen voor Nederlandse bedrijven met een AEO-certificaat?
Vanuit een juridisch perspectief wordt in artikel 5 bis, lid 2 van Verordening (EG) 648/2005 het bewijs van financiële solvabiliteit vereist als voorwaarde voor de afgifte van een AEO-certificaat. Met andere woorden, hiermee garandeert de douane als onderdeel van het Ministerie van Financiën impliciet dat een AEO gecertificeerd bedrijf financieel solvabel is. In Artikel 14 undecies van Verordening (EG) nr. 1875/2006 wordt onder financiële solvabiliteit verstaan, een gezonde financiële situatie die de aanvrager in staat stelt aan zijn verplichtingen te voldoen, de kenmerken van zijn zakelijke activiteiten in aanmerking genomen. In dat geval is dit nu het beste argument om een AEO-certificaat te halen en alleen maar met AEO gecertificeerde bedrijven zaken te doen. Indien een bedrijf niet meer aan de solvabiliteitseisen voldoet dan zou de douane over moeten gaan tot schorsing van het AEO-certificaat.
AEO de basis voor horizontaal toezicht?
"Bij horizontaal toezicht gaat het om wederzijds vertrouwen tussen belastingplichtige en Belastingdienst, het scherper naar elkaar aangeven wat ieders verantwoordelijkheden en mogelijkheden zijn om het recht te handhaven en het vastleggen en naleven van wederzijdse afspraken". Dit is het richtpunt van de staatsecretaris van Financiën zoals gesteld in de brief van 8 april 2005 aan de Tweede Kamer. De Belastingdienst ziet het als sleutel om te komen tot kwaliteit. Termen als wederzijds vertrouwen, begrip en transparantie worden genoemd als de basis voor de relatie tussen bedrijfsleven en de overheid.
Het zogenaamde Tax Control Framework binnen het bedrijfsleven zal mede de garantie van deze vertrouwensrelatie. Het zou mooi zijn als wederzijds vertrouwen ook wederzijds beloond wordt. Voor de douane heeft het als voordeel dat met deze benadering de bonafide bedrijven minder controle nodig hebben en zich dus meer kan gaan richten op risico bedrijven c.q. risicovolle goederenstromen. Vanwege de hoge AEO certificeringseisen aan bedrijven zou dit de weg kunnen openen voor erkenning op basis van horizontaal toezicht.
Vanuit dit perspectief is er een perfecte aansluiting met Artikel 14 ter van Verordening (EG) nr. 1875/2006. Hierin wordt een snellere en soepelere aanvraag voor douanevergunningen beloofd.
Kortom uw bedrijf kan dan sneller gebruik maken van efficiënte douanevereenvoudigingen die direct geld besparen en doorlooptijden verkorten. Echt vertrouwen zou er zijn als de bankgaranties die vaak voor deze vereenvoudigingen gesteld moeten worden niet meer gesteld hoeven te worden!
De Belastingdienst douane heeft haar voordelen al kenbaar gemaakt namelijk het sluiten van grenskantoren en het reorganiseren van haar organisatie.
Als leden van het European Compliance Network zien wij de volgende zaken als vooruitgang.
Elk beheerst systeem heeft controle nodig, AEO zou dit kunnen doen, echter dit is niet haalbaar zolang de overheid de voordelen niet kwantificeert; Overheid moet openheid geven over de verschillen tussen wel of niet gecertificeerd zijn; Een andere maatregel zou kunnen zijn dat het hebben van een AEO certificaat binnen de Communautaire Douane Wetgeving voorwaardelijk wordt voor het verkrijgen van douanevereenvoudigingen; Vraag geen bankgaranties meer voor de douanevereenvoudigingen zoals entrepot, AGP en fiscale vertegenwoordiging.
Wordt AEO fort Pampus?
Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 was het Nederlands bestuur bevreesd voor een aanval op Amsterdam. Men bouwde rondom Amsterdam een vestingring, de Stelling van Amsterdam en voor de monding van het IJ werd op een kunstmatig eiland op een hoger gelegen gedeelte van het Muiderzand, ten zuiden van de vaargeul, een forteiland gebouwd, het fort bij het Pampus genaamd. De naam van dit forteiland is dus ontleend aan het aangrenzende Pampus. Het fort staat op 4000 heipalen van 11 meter lang. Het is voltooid in 1895 en nooit voor enige oorlogshandeling gebruikt en werd in 1933, één jaar na het gereedkomen van de Afsluitdijk gesloten.
Kortom het fort van fiscaal veilig Nederland heeft 18.000 stenen nodig. Het horizontaal toezicht valt of staat met het aantal deelnemers van het AEO-certificeringprogramma en laten wij hopen dat het niet eindigt als Pampus. Een fort zonder historisch strategisch nut.
Vandaag 10:27
Vandaag 09:45
Vandaag 09:43
Vandaag 09:00
Vandaag 08:35
Vandaag 09:09
Gisteren 08:08
22-05-2012 11:01
21-05-2012 12:16
21-05-2012 11:42
22-05-2012 16:00
14-05-2012 17:27
01-05-2012 11:59
24-04-2012 22:27
04-04-2012 09:09