De Europese branchevereniging
De Europese stellingfabrikanten zijn verenigd in de ERF (European Racking Federation) (ERF). Deze branchevereniging, die als product group Racking & Shelving ook onderdeel is van de FEM (Fédération Européenne de la Manutention), heeft het bijdragen aan transparante concurrentieverhoudingen als één van haar belangrijkste doelstellingen.
Eén van de middelen daartoe is het opstellen van 'industry codes of practice' met betrekking tot het ontwerp en gebruik van de diverse typen magazijnstellingen. Hierin worden bijvoorbeeld constructieve rekenregels, testmethoden en minimale veiligheidseisen voor draagkracht en interactie met bedieningsapparatuur gegeven.
Het bleek helaas geen eenvoudige zaak te zijn om te komen tot gemeenschappelijk aanvaarde richtlijnen voor met name de constructieve rekenregels. Nationale belangen en bedrijfsbelangen bleken een te grote rol te spelen.
Pas in 1998 zijn daarom de eerste FEM-code’s voor pallet- en legbordstellingen verschenen, terwijl het eerste ontwerpvoorstel al dateert van 1982:
EUR 7612 (1983): European draft recommendations for pallet rack, drive-in and drive through rack design; Publication of the Commission of the European Communities, Luxembourg2
Er is dus meer dan twintig jaar over gedaan om tot de best haalbare vorm van consensus te komen binnen de wereld van Europese stellingfabrikanten. En dan is er tot op de dag van vandaag nog geen FEM-code voor bijvoorbeeld inrij- en draagarmstellingen gepubliceerd.
FEM-publicaties die inmiddels wel zijn verschenen:
Nederland was en is zeer intensief betrokken bij deze publicaties. De VSL (Vereniging Stelling Leveranciers) is lid van de ERF/FEM R&S. De voorzitter van de Technische Commissie van de VSL is al vele jaren Technical Chairman van ERF/FEM R&S.
De Europese normcommissie
De Codes of Practice van de FEM hebben één nadeel: ze zijn opgesteld door 'slechts' één belanghebbende: de stellingfabrikanten. Er ontbreken bijvoorbeeld:
Dit is een belemmering voor brede acceptatie van de Codes of Practice, bijvoorbeeld door gebruikers en nationale overheden. Een breed draagvlak is erg belangrijk.
Na het verschijnen van de eerste FEM-code in 1998 hebben daarom een aantal lid-landen voorgesteld om de FEM-code’s om te zetten in Europese EN-normen. Ook Nederland was één van deze landen. De FEM-code’s zouden dan de eerste ontwerpen van de EN-normen vormen, die vervolgens ter beoordeling aan de Europese Normcommissie moesten worden voorgelegd.
Na aanvankelijke weerstand van een aantal nationale brancheverenigingen die bij de ERF zijn aangesloten, heeft dit eind 2002 uiteindelijk toch geresulteerd in het instellen van een Europese Normcommissie: CEN/TC 344, Steel static storage systems. Deze CEN/TC wordt financieel ondersteunt door ERF/FEM R&S. Het secretariaat wordt gevoerd door UNI, de Italiaanse tegenhanger van de NEN.
Er zijn binnen CEN/TC 344 op dit moment drie werkgroepen actief. Deze werkgroepen hebben inmiddels ook al voorlopige normen (prEN’s) uitgegeven. De drie werkgroepen zijn:
De Nederlandse normcommissie
Het Nederlandse Normalisatie Instituut (NEN) is sinds 1981 betrokken bij normalisatie op het gebied van stellingen via de Normcommissie Magazijnstellingen (NC 345 81). Dat is dus al meer dan 25 jaar.
Nederland speelde en speelt nog steeds een voortrekkersrol, geïnitieerd door de nationale stellingenindustrie, de laatste jaren vooral door de Nederlandse stellingfabrikanten. Inmiddels gepubliceerd zijn:
NEN 5051 stamt reeds uit 1982 en is vooral bedoeld voor adviseurs en gebruikers van stellingen. In de praktijk blijkt helaas dat bij velen deze norm niet bekend is. De NEN 5052 en NVN 5053 zijn gepubliceerd omdat het met het opstellen van de Europese FEM-Code’s niet echt wilde vlotten.
NEN 5051 heeft ten grondslag gelegen aan de FEM 10.2.03 en FEM 10.2.04 van de Europese branchevereniging en is inmiddels echt achterhaald. NEN 5052 en NVN 5053 kunnen geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken na acceptatie van de Europese norm EN 15512 met eventueel een nationale bijlage.
Omdat de Europese normcommissie CEN/TC 344 er aan stond te komen, is medio 2002 de Nederlandse normcommissie weer geactiveerd. Europese normalisatie is immers alleen mogelijk bij een actieve participatie van de nationale normalisatie-instituten, zoals NEN in Nederland en bijvoorbeeld DIN, BSI, UNI in respectievelijk Duitsland, Engeland en Italië.
De nationale normcommissies stellen een zogenaamde 'schaduwcommissie' op met een vertegenwoordiger in de CEN-werkgroepen. De taakstelling van een dergelijk commissie is:
'Bouwconstructie geen gebouw zijnde'
Magazijnstellingen vallen in Nederland onder twee wetten:
Het berekenen van de draagkracht van magazijnstellingen met al die bijzondere verbindingen en speciale profielen vraagt specifieke expertise. De normenserie Technische Grondslagen voor Bouwconstructies ( TGB) is verre van toereikend. De normen NEN 6700, 6702, 6770 en 6773 16 t/m 19 geven alleen een eerste houvast.
Daarom heeft de Normcommissie Magazijnstellingen ondersteuning gezocht bij de NEN Normsubcommissie TGB – Staalconstructies (NSC 351 001 02). Dit heeft medio 2002 geresulteerd in de oprichting van de Werkgroep Dunne plaat - Magazijnstellingen - Constructief (NSC-werkgroep 351 001 02 02). Deze werkgroep telt niet alleen vertegenwoordigers van stellingenproducenten en ingenieurbureau’s, maar ook vertegenwoordigers van bouw- en woningtoezicht en mensen met TGB-expertise (TNO en. TU).
Draagkracht en palletstellingen: prEN 15512
De Europese ontwerpnorm prEN 15512 9 behandelt het constructief ontwerp van palletstellingen en is in juni 2006 gepubliceerd. TNO heeft dit normontwerp getoetst aan het Bouwbesluit. Met name de concrete vertaling van gebruikswijze naar constructieve prestatie-eisen is hierbij aan de orde geweest. En natuurlijk hebben ook recente grote instortingen zoals de steiger van de Amercentrale en de palletstelling bij VAT Logistics20 daarbij een rol gespeeld.
In een gemeenschappelijke vergadering van de Normcommissie Magazijnstellingen en de TGB-Werkgroep, is uiteindelijk het Nederlandse commentaar op prEN 15512 vastgesteld. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen 'normaal' commentaar en 'principieel' commentaar. Dit laatste in geval van gebleken strijdigheid met het Bouwbesluit dan wel onduidelijkheid of strijdigheid met de algemene regelen van de mechanica. Omdat het hier gaat om een verre van traditionele staalconstructie, die ook over de landsgrenzen worden aangeboden, heeft de commissie zich ook gebaseerd op het Europese equivalent van de TGB-serie: de “structural Eurocode’s” en met name EN 199016, “Basis of structural design”.
Op grond van het principiële commentaar moest NEN stellen dat prEN 15512 niet zomaar integraal geaccepteerd kon worden.
Op dit moment is Werkgroep 1 van de Europese normcommissie CEN/TC onder Nederlands voorzitterschap druk bezig met het bespreken van al het ontvangen commentaar (63 bladzijden). Wanneer het uiteindelijke meerderheidsvoorstel van EN 15512 naar het oordeel van de Nederlandse normcommissie nog steeds strijdigheid vertoont met Nederlandse wet- en regelgeving, kan deze norm alleen worden geaccepteerd als een ondergrens.
Een aanvullend document is dan noodzakelijk zodat toch wordt voldaan aan het Bouwbesluit. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een 'A-deviation' of 'national annex'. Nationale bijlagen worden op dit moment door het NEN ook opgesteld bij andere Europese normen 16 t/m 19. Het onverhoopt moeten opstellen van een nationale bijlage heeft dus niets te maken met afschermen van de Nederlandse markt21.
Draagkracht en inrijstellingen
Voorlopig is er nog geen FEM-code voor het berekenen van inrijstellingen. Dit zal zeker nog tot medio 2009 duren. Een eventuele EN-norm zal nog veel langer op zich laten wachten. Het constructief ontwerp van inrijstellingen en van alle andere typen stellingen op pallet- en legbordstellingen na is dus op dit moment vooral een zaak van de constructieve kennis en opstelling van individuele leveranciers. Geadviseerd wordt om vooralsnog EUR 7612 2, de NVN 5053 15 en de TNO/TC- bladen22 aan te houden.
NPR 5054 en Europa
De Europese voornormen prEN 15620, 15629 en 15635 10 t/m 12 gaan met name over de randvoorwaarden opgelegd door het beoogd gebruik, voor het constructief en layout-ontwerp van palletstellingen zoals:
Ook wordt een overzicht gegeven van de verantwoordelijkheden van betrokkenen.
Allemaal zaken waarvan de ervaring leert dat die in de dagelijkse praktijk onderbelicht blijven. Daarom heeft de Nederlandse normcommissie besloten een praktijkrichtlijn op te stellen die duidelijk op een rij zet hoe je uiteindelijk tot een palletstelling komt en hoe je hiermee veilig kunt werken: NPR 5054 23.
Deze praktijkrichtlijn is niet alleen bedoeld voor leveranciers van de stellingen en de gebruikers ervan, maar zeker ook voor logistieke adviseurs en leveranciers van intern transportmaterieel zoals magazijntrucks.
De NPR 5054 behandelt ook zaken die een essentiële aanvulling vormen op de TGB- Belastingen17. Vooral op de punten waar het de specifieke stellingbelastingen betreft én op de vereiste randvoorwaarden op grond waarvan mag worden afgezien van het TGB-(en Eurodode) belastinggeval “Aanrijdingen”.
Ja, Nederland loopt met deze duidelijkheid voorop in Europa. De NPR 5054 sluit gelijktijdig echter volledig aan op wat inhoudelijk in de prEN-en10 t/m 12 wordt gesteld. In een aantal artikelen24 t/m 29 is reeds aandacht besteed aan de NPR 5054.
BMWT gaat een eigen weg
De BMWT heeft aanvankelijk deel uitgemaakt van de Normcommissie Magazijnstellingen. Kort na aanvang heeft deze branchevereniging echter besloten van verdere deelname af te zien. Het breekpunt was - als het goed is begrepen - dat de normcommissie bij zijn rol in het Europese normalisatieproces mede het Nederlandse Arbobesluit en Bouwbesluit als randvoorwaarde wil hanteren.
Na deze afzegging van verdere deelname is de BMWT door NEN nog een paar keer benaderd. Ook nog eens toen een begin werd gemaakt met het opstellen van het NEN-commentaar op prEN 15512. Ook toen heeft de BMWT negatief gereageerd. En zeer recent heeft zij zich geuit in Transport+Opslag waar een absoluut foutieve voorstelling van zaken wordt gegeven21. Daarom hier een korte reactie30.
Dit artikel toont het tegendeel aan, tenzij je het breed afstemmen van en invulling geven aan verantwoordelijkheid afschermen noemt.
De BMWT doelt hiermee op het NEN- en het Engelse BSI-commentaar op de prEN 15512. Dit wordt niet gestaafd door de feiten, zie hierboven.
Dit BMWT-keur heeft niets te maken met het constructief en layout ontwerp van magazijnstellingen, wat wel het onderwerp van de prEN 15512 en prEN 15620 is. Dit wordt ten onrechte wel gesuggereerd.
Het BMWT-keur betreft uitsluitend een keurmerk met betrekking tot het vakmanschap waarmee de staat van onderhoud (met name aanrijschade’s door magazijnstrucks) wordt beoordeeld. Dit vakmanschap is zeker niet alleen voorbehouden aan stellingleveranciers die zijn aangesloten bij BMWT31.
Het feit dat het Duitse Verband für Lagertechnik haar leden nu voorhoud dat periodieke inspecties op de staat van onderhoud absoluut noodzakelijk zijn en daar een infrastructuur voor propageert, heeft niets te maken met een nieuw veiligheidsbeleid van de Europese stellingenindustrie (ERF/FEM R&S). Het is simpel een vereiste, omdat bij het ontwerp van magazijnstellingen géén rekening wordt gehouden met mogelijke draagkrachtreductie door aanrijschade’s. Dit vloeit voort uit de verwijzing naar prEN 15635 vanuit prEN 15512.
Deze artikelserie zal het tegendeel aantonen. Duidelijke informatie over de vraag hoe omgegaan moet worden met stellingen in combinatie met magazijntrucks, vormt een hoeksteen van een integrale veiligheidsfilosofie. Het is van groot belang dat de toekomstig gebruiker weet van welke principes bij het ontwerp van stellingen is uitgegaan. Uiteindelijk is de werkgever eindverantwoordelijke voor de veiligheid van zijn personeel. Hij is in principe ook aanspreekbaar op ontstane schade aan opgeslagen goederen als gevolg van een stellinginstorting.
BMWT zal vanuit haar expertise weten dat bij arbeidsmiddelen (Machinerichlijn en Richtlijn Arbeidsmiddelen) meerdere onderwerpen van belang zijn. Dit valt buiten de scope van dit artikel. In ieder geval voorziet NPR 5054, aangevuld met de nog te verschijnen NPR 5055 32, hierin. Zo biedt het naast het ontwerp en de technische aspecten de werkgever een handreiking om te voldoen aan zijn wettelijke verplichtingen.
Dat wat de BMWT noemt 'pagina’s dikke verklaring', geeft de werkgever wel de zekerheid dat aan alle eisen is voldaan. Bij afwijkingen wordt in de 'Verklaring van toegestaan gebruik' de reden vastgelegd. Deze verklaring is een onderdeel van de dossiervorming waarmee de werkgever kan aantonen dat hij zich van de veiligheidsaspecten bewust is. Bij ongevallen zal het dossier ook een belangrijke rol spelen.
Tot op heden heeft de BMWT zich verre gehouden van het leveren van een opbouwende bijdrage aan het normalisatieproject, waarin overigens alle in Nederland erkende kennisinstituten, zoals TNO en de TU Delft een bijdrage leveren. De normcommissie nodigt hierbij de BMWT wederom uit om op grond van argumenten tot een verantwoord verhaal te komen. Het zou de BMWT sieren wanneer ze de in Europa ingeslagen weg van normalisatie zou ondersteunen door een positieve bijdrage te leveren aan de totstandkoming van nieuwe regelgeving.
Informatie
Achtergrondinformatie kunt u krijgen bij
Ir. J. Landré
Secretaris van de Normcommissie Magazijnstellingen
Nederlands Normalisatie Instituut (NEN):
Tel.: (015) 209 01 67
E-mail: job.landre@nen.nl
Lees ook:
Hoe kies ik een Auto-ID systeem?
Deze uitgebreide handleiding beschrijft in detail welke stappen u moet doorlopen...
Hoe selecteer ik een orderverzamelsysteem?
U oriënteert zich op de aanschaf van een orderverzamelsysteem. In dit dossier z...
Semi-automatisch orderverzamelen
Er zijn verschillende technieken om loopafstanden in het orderverzamelproces te ...
Gisteren 11:51
Gisteren 10:20
Gisteren 09:44
Gisteren 09:30
Gisteren 09:24
Vandaag 08:08
Gisteren 11:01
21-05-2012 12:16
21-05-2012 11:42
15-05-2012 22:09
Gisteren 16:00
14-05-2012 17:27
01-05-2012 11:59
24-04-2012 22:27
04-04-2012 09:09
Janssen-Fritsen Helmond - 30 mei 2012
DC Stanley Black & Decker - De Vesten, Laakdal - 12 jun 2012
Buenos Aires, Argentinië - 7 aug 2012 - 7 aug 2012
Jaarbeurs Utrecht - 13 nov 2012 - 13 nov 2012
Chicago, USA - 21 jan 2013