artikel

DistriLink start uitrol fijnmazig depotnetwerk

Distributie Premium

DistriLink start uitrol fijnmazig depotnetwerk

In juni jongstleden is de werving van DistriLink depothouders van start gegaan. De eerste veertig hebben zich aangemeld. De bedoeling is langzaam maar zeker te groeien: ‘De transportbranche is vrij conservatief en kijkt altijd de kat uit de boom’.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 27 augustus 2010.

DistriLink is een landelijk depotnetwerk voor en door vervoerders, zeggen initiatiefnemers Cees Bouwhuis en André Dekker. De depothouders – bestaande vervoersbedrijven – zijn gevestigd aan de rand van de stad of een knooppunt van snelwegen. De klanten van DistriLink zijn onder andere transportbedrijven, expediteurs en verladers. Zij leveren goederen aan de depots, de depothouder zorgt vervolgens voor distributie in het achterland, meestal een stadsgebied.

 

“We zijn echt verrast door de respons”, meldt Bouwhuis vanuit Krommenie, de basis van DistriLink. “Inmiddels hebben zich meer dan 40 depothouders aangemeld. Uit gesprekken met hen merk je dat het concept –aansluit op hun eigen visie op hoe bepaalde transportproblemen duurzaam en economisch verantwoord – dus zonder subsidie – kunnen worden aangepakt. Veel depothouders hebben ervaring met milieuvriendelijke stadsdistributie.”

 

De landelijke dekking is inmiddels vrijwel gerealiseerd, maar voor de fijnmazigheid zijn er nog verschillende locaties beschikbaar. Aan de aanbodkant heeft zich inmiddels een aantal grote internationale transportbedrijven gemeld met interesse in het depotnetwerk. De initiatiefnemers verwachten niet dat het direct een booming business is: “Transportbedrijven moeten wennen aan het idee van depots. De meeste vervoerders kennen het principe nog niet. Bovendien is de transportbranche vrij conservatief en kijkt altijd de kat uit de boom.”

 

Lokaal werk

Peer de Rijke, directeur van CE Special Courier in Groningen, is sinds kort depothouder. “Het depothouderschap sluit prima aan bij onze activiteiten: spoedwerk en lokaal werk. Het is voor ons dagelijkse kost om individuele ritten te combineren. Wij proberen al sinds 1977 de bezorging van allerlei bezorgers te bundelen.”

 

Het bedrijf is voor elke vrachtauto makkelijk bereikbaar. Voor de leveringen in de stad worden heel vaak kleine bestellers, zoals Citroën Berlingo’s, ingezet. “Maar we kunnen ook bakwagens inzetten, of eventueel fietsen als dat nodig is.” De Rijke denkt dat DistriLink zeer levensvatbaar is: “Goederenstromen worden diverser en kleiner, en de tijdsdruk hoger. Wij zitten hier in een redelijk dunbevolkt gebied. Voor een vervoerder kan het handig zijn om zijn goederen af te leveren in het depot, zodat hij dezelfde dag bijvoorbeeld nog door kan rijden naar Delfzijl. Wij kunnen eventueel vanuit het depot aan het begin van de avond een rondje rijden, wanneer alle particulieren thuis zijn. De bezorgsnelheid is ook geen punt: maximaal een uur.”

 

Nachtdistributie

Ook Ted Arnoldus uit Arnhem is franchisenemer bij DistriLink. Arnoldus is een man van vele initiatieven. Zo is hij ook eigenaar van Binnenstadservice Arnhem. Over het waarom meldt hij: “Ik geloof in de kracht van samenwerken. Het netwerk heeft de toekomst. Een langeafstandsvervoerder moet zijn goederen bij een partner kunnen stallen, die het vervoer in de stad op zich neemt.” Arnoldus is van mening dat de nachtdistributie tussen de steden toe zal nemen, zodat vervolgens overdag vanuit de depots milieuvriendelijk kan worden bezorgd. In september wil Arnoldus een bijeenkomst beleggen met alle depothouders, “zodat iedereen weet wat voor vlees hij in de kuip heeft. Vervolgens kan DistriLink volop van start.”

 

BESTAAND BEDRIJF

In tegenstelling wat men misschien zou verwachten met al die extra vervoersbewegingen, is de administratieve afhandeling vrij eenvoudig. Via www.distrilink.nl kan een opdrachtformulier worden ingevuld. Elke depothouder is vergunninghouder beroepsgoederenvervoer en een bestaand vervoersbedrijf met eigen specialismen. Dat betekent dat ook geen (grote) investeringen hoeven te worden gedaan.

Reageer op dit artikel