Deze maand mocht ik weer de examens afnemen voor de TIAS MTL/EMLOG opleiding. Inspirerende dagen waarin we de kandidaat logistieke masters nog een keer aan de tand voelen, voordat ze hun welverdiende diploma krijgen en losgelaten worden in de harde buitenwereld.
Steevast hebben we pittige discussies over de praktische waarde, en robuustheid, van hun afstudeervoorstellen.
Beteuterde gezichten
In elk afstudeerrapport verwijzen de toekomstige masters naar de EOQ; de beruchte formule van Camp. Een economic-trade-off waarmee ze hun voorstellen financieel onderbouwen. Altijd weer gebruiken de afstudeerders de formule onrechtmatig of ronduit fout:
- óf de bestelkosten kloppen niet
- óf de rente, ruimte en risicokosten zijn niet realistisch of worden voor alle producten gelijk gesteld;
- óf de, vaak in de franko huis verstopte, transportkosten ontbreken.
Ook vergeten ze voor het gemak dat de EOQ een wiskundig optimum is, waarvan je zonder merkbare kostenstijgingen 40 procent plus of min kan afwijken. In twee, of drie, vragen ligt het financieel fundament onder de voorstellen in puin. Beteuterde gezichten aan de andere kant van de tafel...
Duivelse dilemma's
De EOQ is een dankbaar onderwerp in het eerste jaar van elk opleiding. Je kunt de studenten er zo leuk mee laten rekenen. Bovendien leren studenten zo de economic-trade-off's tussen de vaak tegengestelde belangen begrijpen. Het logistieke vak zit vol duivels dilemma's waartussen de beslisser handig moet kunnen balanceren.
De EOQ kent haken, ogen en risico's. De formule is bedoeld voor gebruik op één punt in de logistiek keten. De EOQ houdt geen enkele rekening met kosten binnen andere schakels in de logistieke keten. Verder gaat de formule van veel aannames uit: de toekomstige vraag is vooraf bekend en constant in de tijd en de levertijden, de bestelkosten en de kosten van voorraadhouden zijn constant en bekend en leveringen moeten in een keer worden afgeleverd. Daar dromen we van in de logistiek.
Van masters in logistiek mag worden geëist dat ze nauwkeurig en realistisch kunnen rekenen. Anders loop je het risico dat het fundament onder de kosten- en batenanalyse drijfzand is. Vervelend als je baas je straks afrekent op het niet behalen van baten. Dat risico wilt je toch niet lopen?
Als je de formule van Camp dan toch gebruikt, lees dan eerst de bijsluiter. Er zijn boekenkasten vol geschreven over deze, en andere, economic trade off's en al zijn bijwerkingen.
Voor toekomstige EMLOG examenkandidaten; ‘een gewaarschuwd mens telt voor twee'.
Reacties (7)
De kosten in de logistiek/magazijn gedragen zich NOOIT als een 1e of 2e graads formule. De kosten worden namelijk stapsgewijs gemaakt.
Voorbeelden:
- Dat wat binnenkomt past niet direct in de grijplokatie. Dan komen extra handelingskosten.
- Inkopen met volle vrachtwagens. Transportkosten zijn gelijk ongeacht hoeveelheid, of gaan met een grote stap omhoog (2e vrachtwagen)
- Afzetten hebben een normaal patroon in aantal EN orderregels.
- Dooshoeveelheden. 1,5 doos is toch 1 doos extra afval.
etc etc etc.
Per definitie is dan ook de formule van Camp onjuist. Echter voor begripsvorming geeft het natuurlijk wel een leidraad. Maar of die beter is dan een pragmatische oplossing (1 maandhoeveelheid bestellen, of voor 1 jaar aan spul van 1 eurocent) waag ik te betwijfelen.
Modelleren is leuk en verschaft belangrijke inzichten. Op het moment dat de werkelijkheid afwijkt van de modelwereld, de veronderstellingen, dan gaan er bijverschijnselen optreden. De kuur kan dan erger worden dan de kwaal. Leuke vondst die bijsluiter!
Ik ben het er helemaal mee eens dat iedereen die de formule van Camp gebruikt moet begrijpen wat de onderliggende aannames zijn en in welke situaties hij goed / niet goed werkt.
Maar in veel artikelen wordt de tendens gezet dat de formule van Camp te ouderwets is en dat je hem niet meer moet gebruiken. Daar ben ik het niet mee eens. Vooral voor bedrijven zonder sophisticated planningssysteem is het een prima hulpmiddel.
Belangrijk is wel om de kosten goed te definiëren.
Belangrijk is ook om de uitkomst te toetsen aan het gezond verstand. Maar dit geld voor ieder wiskundig model dat je loslaat op de werkelijkheid.
Jauco:
Spot on!
Dat wordt de vraag volgend jaar...
Ook de berekening van veiligheidsvoorraden is een mijnenveld.
Het lijkt me dat volgend jaar dezelfde vraag gesteld kan worden over veiligheidsvoorraad.
1. Is er werkelijk sprake van een normaal verdeling?
2. En hoe heeft u dat getoetst?
Op de formules valt niet veel af te dingen. Mijn inziens bieden ze een prachtig handvat om discussies aan te gaan over mogelijke verbeteringen (in dit geval verlagen "bestelkosten") en de waarde daarvan.
Helaas blijft het te vaak bij sommetjes maken.
Ik schat zo in dat het Camp-model stamt uit een tijd dat alles nog in het groot ging: grote vrachtwagens, pallets schuiven etc. Dus lekker statisch en voorspelbaar.
Maar nog even en de steden gaan op slot, fijndistributie is in opkomst. Het wordt steeds meer just in time en per doos, in plaats van per pallet.
Dus de component 'ordermatching' neemt toe, en crossdocking, om maar eens wat te noemen. Is het niet tijd voor een totaal andere formule?
Beste Walther,
Helemaal mee eens. We hebben het toch zo duidelijk mogelijk proberen te verantwoorden bij Werken met logistiek (P. 166):
Daarbij werd door Camp uitgegaan van een aantal vooronderstellingen:
• De afname per tijdeenheid is constant en bekend.
• De levertijd is vast en wordt stipt nagekomen.
• Er komen geen neeverkopen voor.
• De bestelkosten per bestelling zijn constant en bekend.
• De kosten voor het op voorraad houden van één product zijn constant en bekend.
• De levering moet ineens afgeleverd worden.
Daarnaast geven we nog een expliciete waarschuwing op P 171:
Waarschuwing
U dient ervoor te waken de Camp/EOQ-formule klakkeloos toe te passen. De vooronderstellingen waarvan we zijn uitgegaan, gaan in lang niet alle gevallen op. Daarnaast zijn er andere aspecten te noemen:
• Een product is vaak onderdeel van een keten; dit effect wordt niet meegenomen in de EOQ-formule.
• Een product heeft vaak een relatie met andere producten, bijvoorbeeld dezelfde leverancier.
• In bepaalde branches kan het aanhouden van veel voorraad vraagstimulerend werken op de verkoop.
• Een voorraad kan soms in waarde meestijgen groter dan of gelijk aan het rentepercentage van de voorraadkosten, bijvoorbeeld beplanting. De voorraad kan echter ook aanzienlijk in waarde afnemen. Dit gegeven moet zo veel mogelijk worden meegenomen in de voorraadkosten.
• Soms moet men producten afnemen in een minimale verpakkingshoeveelheid die aanzienlijk kan afwijken van de optimale hoeveelheid.
We zullen bij een volgende uitgave hier nog meer aandacht geven aan dit fenomeen, want we wensen onze lezers geen avontuur in het drijfzand toe. Ook is het goed om te weten dat er een excel-model beschikbaar is waarin de drie kosten die met voorraad te maken hebben gecombineerd worden:
1 Kosten van voorraadhouden en Inkoop
2 Kosten van veiligheidsvoorraad
3 Kosten van neenverkoop
zie hiervoor: http://bit.ly/arbGoS
Moge je zendingswerk zijn uitwerking hebben in de praktijk.