Blog - Voorraadbeheer

Reductie grijpvoorraad servicemonteur werkt averechts

Jürgen Donders
Auteur: Jürgen Donders
Geplaatst: 13 jul 2009
Door de grote druk op reductie van werkkapitaal, worden voorraden gecentraliseerd en bestelbusjes minder aangevuld. Wegen de kosten van misgrijpen en een eventuele second visit wel op tegen de kostenbesparingen van de voorraadreductie?

 

Original Equipment Manufacturers (OEM)-ers hebben vaak fijnmazige service-netwerken, bestaande uit servicemonteurs die beschikken over een goed gevulde bestelwagen met gereedschap en reserve-onderdelen. Door de huidige grote druk op reductie van werkkapitaal, worden voorraden steeds meer gecentraliseerd waardoor deze bestelbusjes niet meer worden aangevuld. Dit leidt steeds vaker tot misgrijpen bij de klant en de noodzaak voor second visits. Wegen de kosten van misgrijpen echter wel op tegen de kostenbesparingen van de voorraadreductie? Of zijn kosten in deze tijd minder belangrijk dan de omvang van het geïnvesteerd vermogen?

 

Ongeplande stilstand is duur

Ongeplande stilstand van duurzame kapitaalgoederen brengt grote onkosten met zich mee. Of het nu gaat om een vliegtuig dat niet kan vertrekken door een technisch probleem, of om een productiemachine die geen output kan leveren: ongeplande stilstand is duur. Het kan zelfs leiden tot het verlies van klanten.

 

Om die reden hebben OEM-ers fijnmazige servicenetwerken ingericht. Deze bestaan uit servicemonteurs, die zijn voorzien van een busje met gereedschap en reserve-onderdelen. Deze servicemonteurs zijn zodanig verspreid in het servicegebied, dat iedere klant binnen een bepaalde tijd door een servicemonteur kan worden bezocht, teneinde de service-contracten te kunnen waarmaken.

 

De bestelbusjes zijn zodanig goed gevuld dat de kans op misgrijpen en dus de kans op second visits is geminimaliseerd. Dat betekent dat er reserve-onderdelen in het busje aanwezig zijn, die slechts zelden benodigd zijn.

 

Omloopsnelheid van 0,04

In de praktijk zie ik bijvoorbeeld dat in een land, waar meer dan 100 servicemonteurs rondrijden, 25 bestelbusjes zijn gevuld met een bepaald reserve-onderdeel, dat landelijk gezien slechts 1 keer per jaar wordt verbruikt. Landelijk gezien hebben we het dan om een omloopsnelheid van de voorraad van 0,04!

 

Aangezien de gecentraliseerde ‘Afdeling Voorraadbeheersing' targets opgelegd heeft gekregen om de wereldwijde voorraad reserve-onderdelen te verlagen, zal er geen aanvulling plaats vinden van dit reserve-onderdeel als een servicemonteur dit heeft verbruikt. In het gehele service-netwerk is immers nog voldoende voorraad aanwezig om aan de verwachte vraag te kunnen voldoen.

 

De betreffende servicemonteur loopt nu echter een (in dit extreme voorbeeld weliswaar kleine) kans om bij een volgende machine-stilstand mis te grijpen. Daar waar er dus enerzijds wordt bespaard (15 tot 25% van de prijs van het reserve-onderdeel), worden anderzijds additionele kosten gemaakt doordat:

  1. de klant langer wordt geconfronteerd met machine-stilstand, welke kosten mogelijk kunnen worden doorbelast aan de OEM-er,
  2. een second visit en mogelijk een (duur) spoedtransport van een reserve-onderdeel moet worden uitgevoerd.

 

Verschillende managers voor service en voorraad

Door dit inzicht in de kosten en de kansen van optreden, kan er natuurlijk naar een optimum worden gezocht. Echter: in de praktijk vallen de verantwoordelijkheden voor voorraadverlaging enerzijds, en de prestaties van het servicenetwerk anderzijds, onder verschillende managers die ieder hun eigen targets hebben. De ene manager wordt ‘afgerekend' op het realiseren van voorraad reductietargets, de andere manager op klanttevredenheid of op bijvoorbeeld ‘second visit rate'. Door deze splitsing van verantwoordelijkheden, is de kans op suboptimalisatie groot, waar in het onderhavige praktijkvoorbeeld dan ook sprake van is.

 

Suboptimalisatie tegengaan

Om deze suboptimalisatie tegen te gaan dienen de verantwoordelijkheden voor de genoemde prestatie-indicatoren in één manager te zijn verenigd. Deze manager kan dan naar het daadwerkelijke optimum zoeken tussen voorraadverlaging enerzijds en de kosten van stilstand en service anderzijds. Maar ja, wat zijn de kosten van een ontevreden klant? Of sterker nog: hoe drukken we het verlies van een klant uit in kosten? Ervan uitgaand dat deze kosten enorm hoog zijn, zal in veel gevallen toch worden gekozen voor het goed gevuld houden van het servicenetwerk met reserve-onderdelen.

 

Ik ben benieuwd naar de reacties waaruit blijkt dat er toch bedrijven zijn waar deze verantwoordelijkheden inderdaad in één persoon zijn verenigd en waar daadwerkelijk dergelijke afwegingen zijn gemaakt. Ik verwacht dergelijke reacties niet veel te ontvangen, maar ik laat me graag verrassen.


Deel dit artikel via:
Tags:
Reageer
Doorsturen
Afdrukken
3 Reacties
Reacties (3)
Door: Jaap Hazewinkel | 26 jul 2009
Er zijn vele punten waarop ik commentaar zou kunnen leveren.
Ten eerste, de managers zullen meestal in een matrix-organisatie zitten en een management systeem zal voor afstemming kunnen zorgen.
Ten tweede, als een manager een doelstelling dient na te streven hoeft het niet zo te zijn dat hij daarbij blind is voor de effecten (ik kan mijn voorraad wel naar nul brengen, en dan?). Toegegeven, er zijn voorbeelden van managers die nietsontziend te werk gaan maar die moeten m.i. maar snel in de sales gaan werken, niet in de logistiek.
Ten derde, er bestaat een derde optie: het gaat hier om relatief goedkope onderdelen die relatief vaak nodig zijn, en waarvan het ook mogelijk moet zijn om deze niet op de balans op te nemen maar deze direct tegen de P&L te boeken als ze aan de monteur als grijpvoorraad ter beschikking worden gesteld. Eenmalig even de kiezen op elkaar... maar dan is de in de balans gerapporteerde voorraad wel meer aantoonbaar betrouwbaar.

Bij ons kennen we alle concepten, waarbij er grenzen worden gesteld aan wat er in de grijpvoorraad mag liggen aan individuele waarde (geen dure onderdelen) en totale waarde (risico van verlies & diefstal). Deze voorraad is overigens nooit doel geweest van voorraadverlagingen, mede vanwege het geringe effect op de gehele voorraad.
Door: Dick van Teeffelen | 13 jul 2009
Hallo Jurgen,
Ik ken wel zo’n bedrijf, Nefit. Daar is de servicemanager verantwoordelijk voor de kosten en opbrengsten van de serviceorganisatie. Zowel voor de ‘first-visit-rate’ als ook de kosten van de voorraad in de bussen. Hierbij wordt minimaal 1 * per jaar gekeken naar het assortiment in de bussen. Doel is met een zo laag mogelijk voorraad in de bussen de afgesproken ‘first-visit-rate’ te halen. Door dit consequent te doen is de voorraad de afgelopen jaren (excl. nieuwe producten) gedaald, zonder in te leveren op service naar de klant.

Het is niet altijd alleen de kosten van minder voorraad in de bus. Door bv een toename van het assortiment zou het alternatief wel eens een grotere bus kunnen zijn als je niet kritisch naar de voorraad kijkt. Dan praat je over behoorlijke kosten.
Wat voor een magazijn geld, geld mijns inziens ook voor een servicebus. Natuurlijk moet je voldoende bij hebben om een probleem bij voorkeur bij de het eerste bezoek te verhelpen. Maar ook hier gaat een 80 /20 regel op en kan het acceptabel zijn dat men een keer terug moet komen en toch zijn servicegraad haalt.
Daarnaast, afhankelijk van de dekking van het servicenetwerk, kan het ook interessant zijn dat als een monteur een onderdeel niet heeft er één van een collega in de buurt kan krijgen, of een steunpunt in een regio waar bepaalde niet hardlopen onderdelen liggen voor een groep monteurs. Meerdere opties dus. Je moet een goede trade-off maken.
Je moet het in ieder geval niet alleen in de handen van een servicemonteur leggen, als je het hem vraagt heeft hij alles altijd nodig. Je weet immers maar nooit..
Door: Fred van Dulst, LIMC Logistiek Interim Management & Consultancy BV | 13 jul 2009
Reactie op reductie grijpvoorraad servicemonteur werkt averechts;

Het verhaal komt bij mij zéér bekend over, sinds we in ons bedrijfsleven een controller gedreven maatschappij hebben en managers m.n. ten tijde van kostreducties niet staan te trappelen om hun hoofd boven het maaiveld te laten steken, ontstaan dit soort voor de organisatie in kwestie killende voorbeelden. Een afstemming met de gebruikers in dit soort gevallen levert vaak een groter besparing rendement op en draagvlak bij de gebruikers en dus door de uitstraling, van een gemotiveerde monteur bij de klanten.
Plaats een reactie
  • Naam:

    Reactie:

  •   Om spam te voorkomen vragen wij u onderstaande woorden over te tikken voordat u opslaat
  • Opslaan
Over dit blog

In deze blog kunt u reageren op meningen en commentaren van Jürgen Donders, Marc Mallant en Freek Aertsen.

Eerdere blogposts
Meer blogposts
Laatste reacties op blogs